De auteur slaat een andere toon aan in de vervolg op De paardenjongen. Er wordt een fijne, maar niet te uitvoerige recap gegeven van boek 1, waardoor ik meteen weer in het verhaal van Rowan en zijn gezin zat.
In boek 1 had ik wat kritiek op de pseudowetenschap die wordt aangehaald om autisme te verklaren, en ook in dit boek sijbelde dit af en toe tussen de regels door. Autisme wordt nogal gegeneraliseerd en ik miste hierin wederom een wetenschappelijke onderbouwing. Hoe dan ook kan ik dit boek waarderen voor wat het is; de verslaglegging van een vader over de zoektocht naar geluk voor zijn autistische zoon, en de innerlijke processen, twijfels en onzekerheden die dit met zich meebrengt. Ik vind dat de auteur op een hele kundige, maar toegankelijke wijze beschrijft hoe hij de sjamanistische rituelen ondergaat, waarbij hij ook veel put uit eerdere ervaringen vanuit zijn journalistieke verleden. Dit laatste was niet per se nodig voor het autisme-verhaal, maar gaf wel extra informatie wat ik persoonlijk heel interessant vond.
Naar mijn mening weet de auteur doortastend en invoelend te beschrijven hoe het opvoeden van een autistisch kind impact kan hebben op een ouder, het gezin, de relatie en het leven van iedereen die erbij betrokken is.
De laatste 40% gaat vooral over het leven van het gezin na de heling van Rowan, en hoe het gezin hun ervaringen inzet om andere families te helpen. Er wordt gezinspeeld op de mogelijke (!) oorzaken van autisme, waarom het steeds meer voorkomt en hoe we onze samenleving hierop zouden moeten inrichten. Wat mij betreft snijdt dit niet heel veel hout, maar ik realiseer me dat dit boek ook alweer 10 jaar oud is. De auteur heeft duidelijk een boodschap en die kan ik waarderen.
⭐️3.5