Een slak die een boer angst aanjaagt, een ezelprinsje dat lier wil leren spelen en een biggetje dat zijn bezittingen verdeelt: Niets dierlijks is ons vreemd verzamelt tien Latijnse en Griekse dierenverhalen, van de 4de tot de 17de eeuw, waarin menselijke verlangens, listen en conflicten weerspiegeld worden in verhalen over sluwe, verdrietige, verliefde, boze, bange, trotse en melancholische dieren, van slak tot leeuw en van paard tot bij. In de oorlog tussen de muizen en de kikkers, de hofintrige rond de wolf Ysengrim en het retorische vuurwerk van de kat en de rat zien wij onze eigen menselijkheid teruggekaatst, en samen illustreren deze teksten een eeuwenoud spel van herkenning en reflectie. Waar Aristoteles alleen de mens typeerde als een 'politiek dier', is die categorie in deze bundel uitgebreid met een retorisch handige vos, een kleptomane bijenkoning, en een listige wolf van wie we leren dat zijn soort zich nu eenmaal niet kan aanpassen aan de regels van Sint Benedictus.
Deze bundel is uitgegeven ter gelegenheid van het 22ste lustrum van het Collegium Classicum c.n. M.F., en de teksten werden vertaald door leden en oud-leden uit tientallen jaren dispuutsgeschiedenis. Verder hebben jonge en gevestigde wetenschappers artikelen aan deze bundel bijgedragen die de teksten in hun context plaatsen of verbinden met het tijdloze en wereldwijde fenomeen van menselijke dierenverhalen.