La magnifica festa del 30 gennaio 1933 sarebbe stata ricordata negli anni a venire come l'ultima occasione in cui si erano ritrovati tutti insieme. Fu un momento scintillante e al tempo stesso un la Berlino della comunità ebraica, con la sua vivacissima, brulicante polifonia, era perduta per sempre.
Dopo il grande successo de Gli Effinger, Gabriele Tergit narra le vicende di cinque famiglie berlinesi sradicate dalla ferocia della storia del Novecento.
Hanno scritto su Gli Effinger:
«Un romanzo di autentica e mai esibita originalità. Leggendolo, non si pensa ai Buddenbrook quanto ai grandi narratori ottocenteschi come Fontane che hanno colto per sempre la malinconica poesia di Berlino». Claudio Magris
«Non solo un grandioso romanzo ma l'affresco di un'epoca». Tuttolibri - La Stampa
«Una sinfonia». Il Foglio
Quella sera c'erano gli Stern e i Kollmann, i Mayer e gli Jacoby, c'era il generale von Rumke, il caporedattore del «Berliner Rundshau» Stephan Heye oltre a una variopinta schiera di personaggi minori. Alcuni erano esponenti delle famiglie piú in vista, altri di ceti piú modesti. Hitler era appena stato nominato cancelliere e le loro vite non sarebbero piú state le stesse. Praga oppure Parigi, Londra o gli Stati Uniti, queste le destinazioni dove chi riuscí a fuggire avrebbe trovato riparo. Era la fine di un'epoca e di tutto un mondo. Dall'Impero alla Prima guerra mondiale, passando per la Repubblica di Weimar e il Terzo Reich, fino al secondo dopoguerra, Berlino, addio ritrae tre generazioni di tedeschi con il respiro di un'epopea e l'attenzione ai destini individuali di un classico del Novecento.
Gabriele Tergit had already pioneered as a female court reporter for major Berlin newspapers when she became famous overnight for her socially critical novel about the late Weimar Republic, Käsebier erobert den Kurfürstendamm (Käsebier Conquers the Kurfürstendamm, 1931). Her literary career in Germany was cut short by Hitler, however, and, like Irmgard Keun, she was largely forgotten after the war. But in spite of her lack of success in the early Federal Republic of Germany (FRG), the exiled author never stopped writing and also worked tirelessly for the last 25 years of her life as the honorary secretary of the London PEN-Center of expatriate German-speaking authors. With the growing interest in women writers in the late 1970’s Tergit’s writings have attracted renewed attention and many have been republished.
Un libro che non consiglierei. Mi aspettavo una storia più avvincente invece è noiosa e si fa fatica a tenere le fila di tutti i personaggi. Nel libro ci sono molti dialoghi, ma molto spesso non è chiaro il senso delle battute. Ho fatto molto fatica a convincermi di terminare il libro. L’avrei abbandonato dopo le prime 200 pagine.
Teloorgang van een bloeiende Joodse samenleving in Berlijn
Gabriele Tergit – pseudoniem voor Elise Hirschmann (Berlijn, 1894 – Londen, 1982) – werd geboren in een Joods gezin in het gegoede milieu en werkte na haar studies filosofie en geschiedenis als eerste vrouwelijke rechtbankverslaggever in de Weimarrepubliek in een door mannen gedomineerde omgeving. Ze werkte voor het Berliner Tageblatt dat door de Duitsers werd gezien als liberale, Joodse krant. Vanwege de dreigende machtsovername door het naziregime besloot Tergit in 1933 – na de brand in de Reichstag en net op tijd, want de nazi's hadden hun oog al op de belangrijke en invloedrijke journalist laten vallen – om Duitsland vanaf Tiergarten met de S-Bahn te verlaten en via Tsjechië de wijk te kiezen naar Palestina; een lastig besluit voor haar, omdat ze in wezen het zionisme afwees. In 1938 vestigde ze zich definitief in Londen.
Na het verschijnen van haar magnum opus De Effingers was het haar grote wens om nogmaals een indrukwekkende roman te schrijven over de Joods-Duitse bourgeoisie. Dit schreef ze onder de titel So war's eben. Er is destijds aardig wat 'gerommeld' in de lijvige roman, bepaalde families werden er zelfs rigoureus uitgeschreven. Het duurde nog tot 2021 voordat Duitsland er eindelijk klaar voor was om het werk onverkort en in originele staat uit te geven onder redactie van Nicole Henneberg, waarna Mattanja van den Bos de vertaling naar het Nederlands voor haar rekening nam. De roman, die bij Uitgeverij Van Maaskant Haun verscheen als Zo was het nu eenmaal, behelst de periode van 1897 tot de zestiger jaren van de twintigste eeuw.
Zo was het nu eenmaal vertelt het verhaal over het verval van Pruisen en van een aantal Duitse en Joods-Duitse families in Oost- en West-Berlijn – middenklasse gezinnen en gegoede lui – tijdens grofweg de eerste zes decennia van de twintigste eeuw. De vriendschappelijke banden tussen de diverse families komen door de veranderende politieke mores op scherp te staan en ook in het geval van een gemengd huwelijk wakkert de (naderende) oorlog het antisemitisme aan. Dit gebeurt grotendeels tijdens de inflatie, die vooral in de schoenen wordt geschoven van de 'roofzuchtige vreemdelingen'.
'Buitenlandse Joden hebben hier hele straten opgekocht. U zult mijn verontwaardiging delen. […] De inflatie is de rooftocht van het grote geld tegen de kleine burgers.'
Een belangrijke en informatieve rol is weggelegd voor de diverse leden van de redactie van de fictieve Berliner Rundschau, waar heel wat wordt bekonkeld en men vaak van mening verschilt over de stand van zaken in de politieke wereld.
'Veel kwam voort uit verkeerde aannames. De menigte was woedend vanwege haar Duitse taal, de Sudetenduitser vriendelijk vanwege de Duitse taal. Als hij had geweten dat ze Jodin was dan had hij haar niet vriendelijk 'landgenote' genoemd en als de Tsjechen geweten hadden dat ze vervolgd werd, dan waren ze vriendelijk geweest. Zo ingewikkeld was alles overal.'
Hoofdredacteur Heye blijft zijn democratische gedachtegoed trouw. Het alter ego waarmee Tergit zichzelf opvoert in de gedaante van Grete, wordt journalist bij Berliner Rundschau. Haar familie is niet enthousiast over haar functie, maar de ambitieuze Grete zet onverzettelijk door op haar ingeslagen weg.
De verschillende gezinnen maken allen een ontwikkeling door. Neem bijvoorbeeld het gezin Von Rumke. Het behoort tot de rijkere klasse en dreigt na de Eerste Wereldoorlog uit elkaar te vallen, wanneer hun kinderen elk een eigen weg kiezen. Freia verlaat het ouderlijk huis door met een Joodse man te trouwen en Jürgen begeeft zich in communistische kringen. Interessante rollen zijn weggelegd voor de oudste zoon Friedrich Wilhelm en zijn tweede vrouw Ruth – Edeltrauth – Stahlmacher; hij overtuigd nationaalsocialist die zijn Joodse zwager probeert te redden en de meedogenloze Ruth die vastbesloten opgaat in haar Arische rol, haar Joodse kennissen verraadt, maar toch een Joodse onderduiker in huis heeft.
'In de herfst van 1944 ging er om de drie dagen een transport. Alle bekenden […] werden getransporteerd. Niemand wist waarheen. 'We komen in een ander getto terecht.' […] 'Ja, ja' zei iemand anders, 'je lijdt hier weliswaar een verschrikkelijke honger, maar je bent hier tenminste al gewend.' 'Hoe heet de plek waar u naartoe gaat?' 'Birkenau.''
Een groot deel van de roman bestaat uit dynamische, politieke en maatschappijkritische dialoogscènes, waardoor de gebeurtenissen van de geschiedenis en de politieke onrust zich voor het oog van de lezer ontwikkelen. Er heerst ongeloof bij de Joodse gemeenschap, hun rustige en goede leven is aan het wankelen en uiteindelijk moeten ze zelfs kamers onderverhuren vanwege armoede, geldontwaarding en woningnood. De veranderingen van het dagelijks leven in de verschillende sociale klassen, werkloosheid, Beurskrach van 1929 met zijn hyperinflatie, vervolging en ballingschap worden gedetailleerd in beeld gebracht. De Shoah komt vanzelfsprekend aan bod, maar wordt niet tot in de kleine details beschreven.
De roman bestaat uit vijf duidelijk afgebakende delen: Keizerrijk, Oorlog, De Republiek Weimar, Het Derde Rijk, Na de oorlog. In het laatste deel van de roman gaat Grete in de vijftiger jaren naar Londen en New York om oude bekenden op te zoeken. De verschillende personages hebben zich in ballingschap verspreid over diverse landen. De bezoeken zijn als een afscheid nemen van het 'oude leven' en het zich openstellen voor het 'nieuwe oude leven'.
Het aantal namen dat Tergit opvoert is duizelingwekkend te noemen. De losse appendix met alle personages is een welkom hulpmiddel om duidelijkheid te verschaffen. Ook het overweldigende aantal scenes die beschreven worden, laten de lezer soms bijna naar adem happen. Maar de aanhouder wint, komt steeds vaster in het verhaal en wordt uiteindelijk beloond door deze caleidoscopische roman door het panoramische beeld van dit roerige en beklemmende stuk geschiedenis. De 'vergeten' auteur geeft een authentiek tijdbeeld van de geschiedenis van Duitsland.
Tergit beschrijft in deze indrukwekkende sociale kroniek de mores en de karakters in heldere taal en zonder een blad voor de pen (mond) te nemen. Haar nuchtere, lucide kijk op maatschappij en politiek is wars van sentimentaliteit en met een soms haast zakelijke stijl. Wel beschrijft ze in de journalistieke fragmenten de sterke fundamentele veranderingen, die niet alleen veranderingen zijn door de tijdgeest, maar ook door het doormaken van de Groote- en Tweede Wereldoorlog. De journalistieke beschrijvingen waren voor Tergit uiteraard een kolfje naar haar hand. Ze laat zien waar de titel voor lijkt te staan en wekt daarmee de indruk dat het bedoeld is als een gelaten uitdrukking. Zo was het nu eenmaal/so war's eben, het is voorbij en we moeten leren van onze fouten, maar kunnen niets meer aan het verleden veranderen.
Ik las eerder al haar ‘De Effingers’, en ook die vond ik steengoed. In mijn herinnering was ik bij het lezen van dat boek vooral dankbaar voor het socialisme van de 19e en 20e eeuw. Hoe zou onze samenleving er uit hebben gezien als arbeiders toen niet hun rechten hadden opgeëist en uitgebreid?
In dit boek ligt voor mij nóg meer de nadruk op de bizarre haat en het geweld tegen joden in de Weimarrepubliek en daarna. Ik begrijp dat ‘de verdrevenen’ ook is overwogen als titel. Dat zou zeker passend geweest zijn.
Ik vind het een literair juweel van eenvoud en gewoonheid. En juist daardoor komt het zo binnen. Door de terloopsheid en alledaagsheid waarmee geweld en uitsluiting onderdeel zijn van het joodse leven van toen. Bizar is het.
Vandaag de dag helaas opnieuw actueel, al treft het in NL nu vooral andere groepen. 25 jaar haatzaaien in het post-Fortuyn tijdperk blijft niet zonder gevolgen. Sterker nog: één van die zaaiers is nu volop aan het oogsten. Verschrikkelijk.
Helaas totaal niet aan mij besteed. Het is allemaal veelbelovend: een uitgebreide geschiedenis van Berlijnse families over zo'n zestig jaar uitgesmeerd. Maar door de schrijfstijl (heette het nou montage-stijl?) komt niets binnen, loopt alles door elkaar en blijft het al met al oppervlakkig. Jammer van zo'n dikke pil, vooral van de tijd die er in gaat zitten. Ik kan me wel voorstellen dat geen uitgever dit aanvankelijk aandurfde, dit is echt wel héél erg voor de liefhebber.
Bij het lezen van het eerste hoofdstuk wist ik al dit boek niet aan mij besteed was. Maar omdat het een boek voor de boekenclub was, heb ik het boek wel uitgelezen.
Het boek volgt meerdere families door de jaren heen. En dat is normaal geen probleem als het verhaal tot een behapbaar aantal personages is beperkt. Maar in dit verhaal zijn het gewoonweg te veel families en te veel andere personages die worden gevolgd. Er zit zelfs een losse bijlage in het boek voor een overzicht van alle families en andere belangrijke personages. Dat zou al een waarschuwing moeten zijn. Later kwam ik pas achter dat ook achterin het boek een lijst met alle personages stond. Een tweede teken dat zelfs de uitgever wel wist dat de hoeveelheid personages te veel is. Tijdens het boek worden te veel personages geïntroduceerd en verdwijnen soms dan na een paar hoofdstukken weer, zonder dat voor mij duidelijk was wat nu de toegevoegde waarde van deze personages waren in het “grotere verhaal” van dit boek. En als je dan iemand wilde opzoeken achterin het boek, dan was er geen omschrijving van die persoon te vinden.
Wellicht moet dit boek de verschillende perspectieven weergeven van een bepaalde tijdgeest, maar .
Het boek leest ook niet prettig / het is niet lekker geschreven. Het waren vaak pagina’s vol gortdroge filosofische discussies tussen personages of eindeloze (feitelijke) opsommingen van gebeurtenissen in de geschiedenis. Achter sommige woorden of zinnen staat een zelfs asterisk om vervolgens onderaan de pagina meer context te geven. Ik heb het hierboven ook over een boek, want een verhaal kun je het niet echt noemen. De paar keren dat ik eindelijk in het boek zat omdat er eindelijk een keer een goed lopende dialoog tussen een paar personages was, werd dit vaak weer onderbroken door zo’n geschiedenisles of saaie discussie. Daarnaast sprongen paragrafen binnen een hoofdstuk nogal van de hak op de tak waardoor het ook niet lekker verder las.
Het boek wordt naar het einde wel wat beter, maar als nog was dit toch echt wel een doorbijtertje.
„Der Bürger erlebte den Zusammenbruch seiner Ideale, Besitz und Bildung, und fand im Felde seinen Kameraden, den Arbeiter. Das Nationale löste sich aus seiner Verflechtung mit dem Kapitalismus, der Sozialismus entschied sich für die nationale Idee.“ (Zitat Seite 346)
Inhalt Sie treffen einander zum Damentee, die Frauen der jüdischen Familien, die im Zentrum dieses Generationenromans stehen. Ende der 1890 Jahre sind dies die Gastgeberin Franziska Stern, geborene Kollmann, Roserl, die Frau von Amtsrichter Julius Mayer, Sabine Gutmann, die Schwester des Amtsrichters, Adelina Markus, die Frau des Fabrikanten Manfred Markus. Immer wieder treffen sie einander in diesen Jahren, später sind es ihre Kinder und Enkelkinder. Ihre Schicksale und Beziehungen verbinden sich mit weiteren Familien und Personen, mit der reichen Familie Jacoby und der Bankiersfamilie Beer, aber auch mit der Familie v. Rumke, die zur militärischen deutschen Oberschicht gehört, und mit überzeugten Kommunisten, Künstlern und Journalisten. Am 30. Januar 1933 treffen sie alle nochmals bei einer Wohnungseinweihungsfeier zusammen, dann trennen sich ihre Wege. Mehr als zwanzig Jahre später besucht Grete Jacoby, geborene Mayer, die nun in London lebt, die früheren Freunde und Bekannten in New York, nun ein sehr kleiner Kreis von Menschen, die überlebt haben. „ … und langsam würde dieser Kinderkreis von fünf Menschen aufhören.“ (Zitat Seite 558)
Thema und Genre Dieser Generationenroman ist ein authentisches Zeitbild der Geschichte Deutschlands zwischen 1890 und den fünfziger Jahren, erzählt durch das Leben und Schicksal der Menschen, die damals gelebt haben.
Charaktere Es sind die Personen mit ihren Eigenheiten, ihrer Zugehörigkeit, ihrer Erziehung, Tradition, Gefühlen, Träumen und Schicksalen, deren Geschichte erzählt wird, ihr Alltag in diesen für immer die Geschichte prägenden Jahren Deutschlands. Eine der wichtigsten Romanfiguren, Grete Jacoby, ist autobiografisch geprägt.
Handlung und Schreibstil Die Handlung ist in fünf Abschnitte eingeteilt, die der Chronologie der geschichtlichen Abläufe entsprechen: Kaiserreich, Krieg, Weimarer Republik, Drittes Reich, Nachkrieg. Die Ereignisse werden nicht erzählt, sondern in langen Gesprächen zwischen den vielen unterschiedlichen Personen der Handlung geschildert. Ergänzt werden diese politischen, gesellschaftskritischen und tagesaktuellen Dialoge durch ausführliche Beschreibungen des Lebensumfeldes, des alltäglichen Lebens der verschiedenen Gesellschaftsschichten in einer Zeit der Kriege, politischen Umstürze, der Wohnungsnot, der Arbeitslosigkeit, des Hungers, der Verfolgung. Hilfreich ist die Aufstellung aller Personen als entnehmbare Liste in Form eines Lesezeichens, denn es sind insgesamt über siebzig Personen, die einander bei unterschiedlichen Ereignissen treffen bzw. familiär verbunden sind. Die Sprache der auktorialen Erzählform entspricht der Zeit, in der dieser Roman geschrieben wurde. Verlegt wurde nun die ursprüngliche, ungekürzte Fassung, wodurch der Text mit den langen Dialogen und sich wiederholenden Schilderungen der persönlichen Lebens- und Wohnumstände manchmal etwas langatmig wirkt. Andererseits ergibt sich gerade daraus ein lebendiges Bild dieser Zeit, lässt uns nachempfinden, wie es damals eben war.
Fazit Dieses Buch ist ein umfassendes Zeitbild, geschrieben als Generationenroman, in dessen Mittelpunkt Menschen aus unterschiedlichen Gesellschaftsschichten stehen und ihr Leben in Deutschland in den Jahren zwischen dem Ende des 19. Jahrhunderts bis zur Mitte des 20. Jahrhunderts.
After ‘Effingers’, Gabrielle Tergit presents another impressive account, chronicling the story of the Jewish community in Germany from the late 19th century until after WW2. Drawing from her own family history, Tergit introduces over seventy characters in this Generationenroman, sometimes posing a challenge for readers to grasp their relationships. Tergit skillfully and vividly portrays even the most dreadful and painful situations, often with a touch of humor. Through this book, she aims to reveal to later generations how German Jews lived and suffered in the lead-up to and during the war. This is reflected in the book’s title: ‘So war’s eben’. RF
* * *
In de winter van 1942-1943 werd ook Sabine opgehaald. Ze was nog magerder dan ze altijd al was en had meerdere kledinglagen aangetrokken, alles van wol en daaroverheen een jas van rubber en dan nog een winterjas. Ze werd opgehaald met een verhuiswagen, waarin aan beide kanten lange banken stonden.
De chauffeur reed de hele tijd verkeerd en riep naar achteren: ‘Ik ben hier vreemd, kunt u mij de weg niet wijzen?’ Een stokoude man zei tot ieders ontzetting: ‘Wij zijn allemaal tot vreemdelingen verklaard. U moet u maar in uw eentje zien te redden.’
Sabine was opgelucht toen ze bij het voormalige bejaardentehuis in de Große Hamburgerstraße aankwamen, want de Joden wisten al dal je van de Große Hamburgerstraße naar Theresienstadt werd gebracht maar van de Levetzowstraße ging je naar Polen. (p 470)
Dit boek heb ik nog niet uitgelezen, maar toch 4 of 4.5 sterren. Het is erg goed geschreven. Veel tijdloze en universele waarheden in dit lijvige boek wat zich vooral afspeelt in Berlijn en het wel en wee van een grote hoeveelheid personen (veelal, maar niet allemaal, joodse en gegoede burgers) in een aantal decennia voorafgaand aan wo2 en daarna schetst. Je krijgt een goed beeld van het leven in die tijden, tegen de achtergrond van wo1, de republiek van Weimar, de opkomst van het nazisme, de hyperinflatie etcetera. Goed geschreven zoals gezegd, maar waarom toch niet uitgelezen? Ik kon de concentratie niet opbrengen. Het duizelde van de personages en scènes. De onderlinge verhoudingen waren mij niet altijd helder en het boek zou gebaat zijn bij een stamboom voorin. De opsomming van alle namen achterin vond ik niet erg veel duidelijk maken. Erg veel scènes dus ook, langer en korter en naar mijn idee soms van de hak op de tak. Hierdoor en door de schrijfstijl had ik meer het idee een tijdschrift met artikelen te lezen dan een roman. Maar ik ga het boek zeker eens uitlezen, want het is een belangrijk en groot boek. Alleen op dit moment te groot voor mij.
Er is door mij al veel over dit boek gezegd en het meeste niet bijster positief. Het boek was eigenlijk onnavolgbaar geschreven en geen touw aan vast te knopen. Sommige hoofdstukken waren wel interessant, maar het wisselde dan al snel weer af met een saai stuk. Niet het beste boek van de boekenclub, maar zonder die stok achter de deur had ik het boek waarschijnlijk al na 50 pagina's weggelegd. Dus in dat opzichte goed dat die gekozen is ;-)!
Familienroman - verwoben in das Zeitgeschehen von Kaiserzeit, über Weimarer Republik bis zur Nazizeit - erzählt das Schicksal und die Weltsicht von Bürgerlichen, Konservativen, Kommunisten, jüdischen Mitbürgern. Die Struktur ist manchmal sprunghaft und die Charaktere erschließen sich dann erst in der Zusammensicht vieler Puzzlestücke
De periode voor en tussen de wereldoorlogen van de 20e eeuw blijven interessant. Gabriele Tergit beschrijft de periode 1898 tot en met 1950 vanuit het perspectief van enkele, vooral joodse families. Het is dus een familie epos. Zeker traumatisch, maar zeker ook vanuit een haast nuchter realisme. De titel van het boek wijst hier ook op. Een lezenswaardig verhaal.
Sollte Schullektüre sein, in Deutsch und Geschichte. Wie sie so plastisch und drastisch über die Zeit erzählt, mit ganzen Charakterisierungen in Dialogen, das ist atemberaubend. Die Nackriegszeit ist der gut punch, gerade weil ihre Sprache so unsentimental ist.