Hongerig uitgelezen, ouderwets hongerig zoals ik deed als kind. Ik wil deze persoon beter leren kennen, horen wat zij uitspreekt en wat anderen niet eens durven denken. Lezen hoe ze haar moeder ontrafelt en tactieken bedenkt hoe ze met haar om kan gaan, soms met meer, soms met minder succes. En haar stukken over gevoelens van jaloezie en miskend zijn. Zoals in dit fragment: ‘Fijn dat ik een dag eerder mag komen eten. Ik hoor je al jaren over de eetclub, en dan word ik meteen zenuwachtig omdat ik denk dat andere mensen wel bij jullie mogen komen eten en ik niet. Dat ik alleen even tussendoor mag. Dat er iets ráárs met mij aan de hand is, waardoor ik niet voor gewóne dingen wordt gevraagd. Wat de gewone dingen zijn, weet ik niet precies want die zijn er alleen als ik er niet bij ben, zoals je begrijpt.’ Ergens anders nog zo'n fragment: ‘Wij kregen altijd te horen hoe bevoorrecht we waren, in tegenstelling tot allerlei zielige kinderen die uit werken gestuurd werden, maar mij leek het leven in vroeger tijden veel prettiger. Het had allemaal zoiets overzichtelijks: meisjes die een dienstje hadden bij rijke Amsterdamse gezinnen bijvoorbeeld. Vroeg op, fris schort voor, koper poetsen, alles op vaste tijden en een fijn kamertje op zolder. Als je niks verkeerd deed, kon er niks fout gaan.
Alles wat ik hoorde en las over kinderen in vroeger tijden of andere landen leek me beter en echter dan mijn eigen leven.
Ik had niet het gevoel dat ik een kind was. Ik had niet het gevoel dat ik een jeugd had, het enige wat ik ervan merkte was dat er nooit naar mij geluisterd werd en ik behandeld werd als een halve debiel.’
(...)
‘Ik wist zeker dat iedereen beter af was dan ik. Misschien ook, bedenk ik me nu, omdat degene die beschreven wordt altijd de hoofdpersoon is, altijd gezien wordt, medelijden krijgt, aandacht, en ik eraan kapot ging dat ik nooit aandacht kreeg, dat nooit eens iemand naar me keek.
Terugkijkend denk ik dat ik nooit medelijden heb kunnen hebben met iets anders dan de onbegrepen eenling. Zelfs al word je gevankelijk afgevoerd - als je nou maar niet alleen bent, als er nou maar iemand is die aan je dénkt, nou, daar zou ik graag voor hebben gecrepeerd in de gevangenis. Mijn gevangenis was onzichtbaar. Ik denk dat ik altijd wilde schrijven om hem zichtbaar te maken.’