In ‘Aphonismen’ onthult Willem Schinkel op indringende wijze de redenen achter zijn keuze om geen mobiele telefoon te bezitten. Deze notities en aforismen, die hij liever ‘aphonismen’ noemt, bieden een scherpzinnige kijk op de invloed van mobiele telecommunicatie op ons leven. Schinkel observeert de dwingende werking van deze infrastructuur en reflecteert op de geschiedenis van telecommunicatie. Dit boek werpt licht op de absurditeit van elektronische communicatiesystemen en laat zien hoe deze ons leven ingrijpend hebben veranderd. Een prikkelende verkenning van de digitale samenleving.
Willem Schinkel is socioloog en filosoof, en hoogleraar sociale theorie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij schreef recent o.a. Politieke stenogrammen. De hamsteraar en Pandemocatie. En, met Rogier van Reekum, Theorie van de kraal
Willem Schinkel doet met dit boekje wat ik zelf al jaren doe - zij het veel minder diepgravend, onderbouwd en filosofisch, nl.: reflecteren over een bestaan zonder smartphone (*). Daarmee ben ik natuurlijk niet de ideale lezer voor Schinkels schrijnende vaststellingen en gedachten. Ik sta immers aan zijn kant en ervaar precies dezelfde vervreemding en uitsluiting als hij. Zoveel is herkenbaar en ik deel met hem vooral het beangstigende van de grote vanzelfsprekendheid waarmee mensen de mobiele telefonie al van bij het begin omarmden. Net als hij behoor ik intussen tot de 1% die er geen gebruik van maakt.
Dat stadium zijn we intussen al lang voorbij. Ik was nooit een gsm-hater, dacht altijd dat er wel een dag zou komen dat ik er ook een nodig zou hebben, maar die dag kwam tot op heden niet. Door de jaren en door wat ik rondom mij zie aan schermverslavingen en aan neurotische tics verwante, constante omgang met mobiele telefoons, ben ik steeds minder geneigd ooit overstag te gaan, niettegenstaande de toenemende ongemakken (ook door Schinkel uitgebreid in zijn heerlijke aphonismen beschreven) die mijn weigering met zich meebrengt: QR-codes in cafés en restaurants, inlogprocedures voor school- en bankzaken ...
Willem Schinkel graaft gelukkig dieper dan de ongemakken en de schrijnend surrealistische, niet zelden ook hilarische observaties van zijn glazenwassende medemens (swipen en scrollen noemt hij steevast 'glazenwassen'). Hij hakt daarbij vaak en graag in op de big data achter alle digitale telecommunicatieve infrastructuur. Op Elon Musk & co. Hoe zij met onze vrijwillig gedeelde gegevens aan de haal kunnen gaan zonder dat wij daar graten inzien. Hoe zij een zelfbedruipend (koloniaal) systeem in handen hebben met smartphonegebruikers als gratis werknemers die hen in staat stellen dat systeem te handhaven en in hun (kapitalistische) voordeel te verstevigen.
Schinkel noemt mensen die in het openbaar op hun smartphone zitten 'afwezen', een term die hij ook als werkwoord gebruikt. Verder kwam ik te weten dat er meer bacteriën op zo'n schermpje zitten dan op een doorsnee toiletbril. Ook met zulke tussendoortjes en variaties daarop weet Schinkel zijn stevige portie aphonismen onderhoudend én boeiend te houden. Toch moet je ze mondjesmaat lezen. Ze zijn niet geschreven om snel en oppervlakkig doorheen te scrollen; ze vragen wel wat denk- en leeswerk. De vraag blijft natuurlijk: bereikt hij met deze schreeuw in de woestijn zijn beoogde doelgroep en hoe onverschillig en/of meewarig zullen die lezers uit de 99% erop reageren?
Als afsluiter selecteerde ik een van de vele door mij aangestipte aphonismen: 'Het is tegenwoordig onmogelijk om zonder mobiele telefoon te leven, want ze zijn overal, maar het is niet onmogelijk te leven zonder er zélf een te hebben - dat is een maximaal aphonaal leven.Niet te voorkomen is dat je leven mede gevormd wordt door de permanente modulatie van aandacht en de kalibratie van bewegingen en beelden die plaatsvindt omdat iedereen om je heen - mensen en robots - ingelogd en glazenwassen leeft. Maar iedereen die doet alsof je niet kunt leven zonder zelf een zwart extractiekastje mee te dragen, geeft blijk van een desastreus verlies van de verbeelding van andere manieren om te leven.'
(*) Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat wanneer ik voor langere tijd alleen op weg ben, ik een oude Nokia-gsm bij me heb en die dan wel eens, maar uiterst zelden, gebruik.
Een feest der herkenning, deze ´aphonismen´. Hier een paar citaten uit het boek. Om te beginnen de openingszin:
´Ontelbaar zijn de momenten waarop ik moet vertellen dat ik geen mobiele telefoon heb. Even ontelbaar zijn de onmiddellijk daarop volgende momenten waarop me gevraagd wordt waarom dan niet.´
En verder:
´De smartphone is een oplossing voor het probleem dat je hebt als iedereen om je heen een smartphone heeft.´
´Mijn term voor wat mensen doen als ze druk met hun glazen schermpje in de weer zijn: glazenwassen.´
´Ik ben in Amsterdam voor filmopnames van een hiphopartiest. De zanger van een antikapitalistische punkband is erbij en vraagt, als hij hoort dat ik geen mobiele telefoon heb: ´Maar hoe vind jij dan de weg?´ Hij denkt wellicht dat iedereen voor 2007 (introductie van de iPhone) de weg kwijt was. Meer nog: hij denkt dat het hebben van een telefoon zou betekenen dat je de weg niet kwijt bent.´
´Waar mensen aan kunnen wennen, en hoe snel! Wie weet nog hoe velen keken naar de yuppen die als eersten met mobiele telefoons rondliepen? Twintig jaar later onderhoudt iedereen zijn intiemste contacten met behulp van het ding, en is men oprecht verbaasd / gechoqueerd / geïrriteerd (omcirkelen wat van toepassing is) door het feit dat er nog mensen zijn die niet meedoen.´
En Willem Schinkel citeert Kurt Tucholsky (1890-1935): ´Het is een feit dat de Berlijners, op welke plaats je ze ook alleen laat, eerst een tijdje nadenkend naar de grond zitten staren en dan plotseling als door een tarantella gestoken opspringen, onder de uitroep: ´Waar kan ik hier ergens telefoneren?´ Als er geen Berlijners waren, zou de telefoon ze hebben uitgevonden. Ze zijn er willoos aan overgeleverd.´
“Het idee dat de mobiele telefoon efficientiewinst op zou leveren, rekent geheel buiten de metronoomfunctie van de telefoon. Zodra dingen sneller kunnen, worden ze verwacht sneller te gaan, en gaat alles ook daadwerkelijk sneller en heeft niemand tijd over door de vermeende ‘efficiëntiewinst’. Althans onder kapitalistische condities geldt: het ene efficiënter kunnen doen, vertaalt zich op termijn altijd in grotere beschikbaarheid voor het andere. En dat andere is natuurlijk negen van de tien keer meer van hetzelfde” p92
Absoluut onuitstaanbaar zelfingenomen geleuter. De pretentieuze veroordeling van de medemens maakt dat ik er gewoon chagrijnig van word om deze aphonismen te lezen. Ik heb zeker interesse in de gedachten van Schinkel en begrip voor zijn keuze zonder telefoon te leven. Ik zou het zelf ook een interessante optie vinden. Maar, het is zo ontstellend zonde dat een interessant onderwerp zo vervelend wordt gemaakt door de toon van de auteur. Het is niet nodig om zo ontzettend neerbuigend te spreken over mensen wie een telefoon gebruiken.
Weigeren Wat geldt voor liberaal kapitalisme geldt ook voor de technologische infrastructuren daarvan: het minimale wat je kunt doen, is weigeren in te gaan op de eis het allemaal goed te vinden, 'normaal', het best mogelijke. Weigeren te accorderen dat het allemaal ook uit jouw naam en met jouw goedkeuring gebeurt. We zijn vaak veel te snel verleid antwoord te geven op de vraag wat dan het alternatief is – een vraag die op absurd abstractieniveau gekalibreerd is, precies om hem onschadelijk te maken. Simpelweg weigeren ideologisch akkoord te gaan, weigeren ook maar iets ervan te vieren, te verdedigen, of zelfs maar te verklaren dat het de moeite van het verdedigen waard is, is niet alleen een bevrijdende ervaring, het is ook verre van gratuit, precies omdat de stropdasmannetjes van de orde – ook als ze coltruitjes of hoodies dragen – graag de moeite nemen te zeggen dat het gratuit is hun orde af te keuren zonder een alternatieve maatschappij op de plank te hebben liggen. Het echte probleem dat ze ermee hebben, is ook niet dat het gratuit is, maar dat het gratis is. Het wijst op de mogelijkheid die we zonder kosten hebben om niet langer ideologisch geïnvesteerd te zijn in de orde. Dat verandert op zich nog niets, maar het verwijdert wel de ideologische sluiers – Democratie! Participatie! Gelijkheid! – die liggen over wat voortaan meer expliciet als geweld zal moeten verschijnen.
Verder: Typisch wel weer dat deze man kan functioneren zonder telefoon in onze hedendaagse maatschappij bij gratie van het smartphonegebruik van zijn vrouw; zij heeft de creditcard authorisatie app, zij zit in de app groep van het voetbalteam van zoon, zij maakt de afspraak met de dakdekker die alleen klanten aanneemt met een mobiel nummer, etc. Doet me denken aan het boek van Wendell Berry over waarom hij geen computer gaat kopen: dat kan hij ook alleen doen omdat iemand anders zijn handgeschreven schrijfwerk uittypt, in zijn geval ook zijn vrouw.
Sommige stukjes 5 , andere 3 , over de vreemde ( opgedrongen) gewoonte (verslaving) van smartphone gebruikers , het boek moest wel niet langer zijn er kwam al wat herhaling in voor , niet tegenstaande dat er ook rake observatie elementen in staken , De schrijver die geen gebruik wenst te maken van een smartphone, beschrijft hoe smartphone gebruik op best wel intelligente manier opgedrongen wordt , Jammer dat er niet meer hoofdstukken waren over de psychologische drijfveren die dat gebruik aanmoedigen , persoonlijk vind ik dat er voor en nadelen gebonden zijn , met oplichting, verslaving, opdringen als grootste nadelen, bereikbaarheid, allerhande informatie als voordelen , .. het boek is gevuld met nadelen over smartphone gebruik , waarbij er sommige toch wel tot nadenken stemmen , bv geen privacy, hoeveel mensen ( en wie (boven) wie ) er (kunnen ) mee kijken , meeluisteren , meelezen , is toch wat in geheimzinnigheid gehuld Het soms opdringerige verkoopmodel , berichten over en weer ,waar men geen informatie in vind die men in een gesprek van 2 minuten gemakkelijk wel vind , maximaliseren van winst profijt ten koste van veel , ( verkoopmodel herhaling) Om alle zonden toe te schrijven aan de smartphone is dan mss wel overdreven, ik meen me te herinneren uit vorig gelezen boeken dat er veel leed veroorzaakt werd in Rwanda …en dat daar dan meer radiosignalen een hulpbron waren , …sapiens is gewoonweg goed in anderen de duvel aan te doen met of zonder smartphone, signalen of wat dan ook , … Een boek vanuit de zijlijn bekeken smartphone gedrag ( met nadruk op de negatieve zaken ) 4 sterren soms raak , soms herhalend vermoeiend, stemt wel tot nadenken
Een goede vriend die hier ook wat in gelezen had, vond het 'old man yells at cloud'-gehalte wel erg hoog.
Dat snap ik heel goed, maar toch ben ik fan. Soms denk ik, het was leuk geweest om een wat klassieker opgebouwd argumentatief boek van Schinkel's hand te lezen over dit onderwerp.
Maar desalniettemin zit hier ontzettend veel in, worden er aan de hand van de telecommunicatieve infrastructuur zoveel maatschappelijke en culturele patronen blootgelegd.
De normale, alledaagse wereld kunnen zien voor hoe raar die eigenlijk is, is het soort superkracht dat zelden gelukkig maakt. En Willem slaagt er wat mij betreft, zoals het een etnograaf betaamd, heel goed in de complete absurditeit van ons dagelijks leven aan het voetlicht te brengen.