Een aangrijpende bundel met persoonlijke verhalen over de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog voor latere generaties; verschijnt ter gelegenheid van 80 jaar vrijheid
‘Na de oorlog laat indringend zien hoe ouders hun trauma’s op kinderen overdragen. Een roerende bundel. De verhalen vangen de lezer van begin tot eind. De veerkracht van het tiental kinderen en kleinkinderen van vervolgde Joden en verzetsmensen is bewonderenswaardig. Het boek geeft een indringend beeld van de wijze waarop ze stuk voor stuk het zwijgen over het ondergane leed hebben doorbroken.’ Trouw
‘In deze indrukwekkende getuigenissen wordt dat zwijgen terecht doorbroken.’ VPRO Gids
‘Hartverscheurend. Goldschmidt laat zien hoezeer de Tweede Wereldoorlog nog altijd een schaduw over het leven van kinderen en kleinkinderen van overlevenden werpt. Wie deze persoonlijke verhalen leest, kan niet anders dan opnieuw worden geraakt door de absurditeit en de gruwelijkheden waaraan mensen in oorlogstijd worden blootgesteld.’**** NRC
De tien persoonlijke verhalen in deze bundel geven de indringende belevenissen weer van mensen die bedreigd werden door uitsluiting, vervolging en moord in oorlogstijd. Ze laten zien hoe die ervaringen tot op de dag van vandaag doorwerken in de levens van hun kinderen en kleinkinderen. Vaak zijn de verhalen een overwinning op het zwijgen waarmee de kinderen van overlevenden opgroeiden, en wordt invoelbaar hoe naoorlogse generaties last kunnen hebben van een oorlog die ze niet zelf meemaakten.
Saskia Goldschmidt tekent, naast haar eigen verhaal, het verhaal op van Job Cohen, Alfred Edelstein, Naomi Ehrlich, David Goudsmit, Simone Haller, Gerrit Jan Weiler, Milja Willemse, Stanley Winnik en Daniella Zwaaf.
‘Als ik met mijn moeder door de Beethovenstraat liep wees ze voortdurend huizen en winkels aan; de mensen uit die winkel waren fout geweest, daar had een NSB’er gewoond, en daar had een Joods gezin ondergedoken gezeten dat uiteindelijk verraden was. Zo tekende ze in de stad een plattegrond van verraad voor me uit, een wereld vol gevaar met mensen die niet deugden.’ David Goudsmit
‘Als kind voelde ik dat er boven onze familie een wolk van verdriet hing. Op dagen dat een van haar vermoorde kinderen of kleinkinderen had moeten verjaren, leek er bij mijn oma een sluis open te gaan. Ze snoof, haar blik was donker. Maar op veel compassie kon ze niet rekenen. Op dergelijke momenten snauwden mijn tantes haar “Sta toch niet zo te janken! Dan had je zelf in die trein moeten stappen.’’ Dan verstijfde ik; ik wist niet waar ik kijken moest.’ Simone Haller
‘Op een dag interviewde mijn nog jonge zoon Jaap mijn ouders en vroeg naar hun oorlogservaringen. Ze lieten hem de Jodensterren zien die ze destijds hadden moeten dragen. Jaap vroeg of hij ze op school mocht laten zien. Mijn vader “Ja hoor, neem ze maar mee. Wij hebben ze niet meer nodig.” Deze opmerking tekent de manier waarop bij ons thuis over de oorlog werd gesproken.’ Job Cohen
Saskia Goldschmidt (Amsterdam, 1954) worked as a youth theatre producer and trainer of hospital staff and debuted in 2009 with Verplicht gelukkig (Compulsory Happiness), an autobiographical non-fiction book about growing up in the shadow of the Holocaust. The success of her debut and the discovery of documents about the rise of the pharmaceutical giant Organon (producers of the contraceptive pill), prompted her to write this novel. The Hormone Factory was an instant success in the Netherlands and rights have already been sold to Germany, Israel and the United States.
“Als kind voelde ik dat er boven onze familie een wolk van verdriet hing. Op dagen dat een van haar vermoorde kinderen of kleinkinderen had moeten verjaren, leek er bij mijn oma een sluis open te gaan. Ze snoof, haar blik was donker. Maar op veel compassie kon ze niet rekenen. Op dergelijke momenten snauwden mijn tantes haar toe: “Sta toch niet zo te janken! Dan had je zelf in die trein moeten stappen.’’ Dan verstijfde ik; ik wist niet waar ik kijken moest.”
Uit: ‘Na de oorlog’ van Saskia Goldschmidt (uit het verhaal van Simone Haller)
De Tweede Wereldoorlog eindigde in 1945, maar bijna tachtig jaar later blijkt dat de gebeurtenissen van toen, tot op de dag van vandaag gevolgen hebben voor mensen die pas ná 1945 zijn geboren.
‘Na de oorlog’ bevat tien persoonlijke verhalen waarin niet alleen de ervaringen van familieleden in oorlogstijd zijn weergegeven, maar ook de gevolgen voor kinderen en kleinkinderen na de oorlog. Veelal zwegen mensen over wat ze hadden meegemaakt, maar door dat zwijgen kon een last worden gelegd op de naoorlogse generatie. In dit boek wordt het zwijgen doorbroken, en dat levert bijzondere verhalen op.
Het is knap dat in tien verhalen over oorlogservaringen in Nederland genoeg variatie zit om een boeiend boek te schrijven. De Jodenvervolging komt het meeste aan bod, maar ook daarbij zijn de ervaringen divers, van de gehele oorlog onderduiken, tot plaatsnemen in de Joodsche Raad en meerdere concentratiekampen overleven. Ook komen diverse verzetsdaden langs. Alleen al de ervaringen zijn uitermate boeiend om te lezen.
Er zit wel enige overlap in de feiten die worden gegeven, maar aangezien je de verhalen ook op zichzelf moet kunnen lezen is dat begrijpelijk. Naast de feiten is er vooral ruimte voor persoonlijke verhalen. Niet alleen over de oorlogstijd, maar ook juist over de tijd erna én de gevolgen die dat heeft gehad op de (klein)kinderen. Ik vond het heel interessant om te lezen wat het effect kan zijn van een bepaalde manier van omgaan met (traumatische) gebeurtenissen.
Voor mensen die geïnteresseerd zijn in de Tweede Wereldoorlog is dit boek echt een aanrader!
Hartelijk dank voor dit recensie-exemplaar @uitgeverij_meulenhoff!
Kinderen van overlevenden van de Tweede Wereldoorlog dragen het verleden van hun voorouders met zich mee. Alsof het leed van de ander in hun genen is gedrukt. Vaak wordt pas op latere leeftijd duidelijk hoe groot de invloed van wat onuitgesproken bleef in hun kindertijd is geweest en nog steeds is.
Wat onbespreekbaar was voor degenen die de Holocaust van dichtbij mee hadden gemaakt wordt in dit boek bespreekbaar gemaakt door nazaten. Het zijn tien indrukwekkende verslagen. Voor ons, in deze tijd, ook een waarschuwing of zelfs oproep om niet klakkeloos het gezag te volgen.
Er is één maar: het is een erg randstedelijk georiënteerd boek geworden, terwijl ook buiten de Randstad enorm veel joodse bewoners dezelfde gruwelen hebben meegemaakt. Neem een stad als Winschoten. Daar had ik ook wel iets over willen lezen.
Dit doet mij denken aan de ervaringen van mijn ouders, hoe ze in het keven stonden, mijn moeder, geboren in 1942, heeft dingen gezien als klein meisje. Hoe ze voor het raam moest zitten om te doen of ze wachtte op haar vader, terwijl hij in de kast verstopt zat tijdens razzia’s in amsterdam.
Maar ook mijn vader, geboren als kind van een Duitser en w in 1940. Toen ze uit Duitsland wilden vluchten naar Zwitserland en dat de trein werd aangevallen. De slachtoffers die hij daarbij zag als klein mannetje. Dat en hoe hij is behandeld na de oorlog, toen ze in Nederland terecht kwamen.
In hoeverre heeft dat weerslag op mij? Mogelijk ook wel.
Terug naar het boek: mooie verhalen , ze moeten verteld worden
Mooi en belangrijk boek. De verhalen grepen me aan en maakte dat ik een gedetailleerder beeld heb van het leven in de oorlog. Ook vond ik het perspectief van (klein)kinderen erg interessant en wat de oorlog indirect bij hen te weeg heeft gebracht