Lees Ondertussen ergens anders. Lees veertien persoonlijke verhalen over reizen. Reizen in soorten en maten, kriskras over de aardbol. Met alle vreugden en ongemakken van dien. En met leestips van de bibliotheek. Wie leest, reist.
De Boekenweekbundel van 2014 was het cadeau van de (deelnemende) bibliotheek voor haar leden. In de bundel nemen bekende Nederlandse reizigers lezers mee op reis naar hun meest dierbare reisherinnering. Ze beschreven de reiservaring die hen het meest aan het lachen maakte, het diepst ontroerde of hun kijk op het leven veranderde...
"Nooit nam hij boeken mee op reis, maar hij kwam altijd met tientallen kilo's overgewicht terug op Schiphol. Eenmaal thuis haalde hij één voor één de boeken uit zijn uitpuilende koffers en begon te lezen. Net als de tienjarige jongen in Wassenaar kon hij zich verliezen in een atlas of in verhalen over onontdekbare eilanden. Anders dan die jongen had hij de Stille Oceaan inmiddels vaak gezien, hij had daar zelfs momenten van geluk gekend, maar nooit had hij een zelfde sensatie gehad als toen hij met een hoofd vol boeken het museum in Leiden binnen stapte, 'nooit ervoer ik ter plekke dat unieke gevoel van toen: dat ik op de fiets naar Tahiti en Paaseiland was geweest.'" -p.11
"Het grote smachten naar thuis uit 'heimwee' wordt gespiegeld in Fernweh, en met dezelfde intensiteit. Het is het verlanden naar het grote onbekende, het land achter de horizon. Maar de vraag is, zeker in een tijd waarin heimwee - naar een fictief vroeg of verloren onschuld - de boventoon voert, waarom we überhaupt het verlangen naar de verte zouden voelen. Wat mij betreft hangt dat verlangen samen met de menselijke neiging om op zoek te gaan naar de eigen grenzen. Mensen hebben grenzen nodig, maar moeten daar, om ze te leren kennen, ook buiten treden. Dat maakt van reizen meer dan een vliegticket boeken. Het is meer dan verplaatsing door een reeks tijdzones. Zittend in de vliegtuigstoel zijn we nog niet op reis, ook al beweegt het toestel met een grondsnelheid van bijna duizend kilometen per uur. Pas wanneer we aankomen op de plaats van bestemming begint het eigenlijke reizen. Het andere is slechts beweging in een aluminium cocon. In het spel tussen heimwee en Fernweh zien we de essentie. We vertrekken om beter te weten waar we terugkomen. We reizen niet alleen om palmbomen en bergketens te zien, maar onszelf te kunnen ervaren in een andere omgeving en tussen andere mensen. Fernweh is het verlangen naar het grote onbekende uit nieuwsgierigheid naar het onbekende in onszelf. Meer dan fysieke verplaatsing is reizen een mentaal proces. De emotie die daarbij hoort is zo oud als de mens zelf. Goethe reisde naar Italië en vond daar de inspiratie om de grootste Duitse dichter uit de geschiedenis te worden. In zijn boek Italiaanse reis schreef hij: 'Hoewel ik nog altijd dezelfde ben, voel ik me tot in mijn botten veranderd.' Reizigers weten wat Goethe bedoelde." -p.13/14
"En, in tegenstelling tot wat je zou verwachten, dragen niet alle vrouwen hier een burqa. Kabul is redelijk progressief vergeleken bij de rest van het land, en ik zie zelfs dames op hoge hakken lopen. Overal klinkt geluid: handelaren schreeuwen hun prijzen, kippen kakelen in te kleine hokjes en uit blikkerige speakers klinkt Afghaanse popmuziek. In de schemerige kleine winkeltjes en de kleine stalletjes die ervoor staan, wordt van alles verkocht wat een gemiddelde Afghaan maar nodig kan hebben. Van geurige brokken zeep tot flessen motorolie, en van platte versgebakken broden tot kleurige traditionele Afghaanse kleding. Ik neem alles als een spons in me op en begroet de vrouwen die nieuwsgierig naar me kijken. De zenuwen over deze bestemming zijn op slag verdwenen. Ik wil Kabul zien en meemaken, in kleine restaurantjes het eten proeven en met mijn lokale gids praten over het leven van alledag." -p.23
"Droevig vertelt hij dat zijn getatoeëerde piemel alleen nog maar prostituees bezoekt. Na een lange en vermoeide draaiweek laat ik Audrey mijn schouder zien. Mijn maag borrelt weer. 'Het is zó romantisch dat je dit voor mij gedaan hebt,' zegt ze, en maakt een selfie met mijn schouder. Maar dan ziet ze de videobeelden en is ze opeens verontwaardigd over het feit dat ik me heb laten filmen. 'Heb je dit nou voor míj of voor je werk gedaan?'" -p.26
"Oude verhalen, maar haar stem werd er jonger van. Ze had het allemaal meegemaakt, staand naast de militaire radio. Ze verhuisde van buitenpost naar kazerne en ook die plaats kreeg een naam: Fort de Kock. Onneembaar. Die naam stelde haar gerust." -p.29
"Geroofd uit onze huizen. De meeste vrouwen reageerden ontzet. Op dat moment besefte ik dat we Indië moesten loslaten.' Hoelang duurde die reis?' 'Weet ik niet meer... Een nacht en een dag. We hadden geen idee waarheen.' 'Stonden er mensen langs de weg?' 'In de dorpen wel, met gebogen hoofd, ze durfden ons niet aan te kijken. Ze schaamden zich voor ons... dat we ons zo lieyen wegvoeren.' 'Nieamand verzette zich.' 'Het kwam niet bij ons op.' Ze staarde afwezig voor zich uit. 'Het was een godverlaten gebied, een open gekapt terrein in de rimboe... zo afgesneden.' 'Met prikkeldraad?' 'Nee, een houten schutting. Nieuw. Daarachter bestond de buitenwereld niet.' 'En daar binnen?' Ze steunde op haar ellebogen en liet haar hoofd zakken. Ging ik te ver? Ze verborg haar gezicht in haar handen. Een huiler was ze niet, maar haar zuchten vertelden genoeg. Toch vroeg ik door. 'Neem me mee naar je barak? Ga op je mat liggen, wat zie je dan?' Ze kneep haar ogen dicht. 'Een rat. Als je hem levend ving was hij een kwartje waard en dan moest je hem bij de kampdokteres in een teil verzuipen. Die maakte er rattenragout van voor de oedeempatiënten. Was best te eten.' Ze gromde. Rattenragout, zo hoorde ik nog eens wat. Ik wilde veel meer vragen, maar mijn moeders handen waren vuisten geworden. Waarom gunde ik haar niet haar geheimen? Laat haar met rust, zei een binnenstem. Ze heeft haar hele leven pijnlijke dingen toegedekt, weggekeken bij narigheid, gesust, geblust, uitgewist." -p.31
"Ik prikte in wonden. De pen als verlostang. Om haar te helpen. Nee, om mijzelf te helpen. Aan een goed verhaal." -p.32
"De wielen trommelden in mijn oren. Ik kreeg een trap en voelde een laars op mijn borst.' Mijn pen schoot uit. 'Het was een verre reis,' zei ze zacht. 'Maar waarheen?' 'Niemand wou me geloven.' Ik zocht haar ogen, maar ze zat in een andere tijd en weigerde me aan te kijken. 'Ik lag als een plank en probeerde aan niets te denken. Ik keek naar het wapperende doek boven mijn hoofd en ineens voelde ik hoe mijn buik zich opende en een groot gat werd. Uit dat gat vloog een grote vogel. Ik trok me op aan zijn klauwen en scheurde door het doek naar buiten. Ik kon ook vliegen. Ik vloog over het kamp en zag onder mij de schaduw van de grote vogel boven mij. We cirkelden een groet en stegen op. De bossen werden kleiner, de rivier een zilveren slang en ik zag steden krimpen, de zee, de randen van het land. Steeds hoger. Tot we op een ster landden. Ik stond voor een standbeeld zonder hoofd. Ik boog en was heel bedroefd.' Ze zweeg. Ik schreef door, gebogen over mij papier. 'Waar ging je heen?' vroeg ik hebberig, 'hoe kwam je terug?'(..) Het lukte mijn moeder niet de draad weer op te pakken. Ze viel in herhalingen, hakkelde: 'Ik hield me dood, ik hield me dood.'(..) 'Maar wat hebben ze met je gedaan? Ik heb nog honderd vragen, zo kan je me toch niet...' 'Dram niet zo,' verzuchtte ze. 'Natuurlijk kwam ik heelhuids terug. Ik leef toch nog.'
Een half jaar na haar gevleugelde reis landden de geallieerden op Sumatra en werd mijn moeder door de Britten bevrijd. Na een paar onzekere maanden vernam ze van het Rode kruis dat haar man door de japanners was onthoofd." -p.33/34/35
"Liefde en respect voor, en compassie met al wat leeft. Reizen is voor mij onbevangen je hart openen voor wie en wat je ontmoet, zonder vooroordeel. Het is een voorrecht even deel te mogen uitmaken van hún wereld, hún cultuur. Je wereldburger te voelen, echt contact te hebben, hoewel je elkaar vaak niet kunt verstaan." -p.44
"Na mijn definitieve terugkomst in Nederland duurde het overigens wel even voor ik die angst voor 'meekijken' en 'meeluisteren' had afgeschud. Want dictatuur is heel venijnig, het kruipt onder je huid, en zo maakte ik mijn geliefden en vrienden af en toe helemaal gek bij het kiezen van een tafeltje in een openbare gelegenheid. Ik moest en zou altijd het overzicht hebben over wie ons zou kunnen zien en zou kunnen meeluisteren. Ook miste ik die dingen die voor ons in Nederland zo gewoon zijn, struinen in boekwinkels, even snel een bioscoopje pakken of met mijn dochter in onze fladderige zomerjurken hard op de fiets door de duinen trappen." -p.51
"Dan haalde ik altijd in sneltreinvaart maanden van afwezigheid in. En plannen mensen in Egypte, Libanon, Dubai en Jordanië niet maanden van tevoren zoals bij ons waar je je beste vrienden over drie weken tussen 15 en 17 uur kunt verwachten. Integendeel, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat kon ik iedereen spreken, er was altijd ruim de tijd. Maar mijn basis ligt nu eenmaal in Nederland en daar moet ik voor mijn eigen zaak tegenwoordig de meeste tijd doorbrengen. Het gekke van Fernweh is dat het net als heimwee op onverwachte momenten kan toeslaan. Zo kan een vleugje geurige kruiden op een markt in Den Haag me ineens terugbrengen naar mijn straat in Cairo. Of doet een flard Arabische muziek uit een openstaand autoraam me denken aan de concerten van Fairuz in Libanon." -p.52
"Waardoor voor mij het verlangen naar thuis, maar ook het verlangen naar de verte gewoon elke dag er mogen zijn, omdat ik nu weet hoe ik er als eigentijdse reiziger mee om kan gaan." -p.53
"door te schrijven komen ze verder van je af te staan. 'Schrijven is ook "vergeten mogen",' schreeft Renate Rubenstein ooit" -p.58/59
"O'Hanlons beschrijving van de gigantische zwart-witte adelaar die meevloog boven zijn expeditieboot brengt mij weer terug bij de knalroze zoetwaterdolfijn die zomaar opdook tussen het eeuwige groen, bruin en blauw van het oerwoud. O'Hanlon krijgt er bijna tranen van ijn zijn ogen. O ja, de dolfijnen. 'Prachtdieren. De enige diersoort die zich cirkelend voortbeweegt. Heb je die zijvinnen gezien? En dan de reuzenotter, wat een schoonheid. Blub, blub blub.' Hij geeft een geslaagde imitatie van de snuivende rivierotter die opdook pal naast zijn boot. Wat je ook nooit vergeet: de opluchting na de uitzichtloosheid." -p.59
"Weer duikt hij in zijn tas en met voorzichtige handen plaatst hij drie voorwerpen op de cafétafel. Allereerst een donkere plak, glad van boven en poreus aan de onderkant. 'Mammoetbot. Dit kreeg ik gister van een Rotterdamse jongen van achttien, is het niet prachtig. Hij werkt in de haven en bij het baggeren kwam het naar boven. Ongelofelijk. Geweldig.' Dan een plastic sieradendoosje met daarin een soort witte kraal, of schelp. 'Nee, een mossel die - en nou komt het - zich uitsluitend voedt met dode walvis. Hij zuigt zich vast aan een walvislijk ergens op de bodem van de oceaan. Kijk eens wat mooi. Hoe vinden ze in godsnaam allemaal hun eigen dode walvis? Het is een wonder.' Tenslotte is daar een antiek kistje, van binnen bekleed met blauw fluweel. Ooit zat het zakhorloge van O'Hanlons grootvader erin, maar nu een buisje met daarin een pieplein visje op sterk water. Toen Boudewijn Büch O'Hanlon in 1989 bezocht voor een televisieportret, kwam hetzelfde kistje tevoorschijn. Het visje is de candiru, beruchte parasiet uit het Amazonegebied, en de grootste nachtmerrie van O'Hanlon voor zijn Zuid-Amerikaanse reis. Als een man een bad neemt in een rivier en zo onvoorzichtig is te urineren, bestaat de kans dat een lang zwemmende candiru zich razendsnel omhoog werkt door de straal urine en zich nestelt in de penis. Er is maar één remedie: amputatie. O'Hanlon toonde Büch ook de ingenieuze uitvinding die een vriend hem meegaf: een plasgordel waarin ter bescherming van de edele delen een theezeefje was aangebracht. (..)In zijn huis in Engeland heeft hij een kamer vol met schatten uit zijn kindertijd, zoals zijn verzameling vogeleieren. Hij begon met verzamelen toen een ijster, bezig met het schoonmaken van haar nest, een ei letterlijk op zijn hoofd gooide. Een geschenk uit de hemel, speciaal voor hem, een geheime boodschap uit de vogelwereld. 'Het helpt bij het schrijven om daar een tijd naar te kijken. Ze moeten in een speciale kamer staan, waar alleen jij mag komen. Moet je ook doen! Ik raad het elke schrijver aan, het is nooit te laat. Verzamel dingen die je in je kindertijd een enorm plezier gaven, voorwerpen, tekeningen, wat dan ook. Aan woorden heb je niets, veel te primitief. Als schrijver moet je afdalen in je onderbewuste en alleen voorwerpen bezitten de macht je daar te brengen. Dat is waar het allemaal om gaat. O'Hanlon houdt van praten maar ook luisteren doet hij zo gretig dat je hem meteen wilt vertellen wie je bent en waar je van droomt. Of is het de witte wijn? Ik vertel hem over mijn plannen voor een nieuw boek en eigenlijk hoop ik dat hij mij nu verklapt dat ook hij weer bezig is." -p.60/61/62
"Niets heerlijker dan schrijven, nog beter dan sex, vind je niet? Ik schreef bij voorkeur 's nachts. Overdag kan een echte man natuurlijk niet in de vrouwenhut blijven, want dan moet hij mammoeten over de klif jagen. In de nacht gingen de karakters tegen me praten en soms kon mijn pen nauwelijks bijhouden wat ze me influisterden. Ik kreeg wel eens de kritiek da ik mijn inlandse gidsen woorden in de mond zou leggen, maar zo zit het niet. Ik schrijf op wat ze zeker gezegd zouden hebben, als ze er maar aan hadden gedacht het op het juiste moment te zeggen. Dat doet elke echte schrijver. Misschien beschrikte O'Hanlons vriend en collega-schrijver Ian McEwan wel over profetische gaven, toen hij opmerkte: 'Op een dag ontdekt Redmond dat hij helemaal niet op reis hoeft te gaan om een boek te schrijven. Hij kan gewoon thuis blijven.'(..) Ik ben blij dat ik die vier boeken heb overleefd, en dan bedoel ik niet de moerassen en de slangen, maar de enorme terugslag achteraf. Mijn reizen zijn maniakaal, mijn manier van schrijven is maniakaal en wat volgt is een groot zwart gat. Na elk boek moest ik aan de lithium." -p.62
Ik had toch iets anders verwacht toen ik de beschrijving las van dit boek. Er waren wel wat reisverhalen, en ze waren ook vaak wel redelijk goed, maar toch had ik bij sommige verhalen nou niet het het reisgevoel. We hadden zelfs 1 verhaal over Indië en over een moeder van de hoofdpersoon en hoe die door verschillende kampen en ook naar Nederland heeft gereisd. Het was een interessant verhaal, daar niet van, maar ik vond het nou niet echt passen.
Verder, om nou te zeggen dat het allemaal BN-ers zijn... niet echt. Een aantal ken ik echt niet, en sommmige heb ik alleen de naam van gehoord, maar verder geen idee wat ze doen of wie ze zijn.
Maar ach, het was een gratis boekje (en wij Nederlanders houden van gratis dingen, maakt niet uit wat), en het was ook nog eens kort, dus het was niet erg. En de reisverhalen die ook echt reisverhalen waren, waren dan ook wel leuk. Vooral leuk dat er een aantal ook fotos hebben, dat geeft het verhaal toch wat meer diepte.
De leestips waren nou niet echt spannend, dus ik heb geen nieuwe boeken gevonden.