Daar sta je dan. Je baas heeft gezegd: hij heet Florijn en hij heeft nog nooit van de euro gehoord. Hij scheldt de hele wereld uit voor rotte vis en stinkt zelf naar rotte vis. Echt iemand voor jou. Met lood in de schoenen ga je erheen. Je baas heeft niets te veel gezegd. Henny was een kluizenaar omdat de wereld hem niet raakte. Zelfs niet als de wereld hem redde. Als de wereld hem redde gedroeg hij zich als een vogeltje dat door een kind is bevrijd uit de bek van een kat: het vlucht weg voor het kind, dat met bezorgde blik toekijkt hoe het zijn gebroken vleugeltje tegen de grond slaat. Timmer schetst een wegkwijnende man en zijn hond, maar schildert ook de zorg waaraan hij is overgeleverd _ tegen wil en dank _ in een virtuoze, directe stijl die ontroert én op de lachspieren werkt.
Ernst Timmer (1954) is romanschrijver. Hij debuteerde in 1989 met Het waterrad van Ribe, dat werd bekroond met het Gouden Ezelsoor. In 1993 verscheen Mallen, een bundel met de drie novellen 'Valetons verzamelwoede', 'Mallen' en 'Dwangposities'. Zijn roman De stille omgang verdiende in 1999 een Libris-nominatie, en de roman Zwarte Ogen uit 2003 stond op de longlist voor de Libris en de Ako-literatuurprijs en werd genomineerd voor de Gerard Walschap literatuurprijs van 2004.