Jump to ratings and reviews
Rate this book

Uitzicht op geluk

Rate this book
In Uitzicht op geluk biedt J.J. Voskuil een onbekende kant van zichzelf. Centraal in het boek staat de verhouding tot zijn naaste familie, als zijn vader stervende is en het huwelijk van zijn jongste broer op klappen staat. Waar in zijn andere boeken zijn familie grotendeels buiten beeld blijft, zoomt Voskuil hier genadeloos in op zijn vader, broers en schoonzusters in verhouding tot hem en Lousje. Met grote precisie portretteert hij een familie die de centrifugale krachten niet meer de baas is. Daardoor krijgt het boek bij vlagen trekken van een dynastiek epos waarin de tragiek voortdurend om de hoek wacht. Het doet daardoor denken aan Buddenbrooks van Thomas Mann.

Daar doorheen spelen de verlammende beroerte die Piet Meertens treft en vertrouwde thema's zoals Voskuils onmacht bij het leed van anderen, de dagenlange conflicten met Lousje, de verpieterende vriendschappen, de Bureau-ergernissen en zijn onvrede over de ontoereikendheid van zijn schrijven. Van de weeromstuit hunkert hij naar een overzichtelijk burgermansbestaan zonder verandering, een leven alleen waarin hij met rust wordt gelaten. Maar met zijn karakter en met Lousje aan zijn zijde zit dat er niet in. Uitgebreid beschrijft Voskuil hoe hij zich in de wc aan de stortbak gaat ophangen, een plan waar hij op het laatst om praktische redenen van afziet.

Toch zijn er voor hem momenten van voldoening en van, wat hij noemt, uitzicht op geluk, meestal onverwacht en in kleine dingen. Vooral tijdens de lange fietstochten en wandelingen door het Nederland van midden jaren zeventig herademt hij, de geregistreerde natuurvernietiging ten spijt.

858 pages, Kindle Edition

Published July 2, 2024

2 people are currently reading
24 people want to read

About the author

J.J. Voskuil

42 books60 followers
J.J. (Johan Jacob / Han) Voskuil (1926–2008) publiceerde in 1963 de 1207 pagina's tellende roman Bij nader inzien. Het boek, dat zowel een roman van een generatie als een psychologische roman is, gaat over een groep vrienden, studenten Nederlands in de periode 1946–1953, die een aantal jaren samen optrekken en in de traditie van Du Perron en Ter Braak discussiëren over leven, literatuur en politiek. Aan het eind van de roman moet de hoofdpersoon Maarten Koning, Voskuils alter ego, erkennen dat de vriendschap die er leek te zijn, niet meer dan een illusie was. Bij nader inzien werd in 1991 door Frans Weisz verfilmd voor de VPRO. De serie werd met drie gouden kalveren bekroond.

In 1996 keerden Voskuil en Maarten Koning terug in de kolossale roman Het Bureau die in totaal zeven delen telt: Meneer Beerta, Vuile handen, Plankton, Het A.P. Beerta-Instituut, En ook weemoedigheid, Afgang, De dood van Maarten Koning. De roman beschrijft het leven van Maarten Koning als medewerker van het Bureau: het Amsterdamse Instituut voor Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde. Kern van de roman is de vraag hoe mensen die dag in dag uit met elkaar moeten samenwerken zich tot elkaar verhouden.

In 2002 verscheen Requiem voor een vriend, waarin Voskuil voor het eerst zijn alter ego Maarten Koning loslaat. De hoofdpersoon van het boek is niet de schrijver zelf, maar Jan Breugelman. Het boek is een geschiedenis van een vriendschap, die haar oorsprong vindt op de middelbare school, vorm krijgt op de universiteit en in de jaren daarna steeds hechter wordt. In februari 2004 verscheen het eerste deel van de Voettochten: Terloops. Het bevat tien verslagen in dagboekvorm van wandelingen door Frankrijk. Het tweede deel, Buiten schot verscheen in 2005, en het derde en laatste deel, Gaandeweg, is in de zomer van 2006 verschenen. In maart 2007 verscheen Onder andere, een verzameling portretten en herinneringen. Voskuil overleed op 1 mei 2008 na een kort ziekbed. Postuum verschenen zijn romans Binnen de huid en De buurman en de essaybundel Ik ben ik niet, ingeleid door Detlev van Heest.

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
15 (45%)
4 stars
13 (39%)
3 stars
5 (15%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 9 of 9 reviews
Profile Image for Anne Bergsma.
324 reviews19 followers
July 14, 2024
Wat mij betreft vormen de dagboeken van J.J. Voskuil het hoogtepunt van het boekenaanbod medio jaren twintig.

Een paar willekeurige citaten uit dit vierde deel:

Ik werd te woord gestaan door een jongen met een geweldige hangsnor, in een leren jack, die waarschijnlijk in zijn vrije tijd hardboiled romans schrijft.
Idem, p. 141

Onder de douche, zo vroeg op de ochtend, wil ik het liefste alleen zijn.
Idem, p. 143

Zo'n mentaliteit onttrekt zich aan mijn voorstellingsvermogen.
Idem, p. 168

Ik verdraag niet dat mijn mensen zich encanailleren met een exemplaar van de andere soort.
Idem, p. 194

Onoprechtheid bij anderen geeft mij een kracht die alleen met die van Simson te vergelijken is.
Idem, p. 219

Dat is waarschijnlijk de kern van allen moeilijkheden. Ik mag dan alles glimlachend, bijna of helemaal karakterloos aanhoren, in mijn hart verdraag ik niet de geringste inmenging in wat ik als mijn zaken beschouw. En ik beschouw iets al heel gauw zo.
Idem, p. 377

L. heeft de indruk dat we een familiereünie bederven en dat de kinderen dat maar matig vinden. Ik heb dat geen ogenblik. Daarvoor vind ik mijn eigen gezelschap als ik eenmaal bij iemand binnen ben te belangrijk.
Idem, p. 696

Tussen de middag ga ik naar de markt. Twee canailleuze vouwen dringen zich voor. Het kan me vandaag niets schelen. […] Vanuit een grote morele hoogte kijk ik op hen neer.
Idem, p. 736
Profile Image for Hans Moerland.
570 reviews15 followers
August 23, 2024
Hoopgevend toch, die titel van het vierde deel van de dagboekuitgaven van J.J. Voskuil. Na “Capitulatie” (1955-1965) en “Martelaarschap” (1965-1974) lijkt er halverwege de jaren zeventig dan eindelijk een sprankje licht te gloren: “Uitzicht op geluk” heet de royale band waarin ook deze dagboeken, van juni 1974 tot en met september 1976, zijn gepubliceerd. Een titel die in elk geval van toepassing is op de lezer die zich in de handen wrijft omdat hij, na enige vertraging bij het verschijnen van dit deel, eindelijk kennis kan gaan nemen van de verdere ontwikkelingen in het leven van het echtpaar Voskuil.
Hij is wel toe aan een beetje geluk, de dagboekschrijver, met betrekking tot wie ik op basis van “Martelaarschap” nog concludeerde dat hij op een aantal fronten zeer forse problemen en ongenoegens ervoer – op contactueel en relationeel, op emotioneel en toch ook wel op fysiek gebied. En die een en ander zelf soms samenvatte onder de noemer ‘rotleven’. Mag nu de titel van deze nieuwe dagboekuitgave in die zin worden geïnterpreteerd dat zulk een kwalificatie intussen minder van toepassing is dan in voorgaande jaren? Dat er althans in sommige opzichten sprake van is dat ze zich minder sterk zullen gaan manifesteren, Voskuils problemen met andere mensen? Zijn angsten, zijn wantrouwen, zijn gevoelens van onveiligheid, zijn spanningen, zijn slapeloosheid, zijn telkens weer terugkerende hoofdpijn? Of blijkt dan tenminste uit de dagboeken 1974-1976 dat factoren die aan al die ellende ten grondslag zouden (kunnen) liggen zich minder doen gelden, of dat hij er beter mee kan omgaan, dat ze allengs wat beheersbaarder, wat hanteerbaarder zijn geworden voor hem? Is het werk op Het Bureau in enigerlei opzicht anders geworden, iets minder onplezierig? Zijn de contactuele vermogens van de schrijver wat toegenomen, of zijn handelend vermogen (waar het om fietsen gaat blijkt dat trouwens hoe dan ook steeds indrukwekkender te worden…)? Slaagt hij er beter in zijn ruzieachtige Lousje in de hand te houden, of zijn (eigenlijk: hun beider) behoefte aan alcoholica?
Gelukkig niet, mag men als lezer welhaast concluderen. Op vele punten biedt deze nieuwste dagboekuitgave namelijk méér van hetzelfde, meer van hetzelfde als waarvan althans deze lezer en zijn vrouw al zo intens hebben kunnen genieten in met name “Capitulatie” en “Martelaarschap”. Persoonlijke contacten verlopen nog altijd even stroef, geforceerd, worden nog evenzeer als bedreigend ervaren. In voorkomende gevallen worden ze ook geïnterpreteerd in termen van strijd of gevecht, met inbegrip van een nederlaag als mogelijke afloop daarvan. Ruzie maken zegt hij niet te kunnen, de dagboekschrijver – de reguliere confrontaties met Lousje leiden er nogal eens toe dat hij de echtelijke woning verlaat. Keer op keer getuigt hij weer van zijn eigen onzekerheid, en hij schroomt evenmin zichzelf bij tijd en wijle te betichten van karakterloosheid en lafheid. “Ik wil aardig gevonden worden, maar zodra iemand mij aardig vindt, voel ik me nog niet veilig” (p. 610). Alleen in volstrekte eenzaamheid zou het leven draaglijk zijn voor hem (p. 474), voor hem als de man ‘die zijn hele leven verraden wordt’ (p. 422). Immers: “Als fatsoenlijk mens kun je de zaken niet zwart genoeg zien” (p. 407).
Persoonlijke verantwoordelijkheden wegen voor Voskuil zwaarder dan wetenschappelijke verantwoordelijkheden (p. 371), en ofschoon hij aan die laatste toch ook behoorlijk zwaar tilt valt er, afgezien van zijn inzet en plichtsbetrachting, op zijn onderzoek ten behoeve van het gehate Bureau soms wel het een en ander aan te merken. Zo zijn er, wanneer hij in het kader van veldwerk boeren interviewt, enkelen onder hen met betrekking tot wie hij weet te melden dat ze ongetwijfeld fout c.q. NSB’er zijn geweest in de oorlog, aannames die in feite nergens op gebaseerd blijken te zijn.
Zijn naaste medewerkers op Het Bureau, Jaap Baarspul en Ton Dekker, worden –anders dan in eerdere delen van de dagboekuitgaven het geval was– langzamerhand in sterk negatieve zin gekarakteriseerd. Aan Dekker stoort hij zich vanwege diens ongebreidelde verzuim op het werk –“Ton was weer ziek. Hij moet hoesten” (p. 410), en anders blijft-ie wel thuis omdat hij ‘een warm hoofd’ heeft of dreigt te krijgen–, en met betrekking tot Baarspul, die continu problemen maakt over de door hem te verrichten werkzaamheden en daar telkenmale onvermoeibaar, urenlang op terugkomt, constateert hij: “Er is iets grondig mis met deze jongeman” (eveneens op p. 410). Veel explicieter dan voorheen laat Voskuil zich trouwens ook uit over zijn groeiende afkeer van Frida Vogels, wat diverse vermakelijke passages oplevert over de pogingen die Lousje en hij ondernemen om de contacten met hun voormalige huisvriendin zoveel mogelijk af te houden en haar als het even kan te ontlopen (zie onder meer pp. 434-435).
Zulke ontwikkelingen kunnen worden opgevat als nuances in standen en gangen van zaken die de lezers van Voskuils eerdere dagboeken vertrouwd zullen zijn. Ook voor wat betreft zijn fysieke malheur is er weinig nieuws onder de zon, met inbegrip van het overvloedige alcoholgebruik dat zich daarbij zal hebben doen gelden. Nieuw daarentegen is de ruime aandacht die midden jaren zeventig uitgaat naar andermans gezondheidsperikelen en naar relationele problemen binnen de familie en in Voskuils naaste omgeving. Schoonmoeders dementie neemt steeds ernstiger vormen aan, en zijn eigen vader –Klaas Voskuil, voormalig hoofdredacteur van Het Vrije Volk en politiek commentator bij de VARA, en in het verlengde daarvan door de schrijver getypeerd als een ‘rechtse socialist’ (p. 383)– wordt zo ziek dat hij begin 1975 komt te overlijden. Het huwelijk van broer Jan begint ernstige scheuren te vertonen. Piet Meertens –oprichter en tot 1965 directeur van de Bureaus voor Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde en in die hoedanigheid Voskuils voormalige chef– krijgt een beroerte en komt in revalidatie- en verzorgingstehuis terecht.
Op zich is dit natuurlijk allemaal erg triest, maar de lezer van “Uitzicht op geluk” is er zonder meer bij gebaat. Hoewel dit recentste deel van de dagboekuitgaven over ‘t geheel genomen een wat minder anekdotisch gehalte kent dan de voorgaande delen, gaat Voskuil vol op het orgel in zijn notities over alle zorgen die men bij een en ander ervaart en, vooral, alle irritaties en wrijvingen die zulks teweegbrengt in de familieverhoudingen (en, uiteraard, die met Lousje) – met name waar het uiteindelijke ziekbed en overlijden en de begrafenis van vader in het geding zijn. Mooi is voorts de schets van de uitwerking die Meertens aftakeling heeft op diens weinig meelevende, egoïstische partner Herman Bianchi. En om nog even terug te komen op de familie, i.c. van de kant van Lousje: aan het wel en wee van haar ietwat vreemde nicht Fransje, eerder al zo treffend ten tonele gevoerd in “Onder andere” (pp. 56-102), wil het echtpaar Voskuil zich niet volledig onttrekken (wat men als lezer hoe dan ook niet zou moeten doen). Als klap op de vuurpijl zijn daar ten slotte dan ook nog eens de in potentie al te vriendschappelijke contacten van Lousje met de Spaanse gastarbeider Ben. In dit verband brengt Voskuil een verschil tussen hem en zijn echtgenote ter sprake, waarop veel conflicten tussen hen beiden zouden zijn terug te voeren: “Zodra iemand een underdog is, beoordeelt L. hem als een vertegenwoordiger van zijn groep, niet als persoon, en geeft ze hem een bijzondere behandeling” (pp. 431-432). Hierbij moet ik toch wel heel sterk terugdenken aan de uiteenlopende kijk die ze hebben op het homokoppel dat op enig moment naast hen komt te wonen, ijzersterk vastgelegd in “De buurman”.

De onvolprezen Thomas van Grafhorst en Detlev van Heest hebben alle Voskuil-dagboekuitgaven verzorgd die tot op heden zijn verschenen – de eerste twee nog samen met Jaap Blansjaar, wiens inbreng ze bij het derde deel moesten ontberen. Het bezorgduo van “Martelaarschap” is echter bij de uitgave van “Uitzicht op geluk” weer een trio geworden: Mirjam Lucassen is de gelederen komen versterken. Ik heb geen idee of het speciaal haar verdienste is, maar het lijkt erop dat er sprake is van een verder toegenomen aantal voetnoten met verwijzingen naar relevante passages in de verschillende delen van “Het Bureau” en andere boeken van Voskuil – uitermate nuttig voor degene die ooit een dissertatie aan diens werk zou willen wijden of een biografie van hem zou willen schrijven, maar gewoon handig voor de lezer die zo maar eens wat scènes uit Voskuils ‘fictie’ resp. non-fictie met elkaar zou willen vergelijken. Ik kon het af en toe niet laten. Zo viel me op dat de onvergetelijke scène waarin Lousjes dementerende moeder in de schemering met dochter en schoonzoon naar rondvaartboten zit te kijken in “De moeder van Nicolien” levendiger wordt weergegeven, bijna hilarisch, dan in de overeenkomstige dagboekpassage. Iets dergelijks geldt voor de beschrijving van een professioneel samenzijn van Maarten Koning resp. Han Voskuil met een van zijn medewerksters op Het Bureau: Maarten valt het bij die gelegenheid op dat ‘haar rok zo kort [was] dat zijn blik onwillekeurig afdwaalde naar haar benen, juist toen ze ze over elkaar sloeg, waardoor hij een ondeelbaar ogenblik recht in haar kruis keek’ (“Plankton”, pp. 519-521). Dit betreft, als ik me goed herinner, de pikantste scène van het hele “Bureau”, maar de weergave ervan in “Uitzicht op geluk” (pp. 39-40) kent zelfs een nog grotere ingetogenheid.

Ten slotte moet me van het hart dat de boekenredactie van de Volkskrant na “Martelaarschap” ook “Uitzicht op geluk” geen recensie waard heeft geacht, in ieder geval niet in de papieren editie van de krant. Het heeft er alle schijn van dat men bij die zogeheten kwaliteitskrant de familie Chabot belangrijker of interessanter vindt dan het echtpaar Voskuil. Schandelijk, maar vooruit chef boeken Wilma de Rek: naar het zich nu laat aanzien krijgen jullie begin 2025 een herkansing bij het verschijnen van deel 5 van de dagboekuitgaven, “De bodem van het bestaan”. Doe er wat mee, zou ik zeggen.

Profile Image for Ferre Wyckmans.
225 reviews7 followers
January 4, 2025
Vierde van J.J. Voskuil zijn dagboekuitgaven.
Het beste van de vier naar mijn aanvoelen, al blijven de ingrediënten gelijk aan de vorige. De onbegrijpelijke verhouding tussen hem zijn echtgenote Lousje, die elkaar in ondertussen 40 jaar als partners kennen. De moeder van Nicoline - dementerend - blijft ook pertinent aanwezig, zij het soms via de bezoeken van Lousje. Lousje die steevast en onwrikbaar voor minderheden en verschoppelingen kiest, terwijl Voskuil zijn in se vaak rechtse visie in gedavhten uitspreekt. Al wie met een auto rijdt is zowat een schoft, een term die Lousje onverbloemd bezigt voor al wie voor de overheid werkt, haar man incluis dus.
Zijn werkzaamheden op het Bureau waar hij weerom blijk geeft van de bij zijn functie (soms schrijft hij niet in de ik persoon, maar laat hij 'de hoofdambtenaar' aan het woord) horende verantwoordelijkheid én de ergernissen allerhande die sommigen van zijn collega's oproepen.
hHij gaat met grote regelmaat naar de in een verzorgingstehuis verblijvend Meertens, zijn respect voor hem blijft blijkbaar staande.

De dood van zijn vader op 22 januari 1975 en de familiale spanningen daaromtrent (van aangetrouwden) levert ook bijzondere dagboekfragmenten op.

Een korte vermelding van hoe hij zelfmoord zou plegen en de praktische beslommeringen daarrond... zo des Voskuils.
Profile Image for Peter.
210 reviews4 followers
August 31, 2025
Onverminderd goed. De meest uitgeschreven beschrijvingen en dialogen komen wel vrij letterlijk overeen met Het Bureau. De minutieuze voetnoten zijn soms lachwekkend: hoe de wijnwinkel precies heette, tot wanneer die op welk adres gevestigd was en wat de slogan was die op de ruit stond. Je kan Voskuils voetsporen heel precies navolgen. Een man die zich de maat van alle dingen weet. Dat komt akelig tot uiting als hij het over Surinamers (en anders genoemde mensen van kleur), vrouwen of jongeren heeft en is op andere momenten heerlijk verhelderd en grappig. In altijd levendig en kraakhelder proza.
Profile Image for Bram.
277 reviews
August 14, 2024
Voskuils dagboeken van juni 1974 tot eind oktober 1976, bijeengebracht in dit vierde deel, zijn prachtig. In vergelijking tot eerdere jaren schrijft hij veel en uitgebreid. Het deel beslaat de kortste periode tot nu toe, maar is ook het dikste van de verschenen delen. Voskuils magnum opus, Het Bureau (1996-2000), kondigt zich in deze jaren al aan. In de dagboeken staan talloze notities die hun weg vonden naar die gestileerdere roman in delen en je merkt dat Voskuil in de jaren zeventig al speelt met het idee voor dat werk. Hij speculeert er expliciet over en schrijft, waar het over hemzelf gaat, op verschillende momenten niet ‘ik’ maar ‘de hoofdambtenaar’ en ‘hij’. Hij is soms dus min of meer een personage in zijn eigen dagboek.
Twee dingen maken dit deel extra de moeite waard. Het eerste is dat Voskuil veel en precies schrijft, hij is echt op dreef; het tweede is, dat het meer dan ooit gaat over hoe hij zich verhoudt tot zijn naaste familie. Het jaar 1975 – het hart van dit deel – is niet het makkelijkste jaar voor Voskuil. Op 8 januari krijgt zijn voormalige baas Piet Meertens een beroerte, nog geen twee weken later overlijdt zijn vader en zijn oude schoonmoeder blijkt steeds minder instaat zelfstandig te kunnen functioneren (zie ook De moeder van Nicolien uit 1999). Aangrijpend en hartverscheurend.
Als altijd is er ook genoeg vermakelijks bij Voskuil te vinden. Hij schrijft prachtig over zijn eigenaardigheden, en die zijn even particulier als herkenbaar. Over het hamsteren van sterke drank in verband met een aanstaande accijnsverhoging noteerde hij bijvoorbeeld: ‘Hamsteren heeft iets beschamends. Je geeft je bloot. Het is natuurlijk wel fijn om iets vier of vijf gulden goedkoper te krijgen, maar niet als een ander dat in de gaten heeft. Ik geloof dat ik gemakkelijker iets zou kunnen stelen, vooropgesteld natuurlijk dat ik er honderd procent zeker van ben, niet betrapt te worden. Kortom – een eerlijk man.’ (p. 579) Tegen de wil van zijn vrouw doet hij toch twee pogingen drank in te slaan, de eerste keer komt hij niet eens tot de drempel (hij vind de winkel te vol) en de tweede keer loopt hij de winkel meteen weer uit als hij ziet hoeveel medehamsteraars er in de rij bij de kassa staan. Klein leed, heel grappig.
57 reviews
March 29, 2025
Prachtige en rake observaties. Wel opmerkelijk dat van Voskuil echt elke snipper tekst wordt uitgegeven. Valt nogal in herhalingen, niet alleen in dagboek zelf maar ook in vergelijking met Het Bureau. En waar een man de kracht vandaan haalt om elke ruzie met zijn extreem lastige vrouw woord voor woord vast te leggen, zal ik wel nooit begrijpen. Het zijn passages die ik vluchtig lees.
Profile Image for Huub.
303 reviews2 followers
April 26, 2025
Ruzies met Lousje , vervelende schoonfamilie, misantropie, wijn , wandelingen en fietstochten. op heeeel veel bladzijden .
Blij dat ik hem gelezen, maar nog meer dat ik het uit heb.
2 reviews
January 16, 2026
Voor fans van Voskuil weer een meesterlijk boek. Interessant om zijn gedachten en gevoelens te mogen volgen
Displaying 1 - 9 of 9 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.