Canetti protesteerde zijn hele lange leven lang voortdurend tegen de dood. Hij had zelfs het voornemen om een grote studie over dat protest te schrijven, als opvolger van "Massa en macht". Die studie kwam er nooit. Maar veel van de teksten in zijn grote nalatenschap - ruim tienduizend handgeschreven bladzijden, vol aantekeningen, grotesken, paradoxen, surrealistische fantasieën, bizarre aforismen- stonden in het teken van de dood, en een selectie uit die teksten is nu postuum gebundeld in "Het boek tegen de dood". Sommige waren al in eerdere bundels gepubliceerd, maar twee derde van het boek bestaat uit stukjes die nog eerder publiek werden gemaakt. Voor mij was het weer een feest: juist in dit soort korte stukjes is Canetti ongelofelijk pregnant, en juist in dit soort aforistische bundels is Canetti ongelofelijk sterk. Niet alleen door de enorme kernachtige pregnantie van elk stukje afzonderlijk, maar ook en vooral door de enorme gevarieerdheid en rijkdom van de bundel als geheel. En het mooiste vind ik dat dit boek zo open is, zo nadrukkelijk weigert om een gesloten, systematisch en afgerond verhaal te vertellen. Want precies daardoor blijft het ongrijpbaar, grillig, levend.
Waarom schrijft Canetti eigenlijk tegen de dood? Een van de redenen is dat dood voor hem onlosmakelijk verbonden is met macht en bevel: ook de meest vreedzame staat handhaaft de wet met pistoolmitrailleurs, ook het meest geciviliseerde bevel ontleent zijn effectiviteit aan onze oerangst dat de ander ons kan doden of op zijn minst pijn kan doen. Canetti roept in al zijn boeken dat we de machthebbers in en buiten ons moeten ontwapenen, en het bevel van zijn pijnlijke angels moeten ontdoen. Welnu, zijn protest tegen de dood heeft daar volgens mij alles mee te maken. En ook met zijn voortdurende protest tegenwereldwijde oorlog en oorlogsslachtoffers. Bovendien, "als de dood er helemaal niet was, dan kon je in niets echt mislukken; in steeds nieuwe pogingen zou je zwakheden, ontoereikendheden en zonden kunnen herstellen. De onbeperkte tijd zou je onbeperkte moed geven. Van jongs af aan krijg je ingeprent dat aan alles een eind komt, hier tenminste, in deze bekende wereld. Grenzen en engte overal, en weldra een laatste, pijnlijk lelijke engte, die je niet zelf kunt verruimen. Naar die engte kijkt iedereen; wat er daarachter ook mag komen, ze geldt als onvermijdelijk; iedereen moet bukken, onafhankelijk van voornemens en verdiensten. Hoe ruim een ziel ook is, ze zal worden samengeperst totdat ze stikt, op een tijdstip dat ze niet zelf bepaalt". Exact daartegen protesteert Canetti: tegen de grenzen die de dood ons stelt, de engte die hij ons oplegt, de eindigheid die de dood aan ons leven opdringt. En bovenal protesteert hij uit alle macht omdat niemand tegen de dood protesteert. Gelovigen accepteren de dood, door te geloven in een hiernamaals; stoïcijnen maken zich ongevoelig tegen de dood, en miskennen - volgens Canetti- daardoor de pijnlijke angel ervan; ongelovige en modale burgers als u en ik denken maar liever niet aan de dood, en ontlopen daarmee de volgens Canetti zo essentiële confrontatie. Als iemand op hoge leeftijd en na veel pijn overlijdt, dan noemen we de dood een verlossing, terwijl we volgens Canetti dat lijden en de dood gelijkelijk zouden moeten vervloeken. Onze eigen sterfelijkheid negeren we, evenals het volkomen onrechtvaardige en onredelijke feit dat we veel te vroeg zullen sterven, en dat ons leven per definitie ontijdig wordt afgebroken. We zijn makke schapen die de dood negeren of verdoezelen. Terwijl we voortdurend woedend zouden moeten protesteren tegen alle vormen van verstarring, engte, verstikking en dood! Wat weliswaar geen zin heeft, maar dat is juist een extra reden om te protesteren!
Laat ik meteen toegeven dat het mij niet lukt om helemaal mee te gaan in deze gepassioneerde redenering. Misschien omdat ik te soft of te laf of te gemakzuchtig ben, misschien omdat het mij ontbreekt aan Canetti's moed en aan de obsessieve volhardendheid die voor zijn levenslange protest nodig was. Tegelijk heb ik wel bewondering voor die moed en die volhardendheid. Temeer ook omdat Canetti ons bewust geen nieuwe oplossingen biedt, maar alleen vragen en aanzetten voorzet. Een van zijn fragmenten luidt: "Het is bijna onmogelijk om tegenover de ervaring van religies, tegenover het meesterschap dat ze in de omgang met de dood hebben verworven, een onbeproefde overtuiging te zetten die nog niet eens doordacht is. Het is ook de vraag of ze werkelijk doordacht kan worden, misschien is ze niet meer dan een aanzet tot nieuwe, tot andere ervaringen". Het protest van Canetti leidt dus niet tot nieuwe doordachte en beproefde waarheden, maar tot een permanente onrust waarin alles op losse schroeven staat. Tot een "onbeproefde overtuiging" die zich tegen alle overtuigingen verzet, maar die niet zelf tot een beproefde en doordachte overtuiging is uitgekristalliseerd. Zich verzettend tegen de overtuiging dat de dood een zinvol einde kan zijn, van een afgerond leven, zegt Canetti: "Dergelijke praatjes zijn jou helemaal niet toegestaan. Het vlees van jouw ziel is open en rauw en dat blijft het zolang het iets voor je betekent om in leven te zijn, en dat zal altijd iets voor je betekenen". Niet een ziel die sereen tot rust komt, maar een ziel van open en rauw vlees: zo intens is Canetti's vlammende en voortdurende protest. Wat ook leidt tot compromisloze aforismen als "Hij hakte zijn doodskist in stukken en joeg de rouwenden bijtend op de vlucht". Ik bedoel: iemand die zulk compromisloos proza schrijft heeft wel ballen!
Die onmogelijke en compromisloze intensiteit bewonder ik dus, ook al kan ik die zelf niet navolgen. Maar nog meer bewonder ik de grillige beweeglijkheid van Canetti, die evengoed onderdeel is van zijn protest tegen de dood. Hij schrijft bijvoorbeeld: "Het nuttige zou niet zo gevaarlijk zijn als het niet zo betrouwbaar nuttig was. Het zou heel vaak moeten haperen. Het zou onberekenbaar moeten blijven, als iets levends". Die nagestreefde grilligheid en onberekenbaarheid keert ook terug in diverse aforismen over het schrijven, zoals: "Ik ben er niet meer, ik ben duizend potloden, ik wil oplossen in hun bewegingen, die ik niet meer begrijp". Of: "Maar het maakt niet uit wat ik schrijf, als ik maar niet ophoud. Het kan van alles zijn, zolang het maar voor mezelf is, geen brief, niets wat van buitenaf is opgelegd of wordt geëist". Niets dus dat een duidelijk doel dient en in een systeem past, maar iets dat grillig is, daardoor in ons hoofd nog on-definitief en veranderlijk is, en dus levend. Vergelijk dat met een fragment over het gedenken van doden: "De vrienden van een dode man komen op bepaalde dagen bij elkaar en praten alleen over hem. Ze maken hem nog doder wanneer ze alleen goede dingen over hem zeggen. Ze kunnen beter ruziemaken, partij voor of tegen hem kiezen, vertellen over geheime streken die hij heeft uitgehaald; zolang er nog verrassende dingen over hem te zeggen zijn verandert hij en is hij niet dood".
Misschien is dat wel waarom "Het boek tegen de dood" voor mij zijn titel helemaal waarmaakt: het verrast voortdurend, en dus is het niet dood. Het is geen systematisch en logisch sluitend geheel, omdat het door zijn fragmentarische structuur voortdurend verrast, en daardoor grillig en levend blijft. Je kunt de fragmenten steeds opnieuw lezen, net als het boek als geheel, zonder dat het tot een duidelijke boodschap verstolt. En zonder dat het protest tegen de dood leidt tot een nieuwe, uitgekristalliseerde overtuiging die vervolgens niet meer verrast. Een erg open boek ook, dat breed uitwaaiert en in veel verschillende stijlen is geschreven, ondanks dat het in alle fragmenten steeds weer monomaan gaat over de dood. Maar dan wel op zodanig gevarieerde wijze dat het boek ongelofelijk levendig blijft, en niet in zwaarwichtige verstarring verstikt.
Dit was mijn vierde Canetti in korte tijd. Van alle vier ("Massa en Macht", "Wat de mens betreft", "Het geweten in woorden" en nu dus "Het boek tegen de dood") heb ik erg genoten. Het wordt nu wel tijd om weer eens iets van andere schrijvers te gaan lezen, maar ooit kom ik weer bij Canetti terug. Want ik heb nog niet alles van hem gelezen, en ook herlezen loont bij hem vast de moeite. Wat een schrijver!