Op een zondag halverwege september 2022 begint Marijn Roos met het lezen van Het lied van ooievaar en dromedaris. Zoals zoveel anderen is hij getriggerd door de zessterrenrecensie van Thomas de Veen, de recensent van wie hij al weet dat die vaak wat doorschiet is zijn enthousiasme, de recensent met wie hij het niet altijd eens is. Met veel zin vangt hij aan te lezen, ook omdat hij best wel heeft genoten van het vorige boek, De herinnerde soldaat, van de kluizenaarschrijfster Anjet Daanje.
Wat hem opvalt tijdens het lezen is dat er geen dialoog voorkomt in het eerste verhaal. Er is een verteller aan het woord die vaak in het hoofd van het hoofdpersonage duikt, maar zelfs dan alleen vertelt over wat diegene denkt en ziet. De personages vermijden de directe rede. Hij verwacht dat dat in de volgende verhalen wel anders zal zijn, maar al snel ziet hij dat het gehele boek zonder gesprekken zal zijn. Hij vreest dat het hem leeg zal zuigen en al snel, bij hoofdstuk 4, krijgt hij gelijk. Het boek ligt op tafel als een aantekenboekje, als een zwart gat, en hij besluit dat hij eromheen gaat cirkelen.
Hij leest andere boeken, de krant, kijkt films, maar iedere seconde ziet hij het vuistdikke, oranje boek. Hij denkt als een echte Hollander aan de 35 euro, aan de zessterren, en telkens pakt hij toch, soms halverwege een ander boek, soms direct na een film, vaak na een krantenartikel, het boek, De ooievaar noemt hij het inmiddels, en leest weer een paar bladzijdes. Zo gaat dat door zonder dat iemand hem belemmert: de mensen in zijn huis lezen andere boeken en kijken naar andere dingen, voor hen is er geen singulariteit die toch alle aandacht opeist, voor hen is er het eigen leven.
Anderen hebben De ooievaar uitgelezen, soms in een zomervakantie, soms binnen twee weken. Die anderen zijn onwaarschijnlijk enthousiast, laten zich zonder schroom meevoeren, opzuigen door het gat, komen er niet uit. Zijn klacht over de mooie, maar ook energie-opslurpende schrijfstijl doen ze af als onzin, als minor problem. Steeds meer komt hij alleen te staan. En ja, er zijn ook mensen die het boek terzijde hebben geschoven, maar dat lukt hem niet, dat kan nu eenmaal niet als de zwaartekracht zo groot is.
Enfin, Marijn kan nog wel honderd uur zo doortikken, maar uiteindelijk breekt er een dag aan, halverwege december 2022 dat hij aan het laatste hoofdstuk begint, hij vindt het briljant, en is opgelucht als hij de laatste woorden leest.
Maar nog is hij niet klaar. Moet je nu sterren geven op Goodreads, vraag hij zich af. Hij besluit er vier te geven, het hadden er ook vijf kunnen zijn, sowieso, het talent van de schrijfster is enorm, maar soms tijdens het lezen vond hij 1 ster al te veel. Hij wilde 'laat me met rust' schreeuwen naar het boek, naar Anjet Daanje, het boek in het vuur gooien, op het hoofd van een dweper, maar hij wist al die tijd al dat dat niet zou gebeuren.
Uiteindelijk is hij heel tevreden dat hij na afloop nog weet heeft van zijn ergernis en het hem lukt de vijf sterren die het boek eigenlijk waard is, om te zetten naar vier. Dat hij een beetje de zwaartekracht heeft overwonnen. Als hij de laatste zin getikt heeft, drukt hij op save en sluit zijn laptop. Eindelijk bevrijd.