Jump to ratings and reviews
Rate this book

Bang voor spoken?

Rate this book
Hedendaagse spookverhalen van Vlaamse en Nederlandse schrijvers samengesteld door Finn Audenaert. Aangevuld met een 245 pagina essay over de Engelstalige spookliteratuur in de Victoriaanse en Edwardiaanse tijd. Cover art: Felix Bosschaert.

We zijn allemaal helden. Maar hoe vergaat het ons als de klok middernacht slaat en er spoken opduiken? Achtentwintig auteurs trekken alle registers open. Of het nu gaat om een vuurjapon op de Canarische Eilanden of luidruchtige fantoomburen, iedereen moet de vraag beantwoorden: ‘Ben je bang voor spoken?’

640 pages, Paperback

Published September 1, 2024

7 people want to read

About the author

Finn Audenaert

39 books2 followers

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
2 (28%)
4 stars
4 (57%)
3 stars
1 (14%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 4 of 4 reviews
Profile Image for Bruno Lowagie.
Author 27 books22 followers
September 7, 2024
‘Bang voor spoken?’ is niet zomaar een boek. Het telt meer dan 600 pagina’s en je krijgt er twee boeken in één mee.

Het eerste boek (p 11 tot 359) is een bundel kortverhalen en gedichten van hedendaagse schrijvers uit Nederland en Vlaanderen.
Het tweede boek (p 361 tot 615) bevat twee essays. Daarna volgen nog de korte biografieën van de auteurs en een toelichting bij de cover.

Ik las de boeken niet in volgorde. Ik begon met de essays, en spaarde de verhalen voor later.

Het eerste essay is van de hand van Patrick Van de Wiele die ik leerde kennen op de Gentse SF-bijeenkomst 9000con waar hij vijf songs presenteerde die iets met SF te maken hadden. Dat was een heel geslaagde lezing en ik herkende zijn stijl meteen in het essay ‘Spooky songs’ (p 361-367), waarvoor hij dit keer songs selecteerde waar geesten of zombies in voorkwamen. Ik kijk al uit naar zijn volgende optreden op 9000con, of naar gelijkaardige bijdragen in bundels met andere thema’s in de SFFH-sfeer.

Het tweede essay werd geschreven door de samensteller van de bundel, Finn Audenaert: ‘Het gouden tijdperk van het spookverhaal in de Angelsaksische landen’ (p 369-615). Het leest als een ‘Who’s who’ van de Victoriaanse en Edwardiaanse schrijvers van spook- en andere ‘geestrijke’ verhalen.
Het moet een echt titanenwerk geweest zijn, niet alleen om dit te schrijven (let op het aantal pagina’s), maar ook om al het bronmateriaal te lezen. Ik herkende hier en daar een naam: Bram Stoker, Thomas Hardy, Conan Doyle, Robert Louis Stevenson, Oscar Wilde, Charles Dickens, Rudyard Kipling, Washington Irving, Mary Shelley, Edgar Allan Poe, Henry James, H.G. Wells, H.P. Lovercraft, en nog een handvol andere. Als je deze lijst lang vindt, wacht dan tot je het boek in handen krijgt, want Finn roept ook de geesten op van talloze auteurs die al lang uit het collectieve geheugen verdwenen zijn.
Ik las dit essay niet in één ruk door —ik denk ook niet dat dit de bedoeling is. Elke dag leerde ik iets bij over het leven en werk van een in meer of mindere mate vergeten auteur. Finn doorspekt de biografieën met veel humor en zijn eigen mening over de kwaliteit van de verhalen die hij bespreekt. Over Violet Paget (nom de plume Vernon Lee) schrijft hij bijvoorbeeld dat ze in haar testament liet opnemen dat er onder geen beding een biografie over haar mocht geschreven worden. Daaraan voegt Finn toe: ‘Ik hoop dan ook geen bezoek te krijgen van haar geest nadat ik dit stukje over haar leven schreef!’ Soortgelijke opmerkingen deden me regelmatig een glimlachen.
Dat was nodig, want meer dan eens voelde ik ook frustraties opwellen wanneer ik voor de zoveelste keer een samenvatting las van een boek dat ik ooit wel eens wil lezen. Zelfs als ik enkel een lijstje maak met de boeken die Finn aanraadt (en de boeken schrap die hij minder goed vindt), dan nog denk ik: zoveel boeken, zo weinig tijd. Ik was stiekem jaloers op Finn omdat hij zoveel meer gelezen heeft dan ik, maar dat neemt niet weg dat het essay echt wel de moeite waard is.

Na de essays las ik wat ik eerder het ‘eerste boek’ noemde. Volgens de promopagina op Facebook telt dat een verhalende inleiding, 38 kortverhalen, 10 gedichten en 1 diagram van alles samen 29 auteurs. Ik was daar één van.
Ik leverde zeven bijdragen: dat diagram, een ballade (in dichtvorm dus) en vijf zeer korte verhaaltjes van gemiddeld 700 woorden lang. Je vindt die terug als afwisseling met de langere verhalen.
Ook inhoudelijk is er flink wat variatie. Het enige wat de verhalen met elkaar gemeen moesten hebben, was de aanwezigheid van (een) spo(o)k(en). Dat zorgt ervoor dat er voor elk wat wils is, maar ook dat er een aantal verhalen tussen zaten die minder mijn smaak waren. Het is onmogelijk ze allemaal apart te bespreken, dus zal ik me beperken tot een handvol verhalen die ik erbovenuit vond steken.

‘Wolkenzoon’ van F.P.G. Camerman (p 50-59) gaf een heel hedendaagse invulling aan het begrip ‘spook’. Het ging meer om een ghost in the machine.
In ’Spoorloos’ van Finn Audenaert herkende ik een personage als geadresseerde van een brief van Plinius die ik in lang vervlogen tijden in de les Latijn had gelezen. Dat verhaal zat knap in elkaar.
Luc Geeraert schreef ’Hart en ziel’ (p 210-218) over een geest die gevangen zit in een pop, en zo machteloos moet toekijken hoe het de grote liefde van zijn leven vergaat.
In ’Wraak’ van Laura Scheepers (p 219-233) schiet het spook pas tegen het einde van het verhaal het hoofdpersonage ter hulp.
Mike Jansen vertelt ons hoe ‘De poppenspeler van Durestad’ (p 235-243) een akelige ontdekking doet wat betreft zijn zoon.
Johan Klein Haneveld neemt ons in ‘Het Tasmaanse spook’ (p 262-272) mee op een zoektocht naar de uitgestorven gewaande buidelwolf of Tasmaanse tijger.

Oeps, ik zou maar vijf verhalen vernoemen, en ik zit al aan zes, en dan heb ik nog geen enkele van de leuke haiku’s vermeld die op gepaste tijden voor een mooi rustpunt zorgen.

Kortom, dit is een mooi boek om in huis te halen.
Profile Image for Johan Haneveld.
Author 113 books106 followers
September 15, 2024
Disclaimer: ik schreef voor deze bundel een spookverhaal, getiteld 'Het Tasmaanse spook'.

'Het spookt' zeggen we als het hard waait. Wanneer ergens in huis een onverklaarbaar bonken klinkt, zeggen we: 'Er zit een klopgeest' (meestal zijn het toch de bovenburen). Spookverschijningen zijn deel van de cultuur - het bestaan van spoken, of het bovennatuurlijke, is nooit bewezen, maar ze spreken enorm tot de verbeelding. Ze bevestigen ons vermoeden dat er meer aan de hand is dan het puur materiële, het strikt verklaarbare. Net als UFO-verhalen en wonderlijke genezingen. In de literatuur nemen spookverhalen dan ook een belangrijke plek in. Vooral in de 19e eeuw werden er veel geschreven, mogelijk omdat met de toenemende industrialisatie en wetenschappelijke ontwikkeling meer mensen behoefte hadden aan verhalen die suggereerden dat er iets meer aan de hand was in het leven. De tweede helft van dit boek is eigenlijk een boek op zichzelf over het spookverhaal in de Victoriaanse en Edwardiaanse Angelsaksische literatuur, geschreven door Finn Audenaert. Hij noemt het een essay, maar met 80.000 woorden is het duidelijk meer dan dat: een indrukwekkend overzicht van de geschiedenis van het spookverhaal, dat niet alleen getuigt van diepgaande research, maar ook van een fantastische belezenheid van de auteur. Hij combineert literaire geschiedenis met literaire kritiek (want hij heeft de meeste verhalen waar het over gaat daadwerkelijk zelf gelezen). Hij laat verbanden zien tussen schrijvers, analyseert hun thematiek en geeft aan welke van hun verhalen voor moderne lezers nog de moeite waard zijn. Dat grotendeels zonder te 'spoilen' en met een fijn gevoel voor humor (de terzijdes maken het smeuïg). Na lezing bleef ik vooral achter met het verlangen meer te lezen van de spookverhalen die voorbijkwamen - een bundel van Arthur Machen ligt al klaar.
Het tweede boek in deze band is een bundel spookverhalen en -gedichten geschreven door moderne Nederlandse en Vlaamse auteurs, met name uit het 'fantastische genre'. Wie vaker Nederlandstalige SF- of fantasybundels leest zal de meeste auteurs hier wel kennen. Allemaal hebben ze hun beste beentje voorgezet. Dat de verhalen voortreffelijk geredigeerd zijn, helpt bij de leesbaarheid. Niet alle verhalen waren even memorabel. Sommige waren wat voorspelbaar en andere kozen voor een meer lichtvoetige of humoristische insteek, wat mij niet het beste beviel. Maar de afwisseling zorgt ervoor dat voor elke lezer waarschijnlijk wel iets van zijn/haar gading te vinden is. Ik wil hier niet de nadruk leggen op de paar verhalen die mij tegenvielen (die zijn er altijd in een bundel, want het kan nu eenmaal niet allemaal kaviaar zijn), maar vooral de verhalen aanstippen die mij tot nu (een paar dagen na het lezen van de verhalen) zijn bijgebleven. Ik denk vooral aan het openingsverhaal van Karel Smolders, 'Het huis dat zielen las'. Een huiveringwekkende vertelling geschreven in een mooi verzorgde, rijke stijl. Smolders mag meer horror schrijven, dat blijkt wel! Ik vond de verhalen van Bruno Lowagie leuk om te lezen - ze zijn kort en de schrijfstijl is misschien wat zakelijk, maar anders dan sommige andere verhalen in deze bundel hebben ze allemaal een sterke clou (als SF-lezer hou ik wel van een mooie wending aan het slot). Finn Audenaert heeft ook enkele bijdrages, allemaal sterk, waarbij hij laat zien te willen experimenteren met stijl en opbouw. Dat valt goed uit, vooral in het verhaal 'Feel bad' dat heerlijk gruwelijk is, maar ook een geweldig einde kent. Een van de hoogtepunten van de bundel. F.P.G. Camerman en Charles van Wettum geven beiden een SF-draai aan het thema. Liesbeth Jochemsen komt in haar verhalen altijd verrassend uit de hoek, zo ook in een geweldig gruwelijk verhaal uit het perspectief van een hond. Ik vraag me alleen af in hoeverre het een spookverhaal is. Dat geldt ook voor Mike Jansens verhaal 'De poppenspeler van Durestad' dat wellicht eerder om een geval van bezetenheid gaat, maar dat wel een heel sterk en goed geschreven verhaal is. Het verhaal 'Het spook met de rode haren' van Marceline de Waard kon ik ook waarderen. Een mooi weergegeven omgeving en een goede opbouw. Tenslotte bevat deze bundel een verhaal van Eddy C. Bertin en zijn dochter dat een hoogtepunt is van de collectie. Wat kon Bertin schrijven! Ik ben heel blij dat door opname van zijn verhaal in een bundel als deze, moderne lezers deze auteur kunnen herontdekken. Dit verhaal (over een schrijver) vond ik heel sterk.
Er is ook nog een essay over spoken in de moderne muziek (leuk informatie, maar niet uitputtend) en een scala aan haiku's en gedichten. Al met al voor iedereen met enige interesse in het spookverhaal (klassiek en modern) een aanrader. Ook omdat dit boek, zoals alle uitgaven van deze uitgever, uitstekend is vormgegeven! Een mooi lettertype en een prettige opmaak zorgen dat het lezen hiervan echt een genot is.
Profile Image for Dolf Wagenaar.
Author 5 books12 followers
June 17, 2025
Een dik boek (alles bij elkaar 636 pagina's), maar - zoals Johan Klein Haneveld al aangeeft in zijn recensie hier op Goodreads - eigenlijk zijn het twee boeken (plus nog een aantal 'losse' stukjes - hier kom ik later op terug).

Het eerste deel bestaat uit spookverhalen (en -gedichten) geschreven door de 'bekende club' van Nederlandstalige sf/fantastische schrijvers die ook schrijven voor Stichting Fantastische Vertellingen, EdgeZero, uitgeverij Macc en een aantal Vlaamse uitgevers. Dat is aan de ene kant een praktisch voordeel (het zijn schrijvers die kunnen schrijven), aan de andere kant wordt wel duidelijk dat het ook voor een groot deel schrijvers zijn die niet gewend zijn spookverhalen of horror te schrijven. Veel verhalen zijn bijvoorbeeld humoristisch - iets dat ik niet zoek in spookverhalen - en sommige zou ik überhaupt geen spookverhaal noemen, maar bijvoorbeeld sprookjes (zoals de bijdrage van Tais Teng). Ik lees graag (m.n. Victoriaanse) spookverhalen en modernere horror vanwege de sfeer en de psychologische diepgang. Daarbij hebben veel van de bijdragers meer dan één verhaal in de bundel staan. Wat mij betreft had een kleiner aantal sterke verhalen beter gewerkt.

Met zo veel verhalen zijn er gelukkig ook een aantal pareltjes te vinden.
Het psychologische aspect van spookverhalen/horror is goed uitgewerkt in het openingsverhaal 'Het huis dat zielen las' van Karel Smolders.
'De interventie' is een kort maar krachtig en origineel spookverhaal van Bruno Lowagie; ook zijn korte 'Kattenkwaad' vond ik geslaagd door de mooie twist, net als zijn 'Dode mensen' dat zonder de twist nogal cliché was geweest.
'De hond in de pot' van Liesbeth Jochemsen is geen spookverhaal, maar wel geslaagde 'body horror'.
De schrijver Tim Therry kende ik nog niet, maar zijn 'Opa Keelschors' is een goed uitgewerkt en vlot geschreven spookverhaal met mooie beelden.
Van Luc Geeraert is er het mooie en 'noir-achtige' 'Hart en ziel' - en Joy Division wordt erin genoemd, wat natuurlijk een pluspunt is ;-).
'De strijd beslecht' van Finn Audenaert las ik als een symbolische clifi, een opvallend verhaal in deze bundel.
'Het Tasmaanse spook' van Johan Klein Haneveld is mooi geschreven - het heeft de sfeer van wilderness horror en een occulte detective, maar is uiteindelijk een liefdevol verhaal waaruit Johans liefde voor de natuur weer eens blijkt.
'Koud marmer' van Katrien Ricart is geen spookverhaal, maar wel een aandoenlijk en sfeervol verhaal over de dood.
Het eerste deel bevat twee afwijkende stukjes. Het eerste is een vertaling van een fragment uit het boek 'Darkfalls' van S. Stepanovic / Rose N Storm. Ik vroeg me af wat dat in deze bundel deed. 'Geestesoproeping' is een goed geschreven verhaal over de geest van een horrorschrijver dat is geschreven door wijlen Eddy C. Bertin én zijn dochter. Het nawoord bij het verhaal deed me glimlachen.

Het tweede deel van het boek is naar mijn idee geen essay (zoals schrijver Finn Audenaert het noemt) maar een non-fictiewerk over Victoriaanse spookverhalen (en wat daaromheen hangt). Het is ongelooflijk hoeveel hij hier voor heeft moeten lezen (want dat hij de meeste besproken verhalen en boeken heeft gelezen wordt wel duidelijk) en het voedt ook zeker de zin in lezen bij de lezer zelf. Het grootste deel bestaat uit relatief korte besprekingen van een enorme lijst schrijvers. Hij bespreekt zowel schrijvers die bekend stonden/staan om hun spookverhalen, als schrijvers die dat erbij deden, vaak met zijsprongetjes naar verwante genres als gothic novels, occult detectives en weird fiction. Finn schrijft op een manier (bijvoorbeeld met humor) die het mogelijk maakt om dit toch lijvige stuk leesbaar te houden. Aan de andere kant had het voor mij persoonlijk ook meer een naslagwerk mogen zijn, zakelijker met bijvoorbeeld ook een index van auteurs, een zaakregister en literatuurlijst, dan zou het door (al dan niet amateur)letterkundigen goed gebruikt kunnen worden. Wellicht een tip voor de toekomst. Aan de andere kant snap ik de gemaakte keuze vanwege het beoogde bredere publiek (het zit immers bij een bundel met nieuwe verhalen), en het blijft een indrukwekkend werk! Het doet me overigens deugd dat Finn hier en daar ingaat op diversiteit van de schrijvers, maar ook racisme dat ook mij in redelijk veel ouder werk opvalt. (Een tip van mij voor lezers die het snijvlak van gender en literatuur interessant vinden: Lisa Kröger en Melanie R. Anderson schreven het uitmuntende boek 'Monster, she wrote - The Women Who Pioneered Horror and Speculative Fiction'. Overigens is in de moderne literaire stroming 'new weird' diversiteit vaak een belangrijk thema, anders dan de klassieke weird fiction dat vaak nogal racistisch en discriminerend was).

Het tweede deel van 'Bang voor Spoken?' bevat nog een essay (wederom, eerder een bespreking) over spokerige popmuziek (en een musical). Het idee is leuk, maar het gaat voornamelijk om bekende pophits. Er zijn erg veel andere nummers, albums en bands die gaan over spoken in andere muziekgenres (zoals metal en progressive rock), dus naar mijn idee was het een gemist kans. Aan de andere kant zegt Patrick van de Wiele dat het in zijn stuk meer gaat om een soort spielerei, dus mijn mening is wat dat betreft misschien niet helemaal eerlijk.

De bundel eindigt met mooie platen van Felix Bosschaert met een toelichting van de kunstenaar die ook verantwoordelijk is voor de Bruegeleske coverillustratie van de bundel. De andere werken doen wat magisch-realistisch aan, maar dan in zwart.

Ondanks mijn kritiekpunten geef ik dit werk waar duidelijk veel zorg aan is besteed graag vier sterren, vooral vanwege Finns lijvige bespreking van de spookverhalenschrijvers.
6 reviews
July 21, 2025
Recensie 'Bang Voor Spoken?', samenstelling Finn Audenaert. Ik schreef deze recensie oorspronkelijk voor de Science Fiction en Fantasy Boekenclub Facebook-groep.

Flaptekst: We zijn allemaal helden. Maar hoe vergaat het ons als de klok middernacht slaat en er spoken opduiken?
Achtentwintig auteurs trekken alle registers open. Of het nu gaat om een vuurjapon op de Canarische Eilanden of luidruchtige fantoomburen, iedereen moet de vraag beantwoorden:

‘Ben je bang voor spoken?’

Recensie: van Poespa Producties kreeg ik deze bundel ter recensie toegezonden, waarvoor hartelijk dank!

Toen het verzoek binnenkwam om deze bundel Nederlandstalige spookverhalen te recenseren heb ik eerlijk gezegd even getwijfeld. Ik lees normaal nauwelijks bundels, ik hou van lange verhalen waarin ruimte is voor diepgang, karakterontwikkeling en wereldopbouw. Maar omdat ik het leuk vind om wat meer horror in deze groep te bespreken heb ik toch toegezegd. En daar heb ik geen spijt van gekregen!

De bundel is in feite twee boeken in één. Het eerste deel bestaat uit 38 korte spookverhalen van diverse auteurs, alhoewel niet ieder verhaal een spookverhaal is. Er komt ook body horror in voor, bezetenheid, een sprookje, dus het is breder dan alleen het klassieke ‘onverklaarbare geluiden en schaduwen’.

Het tweede deel bestaat uit twee essays. Het eerste gaat over spoken in muziek, 'Spooky Songs' van Patrick Van de Wiele. Dit essay vond ik te kort; het bespreekt alleen popmuziek terwijl er in andere genres (ik denk alleen al aan hardrock en metal) zeer veel voorbeelden van spooky songs te vinden zijn. Het tweede is een zeer lijvig essay van Finn Audenaert, 'Het gouden tijdperk van het spookverhaal in de Angelsaksische landen'. Zeer interessant voor de echte spookverhaalnerd (zoals ondergetekende). Finn heeft met dit essay een boek op zich geschreven, een ware geschiedenis van het spookverhaal waarbij hij zelfs literaire kritiek geeft (waar ik dus uit opmaak dat hij de beschreven verhalen zelf gelezen heeft!). Een bron van inspiratie voor ‘nog te lezen’ spookverhalen.

In de korte verhalen zit er flink wat variatie wat betreft lengte, inhoud en kwaliteit. Sommige verhalen vond ik beter dan anderen. Ik kan ze niet allemaal bespreken, dus ik beperk me hier tot de verhalen die er wat mij betreft bovenuit staken:

'Het huis dat zielen las' van Karel Smolders is het eerste verhaal in de bundel en gelijk al één van mijn favorieten. Een gotisch horrorverhaal, gelaagd en bijna poëtisch, wat het midden houdt tussen een spookhuisverhaal en psychologische horror.

'De vuurjapon, een fabel van de Canarische Eilanden' van Tais Teng vond ik meer een animistisch sprookje dan spookverhaal. Desalniettemin heb ik genoten van de sensuele, voor mij vreemde setting; de geuren, kleuren en temperatuur kon ik bijna lijfelijk ervaren.

'Over de rivier' van Guido Eekhaut vond ik één van de vreemdste verhalen in de bundel. Ik kon er niet echt grip op krijgen wat er nou precies aan de hand was. Dat vond ik dan ook de kracht van het verhaal, het liet zoveel open dat het uitnodigde tot zelf speculeren.

'Wolkenzoon' van F.P.G. Camerman gaf me een zeer ongemakkelijk gevoel (wat je natuurlijk wil bij een spookverhaal!) en vond ik erg passend bij de huidige tijdsgeest (pun not intended). Een spookverhaal met een vleugje sci-fi.

'De poppenspeler van Durestad' van Mike Jansen laat ons nadenken over keuzes en ons moreel grijze gebied. Klassiek thema, goed geschreven.

'Het Tasmaanse spook' van Johan Klein Haneveld voelde bijna als een paranormaal detectiveverhaal. Intelligent en geëngageerd, het liet mij met een brok in mijn keel achter.

Naast de korte verhalen en de essays wordt de bundel opgesierd door gedichten, haiku’s, een spookdiagram en prachtige illustraties van Felix Bosschaert. Ook maakte hij de geweldige cover, die zich het beste laat omschrijven als de onheilige liefdesbaby van Bruegel en Lovecraft.

'Bang voor spoken?' is een mooi verzorgde, goed geredigeerde bundel met genoeg afwisseling om het voor iedereen leuk te houden. Wanneer ik een nieuw verhaal begon was ik steeds nieuwsgierig naar wat dit verhaal nu weer zou brengen. Als een spookhuis waar zich achter iedere gesloten deur een nieuwe bron van heerlijke schrik bevindt. Een aanwinst voor de Nederlandstalige horrorliteratuur.
Displaying 1 - 4 of 4 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.