Rotterdam, 1825. De straatarme Kaatje Nagtegaal wordt door iedereen Asschen Kaatje genoemd omdat ze de as ophaalt uit de haarden van de rijken. Maar een nieuw leven samen met haar man Nelis krijgt ze van de Maatschappij van Weldadigheid de kans om in Drenthe te gaan werken. Alles loopt echter anders als Nelis de reis niet overleeft. Kaatje staat er alleen voor in Drenthe. Als ze het aan de stok krijgt met de wijkmeester van de kolonie, zijn de poppen aan het dansen. Zal Kaatje zich staande kunnen houden?
Marja Visscher (1951) is journalist en woont sinds haar huwelijk in Klaaswaal. Zij heeft zich ontpopt tot een professional en freelancer. Vanaf 1983 -2016 was zij directeur bij Uitgeverij Deboektant met als specialisme topografische/historische uitgaven. Daarnaast was Marja Visscher uitgever van Hoeksche Waard Magazine/Polder Glossy. Verder schreef ze een aantal kinderboeken. Nu verlegt zij haar interesse naar het schrijven van fictieve verhalen over historische personen waarbij Marja’s uitgebreide en gedegen research merkbaar in de romans terug te vinden zijn.
Roman over de wederwaardigheden van Kaatje Nagtegaal, een jonge vrouw uit Rotterdam. Het is 1852 en Kaatje leeft met haar echtgenoot in grote armoede en voor hen is een plek om te wonen in Drenthe, geregeld door de Maatschappij van Weldadigheid.
Kaatje ziet het verblijf in Drenthe als een uitkomst. Zij is erg dankbaar voor wat ze ontvangt, maar op termijn begint het te wringen.
Ik las ook Het Pauperparadijs van Suzanne Jansen en dat is handig als achtergrond voor deze roman.
Aan het einde van de roman gebeuren er dingen die ik niet had zien aankomen en ook wat teleurstellend vind. Maar verder een goed leesbaar boek waarin ook veel schrijnende situaties zijn.
´De weduwe van de kolonie´ is de nieuwe historische roman van Marja Visscher. Zij staat bekend om het uitgebreide onderzoek wat zij doet naar de historische gebeurtenissen die de basis vormen van haar romans. Voor deze roman dook Marja Visscher dieper in de periode van de Koloniën van Weldadigheid.
Het is 1825 als de Rotterdamse Kaatje Nagtegaal hoort over de Drentse Maatschappij van Weldadigheid. Tot dan toe leeft ze samen met haar man Nelis een zeer armoedig bestaan. Maar dan valt de door haar zo gewenste brief op de mat. Ze mag naar de Koloniën van Weldadigheid afreizen. Tijdens de reis slaat het noodlot toe en verliest ze Nelis. Ze zal zich alleen moeten zien te redden in haar nieuwe omgeving. Is het leven in de kolonie echt zo rooskleurig als men doet geloven?
Voordat Kaatje echter in de kolonie belandt, maken we kennis met haar leven in Rotterdam. “Met haar spijkerstok loopt Asschen Kaatje, de levende belichaming van werkelijke armoede, voor de askar uit” (pagina 7). De eerste kennismaking met Kaatje komt direct binnen. Marja Visscher windt er geen doekjes om en beschrijft het armoedige leven van Kaatje tot in detail. Maar ook voel je de hoop die Kaatje koestert om op een dag een beter leven te kunnen hebben waar een huisje met een tuin een belangrijke plek zal innemen word je meegenomen. Hoewel Kaatje centraal staat in het boek, maak je ook kennis met de meningen van andere personages over haar nieuwe leven. Zo twijfelt Gerrit, de man van de askar, of het leven in Drenthe wel echt zo prachtig is als men doet geloven. “Van as zal ze daar in het verre Drenthe niet grijs worden, maar wel van ellende, vreest hij.” (pagina 17). Deze gedachten van anderen, houden Kaatje echter niet tegen.
We leren Kaatje kennen als een vastberaden persoon die niet alleen blijft dromen maar ook over een flink portie doorzettingsvermogen beschikt om haar dromen te verwezenlijken. Kaatje ontwikkelt zich gedurende het verhaal van jong meisje tot een vrouw. Je groeit met haar mee. Het hoofdpersonage is erg goed uitgewerkt en kent een zekere diepgang. Je kruipt in haar gedachten en voelt ook de emoties die zij doormaakt. Verdriet, vertwijfeling, onrust maar ook blijdschap en opluchting.
Om Kaatje te begrijpen, kun je niet zonder de historische context. Marja Visscher neemt je mee in de geschiedenis van de Maatschappij van Weldadigheid en de opzet van de verschillende koloniën. Dit doet zij niet alleen door de context te beschrijven maar ook door de introductie van bepaalde personages die in die tijd een specifieke taak te vervullen hadden. Bijvoorbeeld de wijkmeester van de kolonie die haarfijn alle regels uitlegt en daarop controleert. Of de bestedeling die uiteindelijk bij Kaatje zal gaan wonen en vertelt hoe hij zijn dagen doorbrengt. Ook de positie van de vrouw en in het bijzonder de weduwe komt aan bod. Door de personages te gebruiken om de tijdsgeest en historische context te schetsen en hen zo nu en dan het verhaal te laten vertellen, blijft de vaart in het verhaal.
‘De weduwe van de kolonie’ is een prachtige ontroerende historische roman die zeker recht doet aan de tijdsgeest waarin het zich afspeelt en een interessante inkijk geeft over het leven in de Kolonie van Weldadigheid.
Dank Hebban en Zomer & Keuning voor het recensie-exemplaar!
Rotterdam 1852 Kaatje Nagtegaal en haar man Nelis wonen in Rotterdam. Ze zijn samen als wees opgegroeid en zijn elkaar trouw gebleven nadat ze het weeshuis hebben verlaten. Nelis is liever lui dan moe en drinkt zijn zorgen liever weg dan dat hij iets onderneemt. Kaatje daarentegen loopt iedere ochtend trouw mee met de askar van Gerrit. Samen halen ze de oude as bij de mensen op en Kaatje is blij met iedere stuiver. Zo komt ze aan haar bijnaam: Asschen Kaatje. Ooit hoopt Kaatje een beter bestaan te leiden. Dat geluk komt haar kant op wanneer ze samen met Nelis naar de Maatschappij van Weldadigheid in Drenthe mag vertrekken. Tijdens de reis komt Nelis te overlijden en Kaatje is genoodzaakt in haar eentje haar nieuwe leven te beginnen. Gelukkig krijgt ze hulp van haar nieuwe buurvrouw maar Kaatje vraagt zich vaak af of dit nu het leven is dat ze wil.
---Je bent pas werkelijk arm als je geen dromen meer hebt.--- ---Kaatje---
Vol overtuiging zet Marja hier een prachtig verhaal op papier. Met een historisch personage waar weinig bekend van is maar ik kan me heel goed inbeelden dat er daadwerkelijk een Asschen Kaatje naast de askar door de straten van Rotterdam heeft gelopen. Zonder enige moeite kan ik haar voor de geest halen met haar met roet vervuild gezicht. Naast de askar met zijn ratelende wielen in de nog stille straten in de ochtendmist. De trage stap van het karpaard. Echt heel beeldend beschreven.
Het personage Kaatje Nagtegaal staat vol in het leven ondanks haar armoede. Haar vlijt om te werken en haar wil om te leren is een voorbeeld voor iedereen. Hard werken is haar niet onbekend en daardoor red ze zichzelf goed in de Maatschappij van Weldadigheid. Dit is een instelling die in het leven is geroepen om daklozen, bedelaars en mensen in armoede van de straat te halen en voor een appel en een ei te laten werken. Voor Kaatje is er iets moois uit voort gekomen en het is haar van harte gegund.
Voorproefje "Wanneer ze even later weer naar haar huis loopt, is ze blij dat ook het stoppen van sokken nu tot haar mogelijkheden behoort. Ze merkt aan zichzelf dat ze in de weken dat ze nu hier is, heel zelfstandig is geworden. Was ze de eerste week heel erg onevenwichtig door de fouten die ze maakte, steeds meer krijgt ze de slag te pakken om zich alles eigen te maken. En steeds meer raakt ze gewend aan haar huis, haar kleding en alles wat er plotseling aan nieuwigheden in haar leven is gekomen."
In 2021 is de Maatschappij van Weldadigheid onderdeel geworden van UNESCO werelderfgoed.
Best een leuk boek om te luisteren, een goed beeld van de tijd en het leven van Kaatje in de kolonie. Maar Kaatje wordt op een gegeven moment beschreven als mooi van buiten en van binnen, terwijl ze op dat moment naar mijn mening echt geen mooie keuze aan het maken was. Verhaaltechnisch waren er een aantal factoren die gepresenteerd werden als mogelijke risico's voor Kaatje, die dan vervolgens nergens toe leidden. Je verwacht nog een crisis gebaseerd op die risico's, maar die kwam nooit. Tjechov's gun werd dus niet afgevuurd. Voelt niet netjes, en maakt me aan het einde van het boek ook een beetje zenuwachtig. Is het wel goed afgelopen? Deze dingen kunnen de boel nog enorm in het honderd laten lopen.
Mooi en makkelijk leesbaar verhaal over een meisje/vrouw uit Rotterdam die ondergebracht wordt in de Maatschappij van Weldadigheid in Wilhelminaoord. Het speelt zich af rond 1850. Het behandelt dezelfde materie als Het Pauperparadijs. Het verhaal is hier en daar wat geromantiseerd, maar de verhaallijn is goed te volgen en leest heel makkelijk weg.
Aardig. Beetje te positief eigenlijk want het leven daar was heel hard. En dat die militair haar serieus als huwelijks gegadigde zag is zeer onwaarschijnlijk, zeker in die tijd. Maar wel aardig om te lezen.
This entire review has been hidden because of spoilers.