Thistle is a young woman whose father, a pilot, dies suddenly in a plane crash when she is thirteen years old. The airline’s compensation payout is substantial but doesn’t assuage the family’s grief. By the time she is seventeen, Thistle has lost most of her teenage years trying to make sense of her father’s premature death. In the meantime, her body is developing, and she finds herself sexualized and objectified by men against her will. Teenaged Thistle is increasingly aware of her allure but unsure of how to use that to her advantage. When her mother gifts her a camera, Thistle decides to turn the lens on herself, capturing her nude body in various poses just before she turns eighteen.
One day, after surreptitiously photographing a young girl at the park, Thistle remembers the nudes she took of herself when she was underage. Impulsively, Thistle decides to sell the pictures online. Initially, she believes that putting her nudes online will empower her. Instead, it marks the beginning of a psychotic episode and Thistle’s descent into a world where both narrator and reader cannot separate fantasy from reality. Thistle believes a moth to be the reincarnation of her father, feels judged by the weasels who have taken over her apartment, seeks counsel from a tick, and her interactions with other people grow increasingly fraught. After the authorities confiscate her computer, Thistle is taken into custody and must reckon with her past in order to meet her future.
De bakvis is het fictiedebuut van de Nederlandse schrijfster Nadia de Vries, die eerder al een persoonlijk levensverhaal en enkele dichtbundels publiceerde.
Het verhaal gaat over een vrouw wiens vader twintig jaar geleden stierf in een vliegtuigongeval. Ze woont in een appartement dat ze kon kopen met de erfenis. Het enige wat van haar vader overblijft, zegt ze in het boek, zijn haar ogen. Ze draagt voortdurend een fotocamera bij zich, waarmee ze foto's van minderjarigen neemt. Op een dag beslist ze om naaktfoto's van zichzelf als puber online te verkopen.
De bakvis gaat over jeugd en ouderdom, over schoenen die bij je leeftijd passen en foto's als verhulling. Het boek zit vol dieren en insekten: een teek, een mot, wezels. Je voelt als lezer veel ongemak, en een voortdurende worsteling om te functioneren in de samenleving.
"Een vrouw die forenzende slakken platrijdt zonder er 's nachts wakker van te liggen, ze kent immers geen twijfel aan de goedheid van de eigen ziel, de positie in de voedselketen is verzekerd, we gaan er allemaal aan - behalve zij, feilloze koningin van de buurtbarbecue, ongeslagen deelnemer aan het ochtendverkeer, natuurlijke wimperkruller en drager van horloges. Haar polsslag hapert niet wanneer er condenssporen aan de hemel staan, in de ochtend wordt zij wakker en voelt zij geen angst, geen angst." (p. 88, 89)
De bakvis is een boek over kijken: naar anderen via een camera, maar vooral naar jezelf. Een stoutmoedige, ontregelende roman die een diepe tristesse uitstraalt. Geschreven door een eigen stem, origineel en gedurfd.
Er is hier een vreemd contrast tussen inhoud en vorm. Op verhaalniveau gaat dit (volgens mijn leunstoel-diagnose) duidelijk over een dertiger die een psychose doormaakt – waarbij de obsessie met minderjarigheid, de constante aanwezigheid van dieren en de rondspringende chronologie de mentale instabiliteit van de ik-verteller benadrukken. Op stijlniveau heeft De Vries daarentegen alles heel nauwkeurig verfijnd. De verteller denkt gedurende het hele verhaal in korte, overzichtelijke zinnen, met goed grijpbare beeldspraak en regelmatig een zelfdiagnose over rouw. Door die botsing van een enerzijds wanordelijke psychologisering en de anderzijds gepolijste stijl, bleef ik altijd van een afstand naar de hoofdpersoon kijken, wat niet de bedoeling kan zijn wanneer het verhaal je juist zo dwingend in haar hoofd plaatst.
Aan de andere kant: die gepolijste stijl is wel erg heel erg sterk. Ik onderstreepte regelmatig mooie passages om later nog eens te lezen, en vermaakte me goed met De Vries’ observaties over de maatschappelijke blik op meisjeslichamen. Dus zelfs vanaf een emotionele afstand ging ik zonder enige moeite door de roman heen.
Ik wilde een voorgrondmeisje zijn, verleidelijk en opvallend maar desondanks deel van de kudde. Ik wilde bijzonder zijn maar niet afwijken, ondanks mijn superioriteit zou ik geborgen worden door anderen.
Ronduit bizar dat dit een debuutroman is. Met alles wat ik lees word ik alleen maar méér fan van Nadia de Vries.
Voor het feit dat dit een boek is over een rouwende vrouw die een psychose doormaakt en daarin haar eigen tienerlichaam online besluit te verhandelen, vond ik hier veel herkenning is. Zorgwekkend? Nee joh.
Dat herkenbare zat ‘m natuurlijk niet in het absurdistische plot, maar eerder in bredere thema’s. De zoektocht naar zingeving, bijvoorbeeld. Of het voorzichtige balanceren tussen deel van de groep willen zijn en je eigenheid behouden. De (haast lachwekkende) frustratie die vrouwen en meisjes voelen door te allen tijde ten prooi te vallen aan de blik van anderen. Ook interessant: de hypocrisie van verlangen.
Misschien nog wel het meest ‘gezien’ voelde ik me, tot slot, tijdens het lezen van het volgende citaat:
Bij koffiezaakjes durfde ik nooit de croissant aan te wijzen die ik wilde - ja, die ja, die grote met het luchtige midden, die kleine die vooraan ligt mag je houden - en zo bleven zelfs mijn ‘verwenmomenten’ suboptimaal.
Beetje vreemd boekje dat me niet helemaal raakte zoals ‘Kleinzeer’ dat deed, maar ik heb wel genoten van de mooie zinnen en sterke observaties die ik tegenkwam. ‘De bakvis’ snijdt in zo’n 150 blz veel interessante onderwerpen aan die zowel persoonlijk als maatschappelijk zijn, zoals rouw, gekte/psychische gezondheid en wat vrouw-zijn in deze moderne wereld betekent. De mentale staat van de hoofdpersoon wordt steeds vager, maar het wordt met een soort zekerheid gebracht die ik wel verrassend goed vond werken. En ik heb nu gek genoeg ook zin om knalpaarse laarzen met hak en slangenprint te bezitten. Eigenlijk 3,5 sterren!
“Ik zal doen wat het heden vereist en daar tevredenheid in vinden. Leven als een dier, zonder geschiedenis of chronologiegevoel, en alleen ruimte maken voor de meest urgente behoeften: voedsel, rust, gezelschap. Al het andere is discodip.” (151)
“Ooit was ik een meisje en nu ben ik een vrouw. Ik ben een vrouw en desondanks zijn er meisjes. Het verschil tussen ons is meetbaar in kraakbeen en collageen, zelfbeheersing en relativeringsvermogen. Dat wil zeggen, ervaring — en tijd, veel ervan.”
“Ik m^sturbeerde met flessen deodorant, haarborstels, kaarsen en de afstandsbediening van de tv (één keer). Na gebruik waste ik deze objecten niet. Ik liet andere mensen ongewenst mijn binnenste voelen.”
Ik kan je niet vertellen wat ik precies van dit boek had verwacht, maar dit was het niet. Toppunt van weird girl literature. Ik vond het erg geinig en stiekem heel vermakelijk, maar kom uiteindelijk toch op een 3 rating uit. De reden daarvoor is omdat het, zoals veel Nederlandse literatuur, overal en nergens tegelijkertijd over gaat. Het is een beetje als rondzweven in het luchtledige terwijl je luistert naar de krankzinnige hersenspinsels van iemand die steeds meer de grip op de realiteit verliest maar je tegelijkertijd de zin van het leven uit probeert te leggen.
Een grootstedelijke vrouw neemt wraak op het patriarchaat door haar eigen naakte tienerlichaam online te zetten. Dit boek gaat zorgvuldig om met themas als rouw, pedofilie en ‘gekte’. Alles is vurig, moedig, de hoofdpersoon geeft ook mij terug wat van me afgenomen is: een ontwikkeling van meisje tot vrouw die tegen mijn wil geseksualiseerd wordt.
Iets te vreemd naar mijn smaak en misschien weer even toe aan een meer plotgedreven boek, maar de eenzaamheid, rouw en de psychose die daarop volgt is mooi weergegeven en heb ook af en toe gelachen om haar observaties.
Vrouw behekst de wereld om haar heen om haar autonomie terug te winnen, maar moet daarvoor boeten. Je kunt zeggen: ze krijgt een psychose, maar er zit te veel magie in dit boek voor zo'n saaie interpretatie. De stellige toon van de hoofdpersoon is fijn en prettig vreemd.
***1/2 Het poëtisch taalgebruik spat van dit romandebuut van dichter Nadia de Vries. Het verhaal is schrijnend, absurd (op een goede manier), en structureel heel degelijk opgebouwd. De evolutie van Distel als personage komt zeer aanvaardbaar over, en de lezer gaat als vanzelf mee in de conclusie van de roman. Helaas bevat het verhaal iets te veel gemeenplaatsen, die een betere uitwerking mochten krijgen (de 'valuta' van het lichaam, de aantrekking van jonge(re) meisjes op oude(re) mannen, etc). Het boek leest vlot, de verontwaardiging wordt gedeeld, en ik ben benieuwd geworden naar haar non-fictieboek, Kleinzeer.
3,5* Ongetwijfeld zeer mooi taalgebruik. Voor mij bleef veel niet aanraakbaar. Er wordt veel interessants gesuggereerd, toch ervoer ik zelden wat Distel ècht voelde. Deze schrijfster heeft zonder twijfel groeipotentie !
Ik had overgave op commando van Nadia de Vries eerder gelezen en dat vond ik echt een goed boek. In dit boek herken ik wel dezelfde goede schrijfstijl, maar ik vind toch dat er te veel elementen in zitten die niet helemaal duidelijk een plek in het verhaal hebben om er meer sterren aan te geven. Ik voelde ook maar weinig voor de hoofdpersoon van het boek en alles leek haar maar een beetje te overkomen, heel naïef.
'Ik luisterde naar popmuziek voor eenzame mensen' is de tweede zin van het boek en toen wist ik dat De bakvis goed geschreven zou zijn. Charlotte Remarque schreef in de Groene Amsterdammer dat Nadia de Vries een onvaste stijl heeft en daar ben ik het wel mee eens, maar er zijn zoveel rake zinnen dat dat niet zoveel uitmaakt.
‘Ooit was ik een meisje en nu ben ik een vrouw. Ik ben een vrouw en desondanks zijn er meisjes. Het verschil tussen ons is meetbaar in kraakbeen en collageen, zelfbeheersing en relativeringsvermogen. Dat wil zeggen, ervaring - en tijd, veel ervan’ (149)
‘Ik zal doen wat het heden vereist en daar tevredenheid in vinden. Leven als een dier, zonder geschiedenis of chronologiegevoel, en alleen ruimte maken voor de meest urgente behoeften: voedsel, rust, gezelschap. Al het andere is discodip.’ (151)