Ik wilde een voorgrondmeisje zijn, verleidelijk en opvallend maar desondanks deel van de kudde. Ik wilde bijzonder zijn maar niet afwijken, ondanks mijn superioriteit zou ik geborgen worden door anderen.
Ronduit bizar dat dit een debuutroman is. Met alles wat ik lees word ik alleen maar méér fan van Nadia de Vries.
Voor het feit dat dit een boek is over een rouwende vrouw die een psychose doormaakt en daarin haar eigen tienerlichaam online besluit te verhandelen, vond ik hier veel herkenning is. Zorgwekkend? Nee joh.
Dat herkenbare zat ‘m natuurlijk niet in het absurdistische plot, maar eerder in bredere thema’s. De zoektocht naar zingeving, bijvoorbeeld. Of het voorzichtige balanceren tussen deel van de groep willen zijn en je eigenheid behouden. De (haast lachwekkende) frustratie die vrouwen en meisjes voelen door te allen tijde ten prooi te vallen aan de blik van anderen. Ook interessant: de hypocrisie van verlangen.
Misschien nog wel het meest ‘gezien’ voelde ik me, tot slot, tijdens het lezen van het volgende citaat:
Bij koffiezaakjes durfde ik nooit de croissant aan te wijzen die ik wilde - ja, die ja, die grote met het luchtige midden, die kleine die vooraan ligt mag je houden - en zo bleven zelfs mijn ‘verwenmomenten’ suboptimaal.