What do you think?
Rate this book


544 pages, Paperback
Published August 29, 2024

'Kortom, dat ik woorden op papier schrijf is geen gekkenwerk; ik heb me te verantwoorden.' p.9
'Maar hoe dan ook, ik verdwaalde nooit, ontmoette nooit iemand (dat lijkt vreemd, maar het was zo), ik klom in de bomen met behulp van de takken, en zo nu en dan deed ik kleine ontdekkingen: vogelnestjes, konijnen- en egel-holletjes, verschillende paddenstoelen die ik leerde onderscheiden, en op een dag gebeurde er een echt wonder: ik vond een kleine perfect ronde kuil, die helemaal was bekleed met bloeiende tijm. Ik ging op de rand zitten en liet me naar beneden glijden in dat geheel van geurende kleur, een sprookjeswereld.' p.22
'In de anderhalf jaar die ik er nu woonde was ik niet van Milaan gaan houden. Ik had er mijn leven veranderd, ik had er Ennio ontmoet: die stad had me heel dierbaar moeten zijn, maar voor mij stond niet de liefde boven alle andere gedachten, maar de angst. De liefdesdroom was geëindigd op het moment dat ze werkelijkheid werd. Met Ennio had ik me vastgelegd op een toekomst die niet de mijne was. Ik zou de vrouw worden van een Italiaanse ingenieur, en dus breken met mijn hele verleden, en dat idee beangstigde me.' p.72
'Dat het me nooit gelukt is om gewoon met je te praten, komt deels doordat wat ik te zeggen heb zo ingewikkeld is dat het een sfeer van rustig wederzijds vertrouwen tussen ons zou vereisen die er op het ogenblik niet is, en deels (en dat is van het begin af zo geweest) doordat ik als ik met jou praat geneigd ben om partij voor jou te kiezen, wat echter wil zeggen: tegen mijzelf.' p.226
'We zwegen een poosje, daarna zei ik: 'Ennio kent me erg slecht. Wat hij in mij ziet, dat ben ik niet voor mezelf. Ik schrijf omdat ik gekend wil worden zoals ik ben, voor alles door hem.'' p.271
'Als we samen waren had ik een ondergeschikte rol. We praatten over jou en ik deed mijn best alle nieuwe en vreemde dingen die je me vertelde te begrijpen. Het was of ik pas toen ontdekte dat ik in den vreemde was en niet meer zou terugkeren naar waar ik vandaan kwam.' p.276-277
'Soms lijkt het erop of het vooral de taal is die me zo alleen maakt. Want die vervreemdt me van mijn eigen gedachten. Ik merkte dat ik tal van dingen die ik wilde onthouden en opschrijven al niet meer precies weet. De chronologie is voor een deel al zoek, hier en daar zijn er gaten, dingen die gezegd zijn en verdwenen. Dat heeft allerlei oorzaken, onoplettendheid, ongeduld, onrust, verwarring, gebrekkig geheugen, aandacht verspild aan allerlei andere zaken. Maar de taal is toch, ongetwijfeld, een belangrijke en misschien zelfs de belangrijkste factor. De Italiaanse woorden hechten zich aan mijn gedachten en verstikken ze als woekerplanten.' p.294-295
'Ennio zou veel liever willen dat ik geen boek schreef, zei ik. Hij voelt de behoefte die ik heb om me rekenschap te geven, met mijzelf in het reine te komen door een boek te schrijven, als een aanslag op zichzelf. Daar heeft hij geen ongelijk in. Een boek schrijf je voor jezelf en alleen, al schrijf je het ook voor anderen. Maar als een ander je zo na staat als Ennio mij, ontneem je hem er meer mee dan je hem geeft, zeker als je er zoals ik je leven lang over doet en je er al die tijd als een slak in zijn huis in terugtrekt. Ik lees hem nooit voor wat ik geschreven heb, wat hij trouwens ook niet zou willen.' p.354-355
'Voor het eten ondervroeg Han me over mijn principes. Van tijd tot tijd probeert hij me op contradicties te betrappen of tot onberaden uitspraken te verleiden. Ditmaal viel hij me aan op de 'leefregels' die ik voor mezelf placht op te stellen en op mijn pogingen om de bewonderde voorbeelden van Stendhal en Du Perron na te volgen.' p.386-387
'Ik zei zaterdagavond tegen Anna Maria: 'Zonder mij zou Ennio zijn klavecimbel niet gemaakt hebben. Ik bedoel daar niet mee dat hij het klavecimbel aan mij te danken heeft, maar dat hij mij niet voor niets heeft gekozen.' Hetzelfde geldt, mutatis mutandis, voor mijn boek.' p.490
'De motto's op zijn virginaal en zijn klavecimbel spreken allebei van die grens en eindstreep die door het instrument en de muziek overwonnen moeten worden: ARS LONGA VITA BREVIS, NEC CESSES PRO NOBIS AD DOMINUM CLAMARE. Maar hij staat daar heel anders tegenover dan ik. Ik denk dat als ik mijn boek af heb (áls ik het afkrijg) mijn leven is afgerond. Zijn leven gaat door tot de dood het afkapt. Mijn leven ligt voor mijn gevoel in mijn boek besloten, zijn leven is een stuwende kracht die bloemen en vruchten draagt. Zijn leven is vooral veel zonniger dan het mijne.' p.499
'In mijn boek heb ik geprobeerd me vrij te maken door kapot te maken wat kapot kan en te zien wat er dan overbleef. Het resultaat is 'een louteringsproces' in Hanny's woorden, 'een zelfoverwinning' in die van Han, 'een kunstwerk' in die van Mien; in elk geval een zaak zowel van afbraak als van opbouw, zowel van dood als van leven.' p.501