Jump to ratings and reviews
Rate this book

In den vreemde

Rate this book
Waar je ook bent, wie je ook ontmoet, wie je ook verliest en soms weer terugvindt - de zoektocht om jezelf te doorgronden gaat altijd door. In het oeuvre van Frida Vogels is het nauwgezet zelfonderzoek altijd leidend geweest. Met haast mathematische precisie volgt ze de bewegingen van het hart, zowel in haar dagboeken als in de roman De harde kern, waarmee ze in één klap haar naam vestigde.

In den vreemde geeft een meeslepende beschrijving van Vogels' jeugd in Bloemendaal en Laren, bestrijkt de oorlogsjaren met hongertochten naar boerderijen in de nabije omtrek, en voert via Parijs naar Italië, waar ze zich vestigt, eerst in Milaan, later in Bologna. Elk jaar keert ze drie maanden terug naar Amsterdam om rustig te kunnen schrijven.

Dit rijke, caleidoscopische boek, dat ook gaat over de Italiaanse familieleden en collega's van Frida Vogels' man Ennio, fungeert als waardige sluitsteen van haar oeuvre.

544 pages, Paperback

Published August 29, 2024

Loading...
Loading...

About the author

Frida Vogels

23 books4 followers
Frida Vogels was a Dutch writer, known especially for her partly autobiographical trilogy De harde kern ("The hard core"), the second part of which was awarded the inaugural Libris Prize in 1994.

Vogels is noted for the close connection between her work and her life, as well as for her low profile: she did not appear at the presentation of the Libris Prize, and there are no photographs published of her. She lived & died in Bologna, Italy.

Information about Vogel's death & place of death added from Wikipedia

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
2 (15%)
4 stars
7 (53%)
3 stars
4 (30%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 of 1 review
Profile Image for Noam.
273 reviews43 followers
August 27, 2025
Dit boek is een feest voor wie Frida Vogels al kent én voor wie haar nog niet kent: Frida Vogels is de voor te veel mensen nog onbekende grande dame van de Nederlandstalige literatuur, de schrijfster van de legendarische ‘De harde kern' (Voor deel 2 hiervan won ze in 1994 ook de Libris Literatuur Prijs).

De inmiddels 95 jarige Vogels schrijft haar hele leven met maar één doel: Zelfonderzoek. Rake observaties, scherpe analyses, genadeloze afrekening met zichzelf. Ze schrijft met een scalpel, vechtend tegen de rollen die haar toebedeeld werden, altijd worstelend met haar moeite contact te maken met anderen en zichzelf. Ze kan niet leven zonder schrijven. Ze woont in Italië maar tot voor kort kwam ze elk jaar 3 maanden naar Nederland om te kunnen schrijven.

Deze keer geen roman of dagboeken, maar kronieken, iets dat hoe later het geschreven is na de gebeurtenissen minder dagboek en wellicht onbewust meer fictie wordt. Een autobiografisch construct. Sommige stukken zijn kort, zelfs amusant, andere lang, kwetsbaar, vertederend. Wanneer de stukken zijn geschreven is niet vermeld. Ze verplaatst zich terug in de tijd, in haar hoofd, in die wereld én in de taal van toen. De taal is opvallend fris en vitaal, ook in de meest recente stukken.

Frida Vogels schrijft over haar leven, als kind in Nederland tijdens de oorlog, later haar tijd in Parijs en haar leven in Italië na haar huwelijk. Ze schrijft over kunst, over schrijven, over vader, moeder, broer Kees, vrienden Lousje en Han (Voskuil!), man Ennio, zijn familie, een vriendin uit Rome, een onderduiker enz. Het boek opent met kronieken over haar jeugd en haar ouders en gaat steeds dieper verderop in het boek, als Vogels over haar (innerlijke) leven als volwassene en schrijfster vertelt. Een deel van de stukken gaan over de tijd dat ze bezig was ‘De harde kern’ te schrijven. Vogels schuwt geen seconde de zere plekken van haar leven te belichten. Als ze iets doet, begint ze meteen daarna weer te twijfelen of het goed was, bevestiging zoekend bij mensen die ze vertrouwt, doet herstelpogingen die weer tot twijfels leiden enz. Menselijker kan niet. Hoe verder ik las, hoe dieper het me raakte.

Via Marsala, Bologna, Italië, de straat waar Frida Vogels al tientallen jaren woont, via Wikimedia Commons

Via Marsala, Bologna, Italië, de straat waar Frida Vogels al tientallen jaren woont, via Wikimedia Commons

De flaptekst noemt dit boek een 'waardige sluitsteen van haar oeuvre'. Waardig is het zeker, maar toen ik dit las dacht ik: ‘Oh, nee! Ik hoop op meer publicaties van Frida Vogels, al is het ‘maar’ om haar dagboeken van na 1978!’. En naarmate ik verder las, begreep ik dat dit boek wat haar betreft echt een sluitsteen is. Aan het einde van het boek lees je ook dat het om niet eerder gepubliceerde stukken gaat, omdat Vogels ze destijds te persoonlijk vond en/of omdat ze gingen over toen nog levende mensen. Dit is kennelijk het enige wat Frida Vogels nog wilde toevoegen. Punt.

Citaten
'Kortom, dat ik woorden op papier schrijf is geen gekkenwerk; ik heb me te verantwoorden.' p.9

'Maar hoe dan ook, ik verdwaalde nooit, ontmoette nooit iemand (dat lijkt vreemd, maar het was zo), ik klom in de bomen met behulp van de takken, en zo nu en dan deed ik kleine ontdekkingen: vogelnestjes, konijnen- en egel-holletjes, verschillende paddenstoelen die ik leerde onderscheiden, en op een dag gebeurde er een echt wonder: ik vond een kleine perfect ronde kuil, die helemaal was bekleed met bloeiende tijm. Ik ging op de rand zitten en liet me naar beneden glijden in dat geheel van geurende kleur, een sprookjeswereld.' p.22

'In de anderhalf jaar die ik er nu woonde was ik niet van Milaan gaan houden. Ik had er mijn leven veranderd, ik had er Ennio ontmoet: die stad had me heel dierbaar moeten zijn, maar voor mij stond niet de liefde boven alle andere gedachten, maar de angst. De liefdesdroom was geëindigd op het moment dat ze werkelijkheid werd. Met Ennio had ik me vastgelegd op een toekomst die niet de mijne was. Ik zou de vrouw worden van een Italiaanse ingenieur, en dus breken met mijn hele verleden, en dat idee beangstigde me.' p.72

'Dat het me nooit gelukt is om gewoon met je te praten, komt deels doordat wat ik te zeggen heb zo ingewikkeld is dat het een sfeer van rustig wederzijds vertrouwen tussen ons zou vereisen die er op het ogenblik niet is, en deels (en dat is van het begin af zo geweest) doordat ik als ik met jou praat geneigd ben om partij voor jou te kiezen, wat echter wil zeggen: tegen mijzelf.' p.226

'We zwegen een poosje, daarna zei ik: 'Ennio kent me erg slecht. Wat hij in mij ziet, dat ben ik niet voor mezelf. Ik schrijf omdat ik gekend wil worden zoals ik ben, voor alles door hem.'' p.271

'Als we samen waren had ik een ondergeschikte rol. We praatten over jou en ik deed mijn best alle nieuwe en vreemde dingen die je me vertelde te begrijpen. Het was of ik pas toen ontdekte dat ik in den vreemde was en niet meer zou terugkeren naar waar ik vandaan kwam.' p.276-277

'Soms lijkt het erop of het vooral de taal is die me zo alleen maakt. Want die vervreemdt me van mijn eigen gedachten. Ik merkte dat ik tal van dingen die ik wilde onthouden en opschrijven al niet meer precies weet. De chronologie is voor een deel al zoek, hier en daar zijn er gaten, dingen die gezegd zijn en verdwenen. Dat heeft allerlei oorzaken, onoplettendheid, ongeduld, onrust, verwarring, gebrekkig geheugen, aandacht verspild aan allerlei andere zaken. Maar de taal is toch, ongetwijfeld, een belangrijke en misschien zelfs de belangrijkste factor. De Italiaanse woorden hechten zich aan mijn gedachten en verstikken ze als woekerplanten.' p.294-295

'Ennio zou veel liever willen dat ik geen boek schreef, zei ik. Hij voelt de behoefte die ik heb om me rekenschap te geven, met mijzelf in het reine te komen door een boek te schrijven, als een aanslag op zichzelf. Daar heeft hij geen ongelijk in. Een boek schrijf je voor jezelf en alleen, al schrijf je het ook voor anderen. Maar als een ander je zo na staat als Ennio mij, ontneem je hem er meer mee dan je hem geeft, zeker als je er zoals ik je leven lang over doet en je er al die tijd als een slak in zijn huis in terugtrekt. Ik lees hem nooit voor wat ik geschreven heb, wat hij trouwens ook niet zou willen.' p.354-355

'Voor het eten ondervroeg Han me over mijn principes. Van tijd tot tijd probeert hij me op contradicties te betrappen of tot onberaden uitspraken te verleiden. Ditmaal viel hij me aan op de 'leefregels' die ik voor mezelf placht op te stellen en op mijn pogingen om de bewonderde voorbeelden van Stendhal en Du Perron na te volgen.' p.386-387

'Ik zei zaterdagavond tegen Anna Maria: 'Zonder mij zou Ennio zijn klavecimbel niet gemaakt hebben. Ik bedoel daar niet mee dat hij het klavecimbel aan mij te danken heeft, maar dat hij mij niet voor niets heeft gekozen.' Hetzelfde geldt, mutatis mutandis, voor mijn boek.' p.490

'De motto's op zijn virginaal en zijn klavecimbel spreken allebei van die grens en eindstreep die door het instrument en de muziek overwonnen moeten worden: ARS LONGA VITA BREVIS, NEC CESSES PRO NOBIS AD DOMINUM CLAMARE. Maar hij staat daar heel anders tegenover dan ik. Ik denk dat als ik mijn boek af heb (áls ik het afkrijg) mijn leven is afgerond. Zijn leven gaat door tot de dood het afkapt. Mijn leven ligt voor mijn gevoel in mijn boek besloten, zijn leven is een stuwende kracht die bloemen en vruchten draagt. Zijn leven is vooral veel zonniger dan het mijne.' p.499

'In mijn boek heb ik geprobeerd me vrij te maken door kapot te maken wat kapot kan en te zien wat er dan overbleef. Het resultaat is 'een louteringsproces' in Hanny's woorden, 'een zelfoverwinning' in die van Han, 'een kunstwerk' in die van Mien; in elk geval een zaak zowel van afbraak als van opbouw, zowel van dood als van leven.' p.501


Displaying 1 of 1 review