Als vakantiebaantje ordent de jonge Stella Verstarre de archieven van een weduwe uit het Gooi. Met groeiende fascinatie leest Stella de stapels brieven, dagboeken en documenten, waarin zich een allesbehalve brandschoon verleden aftekent. Tussen de oude dame en Stella ontstaat een vriendschap die ruw wordt verstoord als de mysterieuze Andreas de villa van de weduwe betreedt. Meer en meer raakt Stella verstrikt in een duivels en wreed complot. Is er voor haar nog een weg terug?
Kees van Beijnum (1954) bracht hij het grootste deel van zijn jeugd door in de cafés en hotels van zijn familie op de Amsterdamse Zeedijk. Voordat hij begin jaren negentig besloot zich aan het schrijven te wijden was hij werkzaam in de journalistiek. Zijn eerste boek Over het IJ - Een reconstructie van een moord (1991) oogstte in brede kring bewondering. 'Eindelijk een eigen equivalent van Truman Capote's In Cold Blood,' schreef René Zwaap.
Begin 1994 debuteerde Van Beijnum als prozaïst met de roman Hier zijn leeuwen, die werd genomineerd voor de Debutantenprijs en de longlist van de Libris Literatuur Prijs. Een jaar later publiceerde hij de semi-autobiografische roman Dichter op de Zeedijk, een succesvol boek dat zijn weg vond naar veel lezers en critici en werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. In 1998 verscheen De ordening, gebaseerd op het levensverhaal van de weduwe Rost-van Tonningen. In 2003 werd het boek verfilmd en genomineerd voor een Gouden Kalf.
De oesters van Nam Kee, Van Beijnums vierde roman, verscheen in 2000. Het is een geestig, met vaart geschreven boek over hunkering: naar waarheid, naar liefde en vooral naar echtheid. Het verscheen op de longlist van de Libris Literatuur Prijs. De boekverfilming, met in de hoofdrollen Katja Schuurman en Egbert Jan Weber, werd een groot succes. Nadat hij overstapte van Nijgh & Van Ditmar naar De Bezige Bij kwam Van Beijnum in 2002 met de roman De vrouw die alles had, in het najaar van 2004 gevolgd door Het verboden pad.
Begin 2008 stond Van Beijnum volop in de schijnwerpers met zijn roman Paradiso, die overal goed werd besproken en binnen korte tijd uitgroeide tot een bestseller. Het is het verhaal van een man die op het punt staat zijn huwelijk te verbreken als opeens zijn vrouw onvindbaar blijkt. Voordat hij haar kan verlaten, moet hij haar eerst terugvinden.
Ter gelegenheid van de Literaire boekenmaand schreef hij voor De Bijenkorf de novelle Zoon van (2009). Zijn roman Een soort familie (2011) werd juichend ontvangen en genomineerd voor de AKO Literatuurprijs.
In 2014 verscheen zijn tiende roman, De offers. NRC Handelsblad gaf vier sterren: ‘Personages om in je hart te sluiten. Een boek dat onmiddellijk ontzag inboezemt.’ In 2017 publiceerde hij Het mooie seizoen.
Vooropgesteld zij dat ik dit een mooie roman vind, die goed is uitgedacht, want helder gestructureerd en van enige diepgang voorzien. Maar die diepgang is hier en daar problematisch, zeker in de contacten tussen Stella en Andreas. Van Beijnum probeert daar aantrekking en afstoting te gieten in daarvan gedeeltelijk geabstraheerde conversaties. Nu een daaraan verbonden ‘maar’ de positieve kant op: er zit enige symboliek en er zitten dubbele bodems in de uitingen die over de moraal gaan en die de keuzes die te maken zijn, stipuleren. Los daarvan is het taalgebruik zeer naar mijn smaak. En de ‘zwarte weduwe’, een personage dat zwaar leunt op mevrouw Rost van Tonningen, komt uitstekend uit de verf. Wat mij betreft drie grote sterren. JM
Een roman over goed en slecht, ethisch en onethisch en het 'ik'. Helaas probeert de schrijver hier, naar mijn bescheiden mening, drie verschillende dingen in één roman te proppen: een liefdesgeschiedenis, een biografie en een thriller. Twee was genoeg, en zeer waarschijnlijk beter, geweest.
Het verhaal begint rustig en je leert langzaam de hoofdpersoon kennen. Daarna word je mee gesleept in haar taak van archiveren bij de oude Weduwe en komt het verhaal in een stroomversnelling. Ik had steeds meer de neiging om verder en verder te willen en dat is voor mij altijd een indicatie van een goed boek. Je wilt meegesleept worden en het niet meer aan de kant leggen. Maar de laatste paar hoofdstukken vond ik het zelf wel een beetje in een anti-climax eindigen. Voor de rest is de stijl van de schrijver wel prettig om te lezen, soms neigt het een beetje naar cryptisch waardoor je als lezer dan toch het idee krijgt dat je het verhaal of dialoog niet helemaal lijkt te volgen zoals bedoelt is. Het is een verhaal dat origineel is, dat is zeker zo. En daardoor is het ook eens wat anders om te lezen, maar om te zeggen dat ik dit een van de beste boeken vind van de laatste tijd, neuh.
Maar ga voor jezelf beoordelen wat je ervan vindt! De stijl van het boek is niet algemeen voor iedereen 'geschikt'. Als je bekend bent met wat zwaardere Nederlandse literatuur lees je dit met gemak, maar als je meer van de luchtige simpele boeken bent, dan denk ik dat je snel geen lol er meer in hebt.
Het is allemaal wel enigszins spannend, maar toch ook voorspelbaar. Zet uiteindelijk onvoldoende aan tot denken over goed en fout en blijft daardoor aan de oppervlakte.