Niets zo moeilijk te vatten als de mens. We zijn er bijgevolg al eeuwen mee bezig. Er zijn intussen heel wat taboes rond 'geestesziekte' verdwenen, een prestatie waar we talloze artsen dankbaar voor mogen zijn. Maar wie waren eigenlijk de eersten die zich bezighielden met de menselijke psyche? Sinds wanneer zien we 'waanzin' als een ziekte en niet meer als een straf van God? En wie bepaalt überhaupt wie 'ziek' is en wie 'normaal'?
De ontdekking van de geest vertelt een breed en boeiend verhaal, eentje dat ons rond de wereld en door de jaren heen leidt. Het neemt ons mee van prehistorische schedelboringen en middeleeuwse hekserij, via de Weense psychoanalyse, de ontdekking van oorlogstrauma en de uitvinding van elektroshocktherapie, helemaal naar vandaag, waar het zorgaanbod amper kan tegemoetkomen aan de hulpvraag en we ons het hoofd breken over morele dilemma's betreffende euthanasie.
Dit boek beschrijft op onderhoudende wijze hoe de psychiatrie groeide. Het besteedt aandacht aan de grote doorbraken en de fatale vergissingen. Tegelijkertijd toont het de levens van wie werkelijk heeft geleden. Dat zijn onbekenden, mensen die op het pad van de auteur kwamen, maar evengoed historische figuren als Camille Claudel, Ischa Meijer en Rosemary Kennedy. Dit werk is geschreven voor iedereen die zich interesseert in geschiedenis of mentaal welbevinden. Het biedt antwoorden over het verleden en stelt kritische vragen over onze eigen tijd.
Niet wat ik had gehoopt of verwacht. Het boek is zeer gekleurd terwijl ik meer opzoek was naar een puur objectieve beschrijving van de historische feiten. Neigde naar mijn mening nog net iets teveel naar de biologische visie en termen zoals ‘schizofrenie’ mogen weggelaten worden. Ook het woord ‘uitbehandeld’ laat mijn haren rechtop staan.
Desondanks wel een handige introductie tot het ontstaan van de psychiatrie.
Een interessante inleiding in de geschiedenis van de psychiatrie. Het boek richt zich, zoals de schrijfster aangeeft, met name op mensen zonder voorkennis. Zelf heb ik de nodige voorkennis wel, maar vond het nog steeds een leuk boek om te lezen. Verschillende periodes in de geschiedenis worden uitgebreid beschreven en waar mogelijk gekoppeld aan een specifieke casus. Ook is er geprobeerd een genuanceerd beeld te geven en de invloed van de tijd te duiden.
Ondanks deze nuance voelde ik een voorkeur voor een biologische benadering van psychiatrische problematiek bij de schrijfster en miste ik een wat meer kritische benadering van classificatie / diagnostiek, terwijl deze discussie volop wordt gevoerd vandaag de dag. Invloeden vanuit de herstelbeweging en positieve gezondheid komen in het boek ook nauwelijks aan bod. Dit is te begrijpen als er geschreven wordt vanuit de overtuiging dat psychiatrische aandoeningen een biologische basis hebben, maar dit is nu juist sterk discutabel. Je zou kunnen zeggen dat dit misschien te ver voert voor de onervaren lezer, maar kan ook voor een verkeerde voorstelling van zaken zorgen.
Al met al is het boek nog steeds het lezen waard, zeker als men na dit boek er nog iets meer kritische boeken op na slaat.
Interessant overzicht van de manier waarop we naar psychisch kwetsbaren kijken en hoe hun behandeling mee geëvolueerd is. Naarmate het boek vordert, wordt het interessanter. Dat betekent helaas: zwakke start. De eerste hoofdstukken zijn oppervlakkig en simplistisch, maar gaandeweg komt het meer op dreef. Niet opgeven is de boodschap. Vooral in de laatste delen van het boek merk je duidelijk de pen van een bevlogen psychiater.
Het laatste hoofdstuk behandelt de actuele kwestie van euthanasie bij ondraaglijk psychisch lijden. De Cuypere kan putten uit een vat vol ervaring over patiënten met een doodswens en levert een zeer zinvolle en genuanceerde bijdrage aan het debat.
De 20ste en 21ste eeuw zijn op zich al een boek waard. Indien geschreven door De Cuypere, wordt dat zeker een voltreffer.
Vlot leesbaar boek over de geschiedenis van de psychiatrie en de evolutie van geestelijke welzijnszorg. Het boek volgt een historisch parcours met tussenin eigentijdse reflecties. Zoals de auteur zelf aangeeft wil ze de psychiatrie hiermee situeren op een kruispunt van filosofie, psychologie en geneeskunde. Duidelijk geen eiland denken dus. Als minpuntje de typisch Vlaams drang naar het te toegankelijk te willen zijn voor iedereen, hierdoor verliest het boek wat aan wetenschappelijke achtergrond informatie. Het mag tegenwoordig dan ook niet meer te ingewikkeld zijn neem ik aan.