Het koloniale verleden en het slavernijverleden van Nederland staan de laatste tijd volop in de belangstelling, in steeds negatievere termen. Na tientallen jaren borstklopperij is de slinger doorgeslagen naar boetedoening. Dankzij ’s lands bekendste Leidse historici, koning Willem-Alexander en voormalig premier Mark Rutte, staat Nederland nu zelfs bovenaan de Europese ‘ranglijst’ van spijt en excuses. Is dat wenselijk of moet de politiek stoppen met wat volgens velen getuigt van een weg-met-ons mentaliteit?
Bossenbroek neigt naar dat laatste. De officiële excuses hebben namelijk geen breed draagvlak onder de bevolking. De grootste politieke partij, de pvv, wil alle excuses intrekken en het land ‘terugveroveren’. Volgens een internationale peiling voelen Nederlanders van alle ondervraagde nationaliteiten verreweg de meeste trots en de minste schaamte over hun koloniale verleden.
Zodoende lijkt de omgang met de vaderlandse geschiedenis de kloof tussen politiek en burger in de Nederlandse samenleving te hebben vergroot. En dat is ernstig. Hoe is te voorkomen dat die afstand onoverbrugbaar wordt? Kan er recht worden gedaan aan het verleden zonder het heden te belasten met een verdere polarisering die de democratie bedreigt?
Een verhelderende blik over de impact van kolonialisme op het heden. Kolonialisme was en is een wereldwijd verschijnsel van alle tijden. Hoe kan een land leren van het verleden als dader en als slachtoffer en hoe gaat men daar mee om als samenleving. Kijk naar leiders als Joko Widodo en Cyril Ramaphosa. Indonesië en Zuid Afrika. Hoe kijken we naar moderne slavernij en de expansie van Rusland? De impact van China op Afrika? De patriottistische instelling van Trump? Hoe kijkt Nederland naar ons verleden en hoe gaan we daar mee om in de toekomst?
Zeer verhelderend en leerzaam boek. Kolonialisme is helaas van alle tijden en inherent aan de mensheid vanwege "nieuwsgierigheid, ontdekkingsdrang, winstbejag, eerzucht, vrijheidszin, armoede, wanhoop, bekeringsijver, liefdesverdriet, noem maar op".
Niet alleen het Westen heeft zich vreselijk schuldig gemaakt aan het inpikken van andermans land en het uitbuiten en -moorden van verschillende volken. Ook de Arabische wereld, Rusland en China deden - en doen - aan (neo)kolonialisme. Het is hoopvol dat veel westerse landen en democratieën volop bezig zijn met het erkennen van hun eigen fouten, zoals te zien is bij Zuid-Afrika en Indonesië. Tegelijkertijd is het verbijsterend dat vele niet-westerse landen hun eigen (koloniale) geschiedenis juist op manipulatieve wijze goedpraten en het Westen beschuldigen van verdorvenheid. Een gevalletje de pot verwijt de ketel. Autocratische regimes moeten blijkbaar eerst veranderen in democratieën voordat er ruimte is voor een open en eerlijke dialoog over het verleden. Tot die tijd is het liegen en bedriegen om de fragiele macht te behouden.
Martin Bossenbroek gaat met ons de wereld over om de puinhopen van het kolonialisme aan een onderzoek te onderwerpen. Een van de aanleidingen is de in Nederland onstilbare behoefte om spijt te betuigen over het verleden van kolonialisme en slavernij. De rondgang brengt hem tot een aantal relevante, en soms relativerende, conclusies. Het veroveren van gebieden en volksverhuizingen zijn van alle tijden en alle regio's. Alle grote en machtige landen zijn het resultaat van imperiale neigingen en veroveringen: de VS, Rusland, China. Het Europese kolonialisme onderscheidde zich vooral doordat het per schip werd verbreid en niet over land, en dat het altijd ging om een combinatie van veroveren en handel drijven. Het inzetten van slavernij was aanvankelijk nooit een echt probleem, ook al bestond dat in Europa zelf al nauwelijks meer sinds de Middeleeuwen. Bossenbroek besteedt bijzondere aandacht aan een aantal grote ex-koloniën: Indonesië, India, Brazilië. India worstelt om na de afwijzing van de koloniale onderwerping met de dreiging van religieuze tirannie en de autocratische neigingen van Modi. Indonesië en Brazilië zijn voor hem voorbeelden van landen die in het proces van dekolonisatie het slachtofferschap voorbij zijn en op basis van hervonden zelfvertrouwen een positie in de wereld zoeken. Dat ze daarbij in het gezelschap geraken van Xi Jinping en Poetin is niet helemaal geruststellend. Ook Zuid-Afrika is voor de auteur een voorbeeld van een land dat poogt om op een constructieve manier met de nalatenschap van de geschiedenis om te gaan. Als voorbeeld noemt hij dat er naast elkaar twee national heritage sites bestaan: een herinneringsplek van de Afrikaner gemeenschap én het Freedom Park waar de geschiedenis van Zuid-Afrika als regenboognatie wordt gepresenteerd. Dus niet het neerhalen van standbeelden in het kader van het Grote Boetedoen... Europa heeft de wereld niet alleen mensenrechten en de liberale democratie gebracht, maar ook haar specifieke vorm van kolonialisme. Rusland en China schamen zich daar niet voor, Europa wel en dat is voor de autocraten van de wereld genoeg om democratie en mensenrechten óók te verwerpen en daar werken veel kritische Europese intellectuelen bedoeld of onbedoeld aan mee. Een typisch geval van kind en badwater...
Het stuk tussen de proloog en epiloog is een heldere beschrijving van vormen van kolonialisme op verschillende plaatsen en periodes. Het gaat verder dan de bekende geschiedenis van de slaaf gemaakte Afrikanen. Afbeeldingen (grafieken, geografische kaarten) ondersteunen de beschrijvingen. Een gedegen verhaal. In de pro- en epiloog geeft Bossenbroek zijn persoonlijke mening over de twee musea, Fenix, R'Dam en het nieuwe slavernijmuseum, A'dam. Ik houd het liever bij de feiten.
Blog n.a.v. ‘Kolonialisme!” van Martin Bossenbroek
De ondertitel ‘De vloek van de geschiedenis’ is veelzeggend. “Na tientallen jaren borstklopperij is de slinger doorgeslagen naar boetedoening”, zo staat er te lezen. En die boetedoening heeft “geen breed draagvlak onder de bevolking. Daarmee lijkt de omgang met de vaderlandse geschiedenis de kloof tussen politiek en burger in de Nederlandse samenleving te vergroten.” Bossenbroek wil “recht doen aan het verleden zonder het heden te belasten met een verdere polarisering”. Daarmee richt Bossenbroek zich, zo lijkt het, allereerst op collega-historici. Maar het gaat toch om ons, burgers. Hij neemt de lezer mee op een wereldwijde speurtocht. Hij onderzoekt hoe in andere landen teruggekeken wordt op de eigen koloniale geschiedenis en het slavernijleden, om uit te komen bij de kernvraag: kunnen we als Nederlanders “waardevolle lessen trekken voor onze eigen omgang met de zwarte bladzijden van het kolonialisme.”
Wat mij opviel tijdens het lezen:
“Van 1514 tot en met 1865 maakten slavenschepen vierendertig duizend overtochten over de Atlantische Oceaan met in totaal tien miljoen slaafgemaakte Afrikanen aan boord. (…) Over de hele periode bezien behoorden de Nederlanders tot de middelgrote slavenhandelaren. (…) Pas vanaf het begin van de twintigste eeuw – let wel, nog maar zo’n honderd jaar geleden – gold slavernij naar de geboekstaafde normen van de beschaafde wereldgemeenschap als een misdaad tegen de menselijkheid. (…) Abolitionisme (…) gedijde wonderwel in combinatie met imperialisme. (…) Vrijwel het hele Afrikaanse continent (…) werd in no time onderling verdeeld door zeven in omvang relatief bescheiden Europese landen. (…) Aan die koloniale overheersing kwam pas na 1960 een einde. (…) In Azië en Oceanië gedroeg Nederland zich net zo heerszuchtig als de andere daar al gevestigde koloniale mogendheden. (…) De tussenconclusie kan luiden dat Nederland in Europees vergelijkend onderzoek inmiddels ver vooroploopt.”
“De gefragmenteerde verwerking van het koloniale en slavernijverleden van de Verenigde Staten leidt anno 2024 alleen maar tot meer verdeeldheid. Daar valt voor de Nederlandse situatie weinig lering uit te trekken.”
“De Britten hebben de naam, maar het zijn toch echt de Russen die de ranglijst aanvoeren van meest succesvolle kolonisatoren aller tijden. (…) De Russen zijn uitstekend in staat gebleken hun gigantische koloniale veroveringen te bestendigen. (…) Het Kremlin doet niets liever dan het Westen aan de schandpaal nagelen vanwege zijn koloniale expansie. De eigen excessieve veroveringszucht in heden en verleden daarentegen worden straal genegeerd, verzwegen, weggemoffeld of indien nodig glashard ontkend.”
“Ugur Umit Üngör, hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam wees op een dubbel ‘vals bewustzijn’ in de westerse wereld: ‘Terwijl de linkse orthodoxie zich richt op Palestina als een onderdrukte natie die lijdt onder het juk van imperialistische westerse grootmachten en bedrijven, is de rechterflank gehypnotiseerd door islamitisch geweld dat wordt beschouwd als een vorm van irrationeel, middeleeuws terrorisme dat de westerse beschaving bedreigt. Beide vormen van politisering vergroten het geweld buitenproportioneel in termen van beeldvorming.”
“Ook het Chinese model is overduidelijk geen lichtend maar een afschrikwekkend voorbeeld voor de omgang met het koloniale en slavernijverleden.”
“Het klinkt in Nederlandse oren waarschijnlijk verrassend, maar eigenlijk is Indonesië wel zo’n beetje klaar met zijn koloniale verleden. (…) Joko Widodo is de eerste niet-westerse regeringsleider (…) in het rijtje die volmondig heeft erkend dat zijn land zich in het verleden heeft schuldig gemaakt aan grove schending van mensen rechten. (…) Voor het eerst (…) dat we een benadering tegenkomen waarvan Nederland wellicht iets zou kunnen opsteken.”
“Gaddafi was de eerste staatsman in de hele islamitische wereld die rekenschap aflegde voor de diepzwarte bladzijden in de eigen geschiedenis. (…) En tevens de laatste. (…) uit de landen die actief betrokken zijn geweest bij de eeuwenlange Afro-Arabische slavenhandel is sindsdien officieel niets meer vernomen over dit duistere verleden. Geen excuses, geen spijt, geen schaamte, zelfs geen erkenning van de historische feiten.”
“Brazilië en Zuid-Afrika – bede landen ontworstelden zich aan een onderdrukkend koloniaal en slavernijverleden, waarin ook Nederlanders een aandeel hadden. In de verwerking van die veelbewogen geschiedenis liepen Brazilië en Zuid-Afrika bovendien allebei voorop, terwijl ze tot op de dag van vandaag de democratische basisbeginselen hooghouden. (…) Beide landen laten zich niet verlammen door die eeuwenlange aaneenschakeling van pijnlijke geschiedenissen. De wonden worden niet opengehouden, laat staan opengewerkt, maar verzorgd en gedicht. Verschillen worden verkleind, niet uitvergroot. Het gevoel van verbondenheid wordt versterkt, met een beroep op de helende kracht van de democratie. (…) Jammer alleen van die foute vrienden. Op het wereldtoneel laten beide staatshoofden zich namelijk van een totaal andere kant zien.”
Conclusies: 1. Kolonialisme en slavernij zijn van alle tijden en alle continenten. (…) 2. Het zijn de Europeanen geweest – de Britten voorop, ere wie ere toekomt – die als eersten eigener beweging de slavenhandel en slavernij hebben afgeschaft en vervolgens wereldwijd ter discussie hebben gesteld. (…) 3. Europa heeft zich tegelijkertijd ook van zijn meest barbaarse kant laten zien, namelijk de periode van 1880 tot 1960. De opeenvolging van dood en geweld die het Westen in die jaren over de hele wereld heeft gebracht, is nog steeds angstaanjagend. (…) 4. Er valt een verontrustende overeenkomst vast te stellen tussen westerse postkoloniale academici en niet-westerse machthebbers, in het bijzonder de autocraten onder hen. In beider narratieven zijn namelijk alle niet-westerse koloniale rijken ‘natuurlijk’, ‘organisch’ en vooral ‘vreedzaam’. (…) “Moeten wij ons nu door dictators het narratief laten aanpraten dat de westerse democratie niet deugt en ook nooit heeft gedeugd? (…)
“Inkeer is goed, zelfvernedering leidt in een steeds dreigender wereld tot zelfdestructie. (…) Beter kunnen we ons in het Westen richten op het bestrijden van huidige misstanden. (…) Aan het lot van al die tientallen miljoenen voorouders die in slavernij hebben geleefd hebben kunnen we helemaal niets meer veranderen. Aan de omstandigheden van al die tientallen miljoenen medemensen die anno 2024 nog steeds in slavernij leven, kunnen we van alles doen. Dat is de beste remedie om in het reine te komen met de zwaar op ons drukkende erfenis van het westerse koloniale en slavernijverleden.”
Bossenbroek analyseert in dit boekje (hij noemt het zelf een pamflet) de huidige historische onderzoeksinspanningen met de vraag of die bijdragen aan de kennis van het Nederlands overzeese verleden. Zijn het objectieve brede oriëntaties, zonder oogkleppen? Resulteren die in een verbetering van het nationale zelfbeeld?
Zijn boek gaat over kolonialisme en behandelt ook de daarmee samenhangende slavenhandel en slavernij.
Met betrekking tot die laatste twee elementen constateert Bossenbroek een trend tot boetedoening. Excuses, gemaakt door Koning Willem-Alexander (op 1 juli 2023), door Mark Rutte (op 17 februari 2022). Maar ook eerder al, door vicepremier Lodewijk Ascher (2013), door minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot (17 augustus 2005) en door minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties Roger van Boxtel (september 2001). En koningin Beatrix onthulde in die periode het Nationaal Slavernijmonument (2002). Bossenbroek vraagt zich af in welke mate deze trend de publieke opinie weerspiegelt en of de politiek in die zin niet te ver voor de muziek uitloopt.
Deze stroom van excuses is onder meer op gang gekomen door het werk van historici als Reggie Baay (Daar werd wat gruwelijks verricht), Matthias van Rossum (Kleurrijke tragiek) en Ewald Vanvugt (Roofstaat). Helemaal in lijn met de tijdgeest stellen zij vast dat iedereen, ongeacht geboorte- of woonplaats, in meer of mindere mate verbonden is met het slavernij- en koloniaal verleden. Zij schrikken hierbij niet terug voor moralisering en juridisering van dat verleden. Dat draagt bij aan maatschappelijke onrust, ook buiten Europa, bijvoorbeeld tijdens de ‘Reparations and Racial Healing Summit’ in Ghana waar werd bepleit om de Europese daderlanden van ‘grootschalige historische misdaden’ te dwingen tot ‘formele excuses en herstelbetalingen’ (augustus 2022). De slachtofferlanden hoeven niet zelf argumenten te bedenken, die worden gewoon aangeleverd: ‘Ze zeggen het toch zelf!’. De Westerse morele reflectie op het overzeese verleden heeft zo’n vlucht genomen dat die uitsluitend vanuit het dader- en slachtofferperspectief geïnterpreteerd wordt.
Laten we even duidelijk vaststellen dat er tussen 1514 en 1865 tien miljoen Afrikanen als slaaf zijn afgevoerd in het kader van de trans-Atlantische slavenhandel. 15% van hen kwam onderweg om. Onder de vlag van de Nederlandse WIC zijn zeshonderdduizend Afrikanen verscheept. Hierover bestaat vanzelfsprekend geen twijfel.
In het boek vindt er inventarisatie plaats met betrekking tot kolonisatie (en slavenhandel en slavernij). Welke landen maakten zich daar aan schuldig en wat kunnen wij, Nederland, er van leren? Amerika, Rusland, Palestina, China, India, Indonesië, Marokko, Turkije, Brazilië en Zuid-Afrika passeren de revue. Aan het eind van het boek komt Bossenbroek tot een aantal conclusies. 1) De wereldgeschiedenis is één lange aaneenschakeling van migraties, gebiedsveroveringen en vrijheidsberovingen. Dat alleen het Westen zich te buiten zou zijn gegaan aan kolonialisme en slavernij is een groteske misvatting. De vorm en de middelen waren wel nieuw. Waar kolonisatie en slavenhandel eerst te paard of per kameel ging voeren er nu ook schepen. Daarbij lieten de opvarenden hun morele kompas wel opvallend makkelijk thuis. 2) Het waren de Europeanen die als eerste en uit eigener beweging de slavenhandel en slavernij hebben afgeschaft én vervolgens wereldwijd ter discussie hebben gesteld. Dat werkt tot op heden door als je kijkt naar de moderne slavernij, waarbij geschat wordt dat er vijftig miljoen mensen het slachtoffer zijn. De slechtst scorende landen: Noord-Korea, Eritrea, Mauritanië, Saoedi-Arabië, Turkije, Tadzjikistan, V.A.E., Rusland, Afghanistan, Koeweit. De best scorende landen: Zwitserland, Noorwegen, Duitsland, Nederland, Zweden, Denemarken, België, Ierland, Japan, Finland. 3) Europa heeft zich van zijn meest humanitaire kant maar tegelijkertijd ook van zijn meest barbaarse kant laten zien. 1e en 2e Wereldoorlog, de Holocaust, de verovering van zo’n beetje heel Afrika en grote delen van Azië en wraakzuchtige dekolonisatieoorlogen. 4) Afkeer van het Westen (Occidentalisme). Tegen kapitalisme, globalisering, (neo)kolonialisme, secularisme, zedenloosheid, consumptiemaatschappij en zelfs democratie. Maar een hele samenleving reduceren tot inhalige parasieten, respectloze indringers, ongelovig en decadent is net zo’n reductionistische opstelling als de vroegere kolonisatoren hadden. 5) In plaats van te proberen de schandalen uit het verleden recht te zetten of te compenseren, kunnen we ons beter richten op het bestrijden van de huidige misstanden (zie punt 2).
Van welke landen kan Nederland iets leren? Indonesië en Zuid-Afrika. Zij hebben een sterk zelfreinigend- en herstellend vermogen getoond. Indonesië is wel zo’n beetje klaar met zijn koloniaal verleden. President Joko Widodo was niet erg onder de indruk van de excuses van onze koning (2020) of onze minister-president (2024). Dagblad The Jakarta Post constateert dat de Nederlanders nog steeds grote moeite hebben met hun met het verwerken van hun eigen verleden. De Indonesiërs daarentegen ‘hebben vrede gesloten’ met dat verleden en ‘de volwassen beslissing genomen alle vreselijke gebeurtenissen achter zich te laten’. Onderzoeksresultaten waren vooral nuttig voor toekomstige generaties Nederlanders. Joko Widodo is óók de eerste niet-westerse regeringsleider die volmondig heeft erkend dat zijn land zich in het verleden schuldig heeft gemaakt aan grove schendingen van mensenrechten, waaronder de massamoord in 1965 op vermeende communisten. Zuid-Afrika heeft diepe indruk gemaakt met zijn Truth and Reconciliation Commission: het justitioneel vergelden van individuele misdaden, maar zich richtten op het collectief delen en helen van individuele wonden. En die waren diep. Zwarten en kleurlingen hadden geen stemrecht, geen burgerrechten, geen grond en moesten beschikken over speciale pasjes: Apartheid. Het is opmerkelijk dat het ANC (African National Congres), de politieke partij van Nelson Mandela, na het behalen van een absolute meerderheid, ondanks haar verzetsverleden, een vredelievende koers koos.
Een dergelijke koers zal met de neo-nationalistische tot minister gemaakte slaven van Geert Wilders niet ingezet worden. Daarom dienen wij zelf alert te blijven. Dus: wantrouw ‘verhalen’, verhalen zijn een vrijbrief tot fabuleren. Vecht geen oude oorlogen opnieuw uit met andere oogkleppen omdat die jouw beter passen en vervang geen oude mythes door nieuwe sprookjes. Waarvan akte.
Leuk en leerzaam boek over de vraag of en hoe verschillende landen in de wereld proberen (of juist niet) in het reine te komen met het koloniale verleden.
Niet alleen een "Westerse" blik, en kritisch op alles en nog wat zoals een echte historicus betaamt
In het debat over het koloniale verleden komt het niet aan op de feiten
Of Nederland genoegdoening moet bieden voor het koloniale verleden is geen geschiedkundige vraag die door middel van historische waarheidsvinding kan worden beantwoord. In plaats daarvan zijn morele argumenten nodig.
In zijn nieuwste boek Kolonialisme! De vloek van de geschiedenis constateert historicus Martin Bossenbroek dat de samenleving sinds de slavernijexcuses nog steeds door twee kampen wordt gespleten. Terwijl radicaal-rechts de excuses heeft veroordeeld en het liefst zou intrekken, wil activistisch-links juist doorpakken en boetedoening zien, bijvoorbeeld in de vorm van herstelbetalingen. Volgens Bossenbroek slaan beiden de plank mis. Radicaal-rechts omdat het tracht te verbloemen wat niet te verbloemen valt, activistisch-links omdat ze het Nederlands kolonialisme neerzet als iets unieks. Om uitkomst te bieden stelt hij voor om aan historische waarheidsvinding te doen.
Een hondertal bladzijdes later heeft Bossenbroek aan de hand van enkele boeiende case studies de geschiedenis van het kolonialisme knap samengevat. Het belangrijkste inzicht dat hieruit voortvloeit: kolonialisme is van alle tijden en van alle continenten. Vervolgens keert hij terug naar de vraag die hij aan het begin van het boek centraal had gesteld, te weten, is door Nederland genoegdoening verschuldigd voor het koloniale verleden en zoja, in welke vorm, aan wie, en op grond waarvan? Het antwoord heeft Harari, zo lezen we, al briljant verwoord: “Het is de vloek van de geschiedenis dat mensen proberen het verleden te redden in plaats van de toekomst. We kunnen niet teruggaan naar het verleden en de fouten corrigeren die in voorgaande jaren of decennia zijn begaan. We moeten naar de toekomst kijken en een manier vinden voor toekomstige vrede.”
Dat dit antwoord uit de lucht komt vallen kenmerkt het gebrek aan structuur in Bossenbroeks betoog. Zo is het interessant hoe hij laat zien dat niet-westerse landen als China en Turkije ook flink wat op hun koloniale kerfstok hebben, alleen is dat niet meteen relevant voor de vraag naar genoegdoening voor het Nederlandse kolonialisme. En dat de polarisering van het debat de democratie in gevaar zou brengen door “scherpere tegenstellingen, hogere barricades, bitsere uitsluitingsmechanismes” te veroorzaken, die gedachtegang komt op mij over als een hellend vlak redenering.
Wat het betoog van Bossenbroek uiteindelijk opbreekt is echter iets fundamentelers. Hij veronderstelt, net als veel andere historici, dat we zuiver door het verleden te begrijpen en te verklaren en vooral niet te veroordelen de vraag naar genoegdoening kunnen beantwoorden. Zoals de Schotse filosoof David Hume al inzag is dat een misvatting. Wie al redenerend tot een morele conclusie wil komen zal in een van haar premissen een beroep moeten doen op een morele norm. Of concreter gezegd, je kunt Piet Emmer en Karwan Fatah-Black net zo lang samen in een kamer opsluiten tot ze het over alle feiten aangaande de Nederlandse slavernijgeschiedenis eens zijn, maar de vraag naar genoegdoening zullen ze bij het verlaten van de kamer nog altijd verschillend beantwoorden. Hun meningsverschil gaat dan namelijk niet meer over de feiten maar over de toepassing van een moreel beginsel, zoals ‘hij die een morele norm overtreedt en daarbij een ander schade berokkent, is diegene genoegdoening verschuldigd’. In tegenstelling tot wat historici denken is begrijpen en verklaren dus niet genoeg, er moet een moreel oordeel aan te pas komen.
Dat Bossenbroek de woorden van Harari als “briljant” bestempelt en over een “onweerlegbare waarheid” spreekt is in dit verband erg ongelukkig. Het lijkt Bossenbroek te zijn ontgaan, maar of en hoe onrecht uit het verleden kan worden rechtgezet is een vraag waar politieke filosofen al decennia lang over discussiëren, vooral in de Engelstalige wereld. Daarbij is het een open deur om zoals Harari te stellen dat we het verleden niet letterlijk kunnen rechtzetten. Voor zover ik weet is er geen enkele filosoof die dat betoogt. Wel zijn er belangrijke argumenten uitgedacht om morele aanspraken op genoegdoening voor het koloniale verleden kracht bij te zetten. Hoewel de meeste slachtoffers van koloniaal geweld niet meer bestaan, geldt dat bijvoorbeeld in veel gevallen niet voor de stammen en volkeren waartoe zij behoorden. Of het deze groepen nu te doen is om excuses, herstelbetalingen of de teruggave van cultureel erfgoed, de beoordeling van dit soort aanspraken vereist morele argumentatie.
De schrijver noemt het boek(je) een “pamflet” en geeft daarmee aan dat dit werk anders is dan bijvoorbeeld zijn "De wraak van Diponegoro" of andere titels over de Boerenoorlog. Toch vond ik "Kolonialisme, de Vloek van de Geschiedenis" zeker de moeite waard en heel verfrissend in het kader van het huidige Nederlandse (Westerse) denken dat zich afkeert van haar eigen geschiedenis. Zeker, er is veel geschreven in de trant van het oude denken (Daar wordt iets groots verricht, en de eenzijdige nostalgie naar Tempo Doeloe), maar Martin Bossenbroek schrijft en argumenteert genuanceerd in het kader van de realiteit van 2024.
In de epiloog rekent hij op een intelligente manier af met de "Verledenverbeteraars" die even eenzijdig zijn als nationalisten van toen en nu. Bossenbroek doelt dan op het "Academische Postkolonialisme" die alle Westerse koloniale rijken als onnatuurlijk zien, doordat wij "arcadische' samenlevingen wreed verstoord hebben. De nuance zit er in omdat Bossenbroek tegelijkertijd afstand neemt van de "21ste eeuwse kruisvaarders"; "Ik heb geen enkele behoefte - laat staan een steekhoudend argument - om het westerse koloniale en slavernijverleden goed te praten".
Het idee achter het boek is om het kolonialisme en slavenhandel vanuit een globaal perspectief te benanderen, en niet uitsluitend vanuit de Europeese geschiedenis. China, Rusland, de Islamitische wereld komen aan bod, en aan het einde ook speciaal twee ex nederlandse koloniën; Indonesië en Zuid Afrika, en met name hoe deze beide landen naar het verleden kijken zonder daarin eindeloos te blijven hangen.
Het boek leest vlot, heeft een ondertoon van droge humor en geeft "food for thought" voor mensen met een open en nieuwsgierige mindset.
"De vloek van de geschiedenis is als mensen proberen het verleden te redden in plaats van de toekomst"
Aan het begin haakte ik bijna af vanwege het 'afkeuren' van een Rotterdams museum over migratie, blijkbaar had daar meer oog moeten zijn voor slavernij (zoals het slavernijmuseum in Amsterdam). Gelukkig wordt hier in de laatste bladzijdes verder op ingegaan en wordt een mooie oproep gedaan voor beide musea.
Tijdens de volgende hoofdstukken wordt er echter een veel breder beeld van kolonialisme geschetst. Het boek geeft mooie inzichten in een stukje geschiedenis van onder andere Rusland, China, Brazilië, Indonesië en Zuid-Afrika.
Aan het einde wordt geconcludeerd: - Kolonialisme en slavernij zijn van alle tijden en alle continenten - De Europeanen (Britten voorop) hebben als eerste de slavenhandel en slavernij afgeschaft en wereldwijd ter discussie gesteld - Europa heeft zich in de periode 1880 tot 1960 van zijn barbaarse kant laten zien en is daarom zeker geen voorbeeld (verovering Afrika/Azië, WO1/2, Holocaust, dekolonisatieoorlogen). Voor de rest van de wereld reden genoeg om het westerse gedachtegoed los te laten
De (geciteerde) vergelijking tussen de Cramble For Africa en Auswitsch vindt ik schokkend. Het eerste gaat dan over het leegroven van een continent, maar het tweede is veel anders, namelijk het grootschalig en doelmatig vermoorden van (vooral) Joden.
Al met al een interessant boek, soms was ik het niet helemaal met de schrijver eens. Maar het biedt ook zeker nieuwe perspectieven.
This entire review has been hidden because of spoilers.
De auteur betoogt dat ons oordeel over (koloniale)geschiedenis gekenmerkt wordt door tunnelvisies. De ene visie verheerlijkt alles van ons (VOC en koloniale) verleden terwijl de andere dat verleden alleen maar bekritiseert. Voor en- tegenstanders graven zich in. Een dialoog tussen beide groepen, ontbreekt. Men is slechts uit op het eigen gelijk.
Bossenbroek vermeldt hoe het anders kan. Hij verwijst daarvoor naar twee naties Zuid-Afrika en Brazilië. Beiden hebben een verleden vol extreem geweld en uitbuiting. Om de democratie binnen deze landen overeind te houden, te legitimeren te versterken of een kans te geven, is volgens hun leiders, een gezamenlijk gedragen geschiedenis, met al zijn ups en downs, randvoorwaarde. Met verschillende (wettelijke) maatregelen creëerden zij platformen waar de verschillende opvattingen niet alleen met elkaar in dialoog konden gaan, maar ook een gezamenlijk gedragen geschiedenis schreven.
Martin Bossenbroek heeft een erg interessant en uitdagend boek geschreven over de voor een democratie doodlopende weg van tunnelvisies
This entire review has been hidden because of spoilers.
Leerzaam boek dat een belangrijke nuance aandraagt voor de omgang met het koloniale verleden van Nederland, maar ook ver daarbuiten. De nederige boetedoening en excuses van de laatste jaren is terecht, zo stelt ook Bossenbroek, die absoluut niet wil tornen aan het feit dat het koloniale verleden met de daaraan verbonden slavernij vreselijk was. Maar dit speelt autoritaire leiders in de kaart, omdat het A) leidt tot vervreemding bij een deel van de bevolking dat zich niet herkent in deze sentimenten en B) een argument op een zilveren dienblad is om ‘het Westen’ te wantrouwen en te bestrijden. ‘Littekens erkennen en liefderijk verzorgen biedt oneindig veel meer kans op herstel dan het openkrabben van oude wonden, laat staan het slaan van nieuwe.’ Met andere woorden: schuld erkennen is goed, maar blijf er niet in hangen en ga juist op die basis door met nieuwe samenwerkingen om democratie te bewaren en autoritaire leiders geen kans te geven.
Of je ademloos naar je lievelingsleraar luistert. Wat een geweldig boek. Geestig, soms bijtend maar altijd met de vinger op de zere plek. En razend actueel. Ik weet nu veel meer over kolonialisme als historisch wijdverbreid verschijnsel. O.a. Rusland en China als koloniale mogendheden. Maar met dictatoren aan de macht die elk zelfreinigend vermogen de mond snoeren, om des te cynischer naar het Westen te kunnen wijzen. En dan de twee bemoedigende voorbeelden Indonesië en Zuid Afrika, wel met voorzichtig optimisme. Lees dit boek! Klein minpuntje: bij de bespreking van de Braziliaanse bevolkingsopbouw ontbreekt de inheemse bevolking. Zijn die niet gekoloniseerd? Zijn ze allemaal dood of niet te achterhalen? In ieder geval klinkt Bossenbroeks oproep om de moderne slavernij wereldwijd tegen te gaan nog lang na.
In vogelvlucht geeft Bossenbroek een beeld van het voorkomen en toepassen van kolonialisme en slavernij, wereldwijd en door de eeuwen heeft. De recente focus op het west Europees kolonialisme krijgt, via Rusland, China, Afrika en de antieken een bredere context en een mondialer perspectief. Neemt niet weg dat kolonialisme en slavernij wrede vormen van (on)beschaving zijn.
Pamflet tegen oogklepdenken rond een gedeeld historisch verleden zoals het kolonialisme of slavernij. Wat mij betreft dé basishouding om toekomstige uitdagingen aan te gaan. Interessante bloemlezing over koloniale dadendrang (heden en verleden) vanuit verschillende grootmachten en hoe deze landen daar nu mee omgaan.
Op heldere wijze maakt Bossenbroek een rondgang langs diverse landen en verschillende periode. In deze rondgang last hij zien hoe er met slavernij en het hebben van kolonies is omgegaan. Er zijn littekens ontstaan die nooit meer weggaan. Om niet alleen het verleden te willen oppoetsen past het ook om te leren van je fouten en je ook op de toekomst te richten (zoals in Zuid-Afrika gebeurd is).
(audioboek) als je alleen de hoofdstukken leest lijk je af te stevenen op een hele voorspelbare "whataboutism" toch trekt Bossenbroek aan het einde van zijn wereldreis interessante conclusies en geeft hij voer voor discussie.
(audiobook) Bossenbroek geeft op heldere wijze een breder, mondiaal perspectief op kolonialisme. Eindigt met duidelijke conclusies en aanbevelingen die tot nadenken aanzetten. Aanrader voor iedereen die zich voor plezier of week met geschiedenis bezighoud!
De auteur noemt het terecht een pamflet. Ik ben het niet eens met de reden voor democratische achteruitgang en de geschiedenis klopt wel, maar was mij al bekend.