Jump to ratings and reviews
Rate this book

Het kasteel van Elmina: in het spoor van de Nederlandse slavenhandel in Afrika

Rate this book
Geen ander deel van de Nederlandse geschiedenis heeft zo veel impact gehad op het beeld van de westerse wereld als de slavenhandel in West-Afrika.
Bijna drie eeuwen lang, van 1612 tot 1872, bezat Nederland een tiental forten aan de toenmalige Goudkust (het huidige Ghana). Het belangrijkste was het kasteel van Elmina. Hiervandaan werden Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen op onmenselijke wijze naar Noord- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied verscheept.
Dit boek beschrijft hoe leven en handel rond dit fort verliepen. Van Engelen trekt vanaf de kust het Afrikaanse binnenland in en bezoekt de plaatsen waaruit de slaven werden weggevoerd. Gaandeweg verdiept hij zich in de discussie rond slavernij die de laatste jaren in Nederland is opgelaaid. Was de slavenhandel niet minstens zo Afrikaans
als Europees? Dit boek is een beklemmend verhaal over een geschiedenis
die doorwerkt tot op de dag van vandaag en niet mag worden vergeten.

303 pages, Paperback

First published January 1, 2013

Loading...
Loading...

About the author

Marcel van Engelen

5 books4 followers

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
11 (22%)
4 stars
22 (45%)
3 stars
12 (25%)
2 stars
3 (6%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 4 of 4 reviews
Profile Image for Gerbrand.
468 reviews19 followers
March 8, 2021
“Tussen 1514 en 1866 zijn ongeveer 12,5 miljoen Afrikanen aan boord gebracht van Europese schepen met als bestemming (voornamelijk) de Nieuwe Wereld.”

De laatste jaren is er gelukkig meer aandacht voor ons slavernijverleden. Dit boek uit 2013 geeft een goed beeld van de trans-Atlantische slavenhandel door Nederland. Marcel van Engelen schreef het verhaal vanuit het perspectief van het kasteel van Elmina dat Nederland in 1637 veroverde op Portugal. Elmina ligt aan de Goudkust in wat tegenwoordig Ghana heet.

Portugal was qua aantallen voor ongeveer de helft verantwoordelijk voor de slavenhandel en Groot-Brittannië voor een kwart. Het Nederlandse aandeel bedroeg zo’n 5 procent. De Europeanen kwamen meestal niet verder dan de kust. De kolonisatie van Afrika begon pas eind 19e eeuw. Aan de Goudkust was men afhankelijk van de toevoer van eerst goud en ivoor maar later vooral slaven door de Ashanti. Slaven waren binnen Afrika overigens in die tijd een normale zaak. Vaak als gevolg van oorlogen werden mannen en vrouwen gevangengenomen en verhandeld als slaaf. In eerste instantie werden slaven met de Europeanen vooral geruild tegen waardevolle en nuttige goederen. Later werd er ook geruild tegen vuurwapens. En toen ontstond wat wel wordt genoemd de gun-slave cycle. Slaven waren vanaf dat moment niet alleen meer een bijproduct van oorlogen maar een doel op zich. Kortom de slavenhandel werd grootschalig.

Slavenhandel is bij ons jarenlang min of meer verzwegen. Dat geldt overigens ook voor Ghana.

“Ook in de twee voornaamste musea in Kumasi, over de cultuur en geschiedenis van de Ashanti was geen spoor van slavenhandel of slavernij te vinden.”

Over het bezoek van Ashanti-koning Osei Tutu II aan Amsterdam in 2002 lezen we:

“Osei Tutu bezocht Amsterdam in het kader van driehonderd jaar handelsbetrekkingen tussen Nederland en Ghana. ‘Deze hele missie had niet mogen plaatsvinden,’ zei Belliot in Het Parool. Ze was de voormalige stadsdeelvoorzitter van Amsterdam-Zuidoost en kende de Surinaams-Ghanese gevoeligheden als weinig anderen.”

Als je meer wil weten over de Nederlandse slavenhandel is dit boek een aanrader.






Profile Image for Klaas Bisschop.
299 reviews6 followers
June 28, 2026
Een boek over de trans-Atlantische slavenhandel. Over de rol van de Nederlanders daarbij, toegespitst op Ghana en het Nederlandse ‘slavenhandelshoofdkantoor’, het kasteel Elmina.

Van Engelen heeft een boek geschreven waarin je drie ingrediënten kunt onderscheiden. Voor ruim de helft is het een geschiedenisboek. Verder is het een journalistiek verslag over zijn zoektocht naar deze geschiedenis. En tot slot heeft het een moreel-filosofische component die verband houdt met de ‘schuldvraag’ rond de trans-Atlantische slavenhandel.
De heersende opinie is dat de slavenhandelaren gewetenloos, gewelddadig en hypocriet waren. Voor een groot deel klopt dat. Maar van Engelen kijkt verder. Wie waren het precies? Waarom juist zij? Waarom juist toen? Waarom juist daar?

Zijn onderzoek leidt tot verrassende, heldere en genuanceerde antwoorden. Dat is een van de onderscheidende waarden van dit boek in vergelijking met hardcore geschiedenisboeken. Hij houdt zijn conclusies tegen het licht. En wel vanuit verschillende perspectieven: die van de zwarte slachtoffers, die van de zwarte daders, die van de witte slachtoffers, die van de witte daders, die van de huidige Ghanezen, die van de huidige Surinamers, die van de huidige ‘African Americans’ (de roots-toeristen).
Omdat er zoveel verschillende zienswijzen zijn, wordt het gesprek over slavenhandel vaak een chaos. Van Engelen ontrafelt de chaos op grond van zijn bevindingen. Een sterke en waardevolle prestatie die alle lof verdient.

De belangrijkste conclusie:
De trans-Atlantische slavenhandel kwam voort uit het inheemse, Afrikaanse systeem van slavernij.

Afrikanen waren geen passieve slachtoffers maar actieve partners. De Europeanen kochten hun handelswaar van de Ghanese slavenhandelaren, waarbij de Ashanti de dominante stam vormde. Hun hoofdstad Kumasi (zo’n 200 kilometer van de kust) vormde het knooppunt van het binnenlands slavenhandelsnetwerk dat 66 markten omvatte. Zij, de Ashanti, beschikten over tachtigduizend krijgers die georganiseerd en planmatig opereerden. De Ashanti waren zo sterk dat ze de Britten tot het einde van de negentiende eeuw te machtig waren.
Slavernij was een normaal verschijnsel in Ghana. En als gevolg daarvan slavenhandel ook. De Portugezen stuitten rond het jaar 1450 op een ver ontwikkelde slavenhouderscultuur en een complete slavenhandelsinfrastructuur.

De Europeanen vestigden zich aan de kust vanwege het goud. Elmina betekent De Mijn. Het fort/kasteel Elmina werd in 1482 gebouwd door de Portugezen en in 1637 veroverd door de Nederlanders. De mijnen waar de Afrikanen goud dolven lagen soms slechts enkele tientallen kilometers uit de kust. De Portugezen, de Britten en de Nederlanders waren niet op de hoogte van die locaties en wisten er geen controle over te krijgen. Alle productie en handel in het binnenland was in handen van de Afrikanen. De invloed en macht van de Europeanen beperkte zich tot de kuststreek.

Dat bleef zo, ook toen de Europese vraag uitging naar slaven, vanwege de groeiende (suiker)plantage-economie in de Nieuwe Wereld. Afrikanen beheersten de handel tot het moment dat de slaven de Afrikaanse kust bereikten.

De tragische geschiedenis van de massale trans-Atlantische slavenhandel is vooral een Braziliaans en Caribisch verhaal, daarna pas een Westers/Amerikaans verhaal. Alleen waren de omstandigheden in het zuiden van de Verenigde Staten relatief gezien niet zo levensbedreigend, waardoor meer slaven overleefden dan elders en de populatie sterker kon groeien. Tot ver in de 19e eeuw, toen de massa-immigratie uit Europa op gang kwam, woonden er meer mensen van Afrikaanse herkomst dan mensen uit Europa, terwijl de inheemse bevolking uitstierf. De nazaten van deze slaven vormden later de ‘roots-toeristen’, die de schanddaden van de Europeanen benadrukten. Dat paste ook in het verhaal van de Amerikaanse zwarte burgerrechtenbeweging.
Die schanddaden zijn dan ook eenvoudig te reconstrueren op grond van overgeleverde handelsboeken, dagboeken, correspondentie, etc. Anders dan de Europese slavenhandelaren lieten de Afrikaanse slavenleveranciers geen geschreven bronnen na.

Ghana was het eerste land in zwart Afrika dat zich vrij maakte (onafhankelijkheid in 1957) en werd in die tijd een symbool van hoop, voor Afrikanen maar ook voor zwarte Amerikanen (1955, Rosa Parks incident). De forten en kastelen kregen voor de Afro-Amerikanen een allure als pelgrimsplaats. Tegenwoordig worden de Ghanese gidsen die Afro-Amerikanen rondleiden soms boos aangesproken: ‘you sold us’. (Dat sentiment leeft ook in Suriname, waar de bezoekende Ashanti koning in 2018 en 2025 geconfronteerd werd met actiegroepen die ‘excuses’ eisten.)

Toen de trans-Atlantische slavenhandel stopte ging de binnenlandse handel gewoon door. Het zwaartepunt verplaatste zich naar het noorden. In de slavenmarktplaats Salaga werden in 1887 en 1888 nog 15 tot 20 duizend mensen per jaar verhandeld voor ‘binnenlands gebruik’.

Door de slavenhandel af te schaffen lieten de blanken blijken Afrika niet te begrijpen, aldus een Afrikaanse koning. Als het ene volk het andere verslaat beschikt de overwinnaar over het lot van de verliezers. Als een deel van de gevangengenomen tegenstanders niet meer aan de Europeanen kon worden verkocht dan zouden ze voortaan allemáál gedood worden.

De Afrikaanse betrokkenheid doet niets af aan het immorele gedrag en de verantwoordelijkheid van de Europeanen. Maar deze geschiedenis is wel minder zwart-wit dan vaak voorgesteld wordt. Er was geen sprake van één groep daders (Europeanen) en één groep slachtoffers (Afrikanen). Dat maakt de hele geschiedenis natuurlijk niet minder pijnlijk, eerder pijnlijker.

EEN PAAR CIJFERS
Tussen 1514 en 1866 zijn ongeveer 12,5 miljoen Afrikanen aan boord gebracht van Europese schepen met als bestemming de Nieuwe Wereld. Van hen arriveerden er bijna 11 miljoen, het sterftepercentage was ongeveer 15%. Tweederde was man, een derde was vrouw. Gemiddeld duurde een reis twee maanden. (Van de blanke bemanningen van deze schepen lag het sterftecijfer trouwens op hetzelfde niveau.)
Waarschijnlijk vond er een op de tien reizen een opstand plaats.

De twee grote Europese slavenhandelsnaties waren Portugal (50%) en Groot-Brittannië (25%). De drie kleinere waren Frankrijk, Spanje en Nederland (Het Nederlandse aandeel bedroeg ongeveer 5%). En enkele heel kleine: Denemarken, Zweden, Baltische staten. In totaal werden er langs een kustlijn van ongeveer 500 kilometer 75 Europese nederzettingen opgetrokken (De ‘winkelstraat’ van West-Afrika).
28 vestingen waren van Nederlandse makelij.
In Elmina zijn naar schatting honderdduizend Afrikanen verhandeld.

De meeste Afrikaanse slaven kwamen van de westkust van Centraal-Afrika. Angola en Congo (45%), Slavenkust (16%) en Goudkust (10%).

35% van de slaven was gevangengenomen bij inlandse oorlogen. 30% was ontvoerd, 11% verkocht na een inlands strafproces, 7% was in slavernij vervallen door schuld en 7% was verkocht door relaties. (cijfers uit 1850).

EEN PAAR JAARTALLEN
1482: Portugezen bouwen El Mina
1526: Begin trans-Atlantische slavenhandel
1612: Nederlanders bouwen hun eerste fort aan de Goudkust: Fort Nassau
1637: Nederlanders veroveren Fort Elmina
1701: Ashanti groeien uit tot voornaamste macht aan de Goudkust
1730: WIC geeft haar monopolie op slavenhandel op, particulieren nemen handel over
1807: Groot-Brittannië schaft slavenhandel af
1814: Nederland schaft slavenhandel af
1834: Groot-Brittannië schaft slavernij af
1863: Nederland schaft – in Suriname & de Antillen – slavernij af
1872: Nederland verkoopt het kasteel Elmina en tien andere forten aan de Britten
1896: Britten veroveren Goudkust
slavenhandel en slavernij komt tot een einde
9 reviews
January 31, 2026
Echt een aanrader! Goed en vlot geschreven, terwijl het boordevol informatie staat.
Profile Image for Afrikaanse Toestanden.
16 reviews2 followers
April 20, 2014
"Fascinerend relaas over een kasteel aan de West-Afrikaanse Goudkust dat lange tijd in Hollandse handen was. Van Engelen stuitte er ooit op de nodige sporen van Nederlandse aanwezigheid maar vond nergens een boek dat dit stukje vaderlandse geschiedenis aan een Afrikaanse kust behandelde en schreef het daarom maar zelf."
Lees de rest van onze recensie hier: http://www.afrikaansetoestanden.nl/re...
Displaying 1 - 4 of 4 reviews