Als in de polder tegenover het huis van de tienjarige Felix Kajuit een nieuwe woonwijk verrijst, wordt ‘de bouw’ het decor van blaaspijpgevechten en schatgraverij, maar ook van raadselachtige ongelukken die de kinderen in de ban houden. De komst van een circus zet de verhoudingen op scherp, ook in Felix’ gezin. Een half leven later diept Felix die periode weer op. Hij is inmiddels succesvol als ‘stand-up-archeoloog’ en radiocolumnist. Maar dan volgt de lockdown. Wanneer een vroegere collega-cabaretier hem strikt voor een clandestiene comedyclub begint hij, omringd door artistieke paria’s en complotdenkers, op te helderen wat hem gevormd heeft, als fantasievol jongetje in een aparte familie.
Het kwetsbare, het persoonlijk dat je in dit boek tegenkomt is me goed bevallen. Vergeleken met andere boeken van Weijts zit hier minder over-intellectueel gezwets in. Dit boek is toegankelijk en best ‘normaal’, in de beste zin van het woord.
Een absolute afrader. Laat dit boek links liggen. Kies het andere boek dat op je wenslijst staat.
Om je een idee te geven:
- Bladzijde 285: "Dat zijn allemaal stipjes. En ik verbindt die aan elkaar." - Bladzijde 332: "'Hey Siri,' riep hij toen instapte en zijn riem vasttrok." - Bladzijde 355: "Rond de picknicktafels zag dat het kwartje niet viel." - Bladzijde 362: "Ik bladerde ik ernaartoe en las voor: (...)"
(Ik ben pas foto's beginnen nemen bij mijn voorlaatste leessessie.)
Weer een fijne Weijts. Over opvoeding in de jaren 80 vroeg begin jaren 90, hilarisch. En over COVID en de lockdowns inclusief denken over de bewegingen. De mensen die regels nauw volgden en de wappies (niet denigrerend bedoelt ook niet in het boek). Het boek heeft negatieve recensies, geen idee waarom. Het boek is weer een tikkeltje te uitgebreid, maar dat is tegenwoordig met alle boeken zo. Laat ik de laatste tijd dan ook maar achterwege.
Weijts bevestigt hier ruim het niveau van zijn ‘Euforie’. Misschien is het grote verhaal niet spectaculair, maar het leesplezier van zin tot zin is groot. De herkenning van veel inzichten in de psychologie van de artiest, de motivatie om te ‘pleasen’ als compensatie voor wat in de jeugd gebeurde, de zijn eigen illusies doorprikkende zelfspot van de protagonist - sterk. Een treffend tijdsbeeld van de vervreemding in de Coronaperiode krijg je erbovenop.
Een cabaretier op zijn retour beland in corona-tijd in een enclave met wappies en geeft daar lessen stand-up comedy. Tussendoor lange ongenuanceerd negatieve verhalen over het gezin waar hij uit komt. Onduidelijk wat dit met de rest van het verhaal doet. Het hele verhaal is een beetje als los zand.
Een overvol (!) maar meeslepend boek vol scherpe observaties, weemoedige herinneringen en bijtende humor. Juist die overdaad maakt het zo levendig en eigenzinnig, soms wel erg vermoeiend (dat kostte toch echt een ster), maar uiteindelijk indrukwekkend.
Fantasievol geschreven, maar de noodzaak ontbreekt, of zo. De hele geschiedenis lijkt nogal per toeval tot stand gekomen, je volgt de hoofdpersoon niet echt in zijn keuzes.