L'utopie néolibérale d’une croissance globale et continue des richesses est désormais derrière nous. Mais le capitalisme n’est pas mort pour autant. Sa forme actuelle n’est ni réellement nouvelle ni totalement inconnue, car elle est propre à tous les âges où domine le sentiment angoissant d’un monde « fini », borné et limité, qu’il faut s’accaparer dans la précipitation. Ce capitalisme se caractérise par la privatisation et la militarisation des mers, un « commerce » monopolistique et rentier qui s’exerce au sein d’empires territoriaux, l’appropriation des espaces physiques et cybers par de gigantesques compagnies privées aux prérogatives souveraines, qui dictent leurs rythmes. Dans cet essai, Arnaud Orain dévoile ce « capitalisme de la finitude » et en éclaire les mécanismes aux trois périodes où il s’épanouit : XVIᵉ - XVIIIᵉ siècle, 1880-1945, 2010 à nos jours. L’auteur offre une toute nouvelle perspective sur l’histoire mondiale et éclaire les grands enjeux de notre temps.
Le monde confisqué. Essai sur le capitalisme de la finitude (XVIe-XXIe siècle), Arnaud Orain
Ce livre soutient une thèse originale. Celle-ci est simple : depuis le XVIe siècle, le capitalisme obéit à deux types très différents dont on peut repérer l’alternance. On pourra les appeler capitalisme « libéral » et capitalisme « de la finitude ». Le capitalisme de la finitude correspond à la première phase du capitalisme, du XVIe siècle à 1815 puis des années 1880 jusqu’à 1945 et, c’est la thèse du livre, on peut en repérer la réapparition depuis les années 2010. Par contraste, le capitalisme libéral décrit les périodes s’étendant entre 1815 et 1880 et entre 1945 et 2010.
Le capitalisme de la finitude, tel que le décrit Orain, a trois caractéristiques. 1) La fermeture et la privatisation des mers. 2) Le refus ou la remise en cause des mécanismes de marché. 3) La constitution d’empires territoriaux par des firmes à attributs souverains. La qualification de ce capitalisme, « de la finitude », s’explique par la conviction partagée par tous les principaux acteurs de la finitude du monde. Dans un monde fini (ressources limitées, etc.), une logique de la prédation et de la rente l’emporte sur une logique de marché et de profit. Les gains dépendent essentiellement de la capacité d'exclure les autres acteurs (en se construisant des espaces de monopole et de monopsone). Orain décrit longuement et avec précision la constitution de « silos » impériaux, intégrés à la fois horizontalement et verticalement, visant à sécuriser l’accès à certaines ressources en échappant à la logique concurrentielle de marché, notamment dans le cadre colonial. Enfin, en conséquence de ça, ce capitalisme de la finitude tend à rendre floue la distinction entre paix et guerre. L’enjeu pour tous les acteurs est de sécuriser l’accès aux ressources stratégiques, y compris au moyen de contraintes diverses qui, sans relever de la guerre ouverte, ne correspondent clairement pas à l’image du doux commerce. (On notera au passage avec intérêt que l'essai montre bien que logique capitaliste et logique de marché ne sont pas solidaires - et qu'au contraire, ces deux logiques se sont opposées pendant l'essentiel de l'histoire du capitalisme.)
Cet essai est très suggestif et je ne peux qu’en conseiller la lecture. Il est peut-être moins convaincant dans sa tentative de montrer qu’une logique de capitalisme de la finitude réapparaît aujourd’hui. Non parce que cette hypothèse est fausse, mais parce que l’absence de recul historique contraint Orain à faire reposer une bonne part de son argumentation sur le recours à des événements épars, rapportés dans la presse, ce qui peut donner une allure un peu impressionniste à son argument.
Je tire de cet essai deux idées fortes. La première est que l’ère du néolibéralisme est révolue (l’essai s’ouvre par ces termes « le néolibéralisme est terminé »). L’urgence, pour les forces de gauche, est de mettre à jour leur logiciel idéologique. La seconde est que le capitalisme de la finitude renforce les logiques impériales. Cela place l’Union européenne plus que jamais à la croisée des chemins. Ou bien elle saura sauter le pas géopolitique et s’intégrer progressivement de façon à pouvoir échapper aux logiques impériales états-uniennes et chinoises ; ou bien plus probablement les états européens ressembleront aux états allemands du XVIIIe siècle, éclatés et à la merci des grandes puissances.
De interventie van de VS in Venezuela betekent waarschijnlijk het voorlopige einde van de wereldorde zoals we die sinds 1945 kennen, waarbij de soevereiniteit van de nationale staten werd gerespecteerd, en vrijheid en democratie voor iedere wereldburger binnen bereik lagen. Waar de VS-interventie in Irak van 2003 nog min of meer gesanctioneerd werd door een resolutie van de VN-veiligheidsraad, daar ontbreekt die instemming bij de Russische inval in Oekraïne en bij de dreiging van China om Taiwan te “herenigen” met het moederland.
Volgens Arnaud Orain, auteur van historisch-economische studies, en onderzoeksdirecteur van l'École des Hautes Études en Sciences Sociales (EHESS) te Parijs, treden we opnieuw een tijdperk binnen van het denken in machtsblokken met de toe-eigening van grondstoffen van landen, die binnen de eigen invloedsfeer liggen. Het verval van de huidige wereldorde wordt volgens Orain mede ingegeven door het idee dat de wereld “eindig” is, en dat schaarse grondstoffen en fossiele brandstoffen moeten worden “veiliggesteld”.
De VS wil beletten dat China olie uit Venezuela betrekt. De afgelopen jaren is door de terugtrekking van de Fransen Afrika al verworden tot een strijdperk van door Rusland en China gesteunde “warlords”, die om de kostbare aardmetalen strijden. China is met zijn Belt-and-Road initiatief zijn eigen invloedszone aan het creëren. In plaats van dit ‘roof-kapitalisme’ te noemen of simpelweg ‘imperialisme’, labelt Orain de nieuwe orde eindigheidskapitalisme: vanuit de overtuiging dat er in de wereld van morgen niet genoeg zal zijn voor iedereen.
Na een algemene inleiding gaat het boek in de eerste twee hoofdstukken zeer gedetailleerd in op de 17e- en 18e-eeuwse verdeling van de zeeën en de wereld, onder invloed van de maritieme wereldmachten. We krijgen uitgebreid de verdeling van de vaarroutes met meridianen en “stippellijnen” op de kaart die de grootmachten van elkaar scheiden, en van alle verdragen, conferenties, en oorlogen, die dat bezegelden.
Hoofdstuk 3 en 4 gaat in op de voorkeur van bedrijven om de concurrentie en de vrije marktwerking zo veel mogelijk te beperken door verticale convergentie en monopolies. Uitgebreid worden de activiteiten van de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en het Britse East India Company (EIC) uit de doeken gedaan.
Hoofdstuk 5 en 6 gaan over de feitelijk geografische bezetting in de vorm van kolonies en invloedsferen, en de gigantische plantages voor soja en palmolie, waarbij de lokale bevolking veelal het nakijken heeft en van zijn grond wordt verdreven.
In het slothoofdstuk Conclusie buigt Orain zich over de vraag wat te doen. Hij verwacht niet dat de machtsblokken zich zullen aftekenen langs culturele grenzen zoals Samuel Huntington in Botsende beschavingen (1996) suggereerde. Hij ziet meer reden voor economische concentraties rond VS, China en Europa.
Hij hekelt de opstelling van de rechts-populisten die zich tegen de EU keren, en zich vooral op de nationale grenzen en het cultuur-eigen van gemeenschappen richten. Ze zouden juist voor een sterk Europa moeten zijn en voor veel investeringen in een gemeenschappelijke strijdkracht, en in een buitenlandpolitiek die de grondstofwinning voor Europa veilig kan stellen. Afzonderlijke landen zoals Nederland en Frankrijk kunnen daarin niet het verschil maken.
Orain: “Ik sta telkens weer versteld van het gebrek aan consequente ideeën van de Europese radicaal- en extreemrechtse partijen. De meeste zijn zo verblind door hun xenofobe vooroordelen en fixaties op nationale identiteit dat ze de economische dimensie links laten liggen. (...) Is het doel daadwerkelijk om de macht van zoiets als het ‘westerse Europa’ in stand te houden – een idee dat ikzelf niet onderschrijf –, dan is een naar binnen gekeerde beweging van de Europese natiestaten een onvolwassen leugen.
Om consequent te zijn zouden de radicaal- en extreemrechtse denkers en partijen constant moeten pleiten voor zowel een zo verregaand mogelijke integratie van de EU-landen, als voor de bouw van meer Europese vliegdekschepen, fregatten en onderzeeërs, nationalisatie van de grote rederijen en andere private strategische actoren, de totstandbrenging van private megaconcerns en invoering van protectionistische maatregelen op continentale schaal.
Vanuit ditzelfde perspectief zijn ook de ontkenning van klimaatverandering en de kritiek op ‘groene’ energie zeer inconsistent. Als ze een visie op de middellange en lange termijn hadden, dan zou hun ideologische arsenaal ten minste moeten bestaan uit elementen zoals de toe-eigening van mijnen en overzeese gebieden door publieke of private ondernemingen en de massale reshoring van fabrieken voor zonnepanelen, batterijen en windmolens, oftewel uit een imperialistisch antwoord op de klimaatcrisis."
Arnaud Orain heeft een interessant boek geschreven dat veel van de huidige politieke ontwikkelingen in een historisch kader plaatst. In grote lijnen komt het overeen met The Globalization Paradox van Dani Rodrik, zonder dat dit boek overigens genoemd wordt. De term “eindigheidskapitalisme” is niet zo gelukkig gekozen, want het roof-kapitalisme houdt niet echt rekening met de eindigheid van de aarde, maar is meer uit op het eigen belang en de vrees om te kort te komen ten opzichte van internationale mededingers: ‘nationaal-kapitalisme’ zou een betere term zijn. Ieder land dat vanaf nu het Amerikaanse bedrijfsleven een strobreed in de weg legt, mag een inval verwachten. De nationale staat en het bedrijfsleven zijn één geworden.
Blijft interessant de discussie over de voor- en nadelen van een open economie. Uitgebreid gaat Orain in op de historische discussie na Adam Smith en David Ricardo, en bespreekt ook de opvattingen van William Cunningham (1949-1919) en Gustav Schmoller (1838-1917), die beiden vraagtekens zette bij de vrijhandel, en van Richard Cobden (1904-1865), die hoofdrolspeler was bij de afschaffing van de ‘corn laws’. Helaas springt de auteur in hoofdstuk 3 en 4 nogal heen en weer in de tijd, alsof de hoofdstukken afkomstig zijn van twee aparte publicaties, die zonder veel redactie naast elkaar in het boek terecht zijn gekomen.
Een ander puntje van kritiek is dat de invloed van de technische innovatie niet goed onderscheiden wordt van de effecten van de vrijhandel. Nieuwe Tesla’s, die met een volledige gerobotiseerde montagelijn worden samengesteld en meer elektronica bevatten dan mechanische onderdelen, zijn natuurlijk ook niet goed voor de werkgelegenheid bij Ford en General Motors, die de transitieslag gemist hebben. Ook zonnecollectoren en windmolens vervangen olieraffinaderijen en elektriciteitscentrales die op gas en kolen draaien. Door alleen op fossiele brandstoffen te gokken missen de VS de boot en komen straks bedrogen uit. Kortom, het zijn niet alleen de lage lonen elders en de vrijhandel die de werkgelegenheid in bepaalde sectoren afbreken. Het zijn ook de technologische vooruitgang en foute politieke keuzes.
In die zin is Arnaud Orain hier waarschijnlijk meer een economisch historicus dan een techniek-filosoof. Maar we kunnen het wel eens zijn met zijn opmerkingen over een sterk Europa en het pleidooi voor een oorlogsecologie: het decarboniseren van industrie, transport en landbouw betekent immers dat landen minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen en daarmee van imperiale rivalen en (gevaarlijke) handelsroutes.
Geeft een duidelijk en historisch onderbouwd nieuw inzicht in de huidige geo-economische en -politieke ontwikkelingen. Geen lichte kost maar goed te doen.
Blog n.a.v. ‘De eindigheid van de wereld’ van Arnaud Orain We leven in gevaarlijke tijden – ook economisch. Dat is de kortste samenvatting van dit boek. Arnaud Orain schetst de geschiedenis van drie periodes waarin het kapitalisme op een soort omslagpunt kwam. En op dit moment zitten we ook weer in zo’n periode. Hij maakt scherp duidelijk dat het niet meer gaat om marktwerking, maar om monopolies. En om dominantie. En dat levert strijd op. Orain komt ook met, voor mij, verrassende inzichten. Dat de zee een economisch slagveld is, bijvoorbeeld. Tachtig procent van het wereldwijde handelsvolume wordt over zee getransporteerd, en er zijn nog maar tien hele grote zee-vervoersbedrijven over. En, bij al die strijd is de aarde zelf, het ecosysteem een grote verliezer… Wat mij opviel tijdens het lezen: Voorwoord Caroline de Gruyter: “De functie van Amerikaanse techbedrijven voor Trump is vergelijkbaar met die van Huawei of scheepsbouwgigant Cosco voor de Chinese president Xi Jinping. Deze bedrijven gedragen zich precies zoals de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in de 17e en 18e eeuw. (…) De wereld is in deze perioden extreem onveilig, voor iedereen. Hoogmoed en rauwe macht domineren alles. Zwakkelingen worden verpletterd. Winner takes all.” Boek: “Dit boek gaat uit van de hypothese dat er sinds de 16e eeuw twee typen kapitalisme zijn geweest, die elkaar beurtelings afwisselden. Het bekendste type zou je het ‘liberale’ kapitalisme kunnen noemen. (…) Het andere type dat we hier zullen bestuderen is het zogenaamde ‘eindigheidskapitalisme’. (…) Ik stel de volgende definitie voor: een omvangrijk streven te land en ter zee gericht op de monopolisering van activa – grond, mijnen, maritieme zones, tot slaaf gemaakte mensen, opslagplaatsen, onderzeese kabels, satellieten, digitale data – van natiestaten en private bedrijven ten einde rente-inkomsten te genereren via activiteiten die niet onderhevig zijn aan vrijemarktwerking.” “De stuwende kracht hierachter is sinds vijf eeuwen een angstige onrust die bij de elites ontstaat en zich vervolgens als een olievlek verspreidt onder grote delen van de bevolking: dat is het gevoel dat de wereld ‘eindig’ is, oftewel begrensd, beperkt, en dat die in allerijl moet worden ingepalmd.” “Het eindigheidskapitalisme is openlijk roofzuchtig, gewelddadig en gericht op rente. (…) Zijn drie belangrijkste kenmerken: de afsluiting en privatisering van de zeeën, de uitbuiting of afschaffing van marktmechanismen en de totstandkoming van territoriale rijken via grote ondernemingen met soevereine eigenschappen.” “De hoofdmoot van de Chinese industriële vissersvloot – veruit de grootste ter wereld – wijdt zich aan illegale visserij.” “De machtigste natiestaten proberen in een vlucht naar voren de hulpbronnen van de zee voor eigen gewin te monopoliseren. Het doet sterk denken aan de koloniale tijd.” “Het handelsverkeer over zee vertegenwoordigt in onze tijd 80 procent van het mondiale handelsvolume.” “China is sinds 2020 goed voor ongeveer 30 procent van de wereldwijde industriële productie. Dat is evenveel als de productie van de tien andere grootste industrielanden bij elkaar (inclusief de Verenigde Staten en de Europese Unie). (…) De marine is sinds 2023 qua eenheden de grootste zeemacht ter wereld.” “Concurrentie was de verklaring van het kapitalisme, en het rechtvaardigende principe ervoor. Maar dat is veranderd. (…) De huidige elites willen juist monopolies handhaven, kartelafspraken maken, importheffingen invoeren, autarkie hebben (…).” “De terugkeer van de eindigheid van de wereld – de klimaatcrisis, de geopolitieke crisis door de opkomst van een concurrerend systeem (China), meerdere veiligheidscrisis – werd in gang gezet doordat de coronacrisis de toeleveringsketens verstoorde.” “Peter Thiel heeft een duidelijke boodschap voor de wereld: concurrentie is het probleem van het kapitalisme.” “Tegenwoordig wil niemand meer de multilaterale handel bevorderen zoals in het liberaal-kapitalistische tijdperk.” “Nooit eerder in de afgelopen veertig jaar is het aantal nieuwe bedrijven en faillissementen op de Amerikaanse markten zo laag geweest, wat betekent dat de bestaande bedrijven steeds minder concurrentie onder vinden van nieuwkomers.” “In 2000 controleerden de twintig grootste rederijen minder dan 50 procent van al het mondiale vrachtvervoer. Tegenwoordig zijn daar nog tien rederijen van over, die samen 95 procent van het transport in handen hebben.”: “Het kloppend hart, zijn algemene organiserende principe bevindt zich in het ‘magazijnsysteem’.” “Deze bedrijven-staten worden financieel en politiek gesteund door de overheid. Daarnaast zijn het bedrijven die bepaalde gebieden – de zeebodem, ruimte, cyberspace – ‘koloniseren’. En de domeinen waarin ze zich bevinden zijn actief op het kruispunt van het civiele en militaire.” “Hun ware belang is om soeverein te worden in een specifieke ‘ruimte’ en om vervolgens aan de ‘onderdanen’ die van deze ruimte gebruikmaken of daarbinnen leven ‘heffingen’ op te leggen (belastingen in strikte zin, dwangarbeid, opgelegde prijzen of abonnementen, verplichte reclame enzovoort.” “De ‘energietransitie’ – met haar elektrische batterijen, zonnepanelen en windmolens – is een slokop van metalen.” “De tijd die voor ons ligt, is die van een strijd op leven en dood tussen de ecologische economie en het autoritaire eindigheidskapitalisme.”
C'est un livre éclairant mais qui se perd parfois dans les exemples historiques, trop nombreux. C'est aussi une belle analyse mais dont il n'est pas aisé de tirer des conclusions concrètes pour l'avenir.
Arnaud Orain zeichnet in „Le monde confisqué. Essai sur le capitalisme de la finitude“ die lange Geschichte eines Kapitalismus nach, der zwischen Marktöffnung und imperialer Aneignung pendelt. Sein Konzept des „Kapitalismus der Finitude“ beschreibt die Rückkehr einer Epoche der Knappheit, Kontrolle und Ressourcensicherung – das stille Ende des neoliberalen Zeitalters. Nur die Gegenwartsdiagnose bleibt noch skizzenhaft, doch gerade darin liegt die Dringlichkeit seines Essays.
very relevant historical analyse of the relation between trade colonies and power. This history is repeating itself under different names but with the same drivers