Wat betekent het om stedeling te worden? En hoe kijk je als nieuwe stedeling naar het platteland? In Hoe we uit het dorp vertrokken verbindt Wouter Mensink persoonlijke ervaringen van plattelandverlaters met algemene reflecties over de relatie tussen stad en platteland. Hij neemt de lezer mee op een reis door een denkbeeldig platteland. Daarbij laat hij dorpelingen en stedelingen samen in vreugdevuren staren, bouwt hij machines in de tuin en moedigt hij familieleden die door het hele land wonen aan om meer te praten over wat ze delen en wat elk familielid uniek maakt. Voorbij de kloof opent hij de weg naar een broodnodige nieuwe dialoog over stad en platteland.
Hoe we uit het dorp vertrokken is een persoonlijke en filosofische zoektocht naar gedeelde ervaringen om stad en platteland dichter bij elkaar te brengen.
Mensink betoogt dat de kloof tussen stad en platteland niet zo groot is als de wijze waarop deze wordt ervaren, om in de laatste tien pagina's te betogen dat stedelingen en plattelanders op zoek moeten naar hun eigen narratief??
Oh, en waarom laat Mensink de keet als voorbeeld van een rurale publieke ruimte onbesproken?
Een leuk boek over wat het betekent om in een stad of platteland te wonen. Ik denk wel dat het niet helemaal opgaat voor alle steden: ik heb het idee dat "de stad" vooral een grote stad is in de randstad, al benoemt de auteur bijvoorbeeld wel Ensched, maar dat dit niet helemaal opgaat voor een stad zoals Alkmaar, Den Bosch, etc. Die dynamiek mis ik een klein beetje, waar het wel nog meer toelicht over een verschil tussen dorpen en achterland.
Het boek van Wouter Mensink prikkelde mij om eens te formuleren hoe ik hier zelf tegenaan kijk:
Het gebied waar zich je dagelijkse leven afspeelt, waar de winkels voor je dagelijkse boodschappen zijn, waar je je kerk, je school en je kapper bezoekt, waar iedereen en alles zich bevindt waarmee je dagelijks relaties onderhoudt, dat vormt samen een gemeenschap. Dat kan een dorp, een wijk, een bepaalde streek zijn. Je deelt met de anderen die er wonen bepaalde waarden en normen die het mogelijk maken samen in een gebied te wonen. Je hebt een gezamenlijk belang om jouw leefomgeving in stand houden. Zo bestaat Nederland uit talloze gemeenschappen die allemaal hun eigen belangen hebben en die zullen verdedigen. Allemaal zijn ze gescheiden door een kloof: waar het belang van de eigen gemeenschap botst met het belang van een andere gemeenschap. Het ligt voor de hand dat dorpsgemeenschappen vaak gelijksoortige belangen kennen, voor streekgemeenschappen geldt onderling hetzelfde, evenals voor stadsgemeenschappen onderling. Zo kent de stad heel andere en ruimere voorzieningen om aan de behoeften van bewoners te voldoen dan een dorp of een streek. De kloof tussen stad, dorp of streek zal dieper zijn dan die tussen gelijksoortige gemeenschappen. Je kent het leven binnen je eigen gemeenschap, je ervaart dat immers dagelijks. Het leven van de andere gemeenschappen ken je niet, maar je vormt je er wel een beeld van, voor zover je dat nodig vindt. Als je een andere gemeenschap bezoekt, dat kom je daar binnen met verwachtingen die je aan de hand van je beeldvorming hebt opgebouwd. Hoe langer je je binnen die andere gemeenschap bevindt hoe beter je kunt toetsen of jouw vooroordeel klopt met het echte leven in die gemeenschap. Zo zijn er twee werkelijkheden: de ervaren werkelijkheid van je eigen gemeenschap en je verbeelde werkelijkheid van andere gemeenschappen. Zo beredeneerd bestaat er wel degelijk een kloof tussen stad en platteland, tussen de Randstad en de rest van Nederland. Het is de kloof die de ervaren werkelijkheid scheidt van de verbeelde werkelijkheid. Als een bestuurder zijn besluiten baseert op een belangenafweging tussen enerzijds zijn ervaren werkelijkheid en anderzijds de verbeelde werkelijkheid van de gemeenschappen die hij niet kent, dan wordt die kloof manifest. Je kunt die kloof niet overbruggen, maar wel laten verdwijnen: zorg dat jouw verbeelde werkelijkheid wordt vervangen door echte, ervaren werkelijkheid. Hetzij door eigen ervaring, hetzij door overleg met anderen die die ervaring hebben. Staatssecretaris Vijlbrief had dat goed in de gaten toen hij regelmatig kantoor hield in Groningen om de problemen met de aardbevingsschade op te lossen.
Ik geloof dat Wouter Mensink ongeveer dezelfde conclusie trekt al schreef hij het wat mij betreft soms wat lastig op. Als je bereid bent met elkaar te overleggen, als je verbeelde werkelijkheid niet de ervaren werkelijkheid in de weg laat zitten, dat is er geen kloof, dan vind je overeenstemming in een gedeeld belang.
Heel leuk boek over wel of niet een kloof tussen stad en platteland op mondiale schaal. Enorm leuke wetenschappelijke en helemaal niet wetenschappelijke invalshoeken van lokale muziek tot paasvuurtradities. Heel leesbaar en ook leerzaam. En een poging tot verzoening van de twee polen, of ze nou wel of niet tegenover elkaar staan.
Interessant boek. Maar de hoofdstukken verschillen nogal. Waarbij ik het hoofdstuk " stedeling worden" het minst boeiend vond. Het hoofdstuk "herontdekking van het platteland" is heel filosofisch, maar daardoor wel interessant. Het slot vind ik dan weer wat mager.
Wat rommelig boek over de verhouding stad - platteland aan de hand van (filosofische) gedachten tgv verhuizing van platteland naar stad (en vice versa). Er is meer dat ons bindt dan (onder)scheidt.
interessant, maar voor mij soms moeilijk leesbaar omdat het vrij diep in de metaforen gaat zitten. maar dat kan ook komen omdat ik niet heel vaak filosofieboeken lees. theoretisch onderbouwd en creatief!