Ergens op het noordelijke platteland, in een gebied dat het Ruige Land wordt genoemd, staat een vervallen huis in een bos. Daar groeit een viertal kinderen op, vervreemd van familie en van het dorp dat even verderop ligt. De oudste, Kurt, vindt troost in eten, Kai vlucht in de wereld van boeken, Shirley Jane is de verbindende schakel en nakomertje Deedee weet niet anders of het hoort zo. Hun vader is overleden, hun moeder is een levenslustige vrouw die wegrent voor verantwoordelijkheden, achtervolgd door schuldeisers en potentiële vrijers. Kunnen de kinderen ontkomen aan de groeiende problemen, of is hun lot al bepaald? In een vloeiende, haast tedere stijl, vermengd met subtiele humor, geeft Hulst een inkijk in een wereld die maar weinig mensen kennen.
Auke Anthony Hulst is een Nederlandse romanschrijver, journalist en muzikant.
Van zijn site: Auke Hulst (Hoogezand-Sappemeer, 1975) groeide op in het buurtschap Denemarken, boven op de gasbel van Slochteren. Zijn jeugd daar – ‘in een Pippi Langkous-huis in een bos’ – stond model voor zijn succesvolle derde roman Kinderen van het Ruige Land (2012), die genomineerd werd voor de BNG Literatuurprijs, en werd bekroond met de Cutting Edge Award 2013, de prijs voor het Beste Groninger Boek, en de Langs de Leeuw Literatuurprijs van het gelijknamige tv-programma. Eerder publiceerde hij de romans Jij en ik en alles daartussenin (2006) en Wolfskleren (2009), en maakte hij met tekenaar Raoul Deleo het literaire reisboek De eenzame snelweg, in het spoor van Jack Kerouac (2007). Dat boek werd genomineerd voor zowel de Stripschappenning als de Prix Saint-Michel. Begin 2015 zal bij Ambo|Anthos zijn roman Slaap zacht, Johnny Idaho verschijnen.
Auke is ook literatuurcriticus, reisjournalist en essayist voor onder meer NRC Handelsblad, De Groene Amsterdammer, De Standaard en Columbus Magazine. Daarnaast is hij muzikant. Hij maakte onder andere bij Wolfskleren het soloalbum The Hidden Shape onder de naam Sponsored by Prozac. En hij is de voorman van de Nederlandstalige band De Meisjes, die in 2012 debuteerde met het album Beter Dan Niets. In 2014 verschijnt het tweede album Dokter Toestel.
? Leeskring Leiderdorp 24/10/23 🤔Ik ben een fan van biografieën en ook zeker autobiografieën, dus dit was voor mij bij voorbaat al een interessant boek. Ik moest er even inkomen in de eerste 50 pagina's, maar daarna bleef het boek mij boeien tot het einde. Regelmatig liet het boek mij denken aan mijn eigen jeugd al was die heel anders dan in dit boek beschreven. Er zijn altijd raakvlakken en als het dan op deze manier opgeschreven is met de gedachten, gesprekjes en gevoelens van vooral een 'onverschillige' puber leest dat zeker prettig en bleef het boek mij boeien tot het einde. =>De Mitsukoshi Troostbaby Company wil ik zeker nog eens gaan lezen. MW25/10/23 Mijn leeskring was ook enthousiast over dit boek, ook iets enthousiaster dan ik van te voren verwacht had, net zoals het boek mijn verwachtingen ook overtrof ;-) MW25/10/23
"Hij dacht: eigenlijk zou een mens nooit twee keer op dezelfde plek moeten zijn. Je moet in beweging blijven, zoals schepen die zich als pollen verspreiden over steeds verder gelegen werelden. (...) Schoonheid bestond alleen in het eerste ogenblik. Het ongeziene, het onontdekte, het ongedeelde. In één vluchtig moment ontlook het en daarna rukten de ogen de ziel eruit. De mond zou het geheim aan anderen verraden, en het zou banaal worden - een ansichtkaart, plat en van karton." (p. 125)
Een rauw en tegelijk prachtig boek over het ontluikend schrijverschap van Kai, die opgroeit in afwezigheid van beide ouders. De papa van het gezin van zes is al vroeg overleden en de moeder blinkt uit in afwezigheid. De vier kinderen leven in het ruige Groningse hinterland: een paradijs van vrijheid en onbezonnenheid vanuit het perspectief van een kind, een wereld van verwaarlozing en onverantwoordelijkheid vanuit de ogen van een volwassene. De spanning en de vage lijn tussen deze twee werelden en hoe een jongere daar tegenaan kijkt, is de sterkte van deze gefictionaliseerde, maar wel degelijk autobiografische roman.
Na de Troostbaby company (2021) was ik erg benieuwd geworden naar de eerste publicaties van Hulst. Ik koos voor Kinderen van het ruige land (2012), omdat dat het meest autobiografisch is over zijn jeugd. En “an unhappy childhood is a writer’s goldmine.” Tot mijn verassing kwam ik hoofdpersoon Kai weer tegen, maar dan in zijn jeugdjaren. In die zin leest Kinderen ook een beetje als een kruising tussen The catcher in the rye, De vijf en De graanrepubliek. Een coming of age roman met veel jongensavonturen tegen de achtergrond van het Groningse boerenland. Maar ook waarin ook de embryonale vorm van Troostbaby kan worden herkend met de verwijzingen naar science fiction en andere thema’s. Het boek is ook een beetje een pre-quel te lezen, waarin de rouw van Kai over zijn ouders centraal staat., reden waarom hij later zo’n moeite met het vaderschap zou gaan krijgen.
De structuur van dit boek is lineair en dat maakt het makkelijker om te lezen, maar geeft ook niet het vervreemdende effect van zijn laatste roman. De twee delen hebben ook de titels “1983” en “1998” en die laten weinig aan de fantasie over. Veel verwijzingen naar de popcultuur van die tijd, waarin ik zelf ook groot ben geworden: Spelen met Star wars poppetjes in de jaren ’80 en het WK in Frankrijk dat gewonnen werd door Frankrijk (en Nederland eruit vloog in de halve finale tegen Brazilië door 2 gemist penalties), maken de tijd ook heel tastbaar en invoelbaar.
Maar het boek gaat voor over de kinderen uit de titel. Hoe is het om een vader op jonge leeftijd te verliezen? En dan vervolgens om te moeten gaan met het psychiatrische gedrag van overlevende moeder? Schrijnend zijn de passages over de omgang op school met deze gegevens, van de goedbedoelde leraren die een opstel laten schrijven over de “thuissituatie”, tot de andere jongens wiens vader ook is overleden maar in plaats daarvan zegt: “Al tijden niet meer gezien”.
In het tweede deel van het boek komen we ook veel meer te weten over het gedrag van de moeder, dat erg manisch-depressief aandoet en in ieder geval weinig oog heeft voor de kinderen. Daarbij krijgen we niet alleen het perspectief van Kai, maar ook dat van zijn drie broers en zussen en daardoor wordt het soms wel wat veel. Het verlies van de vader door de ogen van Kai alleen was al meer dan genoeg stof geweest voor een prachtige roman, zonder alle beslommeringen van de zus die de school niet afmaakte en een tienermoeder zou worden. “Kind van het ruige land” dus.
De taal is wat ingetogener dan in Troostbaby en dat past misschien ook wel bij het thema. Het lijkt er ook wel op dat de schrijven minder durft of zijn stem nog niet helemaal had gevonden. Toch komt de naturalistische stijl ook vaak wel prettig aan en komt het de leesbaarheid ten goede. Dit maakt mij nog wel nieuwsgierig naar zijn debuutroman uit 2006 (Jij en ik en alles daar tussenin). Maar na bijna 1000 pagina’s die mij meenamen naar Groningen, Amsterdam, Parijs, Tokyo en Yangon moet ik even bijkomen van deze reis!
Auke Hulst was jong toen ik jong was, en dat maakt de sfeer van het boek meteen heel herkenbaar. En hij schrijft over herkenbare (en persoonlijke) onderwerpen... Over hoe er een breuk in de tijd ontstaat als er iemand sterft, over de onmacht van ouders om hun kinderen op te voeden, over hoe vasthouden aan de pijn soms het enige is dat een mens kan doen om te herinneren. Ik denk dat dit verhaal minstens zo interessant was geweest als het vanuit het perspectief van Kai's moeder verteld was. Eén van de mooiste scènes in het boek is trouwens Kai's dagdroom waarin hij zichzelf toelaat te doen wat hij in het echte leven nooit zou doen: haar vergeven.
Hallucinerende herinneringen of mijn moeder, de clochard
‘Zijn moeder was verdwenen. Nee, herstel: ze had zichzelf zoekgemaakt. Ze wilde tegelijk dood en in leven zijn, en die puzzel probeerde ze al sinds haar jonge jaren op te lossen. Nu belde ze Kai vanuit een naamloos ergens, voornamelijk om hem geld te vragen. Hij was drieëntwintig en had geen geld, dat wist ze best. Als beginnend journalist verdiende hij nauwelijks iets, en hij moest er ook nog zijn broer en zijn katten te eten van geven. ‘Waar ben je?’ vroeg hij. [...] ‘Ik ben oké’, zei ze. ‘Ik ben nog in leven.” (begin boek)
‘‘Waar denk je aan?’ vroeg hij. ‘Niets,’ zei ze. ‘Ga maar verder met je werk.’ In haar blik lag de uitdrukking van een bajesklant die, na een mislukte poging, alweer nadacht over de volgende uitbraak.’ (einde van het boek)
Toen Kai’s vader overleed, net voordat Kai acht jaar werd, veranderende alles. Het positief anarchistisch gezin, dat leefde in de door vader zelfuitgeroepen Vrijstaat, onderging een metamorfose; het werd een losgeslagen troep kinderen met hun afwezige moeder in een ruig gebied, maar dat is nog maar een deel van het verhaal. Kai is het hoofdpersonage, verder zijn er nog zijn één jaar oudere broer Kurt* en zijn zusjes Shirley Jane en Deedee (kort voor Dieudonnée). Moeder heeft altijd al een clochard willen wezen, levend van de hand in de tand, maar verloren in haar verdriet is er geen enkele reden meer voor haar om een normaal leven te leiden. Ze kan niet met geld omgaan en dat wil ze ook niet kunnen. Ze is er volgens zichzelf een meester in ad hoc-oplossingen te verzinnen. Meestal zijn het haar ouders die financieel bijspringen, maar er zijn ook de talloze mannen en minnaars in haar leven, die een handje uitsteken. Toch lijkt dat niet haar bedoeling de mannen te strikken om hun een poot uit te draaien. Ze wil leven van de wind en laat de dingen komen zoals ze komen. Dat dat niet een heel handige houding is als je de zorg hebt voor vier kinderen lijkt haar weinig te deren. Maar soms voelt ze zich wel schuldig naar haar kinderen, vooral wanneer Kai noodgedwongen de leiding van haar leven overneemt. Kai neigt ertoe zijn jong overleden vader te idealiseren en zijn afwezige en disfunctionerende moeder de zwarte piet toe te spelen.
Structuur en toon
Het verhaal is als de spreekwoordelijk slang die in zijn staart bijt; het verhaal begint en eindigt op hetzelfde punt: moeder zit ergens in Frankrijk en leeft als een clochard in Frankrijk; een semi-religieuze clochard, dus God speelt wel een rol. Ze zit in de problemen maar weigert dat te voelen. Ze schakelt haar soort van ruwe-bolster-blanke-pit-zoon Kai in haar te komen redden. De structuur lijkt op die van Slachthuis Vijf van Kurt Vonnegut. Kai put uit zijn herinneringen, die voor hem voor het grootste deel pijnlijk en verdrietig zijn, als een Billy Pilgrim ‘lost in time’. Maar tegelijk realiseert hij zich dat hij zich het een en ander wellicht niet helemaal correct herinnert; herinneringen hebben de neiging te liegen of zich te voegen naar het gevoel van het huidige moment (mijn woorden, rdv) of is hij al bezig de herinneringen te stileren omdat hij er een boek van wil maken?
Deze roman is niet alleen een grotendeels autobiografisch verslag van een verwaarloosde jeugd, maar ook de wording van een roman. Hulst verantwoordt dit in een Nawoord achter zijn roman: het is deels autobio en deels fictie om er een goed verhaal over te kunnen schrijven. Mij gaat het erom dat de schrijver mij als lezer kan overtuigen ongeacht de hoeveelheid aan autobiografische elementen. Ik begrijp dat Hulst dit zegt: hij wil de eeuwige vraag van interviewers voor zijn: ‘Is je boek autobiografisch?’ Een belachelijke vraag: who cares?
Het is een heel vol boek geworden, gefragmenteerd, van de hak op de tak springend, maar ook een verhaal waar de emoties vanaf spatten. Ik kreeg wat de toon betreft, de boosheid, de heftigheid, de intensheid van de persoonlijke belevenissen reminiscenties aan Birney’s De tolk van Java.
Het scharnierpunt is vaders dood, alsof Kai uit minstens twee personen bestaat: die van voor vaders dood en die van daarna.
Motieven - onder andere -
Astrofysica en science fiction-boeken, ontsnapping en zingeving. Eerder functioneert de wetenschap in dienst van de scifi dan dat Kai werkelijk wil weten hoe het feitelijk in elkaar steekt. Zijn lievelingsschrijvers zijn o.a. Robert Heinlein met zijn multiversum en parallelle universums, die voor de getroebleerde Kai weidse vluchtwegen zijn. De reeds genoemde Kurt Vonnegut - een van de motti is van hem -, Philip K. Dick, Frank Herberts baron Harkonnen uit Dune komt even langs, en persoonlijk moest ik hierbij aan Kurt denken, die maar niet kan stoppen met het zich volproppen met snoep en chips. Ik ben niet meer zo into scifi, maar de door Kai gelezen auteurs ken ik goed.
Muziek, jazz en blues van de vader, de punk van het eigen bandje. Als de muziek maar flink afwijkt van de mainstream music. Op het moment dat de muziek te melodieus wordt en werkelijk ergens op gaat lijken stoppen ze ermee. Kurt wordt een soort van componist van elektronische muziek. Maar anders dan Kai lijkt hij het niet erg serieus te nemen. Het componeren lijkt zijn luiheid en ‘Oblomovisme’ te rechtvaardigen.
Strips tekenen. Eerder dan dat hij schrijft tekent Kai strips. Het liefst op school, waar hij geen zin in heeft en daarmee poogt te ontsnappen aan het curriculum. Grappig is dat ik vroeger op school ook een jongen in de klas had die de hele tijd zat te tekenen en zich niets aantrok van wat er in de klas gebeurde. Ik weet niet of hij ooit zijn examen gehaald heeft.
Het ravotten en verblijven in de natuur, het Ruige Land; ook Henry David Thoreau komt hier om de hoek kijken. Evenals Kester Freriks, Verborgen wildernis, maar dat boek ken ik niet. De natuur is enerzijds symbool voor de paradijselijke staat van ravotten en doen waar je zin in hebt zonder regels en wetten, wel met wat Lord of the Flies-achtige narigheden tussen de jongens. Plus het verzet van de jongens tegen alles wat het gezag vertegenwoordigt. - Gek genoeg is hun moeder ook een soort anarchist maar wel eentje die voor de VVD is.- Daarbij hoort het aantal dieren dat zij hebben: een enorme kattenpopulatie, een pony, een cavia, kippen, maar sommige van die beesten komen ellendig aan hun eind. Anderzijds staan de natuur en de dieren symbool voor de verregaande staat van verwaarlozing. Kai weet zelf niet goed welke van beide kanten hij moet kiezen, en waarschijnlijk zijn beide polen in gelijke mate van belang.
‘Jaren verstrekken en het land kreeg iets mythisch. De wildernis werd wilder dan ze ooit was geweest; de lange zandrug die door veengronden kronkelde - vaste bodem onder een keten van wegdorpen - werd in gedachten steeds groter. De keten had de vorm van een halve maan, het het Ruige Land lag precies in het hart ervan. Van de wouden van weleer restte niet veel - bomen waren gekapt, turf was gestoken, huizen gebouwd en akkers verdeeld tijdens de ruilverkaveling. Maar het bos van het Ruige Land had zich eraan onttrokken. Erin doordringen was terugreizen in de tijd en een blik werpen op de toekomst, op wat vooraf was gegaan en iedereen overleven zou.’ (hfdst Wildernis)
Dingen construeren, zoals een raket, die nooit afkomt. Dit hoort thuis bij het construeren van een eigen wereld tegen de wereld van de anderen, die van het dorp, die van school, die van de minnaars van moeder. Natuurlijk komt het project niet af.
Voortdurende concurrentie met Kurt, de oudere broer. De broers, Kai en Kurt zijn als Kaïn en Abel, maar vermoedelijk zijn alle broers zo. Elke broer wil beter zijn dan zijn broer. Voortdurende concurrentie is een feit. Het houdt de machine aan de gang.
Gedoe met vriendjes, zoals Jarmusch - naar de regisseur van sombere zwart-wit indie-films. Vriendjes hebben een beetje de functie van een broer. Vriendjes van Kai worden steeds door Kurt ingepikt, de oudere, de gemenere, de dikkeren, die meer gewicht - ook letterlijk - in de strijd gooit.
Ongezond leven, het eten van chips en zwart-wit-bollen en het drinken cola als uiting van het disfunctionele gezin, een moeder die niet goed voor haar kinderen zorgt. Volgens haar eigen zeggen lieten de kinderen zich niet veel aan haar gelegen liggen; zij heeft echt haar best gedaan. Maar net als Kai laat de lezer zich niet helemaal door haar overtuigen. Je beleeft het verhaal door Kai’s ogen, maar er is wel degelijk een suggestie dat die ogen van Kai niet de hele werkelijkheid gezien hebben; en Kai realiseert zich dat.
Seksuele fantasieën van met name het onbekende ‘karamelkleurige meisje’. Natuurlijk, een jongen denkt altijd aan seks. Dat heeft verder geen betoog nodig. Zeker een jongen die een beetje bleu is als Kai en bang is van meisjes.
Het niet naar school willen; het langdurig ziek zijn. Dat is het verzet van Kai tegen de wereld, tegen zijn moeder. Maar in dit geval neemt zijn moeder het helemaal voor hem op. Sterker nog, zij moedigt hem aan vooral nog lang niet naar school te gaan.
De nachtmerries die Kai bij voortduring heeft. Een jongen die meer de ruwe-bolster-blanke-pit had willen zijn zoals de jongens van het motto voorin uit de film Rumble Fish van FF Coppola met een sterrencast aan jonge acteur uit 1983. Meer stoer vooral, minder kwetsbaar dan hij zich voelde, niet opgewassen tegen het leven na de dood van zijn vader. Het leven dat een nachtmerrie was geworden waaruit hij maar niet wakker kon worden.
‘Hij keek om zich heen. Wat hij niet wist: de oude vrouw had Deedee een been afgerukt en het zonder kauwen naar binnen gewerkt, zoals een slang een muis verslindt. Bloed gutste uit Deedees heup en maakte een nat spoor op uitgeharde modder. In de droom zag hij niet wat hij als dromer zag. Hij wilde zichzelf toeschreeuwen: kijk dan! Word wakker en kijk!’ (hfdst Eindtijd)
De issues met vader en moeder; het disfunctionele gezin; opgroeien in het ruige land; dat is meer een thema te noemen. Alle hierboven genoemde motieven staan hiermee in verband.
Tot slot
Een vol boek, vol emoties, vol gebeurtenissen, hallucinerend door tijd en ruimte en door herinneringen waarvan Kai niet weet of ze echt zijn of niet, of wat hij er überhaupt mee moet. Heftig en hallucinogeen: een road trip naar... ja... waarheen?
Ongetwijfeld een verwijzing naar een van Kai’s lievelingsschrijvers, Kurt Vonnegut; naar mijn idee heeft de structuur van Vonneguts Slachthuis Vijf aan de basis gelegen van dit boek: door de tijd heen hopsend als een bibberende pseudo-spiraal. Waar brengen herinneringen Kai heen, die net als Billy Pilgrim dolend is in tijd en ruimte, ‘lost in space’ en vooral ‘in time’? Mind blowing is natuurlijk dat Kurt Kurt heet, voordat Kai überhaupt kennis heeft gemaakt met boeken van Vonnegut: ook dit gegeven is een reis in de tijd of ‘lost in time’, wat in dit boek hetzelfde is.
Over de auteur: Auke Anthony Hulst (Hoogezand-Sappemeer, 20 mei 1975), is een Nederlandse romanschrijver, journalist en muzikant. De kinderen van het Ruige Land is zijn debuut. In 2014 publiceerde hij Buitenwereld, binnenzee, een bundel met verhalen en beschouwingen op het snijvlak van literatuur en reizen. In 2015 verscheen Slaap zacht, Johnny Idaho, een roman over actuele thema's als economische apartheid en surveillance. Najaar 2016 volgde de roman En ik herinner me Titus Broederland, die op de longlist stond van de Libris Literatuurprijs en de ECI Literatuurprijs.
Ik heb lang over het eerste gedeelte gedaan. Niet omdat het slecht geschreven is, zeker niet, maar het was zo troosteloos, zo stuurloos voor de kinderen, dat ik moeite had om door te gaan. Maar gelukkig heb ik doorgezet, want daarna is dit typisch zo'n boek dat indruk maakt door dat wat niet letterlijk wordt beschreven. De ontwikkelingen van de personages, de strubbelingen die zij daarbij in hun jonge levens tegenkomen en de zeer bijzondere moeder van de kinderen maakt dit boek zeer de moeite waard. En ondanks dat moeder de kinderen verwaarloost, zowel fysiek als mentaal, moest ik aan mijzelf toegeven dat ik toch ook een zwak voor haar voel.
Net als "Shuggie Bain" een knap en aangrijpend boek over de vaak onvoorwaardelijke liefde van kind(eren) voor hun ouders, ook als die hen in de steek laten.
Wat een stom boek. Ik kan het ook niet anders omschrijven, want ik vond het gewoon echt niet interessant. Ik heb dit boek op mijn to-read lijst gezet omdat het in een televisieprogramma heel erg aangeraden werd, dus ik hoopte op een interessant boek van Nederlandse bodem. Nope. :') Het verhaal sleepte maar voort zonder enige spannende gebeurtenissen, ik vond de verschillende alinea's soms totaal onlogisch op elkaar volgen zonder enige aansluiting, waardoor ik het idee had dat ik gewoon een compleet deel gemist had en de personages waren ook behoorlijk oppervlakkig. Jammer, maar meer kan ik er niet van maken. Dit was gewoon niet mijn boek.
Rauw, grof, heftig, eerlijk. Zo zou ik Kinderen van het Ruige Land beschrijven. Vorig jaar heb ik Auke Hulst ontmoet en hoorde ik voor het eerst over dit boek en deze schrijver. Mijn moeder en ik hebben het boek meteen gekocht en gesigneerd en vol verwachting mee genomen. Het duurde even voor ik eraan toe kwam dit boek te lezen, maar een halfjaar later heb ik dat dan toch gedaan. En wat was het goed. Het is rauw en zonder schroom. Dit boek gaat niks uit de weg, hoe intiem en ongemakkelijk iets soms ook is. Toch ergerde ik me niet aan piemelpraat, geflirt en seks. Het maakte het verhaal echt. Juist doordat alles zo schaamteloos vertelt wordt, komt het zo hard binnen. Ik vond het zo sneu voor Kurt, Kai, Shirley Jane en Deedee. Ik kon me goed in de personages inleven, voelde erg met ze mee. De arme kinderen. Moeder was een complex personage, ik vond haar absoluut geen goede moeder, maar toch interesseerde ze me. Wat speelt er allemaal in haar af? De toon van het verhaal, de personages, het plot, alles aan dit boek is goed. Het grijpt je bij de keel en laat je niet los tot je het boek uithebt. De eerlijkheid gebied mij om te zeggen dat ik best wat meer had kunnen leren afgelopen dagen, maar ik met mijn neus in dit boek te vinden was.
Een aanrader? Absoluut, mits je tegen boeken die je hart breken kunt!
Een erg heftig, maar mooi boek. Het besef dat dit een sterk autobiografische roman is, is echter wel erg overweldigend. Het liefst zou je dit verhaal alleen maar als fictie zien. Auke Hulst schrijft wederom op zon betoverende manier dat je het boek simpelweg niet kan laten liggen. Hoewel het een heel zwaar verhaal is, wilde ik toch zo snel mogelijk het vervolg weten, ook omdat het gebaseerd is op waarheid.
Heel heftig om the beseffen dat het leven er ook zó uit had kunnen zien, na het lezen rest mij niet dan medelijden, opluchting en een bezwaarde ziel.
5 sterren voor een 5 sterren boek van een 5 sterren schrijver.
Goed geschreven, sfeervol maar met weinig ontwikkeling en spanning, veel herhaling van min of meer hetzelfde. Doet erg denken aan Roddy Doyle's Paddy Clarke. Kon me op 30% niet meer genoeg boeien.
Bijzonder verhaal en mooi geschreven over een echt heel bijzondere jeugd in de jaren 80 in Slochteren. Extra bijzonder omdat ik de omgeving ken, en mijn familie zelfs bepaalde personages kent ⭐️
Tragisch boek over de wildernis die een kindertijd en jeugd van misbruik en verwaarlozing opleveren. Dit boek gaat natuurlijk over ontspoord ouderschap, maar uiteindelijk nog meer over de levenslange ravage die zo’n jeugd bij mensen aanricht. Na het lezen van dit boek ben je stil omdat je je realiseert dat het kind uit de wildernis kan ontsnappen maar niet aan de wildernis in zichzelf. “Ze wilde tegelijk dood en in leven zijn, en die puzzel probeerde ze al sinds haar jonge jaren op te lossen.” Dit citaat gaat over de moeder - de rest van het boek gaat er over hoe zij dat trauma doorgeeft aan haar vier kinderen. Geen gemakkelijk boek voor wie zelf met misbruik of verwaarlozing te maken heeft gehad.
Net als in de Troostbaby Company overlijdt in dit boek vader al jong. Iets met pijn in zijn been dit keer (niet verdronken), naar het ziekenhuis en toen plotseling overleden. Kai is dan 10, Deedee de jongste 4 maanden. Later wordt gesuggereerd dat vader dronk, dus misschien was er meer aan de hand? Moeder staat er alleen voor met twee zoons en twee dochters. Ze wonen in een huis in de middle of nowhere in Noord-Groningen. Moeder leeft rommelig, het huis is rommelig, het landschap is rommelig, de plattelands-Grønningers zijn rommelig, net als hun taal. Veel harde scheten laten, altijd elkaar afbranden, vieze praat over uitwerpselen en geslachtsdelen; zelfdoding, sterke drank, slecht eten en shag; veel gevoel voor anarchie dat zich vertaalt in een zekere mate van verwaarlozing. “Waarom gingen ze zo kloterig met elkaar om? Alleen tegen Deedee, het nakomertje, waren ze lief, of iets wat daarop leek.” Mannen hebben namen als Garmt, Eppo, Ype, Tammo, Kurt en Kai. “Alles begon perfect, maar met elke gebeurtenis, elke overdracht van energie rukten de roest, het verval en de desintegratie op. Levens, werelden, het hele heelal; ze zouden de chaotische warmtedood sterven.”
“Het huis werd steeds smeriger.” Na vaders overlijden verdwijnt moeder eens in de zoveel tijd, en in dit boek een zomer lang, de kinderen achterlatend in rotzooi en vuil. “Vanwege de drank en haar aangeboren afkeer van verantwoordelijkheden.” Foute mannen die ze oppikt of die aan haar blijven plakken in het café: een jager, een getrouwde gemeentepoliticus, een lid van Hells Angels… Als moeder een hele zomer weg is, laten ze de hond niet uit, bang als ze voor hem zijn. De hond leeft in een gangetje, waar de kinderen af en toe eten naar binnen gooien en waar het dier ook zijn behoefte doet. Dat lossen ze op door de hond naar de woonkamer te lokken, hem daar op te sluiten, de poep weg te scheppen en de vloer te soppen en vervolgens met eten de hond weer terug te lokken naar de gang.
Kurt zakt het diepst af van de vier kinderen. Hij wil niets doen in huis, ligt alleen maar op wat stoelen tv te kijken en cola en chips te nuttigen. Is weken thuis wegens vreemde ontstekingen in zijn huid en als hij weer naar school gaat, doet hij niets meer. “Onzichtbaar de tijd uitzitten was het doel.”
“Moeder loog - ze kon er niets aan doen.” “Ze onttrok haar levensenergie aan anderen, waar Kai streefde naar exact het omgekeerde: totale zelfredzaamheid - wat evengoed een misvatting was.” Zij zegt: “Is het weer niet goed? Dan neem je toch gewoon een andere moeder?” Wat vals is. Moeder blijkt van redelijk gegoede huize. Was ooit lid van Albertus Magnus, het quasi-corps van Groningen - het échte corps heet Vindicat. Ooit getrouwd geweest met een notariszoon, maar via vader op het Groningse platteland terechtgekomen. In haar opvoeding niet geleerd om met geld om te gaan, er was altijd ruim voldoende van en ze was een meisje per slot van rekening, en later niet meer bijgeleerd: “Het corpsmeisje was afgebladderd.” Als kind “(…) te veel verwend, een speciaal soort verwaarlozen.” Dat gaat me iets te snel; een écht corpsmeisje zou dat niet laten gebeuren, desnoods een specialist aan haar laten plakken, die kun je als corpsmeisje altijd wel vinden, toch?
“En er was moeder. Altijd was ze er, ook als ze er niet was.” De kinderen worden volwassen; Deedee komt het beste terecht als juf met veel vriendinnen en spullen; Shirley Jane is bitter, krijgt één vriendin, een kind en wordt winkelbediende terwijl ze veel meer in haar mars heeft; Kurt trouwt met de eerste die wil, krijgt een kind, bedriegt iedereen, heeft geen vrienden en is ongelukkig; Kai “(…) wás de wildernis. Hij was het ontembare.”, Kai zwerft de wereld over van vrouw naar vrouw, “Het duurde lang voor hij de essentie van de wildernis begreep. Ze is zichzelf, alleen.” Kurt zakt steeds verder weg. “Hij doorbrak de barrière van het superzwaargewicht (…).” En Kai: “Hij zou zijn leven radicaal moeten hervormen, en dus zichzelf, anders zou hij verslonden worden door dit leven dat hem had voortgebracht.”
Moeder vlucht met een gestolen auto naar Frankrijk. Ze rijdt de motor van de auto aan flarden en belandt bij clochards en dronkaards. Als ze contact opneemt met Nederland, sturen haar ouders Kai met geld naar Frankrijk om haar schulden te voldoen, de auto en haar te repatriëren. Ze vraagt aan Kai waarom iedereen zo’n hekel aan haar heeft. Volgens Kai denken de kinderen dat zij een hekel heeft aan hén, in ieder geval “(…) dat kinderen meer verantwoordelijkheid vroegen dan zij in staat was te dragen.” Zij zegt tegen Kai: “Jullie hebben mij helemaal niet nodig. Als ik verdwijn, zijn jullie misschien even verdrietig, maar daarna gaat alles gewoon door.”
Bijzonder mooi en intrigerend boek gebaseerd op de kindertijd en jeugd van de auteur. Dit boek valt volgens mij niet te categoriseren omdat de stijl zo bijzonder en apart is. Maar vergis je niet, het is een echte roman in die zin dat hij beklijft en ontroert en dat je onder de huid van hoofdpersonage Kai, ergo Auke Hulst gaat zitten en het boek al heel snel onder die van jou. Het verhaal van Hulst is dan ook heel bijzonder: samen met zijn oudere broer en twee kleinere zusjes groeit hij op in een stuk wilde natuur in het noorden van Nederland in een vervallen hoeve tussen natuur en dieren en heel veel chaos. Zijn moeder is een belezen, verstandige en artistieke vrouw (ze speelt Debussy op piano) maar heeft minder verantwoordelijkheid dan haar kinderen en laat haar huishouden en budget de mist ingaan om haar dromen na te jagen - Clochard zijn in Frankrijk om er maar eentje te noemen. De dood van de vaderfiguur laat een diepe indruk na - maar sindsdien is het een komen en gaan van mannen en louche figuren. Kai schrijft het als tiener allemaal van zich af, hij leest zich te pletter en maakt de taal en het verhaal tot vriend - voor echte vrienden is zijn leven te armzalig. Het boek druipt van de schimmel, stapels afwas en vloeren vol uitwerpselen van jonge kittens, haarballen en armzalige snacks als avondmaal. En toch voelt de vrijstaat als een romantische setting voor een heerlijk Pipi Langkous leven. Hulst laat het niet zo ver komen - hij weert de romantiek voor de nuchterheid van zijn jeugd. Het is een coming of age met veel bewustzijn en veel scherpe pijnlijke randjes en kantjes maar ook met veel kattenkwaad en een innemende broeder- en zusterliefde.
“Kai had altijd gedacht dat sommige mensen ongeluk aantrokken, en anderen het juist afstootten. De mazzelaars liepen door het leven in blijmoedige onwetendheid over de auto’s die hen net niet overreden, de bevriende bijna-doden die toch nog wat langer leven, de onbetrouwbare vlegels die ze nooit zouden kennen. Anderen stapten met elke stap in een hondendrol. Je had geluk of je had pech, en hoe dat kwam lag buiten je. Maar het papier op de plavuizen vertelde een ander verhaal. De meeste mensen orchestreerden hun eigen wereld- en zelfbeeld. Hier lag zijn moeder. En omdat zij een planeet was, en hij slechts een maan, lag hij daar ook. Opgroeien was: zelf een planeet worden.”
Wat is het effect van een manisch-depressieve ouder op een gezin? Dat is een belangrijk thema in dit boek. Auke Hulst beschrijft de onttakeling van een gezin en het effect van de ziekte van de moeder op de kinderen. Het niet herkennen van de psychische ziekte, de ruzies tussen de ouders, het gebrek aan inzicht bij de buitenwereld om in te zien wat hier aan de hand is, het isolement en de eenzaamheid, het misbruik maken van de situatie door een hele serie mannen, de worsteling met het verwijt van Kai aan de moeder en tegelijk het begrip voor haar menselijke kwetsbaarheid, het redderen en regelen door de kinderen, het verdwijnen en opeens terugkeren van de moeder, het aan lager wal raken. En de worsteling van de kinderen om uit de zwaartekracht van de moeder te komen. Zeer herkenbaar voor wie zoiets heeft meegemaakt. Iemand schreef: stoer en droevig. Dat is het verhaal van De kinderen van het Ruige Land.
Schitterend boek, prachtige stijl. Het is een letterlijk en figuurlijk sterk verhaal, ‘zeker 95 procent waargebeurd’, staat in het nawoord. Dat is bijna ongelofelijk, want dat betekent dat Auke Hulst dit niet alleen heeft meegemaakt en overleefd, maar er zelfs met enige afstand naar heeft kunnen kijken en er een evenwichtig kunstwerk van heeft weten te maken. Razend knap. Los van dat waargebeurde, dat als je niet oppast het zicht op dat kunstwerk beneemt: het is gewoon erg goed geschreven, met veel oog voor veelzeggende details in het landschap, bijvoorbeeld. Hij weet te doseren: de coming of age van Kai is impliciet maar duidelijk zichtbaar. En dat de andere kinderen een ontwikkeling doormaken eveneens. De enige die niet volwassen wordt, staat op de achterflap, is de moeder. Sterker nog: die maakt een regressie door, wordt wat ze als kind wilde worden: clochard. Maar of de andere kinderen volwassen worden, of Kai nou zo in balans is, dat lijkt me ook iets meer hopen dan geloven. Maar goed, al met al dus dikke aanrader.
Onthutsend, maar ook vermakelijk en bizar verhaal. Dit is wat er kan gebeuren als kinderen door hun omgeving aan hun lot worden overgelaten en er niemand ingrijpt.
Ik heb erg genoten van dit heel leesbare maar toch literaire boek. De taal is prachtig maar nooit moeilijk, de sfeerschepping heel raak. Smaakt naar meer ...
2025: Na ruim tien jaar herlezen, uit nieuwsgierigheid naar hoe ik er nu naar zou kijken en de vraag of dit boek zijn magie had weten te behouden. In één woord: absoluut!
Die magie zit ten eerste in de taal, die ik nog steeds grandioos vind. Maar ook in de beschrijving van het Ruige Land, een wildernis in vele opzichten, waar de kinderen letterlijk en figuurlijk ongezien opgroeien. Koning te rijk, een plek waar alles kan, volledig buiten het zicht van volwassenen. De vader overleden, de moeder schittert in afwezigheid. “Een sprookjesbos”, zoals Kai het zelf noemt, dat doet denken aan de wereld van Pipi Langskous. Maar voor de volwassen lezer, en later ook de volwassen Kai, zijn de verwaarlozing en de sporen die zij nalaat echter evident. Het contrast tussen deze twee werelden vormt de kern van het boek en levert een schrijnende, maar prachtige (autobiografische) beschrijving op die doordrenkt is van nostalgie, maar ook ontnuchtering. In de woorden van Kai: “Als zich nergens een uitweg aandiende, was er altijd nog nostalgie.”
2016: Wat een grandioze, beeldende taal! Prachtige metaforen. De wereld van het ruige land is sfeervol en spreekt enorm tot de verbeelding. Het boek is, juist door wat niet wordt verteld, schrijnend mooi.
Dit is een goedgeschreven verslag van de jeugd van de schrijver. Het is heel dubbel. Aan de ene kant spreekt er een enorme vrijheid uit. Welk kind droomt er niet van dat zijn ouders zich nergens mee bemoeien en dat hij de hele dag mag doen wat hij wil? Maar uit dit boek blijkt wel dat dat het toch ook niet helemaal is. De vader overlijdt als de kinderen nog klein zijn en de moeder houdt er hele merkwaardige ideeen op na, waardoor de kinderen meestentijds helemaal op zichzelf teruggeworpen worden. Toch is de moeder op een bepaalde manier ook wel weer aandoenlijk. Verantwoordelijkheid komt echter niet in haar vocabulaire voor. Zoals gezegd, dit is zeker geen eenduidig boek. Maar wel een aanrader.
Ik hou heel erg van de omschrijvingen van de schrijver. Het geeft je het gevoel dat je erbij bent en zelf wegzakt in alle vreugde en later alle ellende. Soms is het net alsof ik een kind van het ruige land ben. Je moet dit boek niet lezen als je spanning verwacht. Het is meer zo'n boek waardoor je gaat nadenken over vragen in je leven als 'kan je blijven houden van je familie als ze je in de steek laten?' of 'kan je boven jezelf uitstijgen als er niemand in je gelooft?'
Het boek zet me aan het denken. Over verwaarlozing, over het effect van een rare jeugd op kinderen en hun zelfbeeld. Voor mij waren elementen uit het boek heel herkenbaar: het groeiende aantal katten, de reacties van de mensen uit de stad en de onderlinge ruzies. Auke Hulst heeft dit welluidender opgeschreven dan ik ooit zou kunnen, waarvoor dank!
Een pakkende en soms weerzinwekkende inkijk in een gezin met een moeder die na de dood van haar man moeite heeft met de verantwoordelijkheden van het ouderschap. Extra intrigerend omdat het boek in mijn eigen omgeving speelt. Toch grijpt het me niet echt, las ik het met enkele pagina’s per keer en legde ik het daarna weer weg.