Toen mediëvist Emanuele Arioli door een dertiende-eeuws handschrift van De profetieën van Merlijn zat te bladeren viel hem op hoe vaak er verwezen werd naar Ségurant le Brun. Deze reus van een ridder, die ooit een draak had verslagen, stond op dezelfde hoogte als Lancelot, zei Merlijn tegen de Vrouwe van het Meer. Er moest een Arthurroman over die Ségurant geschreven zijn, vermoedde Arioli, want de naam dook ook op andere plekken op, maar die was ongetwijfeld verloren gegaan. Of niet natuurlijk, en dus ging hij op onderzoek uit.
Tien jaar later, en na het consulteren van 28 manuscripten in bibliotheken verspreid over Europa, Amerika en Rusland, kon Arioli die oude Arthurroman reconstrueren. Het vertrekpunt van Ségurant, De drakendoder is een manuscript dat tussen 1240 en 1273 in het Oudfrans werd geschreven, wellicht in de buurt van Venetië en dat Arioli aantrof in de Parijse Bibliothèque de l’Arsenal. Hierin wordt het levensverhaal van de ridder verteld, hoe hij opgroeit op het Onbewoond Eiland, van jongs af aan een haantje de voorste is en het opneemt tegen zijn oom Galehaut, die in het Woeste Koninkrijk de reputatie heeft onoverwinnelijk te zijn. De twee mannen ontmoeten elkaar en beslissen om met “hoofse lansen” te vechten, met een zachte, stompe punt dus om elkaar niet al te zeer te kwetsen. Ségurant slaagt erin zijn oom uit het zadel te werpen, waarna hij - noblesse oblige - ook zelf van zijn paard stapt, zijn wapens neerlegt en zijn oom om vergiffenis vraagt. Het is een gebaar dat gesmaakt wordt en Galehaut schenkt zijn neef het schild dat hij ooit van de keizer van Rome kreeg.
Maar daar stopt Ségurant niet. Wil hij toegelaten worden tot Arthurs Ronde Tafel en dus net zo eervol worden als Lancelot of Tristan, beseft hij, dan moet hij een groot toernooi winnen, en daarom belegt hij er eentje in Winchester, waarvoor hij Arthur en zijn hofhouding uitnodigt. Het wordt een groots spektakel waarbij Ségurant honderden ridders in het stof laat bijten tot Morgane, de verderfelijke zus van Arthur het allemaal welletjes vindt en samen met tovenares Sybille de duivel in de vorm van een draak naar het toernooi stuurt. Slechts een ridder is in staat zich te meten met die draak, Ségurant, wiens naam wellicht naar die andere drakendoder verwijst, Siegfried, soms ook wel eens Siegurd genoemd, een van de helden uit het Nibelungenlied. Alleen doodt Ségurant zijn draak helemaal niet in het manuscript van de Bibliothèque de l‘Arsenal. Hij gaat achter de draak aan, beleeft nog een paar avonturen en dat is het. Het beest komt pas aan zijn einde in een variant op dat manuscript dat twee eeuwen jonger is en waarvan er met prachtige miniaturen verluchte exemplaren bewaard worden in Londen en Turijn. Zeker dat van Turijn, waarvan er een aantal pagina’s weergegeven worden in Arioli’s stijlvol uitgegeven boek is van hoogstaande kwaliteit, wat het extra jammer maakt dat het in 1904 bij een brand ernstig beschadigd raakte.
Tussen de dertiende en de vijftiende eeuw is het verhaal van Ségurant niet alleen razend populair geworden in heel Europa, tonen de varianten die ook in het boek opgenomenen zijn, het is ook een eigen leven gaan leiden. Zo voegde een kopiist uit Pisa er eind dertiende eeuw een scène aan toe waarin Ségurant verliefd werd op een jonkvrouw, iets wat helemaal ontbrak in de oudere varianten. Tegen de verwachtingen in, die zeggen dat Arthurromans over de Graal en de hoofse liefde moeten gaan, ontbreken die twee immers in Ségurant. Meer zelfs, Ségurants beste vriend, ridder Dinadan, lid van de Ronde Tafel en dus niet zomaar de eerste de beste, maar ongetwijfeld wel de grappigste van Arthurs’ schare, heeft een broertje dood aan al dat idealisme. Zie je dat litteken hier op mijn wang, vraagt hij aan Ségurant, dat liep ik op tijdens mijn eerste toernooi. Sindsdien hoeft het voor mij niet meer. En vrouwen? Ik was ooit verliefd of een jonkvrouw. Ik begeleidde haar tijdens een gevaarlijke reis en toen een rivaliserende ridder me uit het zadel wierp, achtte de deerne me geen blik meer waardig en vertrok ze met de ander. Ook daar heeft hij dus zijn zakken van vol.
Ségurant is dus een atypische Arthurroman, ook al omdat de draak die erin voorkomt geen beest van vlees en bloed is. Ségurant vecht tegen een idee, maakt de verteller van het boek duidelijk, en daarom kan hij nooit winnen, net zoals die andere queeste, die naar de Graal nooit kan eindigen. Ségurant is dus veel meer dan een verhaaltje over een ridder die armen, benen en hoofden afhakt, wat hij trouwens meer dan genoeg doet. Met zijn toernooien, betoverde bossen en de strijd tussen goed en kwaad is het ook een oerversie van alle hedendaagse fantasy, en van Cervantes’ Don Quichot natuurlijk, want wanneer Ségurant zijn eindeloze achtervolging inzet op het geschubde beest met de pijlstaart steekt hij ook een beetje de draak met het genre van de hoofse Arthurroman.