Meesterverteller Wessel te Gussinklo stierf op 18 oktober 2023, tot de laatste dag schrijvend aan De uitverkorene, het vervolg van Op weg naar De Hartz en tevens de afsluiting van de ongeëvenaarde Ewout Meyster-cyclus.
Op De Hartz, deze hogeschool vol wonderlijke personages als uit Fellini’s Satyricon, trekken de provocatieve dwarsige en sceptische praatjes die we zo goed van Ewout kennen de aandacht. Ze baren niet alleen opzien, maar oogsten tot zijn eigen verbazing zelfs waardering en respect bij een aantal docenten en medewerkers, en niet in het minst bij Thérèse.
Langzaam ontworstelt Ewout zich aan de sombere, onzekere jongeman met een vernietigd zelfbeeld die hij was geworden, en we zien hem zichzelf bij elkaar rapen om eindelijk zijn lotsbestemming te omarmen.
De uitverkorene is onmisbaar voor iedereen die Ewout Meyster in zijn hart heeft gesloten en laat zien dat Wessel te Gussinklo een bepalende en unieke stem is en zal blijven in de Nederlandse literatuur.
Afkomst en oorlogsgeweld De ouders van Wessel te Gussinklo zijn beiden in de stad Utrecht geboren in 1903, zijn moeder aan de Oude Gracht bij de Twijnstraat, zijn vader Wessel in de Lijnmarkt.
Te Gussinklo zelf werd begin januari 1941 geboren in de Buys Ballotstraat in Utrecht. Toen hij twee jaar was in kreeg het gezin in de zomer van 1943 onderduikers in huis. Daartoe behoorde de door de Duitsers gezochte Friese verzetsstrijder Lubbert Romkes, een man die landverraders zou hebben geëxecuteerd.[1].
Op 7 oktober 1944 hield de Duitse Sicherheitsdienst weer een razzia in Utrecht, onder andere in de Buys Ballotstraat. Te Gussinklo senior, die aan eerdere razzia's was ontkomen, negeerde de door buren geboden vluchtopties en ensceneerde een tableau vivant: de onderduiker zorgelijk naast het bed van zijn voor die gelegenheid zeer zieke vrouw. Bij de uitvoering door een keurkorps van Duitse Luchtlandingstroepen werd Te Gussinklo aangeschoten toen hij door de tuin probeerde weg te sluipen, en daarna op staande voet geëxecuteerd. Zijn lichaam bleef 24 uur als afschrikwekkend voorbeeld in de Willem Barendzstraat voor nummer 34 liggen.[2].
Tot zijn verhuizing in 2007 woonde Te Gussinklo in Houten, de Bilt en Den Dolder, nooit verder dan tien kilometer van zijn geboortehuis. Sinds 2007 woonde hij met zijn tweede vrouw Odilia in het Zeeuwse Kamperland.
Opleiding en carrière Te Gussinklo studeerde psychologie in Utrecht en in Zürich. Rond zijn twintigste begon hij met schrijven. De roman De expeditie, die hij schreef als tweeëntwintigjarige en waarvan hoofdstukken verschenen zijn in Maatstaf en in Literair akkoord, werd nooit in zijn geheel gepubliceerd. Hij besloot later zich definitief aan schrijven te wijden, maar voor zijn tweede roman De verboden tuin kon hij tien jaar lang geen uitgever vinden. Pas na ingrijpen van K.L. Poll lukt dat (1986). Het boek kreeg onmiddellijk de tweejaarlijkse Anton Wachterprijs en de debutantenbeurs van het Fonds voor de Letteren. In 1995, een kleine tien jaar later, verscheen zijn omvangrijke roman (222.857 woorden) De opdracht, veelvuldig geprezen en inmiddels gerekend tot de klassiekers in de naoorlogse Nederlandse literatuur. Hij ontving hiervoor de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, de Bordewijkprijs, de ECI-prijs voor Schrijvers van Nu, en nominaties voor de Gouden Uil en de Libris Literatuur Prijs.
De hoofdfiguur in De opdracht, een jongen van veertien, gaat naar een zomerkamp van kinderen van oorlogsslachtoffers. Hij heeft zich voorgenomen net zo belangrijk te worden als Roosevelt en Churchill en zo veiligheid te vinden in zijn vaderloze wereld en te ontsnappen aan de verstikkende liefde van zijn moeder. Dat zomerkamp is een goede gelegenheid om daarvoor te oefenen en zich als zodanig te bewijzen. Hij onderneemt vele pogingen populair te worden en indrukwekkend te doen, regelmatig Roosevelt en Churchill citerend en soms ook Hitler, maar na de eerste schijnbare successen falen zijn pogingen meer en meer.
Een jaar daarna verscheen de hilarische novelle Het engeltje, waarin na veelvuldig cafébezoek de hoofdfiguur bijna ontvoerd wordt door een beeldschoon engeltje ter bevrediging van de lusten van haar tandeloze moeder (longlist Gouden Uil).
Een jaar later verscheen de verhalenbundel Heimwee naar de DDR en andere vrolijke vertellingen.
In 2003 verscheen zijn roman d'essay Aangeraakt door goden, een indringend zelfportret, waarin hij uiteen probeert te zetten hoe hij schrijver is geworden en wat schrijven voor hem betekent.
In 2008 verscheen het uitgebreide essay Palestina als adderkluwen. De Israëlische tragedie (longlist Gouden Uil). Een boek dat als in een requisitoir een weging maakt van alle belangen in de kwestie los van fervente partijdigheden.
Pas weer in 2014 verscheen een nieuwe roman Zeer helder licht. Tot dan toe was het hem onmogelijk geweest na de dood van zijn eerste vrouw Jacomine Coumou een roman te schrijven – daarvoor is vrijheid en losheid van emoties
Wellicht de minste in het Ewout Meyster quintet maar zelfs dan zijn vijf sterren niet toereikend. Hulde ook voor het voorwoord van Peter Buwalda (ik kijk enorm uit naar de voltooiing van zijn trilogie, maar klaarblijkelijk prefereert hij het zijn tijd te verknoeien aan zeer middelmatige columns in de Volkskrant. Zal wel lucratiever zijn).
Het onvoltooide laatste deel van de heerlijke Ewout Meyster-reeks (Te Gussinklo overleed vorig jaar), en het minste van de vijf, maar toch nog altijd een plezier om te lezen.