Tony zit in dalers. Dat betekent dat hij mensen die van nature destructief zijn in hun afdaling naar de ondergang moet helpen. Als Tony betrapt wordt op ongeoorloofde methodes, wordt hij verbannen naar Montevideo. Daar gaat zijn werk hem steeds minder goed af. De zangbreker is te lezen als een bekentenis van Tony, waarin hij zijn leven beschrijft vanaf de tijd dat hij op de academie zat, tot de dag dat hij een mens tegenkwam aan wie hij zich ging hechten. De zangbreker is een grootse roman over het noodlot. Meesterverteller Carolina Trujillo neemt haar lezers mee naar haar geboortestad voor een onvergetelijke ontmoeting met onalledaagse personages.
Carolina Trujillo Píriz was born in Montevideo. At the age of six she came to the Netherlands with her mother and sister, as a political refugee. She attended the Amsterdam Film Academy and became a screenwriter in 1996.
In 1991, she won the first prize in an Argentinian novel contest with De exilios, maremotos y lechuzas. In 2002 she was awarded the Dutch Marten Toonder/Geertjan Lubberhuizenprijs for De bastaard van Mal Abrigo (her Dutch debut). In 2010 she won the BNG Nieuwe Literatuurprijs with her second Dutch novel: De terugkeer van Lupe García.
Wat een duister, wondermooi boek 🖤 Eind vorig jaar las ik De instructies en ik was meteen nieuwsgierig naar meer werk van Carolina Trujillo. Hoewel ik De terugkeer van Lupe García in de kast heb staan, trok De zangbreker me nog veel meer. Dat bleek een perfecte keuze ✨
Trujillo schrijft over wonderlijke wezens. Geen aartsengelen, maar eerder demonen. Begeleiders van de menselijke ziel waarvan degenen die ‘in dalers zitten’ mensen de afgrond in duwen. Zowel letterlijk - hoofdpersonage Tony en diens vriend Floyd laten bergbeklimmers verongelukken als hobby - als figuurlijk. Hoe tragischer een levenseinde, hoe meer punten Tony verdient en hoe beter hij zijn job doet. Een intrigerende setting en een prachtig verhaal.
Dit boek wilde ik graag lezen omdat het zich in Uruguay afspeelt en dus een aanvulling zou zijn voor mijn leesreis om de wereld. Het gaat over een soort engelen, die erg lijken op mensen, maar dan onzichtbaar. In het begin maakt dit me nieuwsgierig, maar al snel merk ik dat de uitwerking erg summier is en dat het niet helpt om me steeds af te vragen wat het doel van die engelen nou precies is en hoe ze ongemerkt in een auto mee kunnen rijden. In plaats van dat er meer vaart in het verhaal komt, lijkt het juist steeds langzamer te gaan. Ik ben al over de helft als het me echt niet meer lukt om verder te komen: mijn gedachten dwalen steeds af. Ik heb de laatste bladzijden nog doorgekeken, maar het einde is niet te volgen als je de tussenliggende pagina's hebt overgeslagen. En het boeit me ook niet meer. Dit boek gaat terug naar de bieb, al zal ik niet snel nog een boek uit Uruguay tegenkomen.
Een boek over de "noodlotbestierders" zal ik het maar noemen. mensen gaan op of neer en daarbij komt een "helpende" hand kijken. Het boek blijkt een soort van autobiografisch metaverhaal te bevatten maar eerlijk gezegd, het kon me maar matig boeien. Het is allemaal vergezocht, bij de haren getrokken en taalkundig is basic eigenlijk het codewoord. Langdradig, veel clichés en eigenlijk saai. Afrader voor mij.