Jump to ratings and reviews
Rate this book

Verlangen naar het heilige: Herontdekken wat we verloren hebben

Rate this book
Herontdek hoe het heilige ons kan helpen houvast en betekenis te vinden in tijden van ontheemding en machteloosheid.

In ‘Verlangen naar het heilige’ laat theoloog Jan Martijn Abrahamse zien dat we het heilige nodig hebben. Na decennia waarin ons leven gedirigeerd werd door maakbaarheid, efficiëntie en groei-denken, klinken er in toenemende mate geluiden van machteloosheid, gemis aan houvast en een gevoel van ontheemding. Het heilige laat ons anders kijken naar deze wereld, de schepping en elkaar. Een vernieuwend boek dat aansluit bij zowel het eigen protestantse gemis als bij het gevoel dat ook mensen buiten de kerk kunnen hebben.

160 pages, Hardcover

First published November 7, 2024

2 people are currently reading
15 people want to read

About the author

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
2 (33%)
4 stars
3 (50%)
3 stars
1 (16%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 2 of 2 reviews
Profile Image for Viggo van Uden.
119 reviews2 followers
December 3, 2024
Dit boek in de vorm van een essay, geschreven door Dr. Jan Martijn Abrahamse, lector theologie aan de ‘nieuwsgierig orthodoxe’ Christelijke Hogeschool Ede (CHE), is een bijzonder waardevolle bijdrage aan het hedendaagse theologische landschap. In minder dan 200 pagina’s biedt Abrahamse een diepgravende verkenning van het concept ‘het heilige’. Wat is het heilige? Welke plaats neemt het in binnen onze samenleving? Hoe heeft de kerk het heilige door de eeuwen heen benaderd? En, wellicht het meest prangend, hoe kunnen wij het heilige herontdekken in onze tijd? Voor iedereen die zich deze vragen stelt, biedt Verlangen naar het heilige (2024) een rijke bron van inspiratie én handvaten voor verdere reflectie.

Het boek is een uitwerking van Abrahamse’s lectorale rede en bestaat uit zes logisch opgebouwde hoofdstukken. In het openingshoofdstuk diagnosticeert Abrahamse de spirituele crisis van onze tijd, die hij duidt als ‘de ontbinding van het heilige’. Hierin worden diverse stemmen aangehaald, van Arnon Grunberg tot Charles Taylor. Met Taylor observeert Abrahamse hoe de moderne mens, levend in een onttoverde wereld, zichzelf tot fundament heeft gemaakt en gedwongen is om eigenhandig betekenis te construeren. Deze ‘disenchanted world’ brengt, zoals persoonlijke verhalen zoals die van Ayaan Hirsi Ali treffend illustreren, een ‘spiritueel faillissement’ en een ‘betekenisvacuüm’ met zich mee. Dit hoofdstuk biedt een zeer scherpe analyse van deze tijd.

In het tweede hoofdstuk duikt Abrahamse dieper in de theoretische wortels van het heilige, waarbij hij zich baseert op zowel godsdienstwetenschappelijke als theologische benaderingen. Hij bespreekt klassiekers als Rudolf Otto’s Das Heilige (1917) en Mircea Eliade’s Das Heilige und Profane (1957). Otto’s concepten zoals het mysterium tremendum ac fascinans, het 'numineuze' en het Kreaturgefühl bieden een fundamentele basis om na te denken over het heilige, terwijl Eliade’s koppeling van het heilige aan tijd en ruimte even waardevol zijn om over het heilige te spreken. Dit theoretische kader is zeer behulpzaam voor de rest van het boek. Daarnaast komen ook de theorieën van Émile Durkheim (religie als systeem) en Max Weber ('onttovering') aan bod. Ook een Bijbels-theologische benadering van het heilige blijft niet achterwege.

Het derde hoofdstuk getuigt van Abrahamse’s zelfkritische houding, waarin hij reflecteert op de reductie van het heilige tot morele heiligheid binnen zijn eigen evangelicaal-protestantse traditie (hoewel ook in stromingen van de RK-traditie daar sprake van is...). Abrahamse bespreekt hoe de focusverschuiving naar het morele leven, gecombineerd met wereldbeeldveranderingen, het sacramentele wereldbeeld op de achtergrond heeft doen raken. Hij benadrukt dat een hernieuwde oriëntatie op sacramentele theologie binnen protestantse kringen gaande is, waarbij de schepping niet wordt vergoddelijkt, maar juist in haar schepselmatige proporties wordt erkend (p. 99)—aangehaald via de inzichten van Hans Boersma.

In hoofdstuk vier richt Abrahamse zich op het publiek-theologische discours over het heilige in een post-seculiere tijd. Hier biedt hij een overzicht van uiteenlopende denkers, variërend van Ruard Ganzevoort en Rowan Williams tot filosoof Roger Scruton en socioloog Hartmut Rosa. Scruton’s kritiek op de objectivering van de werkelijkheid en Rosa’s metafoor van ‘resonantie’ worden op bijzonder inzichtelijke (en steeds beknopte) wijze uitgewerkt en maken dit hoofdstuk een rijke bron aan informatie voor geïnteresseerden in de publieke/politieke theologie.

Hoofdstuk vijf biedt een vernieuwend perspectief door het heilige te verbinden met empirisch-psychologisch onderzoek naar awe. Dit lastig te vertalen begrip, dat een diepe ervaring van ontzag en verwondering omvat, fungeert als brug tussen de menselijke ervaring en het heilige. Awe als het vermogen (faculty)) om het heilige te onderscheiden (H. Wettstein) maakt de koppeling tussen de awe-ervaring en 'het heilige' mogelijk. Jan Martijn Abrahamse concludeert zeer terecht dat theologie een "pedagogische of mystagogische functie" heeft om in te wijden "in het mysterie van Gods tegenwoordigheid in deze wereld" (pp. 146-47).

Het zesde en laatste hoofdstuk brengt de beschouwingen uit de eerdere hoofdstukken naar een concreet niveau. Abrahamse beschrijft diverse praktijken, zoals de waardering van de natuur, de betekenis van heilige tijden en rituelen zoals de biecht. Dit hoofdstuk ademt een bijna ‘katholieke’ sfeer en getuigt van Abrahamse’s verlangen en zoektocht naar een sacramenteel begrip van de wereld, "waarin sensitieve, kosmische en morele kanten van het heilige samenkomen" (p. 154). Het gegeven dat mensen die (op het punt staan om) tot geloof (te) komen dit niet doen o.b.v. een verstandelijk overtuiging, maar o.b.v. een ervaring (p. 169) benadrukt de theologische opdracht tot mystagogische initiatie in het heilige en de opdracht "om het heilige te ontsluiten in een post-seculiere tijd" (p. 170).

De afsluitende typering van het heilige als “een inclusieve beweging van God uit naar deze wereld toe” (p. 171) vormt een prachtige synthese van Abrahamse’s betoog. Zijn betoog en benadering vind ik zeer interessant omdat deze inductief is: vanuit een ervaring van 'het heilige' komt men via verwondering (houding) tot 'de Heilige'! Waar de kerk het heilige soms top-down verkondigd heeft, voorziet deze zoektocht in een bottom-up benadering vanuit de numineuze ervaringen van mensen. Deze benadering roept echter ook nieuwe vragen op, bijvoorbeeld hoe de theologie deze pedagogische en mystagogische functie kan vervullen zonder te vervallen in dogmatische zekerheid of paternalistische invulling van andermans ervaringen. Een praktische en toegepaste vervolgstudie zou hier uitkomst kunnen bieden. Wie zich verder wil verdiepen, kan ook baat vinden bij Tjeu van den Berk’s Het Numineuze (2005), dat thematisch aansluit bij dit fantastische boek van Abrahamse.
Profile Image for Matthijs.
156 reviews7 followers
June 5, 2025
Jan Martijn Abrahamse ken ik nog van de tijd dat hij op Twitter aanwezig was. Daar was te merken hoe hij als net gepromoveerd theoloog uit de evangelische beweging steeds meer geboeid raakte door de gereformeerde theologie - zonder daarbij zijn eigen achtergrond te verloochenen. Abrahamse is inmiddels al enige tijd werkzaam aan de CHE. Dit boek is de uitwerking een lectorale rede, de rede waarmee hij als lector (docent en onderzoeker) aantrad. Dit boek is ook introductie op het onderzoeksproject dat hij mag leiden: ‘Verlangen naar het heilige’.
Abrahamse zou in onze tijd bij gelovigen en niet-gelovigen meer aandacht voor het heilige willen. De secularisatie veroorzaakt door het ontbreken van aandacht voor het heilige een existentiële zingevingscrisis. Vanuit het christelijk geloof wil hij een positieve bijdrage leveren. Tegelijkertijd ervaart hij dat het westerse christendom - ook zijn eigen evangelisch-protestantse stroming - net zo goed geraakt wordt door deze crisis. In de eerste stap in zijn betoog wil Abrahamse de ambivalentie in onze seculiere samenleving met betrekking tot het heilige laten zien: hedendaagse seculiere mensen kunnen een zekere aantrekkingskracht van het heilige ervaren, maar kunnen het heilige uiteindelijk niet serieus nemen, omdat het ondergeschikt is aan hun eigen zelfverwerkelijking. Vervolgens laat Abrahamse een aantal stemmen aan het woord, die aangeven dat het wegvallen van het heilige een zingevingscrisis veroorzaakt, zoals Dirk de Wachter, Esther van Fenema, Ayaan Hirsi Ali en Herman Paul. Zij zien dat de zelfverwerkelijking meer druk op individuen legt, met burn-outs als gevolg. Het tweede stap is laten zien waar de aandacht voor het heilige vandaan komt. Hier passeren Rudolf Otto en Mircea Eliade de revue. In hetzelfde hoofdstuk wil Abrahamse een bijbels-theologische doordenking geven van het ‘heilige’. In de Bijbel heeft de ervaring van het heilige met God te maken. Het heilige is Gods ordende tegenwoordigheid, zegt Abrahamse. De wereld is een ontmoetingsruimte waarin je kunt merken dat God aanwezig is. Op deze manier wil Abrahamse meer openheid creëren voor een bijzondere ervaring van het heilige buiten de kerk en het evangelie om, zonder die ervaring van God los te koppelen. Als derde stap wil Abrahamse laten zien dat het protestantisme een ambivalente houding had ten opzichte van het heilige, waardoor het heilige een versmalling kreeg en ervaringen van het heilige niet altijd als positief werden gezien. De laatste stap is dat Abrahamse het heilige positiever wil benaderen dan zijn eigen traditie gewend is.
De thematiek die Abrahamse aansnijdt ligt mij na aan het hart. Aan het einde van mijn opleiding en aan het begin van mijn predikantschap heb ik veel van de praktisch-theoloog Manfred Josuttis gelezen, die het werken met en in het heilige als uitgangspunt neemt. Hoewel zijn visie ook esoterische trekken kon krijgen, heeft het me wel geholpen om oog te krijgen voor een bepaalde dimensie van geestelijke begeleiding die ik niet snel ergens anders tegenkwam. Daarom begrijp ik de fascinatie voor het heilige wel. Ik kon in het boek echter niet zo makkelijk meekomen. Ik heb het boek een tijd aan de kant gelegd en later weer herpakt om te kijken hoe het komt dat ik er niet zo in meekom. Ik miste de praktisch-theologische analyse van wat Abrahamse de revue laat passeren. Het viel me op dat van degenen die Abrahamse mee heeft laten lezen niemand een praktisch-theologische achtergrond heeft. Ik zou met Abrahamse naar aanleiding van zijn boek graag over twee aspecten graag willen doorpraten. Allereerst is mijn vraag of het heilige wel een geschikte categorie is. De aanduiding is afkomstig uit de godsdienstsociologie en godsdienstwetenschap, waar het een bepaalde religieuze ervaring wil beschrijven die niet makkelijk in categorieën is thuis te brengen of aan een specifieke godsdienst is te verbinden. Abrahamse wil het heilige daarbij ook invullen vanuit de bijbelse theologie. Ik vraag me af of Abrahamse hier niet twee verschillende verschijnselen met elkaar verbindt die alleen de naam gemeenschappelijk hebben. Verder vraag ik me af of de duiding van het wegvallen van het heilige wel die existentiële zingevingscrisis oproept. Het is niet zo moeilijk om enkele individuele stemmen als De Wachter of Van Fenema aan te halen. Abrahamse neemt hun oordeel over zonder na te gaan of hun oordeel terecht is. Ik vraag me af of hier toch niet een antithetische houding ten opzichte van de maatschappij in zijn theologie is achtergebleven. Ik kom die antithese veel meer tegen in orthodox-protestantse kring: het wegvallen van de binding aan de kerk en van de zingeving van het geloof heeft een leegte in onze samenleving opgeleverd. Ik vraag me af of Abrahamse en degenen die dezelfde antithese hebben niet teveel een existentiële crisis willen zien, omdat ze het niet eenvoudig vinden om te accepteren dat velen in een seculiere samenleving als de onze kunnen functioneren zonder fascinatie voor het heilige.
Een kritische kanttekening zou ik willen plaatsen bij de korte theologiehistorische passage, waarin Abrahamse het tekortschieten van het protestantisme ten aanzien van het heilige wil laten zien. Ik ben altijd aarzelend met betrekking tot zulke theologiehistorische vogelvluchten, omdat zulke grote stappen vaak veel te generaliserend werken. Ook Abrahamse is daar niet aan ontkomen. Er zit meer ruimte voor het heilige in het protestantisme dan Abrahamse wil doen voorkomen. In ons land is er ook een ethische theologie geweest en de liturgische beweging kwam mede op gang door de introductie van het begrip ‘het heilige’ door bijvoorbeeld Rudolf Otto. In de 19e eeuw had de biologie veel te danken aan de observaties van planten en dieren die predikanten op het platteland opschreven.
Kortom: Abrahamse snijdt een belangrijke thematiek aan, maar over de uitwerking valt nog door te praten. Hopelijk gebeurt dat ook. Dat is het onderzoek van Abrahamse wel waard.
Displaying 1 - 2 of 2 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.