Boeiend boek over twintiger Joost die zich als bandagist in de wereld van de boomers begeeft.
Interessant om te lezen vanuit generatieperspectief en de reflecties op boeken en literatuur en de sociologische bespiegelingen, bijv. over de woningnood, vond ik interessant.
Het verhaal bouwt lang op, maar de ontknoping valt uiteindelijk tegen. De hoofdpersoon lijkt uiteindelijk ook niet verder te komen in zijn leven en als lezer heb je niet altijd veel sympathie voor hem. Maar wel een interessant en vermakelijk boek.
Wat citaten:
"'Leesvoer' is een woord dat ik pas door de stilte ben gaan begrijpen. Voor elk voedsel geldt dat je het pas waardeert als je de schaarste hebt gekend; zoals een zwerfhond schrokt omdat hij weet dat het hem kan worden ontnomen, zo verslindt de mens boeken omdat ze hem ooit zijn verboden, door kerk, staat of ouders. De literatuur gedijt dus helemaal niet bij vrijheid; ze wordt dan wel gedrukt, maar op den duur niet meer gelezen. Soms vrees ik dat het tijd is om die eindeloze overlevering te doorbreken. Omdat boeken niets meer zijn dan echo's van wat ooit relevant was. Geesten, die je maar beter niet terugroept naar het ondermaanse." (p. 61-62)
"Steeds meer mensen willen in de boeken die ze lezen het liefst zichzelf terugvinden; die willen niet te ver worden weggevoerd van vertrouwde grond, die bladeren vooruit naar herkenning, als een slechte vriend die niet luistert, maar liever over zichzelf begint. Mijn oude lerares Nederlands, die de ontlezing zag oprukken als een vijandig leger aan de horizon, zei: voor mij zit een generatie die liever zichzelf hoort dan een ander, dat belooft weinig goeds voor de literatuur." (p. 78-79)
"Zij liet zich nooit van de wijs brengen (die wijs was zij immers zelf) en had waarschijnlijk al meteen begrepen dat ik tot de soort zonder spanningsboog behoorde. De generatie zonder concentratie. Ooit dacht ik dat concentratie iets was waar je als mens mee werd geboren, iets wat gewoon weer zou terugkeren als je de digitale afleidingen zou beperken. Niet dus! De mogelijkheid om je aandacht op het ene te richten en het andere buiten te sluiten heeft deze wereld verlaten. Al mijn patiënten, zelfs degenen die aan alzheimer leden, beschikten over een benijdenswaardige concentratie. Het was alsof ze een taal kenden die ik nooit zou leren, simpelweg omdat die bij het analoge leven hoorde, een tijdperk dat voor mijn geboorte was afgesloten. Zij zullen die gave meenemen in hun graf. En als je ziet hoe oud ze zijn geworden, moet de concentratie wel een levenselixer zijn." (p. 115)
"Het klopt dat we beter eten, ons beter kleden, over betere gadgets beschikken en duurdere terrasjes bevolken dan zij toen ze zo oud waren. We gedragen ons als rijken, terwijl velen van ons het nooit zullen zijn. We drukken de hele dag op SAVE, maar bewaren niks. Schimmen zijn we, gefotoshopte spoorlozen, ons hebben en houden verdampt bij het eerste zuchtje tegenwind." (p. 128)
"De zon brak door en meteen kwamen overal in de stad de toeristen tevoorschijn, selfies makend op de bruggen over de grachten, om de schijn op te houden dat ze die toch helemaal alleen hadden ontdekt. Maar ze waren te laat. Had ik al gezegd dat mijn hele generatie te laat is? Ik bedoel niet alleen voor een huis, maar voor al het onbekende dat altijd al het ontdekken waard was. De drang om de eerste te zijn is een essentiële behoefte voor ieder jong mens - om paden te bewandelen die nog niet gebaand zijn, om indruk te maken met verhalen en muziek die niemand nog kent." (p. 170)
"Het is het grootste probleem van onze tijd. Mensen zijn slaven geworden van wat Netflix ze voorschrijft en zitten daar maar hele avonden te slapen met hun ogen open. Bingedreaming. Je moet zelf aan de slag. Geloof me, dat huis komt er wel. Misschien is het dichterbij dan je denkt." (p. 202)
"Waren het rituelen die ze moest voltrekken om in leven te blijven? Eeuwenlang waren rituelen bedoeld om de geschiedenis niet te vergeten. Om verhalen te onthouden werden ze herhaald, gepreveld, gezongen, gedanst, gebeden. Maar in deze stad, waar iedereen in een andere taal is geboren en zich alleen nog met een smartphone verstaat, hoeft er heelmaal niets meer te worden onthouden." (p. 206)