De Europese integratie nam een vlucht met de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) in 1950. Maar waarom gebeurde dat juist toen? En waarom op die manier? Om deze vragen te beantwoorden gaat Mathieu Segers terug in de tijd, op zoek naar een fenomeen dat toen nog een idee uit de toekomst was. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog ontsprong uit de dreiging van een groot naderend onheil een ideeënstroom, die na een meanderend begin steeds wilder werd en uiteindelijk met de EGKS in 1950 gekanaliseerd kon worden. De hoofdrolspelers zijn de centrale figuren in het denken, de politiek en het beleid met betrekking tot Europa. Omdat we velen ervan niet (meer) kennen, bevat het verhaal hierdoor ook de verborgen geschiedenis van het ontstaan van een wijdvertakte, meestal informele trans-Atlantische gemeenschap die zo invloedrijk werd dat zij de ontwikkelingen van het naoorlogse Westen stuurde. Met grote eruditie en in zijn volle breedte en diepte vertelt Segers het onbekende verhaal van de ontstaansgeschiedenis van de Europese integratie, in een tour de force die politieke, diplomatieke, economische, culturele en contemporaine geschiedenis met elkaar verbindt.
Na de zeventiende introductie van Wilhelm Röpke alsof hij voor het eerst wordt genoemd, is het boek - dat overigens reuze-interessant, waanzinnig gedetailleerd en helder geschreven is - eindelijk uit
Prachtige ideeëngeschiedenis. Het slothoofdstuk los maakt het boek al de moeite waard om te kopen. De vertaalde delen (die zijn omgezet uit ander, origineel Engelstalig werk) lezen soms wat houterig, de origineel Nederlandse stukken zijn prachtig.
In een wereld waar macht boven recht gaat, proberen grote machtsblokken de kleinere onderuit te halen. De Europese Unie, een vrijwillig samenwerkingsverband van toch tamelijk kleine landen, ligt als gevolg daar van onder vuur van meerdere kanten. Soms bijna letterlijk, vanaf Russische zijde, met sabotage, spionage en de inval in het EU-buurland Oekraïne. En figuurlijk, door de retoriek vanuit China en de Verenigde Staten. Gezamenlijk doel: de lidstaten uit elkaar spelen, zodat het niet één sterke unie is, maar een verzameling kleine landjes die makkelijk te beïnvloeden zijn.
Een puur realpolitieke onderbouwing van het nut van een Europese Unie: samen sta je sterker. Maar ook een typische redenering uit het tweede kwart van de 21e eeuw. Want de Europese Unie, en haar voorgangers, zijn ontstaan onder een heel ander gesternte. Over die ontstaansgeschiedenis gaat dit boek van Mathieu Segers.
Hij begint bij een ontmoeting in het Sint Petersburg van begin 20e eeuw. Een uitgebreide beschrijving van een ontmoeting tussen Anna Achmatova en Isaiah Berlin onderstreept dat de kiem van de Europese ‘éénwording’ niet ligt in pure machtspolitiek, maar ook een cultureel statement is. Een cultureel project van beschaving en samenwerking, van uitwisseling van gedachten net zo goed als vrije beweging van mensen en goederen. Potentieel een heel relevant verhaal in de wereld van nu. Er is meer dan brute macht en kracht, er zijn ook gezamenlijke waarden, waar omheen instituties gebouwd kunnen worden die zorgen voor vrede, welvaart en zelfs welzijn. Segers heeft (of had, hij is overleden) dit verhaal in de vingers, maar het komt er niet helemaal uit. Sterker nog, het wordt bedolven onder een buitengewoon academische schrijfstijl en een stapeling van steeds herhaalde namen, feiten en jaartallen.
“Het omzetten van theoretische analyse in praktische plannen (zonder dat eerste te vergeten),sensitiviteit voor het mogelijke in de politiek en het mobiliseren van doorzettingsmacht behoorden echter wel tot de exceptionele competenties van deze unieke staatsman zonder staat”. Zo maar een typerende zin, waarvan er in het boek vele te vinden zijn. Seegers schuwt de bijzin (met of zonder haakjes), met daarin verwerk een uitweiding over een nevenonderwerp, bepaalt niet. Ook omdat dezelfde personen meerdere malen worden geïntroduceerd, er veel afkortingen en organisaties worden opgevoerd, en dus die hele lange zinnen… het is echt een te lange en overgecompliceerde rit.
Eeuwig zonde! Want onder al die zinsbrij zit een geweldig verhaal. Over wat Europa geestelijk bij elkaar houdt. Of nog fundamenteler: over de idee dat je als individu het recht hebt om voor jezelf uit te maken hoe verlossing of verdoemenis er voor jou uit ziet. Over de verbeelding en inleving in elkaar die nodig is voor een open samenleving. Deze waarden staan wat mij betreft als een huis en verdienen ook in de 21e eeuw debat, bevraging maar vooral ook: verdediging.