Afgestudeerd, maar zonder toekomstperspectief, werkt Jong als kassamedewerker in de partijloods van zijn wat zonderlinge oom. Wat begint als een tussenbaantje, dreigt uit te monden in een tragische besluiteloosheid.
In haar diepmenselijke debuut stelt Mira Aluç wezenlijke vragen over identiteit, sociale ongelijkheid en werk. Welke ervaringen vormen je, en kun je die ooit écht achter je laten? Bovenal schetst ze met Sprokkelaars een levendig en teder portret van mensen in een schemerwereld.
Het relaas van zes maanden hersenloze arbeid is al even tochtig als de loods waarin het zich afspeelt: bijeengesprokkelde momenten en non-momenten, losse flarden, héél af en toe een gedachte waar je even kunt bij stilstaan - veel meer valt er niet te rapen.
Personages blijven oppervlakkig, pijn onbenoemd.
En als je na afloop de proloog opnieuw leest, krijg je er al helemaal kop noch staart aan.
Hoezó heeft dit je leven veranderd?
“De verklaring voor mijn zwaarte zoek ik in (…) het brandweerwagentje dat tegen mijn hoofd stootte”.
Het boek was naar mijn mening een zooitje geregeld ongeregeld. Je leest over de dagelijkse sleur van iemand die werkt terwijl je soms bij jezelf denkt: ‘oh maar NU gaat er iets komen, een zin of citaat of monoloog dat je tot filosoferen brengt.’ Maar elke keer komt er niks van.
De personages waren duidelijke archetypes, maar meer dan een enkele oppervlakkige karaktertrek was er ook niet. De personages die een prominente rol speelden in het boek waren saai en eentonig, en de personages waar je juist meer van wilden weten, kwamen opgeven moment amper tot niet meer ter sprake.
Hoewel ik tot nu toe weinig leuks te vertellen heb over het boek, moet ik wel toegeven dat ik er als een speer doorheen ben gegaan. Dit doordat het wel een spiegel voor je neus zet.
Het is geen boek dat me bijblijft, maar het is wel een boek dat ik in de toekomst zal herlezen voor een simpele ontsnapping naar het fictieve.
Jesus died and I read this book. We both did that for all our sins. You are welcome, but I won't do that again. This is the last time I'm saving your asses. The next time it is somebody else's turn. Or ask Jesus to die again or something. Just leave me alone.
Geen onaardig boekje hoor, over kleine levens in een kleine wereld. Maar met alle respect, dit kun je onmogelijk met een zuiver geweten het beste debuut van het jaar noemen. Iets wat de jury van de Bronzen uil dus wel doet. Ik weet dat het interpreteren van literatuur subjectief is, maar van alle titels op de shortlist van dit jaar voelt dit debuut juist het minst voldragen aan.
De thema's worden meer letterlijk uitgesproken dan dat ze in het boek getoond worden, en de personages blijven allemaal oppervlakkig, zelfs de verteller. Jong observeert dingen die hij, vanuit zijn karakter, gewoon niet zou zien. Zo ziet hij bijvoorbeeld van een afstand van welke specifieke stofsoort een damesblouse gemaakt is en weet hij precies hoe het parfum heet wat iemand op heeft. Dat soort dingen zou deze jongen niet observeren, maar Aluc wel dus wordt het omschreven. Ze is niet genoeg in de huid van deze jongen gekropen. Het blijft een idee, het komt niet tot leven. Er zit gewoon niet zoveel in.
Omdat de proloog naar verhouding iets heel gedragens heeft, krijgt dat iets van plaatsvervangende schaamte als je er na het onderweldigende einde naar terugbladert. De pretentie die hier wordt gewekt, wordt echt niet waargemaakt.
Bovendien, en mijns inziens belangrijker nog, is de stijl van Sprokkelaars van alle titels op de shortlist het meest banaal, het minst eigen. Terwijl de taal in sommige andere titels echt sprankelt. In Rouwdouwers klopt ieder woord, het personage ontstaat echt in de taal. En in Als de dieren en Nachtschade danst de poëzie van de pagina's. Frappant dat het minst talige boek de "literaire" prijs heeft gewonnen.
De jury lijkt de verteller van Sprokkelaars vooral een sympathieke jongen te vinden, de kleinheid van de setting aandoenlijk. Maar sympathie is geen goed criterium om een boek te bekronen, ik zou zelfs zeggen dat het wel het laatste is waar je je als literatuurcriticus toe hoeft te verhouden.
Het komt op mij over alsof de winst is gegaan naar de auteur die de prijs het best kan gebruiken, die het meeste aanmoediging nodig heeft, in plaats van naar het beste debuut van het jaar.
Mira Aluç studeerde beeldende kunst en filosofie. Ze publiceerde essays en korte verhalen in De Gids, Tirade, De Revisor en De Nederlandse Boekengids. In 2022 was ze finalist van de Joost Zwagerman Essayprijs. Begin 2025 verscheen haar debuut Sprokkelaars.
Op de achterflap staat onder andere “Een roman over mensen voor wie gezien worden geen recht is”. Een zin die me aantrekt en me vol goesting in het boek doet duiken. Het verhaal gaat over Jong die net afgestudeerd is en besluit om bij zijn oom aan de slag te gaan als kassamedewerker in een partijloods, bij gebrek aan uitzicht op een andere baan.
De roman bevat een vlotte schrijfstijl waarbij het verhaal gezapig start maar stilaan wat meer diepgang krijgt in de beschrijving van de sociale identiteit van de diverse personages. Toch vangt ze de diepte vaak net niet.
“Wie ik was, dat was onbeantwoord. Ik had me nooit gerealiseerd dat ik iemand moest worden. Ik ging ervan uit dat mijn ziel vanzelf naar me toe kwam.”
Ingetogen taal die je steeds meer het verhaal intrekt zodat de interesse voor het hoofdpersonage en zijn persoonlijke evolutie groeit. Stilaan komt bij Jong het besef dat hij een klotebaantje heeft, maar eveneens ervaart hij de onmacht om uit het vacuüm te treden. Onmacht die zich omzet in besluiteloosheid. Aluç slaagt erin om regelmatig mooie sobere zinnen neer te schrijven die je even doen stilstaan, veelzeggend met weinig woorden.
“Verzamelen was grip voor de griplozen, een traptrede boven niets.”
Ze weet een sfeer te creëren die hoort bij de leegte van een niemandsland, een plaats waar je onvoldoende weet wie je bent, waar je heen wilt en vooral hoe je uit dat niemandsland weg komt. De gewoonte en het ritme van de leegte raken steeds sterker verankerd. Toch slaagt de roman er net niet helemaal in om de werkelijke diepte, of de echte leegte, volledig te doorgronden. Mooi debuut dat de auteur uitnodigt om een volgende keer nog meer de diepte in te duiken.
"Zolang er koffie was, kon het nooit zo erg zijn." In één dag uitgelezen, dus het zal wel goed schrijfwerk moeten zijn - echter leidt het nergens toe, te veel losse eindjes.
3,5-4⭐ Ik vond de schrijfstijl erg mooi en de setting van het boek interessant! Ik denk dat er bewust voor gekozen is dat ook richting het einde er niet echt een plot komt, maar ik had het toch interessanter gevonden als er bijvoorbeeld daadwerkelijk iets heel spannends met die geparkeerde auto was gebeurd.
Het boek zei mij niet veel, het raakte mij niet. Personen worden niet beschreven, uitgewerkt. Geen mooie, boeiende zinnen. Eigenlijk gebeurt er niets in het boek. Als lezer ben je in de loods waar afgeschreven spullen worden verkocht. De hoofdpersoon, een jonge afgestudeerde jongen die bij zijn oom werkt in de loods wil iets anders. Alleen is hij te bang of te lui om actie te ondernemen naar iets nieuws. Als lezer werd ik er moedeloos van.
Er zaten veel interessante stukken in, waarbij Aluç sociale vraagstukken bloot legt, maar die stukjes waren telkens kort en dan ging ze weer over in iets heel anders.. dat vond ik jammer. Het leest heel makkelijk weg en het taalgebruik is vaak ook grappig. Ondanks dat het fijn weg leest, heeft het boek mij niet aan het denken gezet.
okay dit boek boeide mij zo weinig. ik heb het uitgelezen omdat ik er niet tegen kan om hem ongelezen te laten. het had maybe een cool concept kunnen zijn, maar het was gewoon echt niet voor mij. ik ben trots dat ik buiten m’n comfort zone kwam, maar ik denk dat ik voorlopig even alleen lees waar ik zelf voor kies
Top boek voor tussendoor. Verhaal over klasse, eind 20 levenskeuzes, uberhaupt kiezen en weten wie je bent. Herkenbare thema’s! Een jongen volgend die een beetje buiten de norm dignen doet. Volgt zijn gekke oom maar komt erachter dat dit een bewuste keuze is. Like!!
Een boek over een jongeman die nauwelijks een identiteit heeft, geen doel, een observator is hij zegt ook zelf: "wie ik ben weet ik niet. Ik doe pogingen om te bedenken wat, maar kom niet verder dan de gegevens uit mijn paspoort". Hij lijkt in zijn rol als verteller over zelfbewustzijn te beschikken, want naar eigen zeggen is die "geen alwetende verteller; daarvoor weet ik te weinig wat er precies is gebeurd". Kan dit frustrerend zijn bij het lezen? JAA zeker het is alsof er de lens die vaak over de gebeurtenissen heen zit zoals je normaal wel hebt doordat je de gedachten van een ik-persoon verhaal leest. Voelt dit alsof je geen peper, zout of vers knoflookje/uitje bij het eten doet ofzo, maar tegelijkertijd vond ik dit ook wel wat hebben. Het laat me doordachte daden en oordelen des te meer waarderen.
"Jong" we weten de naam van het persoon niet eens, is een pas afgestudeerde twintiger die in een partijloods van zijn oom gaat werken. De loods zit tussen de kleine stad en de grote waar hij gestudeerd heeft en daarmee een soort 'tussenruimte" waar de 'buitenwereld hooguit doordrong in de spullen, in leveringen aan de bedrijven op het terrein". Hij gebruikt ook wel de metafoor: ‘Het industrieterrein was ook een sneeuwbol. Een ecosysteem van gebruiken, kromme zinnen en scheldkanonnades. Onder een glazen koepel waren de dagen en afzonderlijke levens op elkaar afgesteld.’ We weten zelf niet eens goed hoe die het vind een baan "onder zijn opleiding". Hij wilt heel graag ergens bij horen, maar zegt zelf ook niet echt te weten hoe of waarom.
Het boek is heel gefragmenteerd het zijn meerdere losstaande gebeurtenissen die ook als die sneeuwvlokken neerdwarrelen. Toch vond ik vermaak in over alledaagse dingen lezen. Mensen over wie we normaal misschien een vooroordeel zouden hebben (of in ieder geval veel mensen in NL): de bosnische vluchteling in trainingspak met peuk en blikje energie op de lip met waarschijnlijk PTSD van de oorlog die zijn hele leven doorblijft werken. Jong leert door te blijven en te observeren uiteindelijk wel iets. Het boek zit heel erg in zo'n trandje van niets is zuiver of smetteloos, maar er is altijd hoop in deze kapitalistische wereld en dat is in dit geval het karakter Lunya. Die desondanks haar vluchtelingsverleden en als statushouder hoop houdt en blijft geloven, blijft doorgaan.
‘Sprokkelaars zijn mensen die, met al hun tekortkomingen, proberen bestaansrecht bij elkaar te sprokkelen. Het betreft de opgave om elke dag met trots de wereld in te gaan en aan het einde van die dag te denken: het is goed zo.’ Sprokkelen is een manier om een plaats voor jezelf te verwerven, maar daarvoor moet je elkaar het licht in de ogen gunnen en tegelijkertijd diezelfde ogen al eens strategisch kunnen dichtknijpen. Volgens de auteur en dit vond ik wel mooi. Soms moet je door blijven kachelen ook al is het even zwaar of weet je niet helemaal zeker of je op de goede weg zit kan je er nog wat aan hebben zonder het altijd te begrijpen.
Sprokkelaars, mensen die met al hun kracht en tekortkomingen hun bestaansrecht bijeensprokkelen. En zo voelt het ook aan in Sprokkelaars van Mira Aluç. De pas afgestudeerde Jong werkt als kassamedewerker in de partijloods van zijn wat zonderlinge oom, maar deze job is allesbehalve zijn droomjob. Voor Jong is het een tussenoplossing, maar Jong raakt verzeilt in een passiviteit en berust zich in zijn situatie, waardoor hij besluiteloos wordt en niet uit deze job kan stappen.
Toch zijn er lichtpuntjes in de partijloods dankzij de mensen die er langs komen en de mensen die er werken en met wie Jong een band krijgt. Neem Baris en Lunya. Luyna is diegene die hem weer hoop geeft en probeert ervoor te zorgen dat Jong uit zijn passiviteit en besluiteloosheid breekt. Het is soms niet het doel dat belangrijk is, maar wel de weg ernaartoe, want op die weg leer je soms mooie mensen kennen.
Sprokkelaars confronteert de lezer met een existentiële vraag die iedereen wel eens in het leven heeft: wat wil ik bereiken in het leven? Ook Jong stelt zich deze vraag:
Toen ik ging studeren en voor het eerst alleen in mijn kamer was – de handdoeken netjes opgevouwen in de kast, aan het plafond een simpele lamp – trok er een rilling door me heen. Mijn leven lag open. Wat anderen vonden, was secundair. De koers bepaalde ik. Het was de mogelijkheid om mezelf opnieuw uit te vinden, maar hoe deed ik dat? Wie ik was, dat was onbeantwoord. Ik had me nooit gerealiseerd dat ik iemand moest worden. Ik ging ervan uit dat mijn ziel vanzelf naar me toe kwam. (p.51)
‘Ken je dat,’ vroeg ze, ‘dat je een leeftijd had die je het beste past? Dat je denkt: ja, dit is wie ik ben. Deze ik met alle gedachtes en gevoelens, zo zal ik altijd blijven en er de rest van mijn leven aan aftoetsen. Wat er ook gebeurt, de rimpels die ik krijg, het geluk en het geld, de plekken waar ik woon – ik blijf hier.’ (p.111)
Ook de talloze citaten zijn zeer herkenbaar voor de lezer, want Mira Aluç heeft een zeer trefzekere stijl:
‘Het wordt niet beter. Verbeteren is slechts aanpassen, waardoor het beter voelt, totdat het niet meer beter voelt en je iets anders moet bedenken.’ (p.54)
Wanneer je de verkeerde afslag nam, had je weinig te verliezen. (p.105)
Regendruppels lijken schoon en rein omdat ze uit de hemel vallen, maar het vuil van de lucht is dezelfde als die van de aarde.(p. 109)
Het aftellen van de laatste tien seconden was het spannendst, maar na het collectieve Happy New Year veranderde de vreugde niet in catharsis. Het was Nieuwjaar. Een nieuw jaar, maar de wereld was nog steeds hetzelfde, banaal en lelijk. (p.130)
Het leven is heel simpel. Je hebt mensen die slagen en dus winnen, en mensen die harder werken dan de winnaars, maar desondanks verliezen. (p.147)
Het personage van Jong kan voor velen herkenbaar zijn, want ik denk dat veel mensen in een job vastzitten die ze niet graag doen en hoe langer je vasthoudt aan die job, hoe moeilijker het wordt om te veranderen. Of Jong de moed vindt om neen te zeggen tegen zijn oom en een andere job te zoeken, daarvoor moet je het boek zeker lezen, want niet alleen bij de personages roept het boek existentiële vragen op, maar ook bij zijn lezers.
Mira Aluç (1993) studeerde beeldende kunst en filosofie. Ze publiceerde essays en korte verhalen in De Gids, Tirade, De Revisor en De Nederlandse Boekengids. In 2022 was ze finalist van de Joost Zwagerman Essayprijs. Eerder werd zij opgenomen in Rebel Rebel, een bloemlezing van nieuw talent – Tzum noemde haar verhaal een van de beste. Sprokkelaars is Aluç’ debuut.
Niets voor mij. Zat literair gezien wel goed in elkaar en las ook snel, maar ik miste het plot en werd een beetje naar van alle mensen zonder doel. Het boek werkte vanaf 50% ook toe naar een mega climax die uiteindelijk niet kwam.
Dit boek verraste me door hoe veel het wist te zeggen met zo weinig woorden. Ondanks de korte lengte bevat het verhaal interessante lagen: de afstand tussen generaties, de waarde die we aan spullen hechten, en het besef dat niet alles in het leven oplosbaar of logisch is. De relatie tussen Jong en Oom is confronterend en soms pijnlijk, maar juist daardoor geloofwaardig. En dan is er Henny: een stille, maar veelzeggende aanwezigheid die me echt raakte.
Wat ik mooi vond, is hoe het boek laat zien dat zoeken, twijfelen en afwijken van de gebaande paden allemaal onderdeel zijn van volwassen worden. Die thematiek resoneert, zonder dat het sentimenteel wordt.
Toch geef ik het geen hogere score, omdat het verhaal, juist door de compacte vorm, af en toe wat herhalend aanvoelt. Sommige beelden en gedachten komen meerdere keren terug, zonder echt nieuwe lagen toe te voegen. Daardoor had ik het gevoel dat het boek zichzelf op bepaalde momenten net iets te vaak herhaalt, wat de vaart uit het lezen haalde.
Al met al: een boek dat indruk maakt, maar dat nog sterker had kunnen zijn met iets meer variatie in toon en ritme. Wel een aanrader voor wie houdt van subtiele, verstilde verhalen met onderliggende betekenis.
Moet het nog ff laten bezinken denk ik. Maar ik ben blij dat ik dit boek uit heb. Zonder de leuke notities van de mensen van club lees had ik dit boek niet uitgelezen. (Dus join allemaal club lees want het is echt heel leuk.)
Ik vond het moeilijk om mijn aandacht erbij te houden tijdens het lezen. De stukjes voelen vaak want slecht aan elkaar geschreven, er gebeurd iets, en opeens is het weer voorbij. Voor mij was het vaak niet duidelijk waar iets nou naartoe ging. Dat heb ik ook een beetje met het verhaal zelf. Het is duidelijk dat het over klasse gaat en mensen die worden gezien als minderwaardig in de maatschappij, en het leven en besluiteloosheid van midden/eind-twintigers.
Ik vond het lastig dat we zo weinig te weten kwamen over de karakters. Ze lieten daardoor niet echt een indruk op mij achter. Er was één moment dat mij raakte, en dat was een moment met Lunya, nieteens het hoofdpersoon.
Het hele boek voelde alsof ik als lezen iemand aan het volgen was die zelf heel veel brainfog heeft en het grootste gedeelte van zijn dag in automatische piloot zit. Een verwarrend en incompleet beeld van een op zich interessant onderwerp.
"Sprokkelaars" liet me achter met mixed feelings. Het boek kabbelt wat voort, zonder veel grote of dramatische gebeurtenissen. Toch leest het vlot, wat het fijn maakt om in één keer door te lezen. Het verhaal lijkt geen duidelijke clou te hebben. Maar misschien is dat juist de kracht van het boek: de boodschap dat het leven vol kleine, betekenisvolle momenten zit, die niet altijd gepaard hoeven te gaan met spectaculaire wendingen.
Het hoofdpersonage is op zich interessant, maar voor mij bleef het net iets te vaag om echt te kunnen overtuigen. De emotionele diepgang die ik had verwacht, bleef een beetje uit.
Desondanks is "Sprokkelaars" een boek dat je aan het denken zet over de waarde van het alledaagse. Het boek wist me niet volledig te overtuigen, maar is wel een uitnodiging om anders naar de kleine momenten te kijken.
Met dank aan uitgeverij Atlas Contact voor het recensie exemplaar.
Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en essays. In januari 2025 verscheen haar debuutroman Sprokkelaars bij uitgeverij Atlas Contact. De roman volgt Jong, een jonge man die na zijn afstuderen, zonder duidelijk toekomstperspectief, werkt als kassamedewerker in de partijloods van zijn excentrieke oom. Wat aanvankelijk een tijdelijke oplossing lijkt, ontaardt al snel in een situatie van verlammende besluiteloosheid, waarin zijn toekomst steeds verder uit zicht raakt. Terwijl hij zijn dagen doorbrengt met eentonig werk, groeit zijn onzekerheid over wat hij echt wil en wie hij werkelijk is. De dodelijke stilte van de loods, afgewisseld met het gerinkel van de kassalade en de echo van zijn eigen gedachten, reflecteert zijn gebrek aan richting.
Wat dit boek goed maakt, is de manier waarop het thema’s verweeft zonder zijn toevlucht te hoeven nemen tot expliciete confrontaties of overdadige avonturen. In plaats daarvan komen sociale ongelijkheid, status en minachting subtiel maar veelzeggend aan de orde, met name in de dialogen tussen de oom en Jong. Een treffend voorbeeld is een scène waarin de oom zijn neef prijst voor het voltooien van zijn studie. Wat begint als een blijk van waardering, krijgt al snel een ondertoon die de sociale hiërarchie bevestigt: de erkenning is niet onvoorwaardelijk, maar bevat de impliciete boodschap dat iemand met zijn afkomst zijn plaats moet kennen. Tegelijkertijd verraadt ooms opmerking een gelaten acceptatie van diens eigen positie. Wanneer hij stelt dat zij zich nu in hetzelfde schuitje bevinden, suggereert hij dat sociale mobiliteit een illusie is — een beweging binnen een systeem dat ongelijkheid in stand houdt.
Een oude studievriend die Jong in de loods ziet, kan zijn verbazing nauwelijks verbergen. De korte aarzeling, de vluchtige blik die ongemakkelijk over hem heen glijdt, zegt meer dan woorden: Jong hoort hier niet — althans, niet volgens de verwachtingen die zijn opleiding had geschept. In dat moment wordt de waarheid van de oom schrijnend tastbaar. Wat een pad naar vooruitgang leek, blijkt slechts een omweg naar hetzelfde lot.
‘Mijn oom had gelijk. De loods trok de tijdelijke spullen van de wereld naar de eeuwige aarde en huisvestte het voorbije. In die geborgenheid categoriseerde hij vergankelijkheid. Mijn oom was een partijpelgrim, begreep dat spullen eerlijker zijn dan mensen. Ze demonstreren of je arm of rijk bent, verfijnd of barbaars, middelmatig of uitzonderlijk. Spullen liegen niet, verraden genadeloos waar je bij hoort. Tot welke tijd, bij welke plek en in welk hokje. Maar nooit of je goed bent of slecht.’
Aluçs taal is helder en onversierd, zonder diepgang te ontberen. Met haar sobere stijl richt ze zich vooral op de emoties en de ontwikkeling van haar personages, zodat hun ervaringen meer gewicht krijgen. Deze benadering stelt je in staat het eenvoudige verhaal goed te volgen, en je daarnaast te verbinden met de innerlijke wereld van de personages. De details in de dialogen komen op een natuurlijke manier voort uit hun gevoelens en reacties, waardoor ze nooit geforceerd of overbodig aanvoelen. Zonder ingewikkeld taalgebruik wordt de essentie van hun relaties en gedachten duidelijk.
In Sprokkelaars schetst Mira Aluç het portret van mensen die gevangen zitten in een grijze zone, waar het verlangen naar betekenis op stilstand stuit. Jongs zoektocht naar vooruitgang laat hem juist de beperking van zijn situatie zien. Aluçs sobere stijl legt de nadruk op de emoties en subtiele veranderingen in haar personages. Het verhaal is een ingetogen overdenking van hoe sociale structuren ons sturen en hoe we omgaan met de stilte die soms tussen ambities en realiteit hoorbaar wordt.