Afgestudeerd, maar zonder toekomstperspectief, werkt Jong als kassamedewerker in de partijloods van zijn wat zonderlinge oom. Wat begint als een tussenbaantje, dreigt uit te monden in een tragische besluiteloosheid.
In haar diepmenselijke debuut stelt Mira Aluç wezenlijke vragen over identiteit, sociale ongelijkheid en werk. Welke ervaringen vormen je, en kun je die ooit écht achter je laten? Bovenal schetst ze met Sprokkelaars een levendig en teder portret van mensen in een schemerwereld.
Het relaas van zes maanden hersenloze arbeid is al even tochtig als de loods waarin het zich afspeelt: bijeengesprokkelde momenten en non-momenten, losse flarden, héél af en toe een gedachte waar je even kunt bij stilstaan - veel meer valt er niet te rapen.
Personages blijven oppervlakkig, pijn onbenoemd.
En als je na afloop de proloog opnieuw leest, krijg je er al helemaal kop noch staart aan.
Hoezó heeft dit je leven veranderd?
“De verklaring voor mijn zwaarte zoek ik in (…) het brandweerwagentje dat tegen mijn hoofd stootte”.
Het boek was naar mijn mening een zooitje geregeld ongeregeld. Je leest over de dagelijkse sleur van iemand die werkt terwijl je soms bij jezelf denkt: ‘oh maar NU gaat er iets komen, een zin of citaat of monoloog dat je tot filosoferen brengt.’ Maar elke keer komt er niks van.
De personages waren duidelijke archetypes, maar meer dan een enkele oppervlakkige karaktertrek was er ook niet. De personages die een prominente rol speelden in het boek waren saai en eentonig, en de personages waar je juist meer van wilden weten, kwamen opgeven moment amper tot niet meer ter sprake.
Hoewel ik tot nu toe weinig leuks te vertellen heb over het boek, moet ik wel toegeven dat ik er als een speer doorheen ben gegaan. Dit doordat het wel een spiegel voor je neus zet.
Het is geen boek dat me bijblijft, maar het is wel een boek dat ik in de toekomst zal herlezen voor een simpele ontsnapping naar het fictieve.
Jesus died and I read this book. We both did that for all our sins. You are welcome, but I won't do that again. This is the last time I'm saving your asses. The next time it is somebody else's turn. Or ask Jesus to die again or something. Just leave me alone.
Geen onaardig boekje hoor, over kleine levens in een kleine wereld. Maar met alle respect, dit kun je onmogelijk met een zuiver geweten het beste debuut van het jaar noemen. Iets wat de jury van de Bronzen uil dus wel doet. Ik weet dat het interpreteren van literatuur subjectief is, maar van alle titels op de shortlist van dit jaar voelt dit debuut juist het minst voldragen aan.
De thema's worden meer letterlijk uitgesproken dan dat ze in het boek getoond worden, en de personages blijven allemaal oppervlakkig, zelfs de verteller. Jong observeert dingen die hij, vanuit zijn karakter, gewoon niet zou zien. Zo ziet hij bijvoorbeeld van een afstand van welke specifieke stofsoort een damesblouse gemaakt is en weet hij precies hoe het parfum heet wat iemand op heeft. Dat soort dingen zou deze jongen niet observeren, maar Aluc wel dus wordt het omschreven. Ze is niet genoeg in de huid van deze jongen gekropen. Het blijft een idee, het komt niet tot leven. Er zit gewoon niet zoveel in.
Omdat de proloog naar verhouding iets heel gedragens heeft, krijgt dat iets van plaatsvervangende schaamte als je er na het onderweldigende einde naar terugbladert. De pretentie die hier wordt gewekt, wordt echt niet waargemaakt.
Bovendien, en mijns inziens belangrijker nog, is de stijl van Sprokkelaars van alle titels op de shortlist het meest banaal, het minst eigen. Terwijl de taal in sommige andere titels echt sprankelt. In Rouwdouwers klopt ieder woord, het personage ontstaat echt in de taal. En in Als de dieren en Nachtschade danst de poëzie van de pagina's. Frappant dat het minst talige boek de "literaire" prijs heeft gewonnen.
De jury lijkt de verteller van Sprokkelaars vooral een sympathieke jongen te vinden, de kleinheid van de setting aandoenlijk. Maar sympathie is geen goed criterium om een boek te bekronen, ik zou zelfs zeggen dat het wel het laatste is waar je je als literatuurcriticus toe hoeft te verhouden.
Het komt op mij over alsof de winst is gegaan naar de auteur die de prijs het best kan gebruiken, die het meeste aanmoediging nodig heeft, in plaats van naar het beste debuut van het jaar.
"Zolang er koffie was, kon het nooit zo erg zijn." In één dag uitgelezen, dus het zal wel goed schrijfwerk moeten zijn - echter leidt het nergens toe, te veel losse eindjes.
Mira Aluç studeerde beeldende kunst en filosofie. Ze publiceerde essays en korte verhalen in De Gids, Tirade, De Revisor en De Nederlandse Boekengids. In 2022 was ze finalist van de Joost Zwagerman Essayprijs. Begin 2025 verscheen haar debuut Sprokkelaars.
Op de achterflap staat onder andere “Een roman over mensen voor wie gezien worden geen recht is”. Een zin die me aantrekt en me vol goesting in het boek doet duiken. Het verhaal gaat over Jong die net afgestudeerd is en besluit om bij zijn oom aan de slag te gaan als kassamedewerker in een partijloods, bij gebrek aan uitzicht op een andere baan.
De roman bevat een vlotte schrijfstijl waarbij het verhaal gezapig start maar stilaan wat meer diepgang krijgt in de beschrijving van de sociale identiteit van de diverse personages. Toch vangt ze de diepte vaak net niet.
“Wie ik was, dat was onbeantwoord. Ik had me nooit gerealiseerd dat ik iemand moest worden. Ik ging ervan uit dat mijn ziel vanzelf naar me toe kwam.”
Ingetogen taal die je steeds meer het verhaal intrekt zodat de interesse voor het hoofdpersonage en zijn persoonlijke evolutie groeit. Stilaan komt bij Jong het besef dat hij een klotebaantje heeft, maar eveneens ervaart hij de onmacht om uit het vacuüm te treden. Onmacht die zich omzet in besluiteloosheid. Aluç slaagt erin om regelmatig mooie sobere zinnen neer te schrijven die je even doen stilstaan, veelzeggend met weinig woorden.
“Verzamelen was grip voor de griplozen, een traptrede boven niets.”
Ze weet een sfeer te creëren die hoort bij de leegte van een niemandsland, een plaats waar je onvoldoende weet wie je bent, waar je heen wilt en vooral hoe je uit dat niemandsland weg komt. De gewoonte en het ritme van de leegte raken steeds sterker verankerd. Toch slaagt de roman er net niet helemaal in om de werkelijke diepte, of de echte leegte, volledig te doorgronden. Mooi debuut dat de auteur uitnodigt om een volgende keer nog meer de diepte in te duiken.
3,5-4⭐ Ik vond de schrijfstijl erg mooi en de setting van het boek interessant! Ik denk dat er bewust voor gekozen is dat ook richting het einde er niet echt een plot komt, maar ik had het toch interessanter gevonden als er bijvoorbeeld daadwerkelijk iets heel spannends met die geparkeerde auto was gebeurd.
Het boek zei mij niet veel, het raakte mij niet. Personen worden niet beschreven, uitgewerkt. Geen mooie, boeiende zinnen. Eigenlijk gebeurt er niets in het boek. Als lezer ben je in de loods waar afgeschreven spullen worden verkocht. De hoofdpersoon, een jonge afgestudeerde jongen die bij zijn oom werkt in de loods wil iets anders. Alleen is hij te bang of te lui om actie te ondernemen naar iets nieuws. Als lezer werd ik er moedeloos van.
Er zaten veel interessante stukken in, waarbij Aluç sociale vraagstukken bloot legt, maar die stukjes waren telkens kort en dan ging ze weer over in iets heel anders.. dat vond ik jammer. Het leest heel makkelijk weg en het taalgebruik is vaak ook grappig. Ondanks dat het fijn weg leest, heeft het boek mij niet aan het denken gezet.
okay dit boek boeide mij zo weinig. ik heb het uitgelezen omdat ik er niet tegen kan om hem ongelezen te laten. het had maybe een cool concept kunnen zijn, maar het was gewoon echt niet voor mij. ik ben trots dat ik buiten m’n comfort zone kwam, maar ik denk dat ik voorlopig even alleen lees waar ik zelf voor kies
Sprokkelaars, mensen die met al hun kracht en tekortkomingen hun bestaansrecht bijeensprokkelen. En zo voelt het ook aan in Sprokkelaars van Mira Aluç. De pas afgestudeerde Jong werkt als kassamedewerker in de partijloods van zijn wat zonderlinge oom, maar deze job is allesbehalve zijn droomjob. Voor Jong is het een tussenoplossing, maar Jong raakt verzeilt in een passiviteit en berust zich in zijn situatie, waardoor hij besluiteloos wordt en niet uit deze job kan stappen.
Toch zijn er lichtpuntjes in de partijloods dankzij de mensen die er langs komen en de mensen die er werken en met wie Jong een band krijgt. Neem Baris en Lunya. Luyna is diegene die hem weer hoop geeft en probeert ervoor te zorgen dat Jong uit zijn passiviteit en besluiteloosheid breekt. Het is soms niet het doel dat belangrijk is, maar wel de weg ernaartoe, want op die weg leer je soms mooie mensen kennen.
Sprokkelaars confronteert de lezer met een existentiële vraag die iedereen wel eens in het leven heeft: wat wil ik bereiken in het leven? Ook Jong stelt zich deze vraag:
Toen ik ging studeren en voor het eerst alleen in mijn kamer was – de handdoeken netjes opgevouwen in de kast, aan het plafond een simpele lamp – trok er een rilling door me heen. Mijn leven lag open. Wat anderen vonden, was secundair. De koers bepaalde ik. Het was de mogelijkheid om mezelf opnieuw uit te vinden, maar hoe deed ik dat? Wie ik was, dat was onbeantwoord. Ik had me nooit gerealiseerd dat ik iemand moest worden. Ik ging ervan uit dat mijn ziel vanzelf naar me toe kwam. (p.51)
‘Ken je dat,’ vroeg ze, ‘dat je een leeftijd had die je het beste past? Dat je denkt: ja, dit is wie ik ben. Deze ik met alle gedachtes en gevoelens, zo zal ik altijd blijven en er de rest van mijn leven aan aftoetsen. Wat er ook gebeurt, de rimpels die ik krijg, het geluk en het geld, de plekken waar ik woon – ik blijf hier.’ (p.111)
Ook de talloze citaten zijn zeer herkenbaar voor de lezer, want Mira Aluç heeft een zeer trefzekere stijl:
‘Het wordt niet beter. Verbeteren is slechts aanpassen, waardoor het beter voelt, totdat het niet meer beter voelt en je iets anders moet bedenken.’ (p.54)
Wanneer je de verkeerde afslag nam, had je weinig te verliezen. (p.105)
Regendruppels lijken schoon en rein omdat ze uit de hemel vallen, maar het vuil van de lucht is dezelfde als die van de aarde.(p. 109)
Het aftellen van de laatste tien seconden was het spannendst, maar na het collectieve Happy New Year veranderde de vreugde niet in catharsis. Het was Nieuwjaar. Een nieuw jaar, maar de wereld was nog steeds hetzelfde, banaal en lelijk. (p.130)
Het leven is heel simpel. Je hebt mensen die slagen en dus winnen, en mensen die harder werken dan de winnaars, maar desondanks verliezen. (p.147)
Het personage van Jong kan voor velen herkenbaar zijn, want ik denk dat veel mensen in een job vastzitten die ze niet graag doen en hoe langer je vasthoudt aan die job, hoe moeilijker het wordt om te veranderen. Of Jong de moed vindt om neen te zeggen tegen zijn oom en een andere job te zoeken, daarvoor moet je het boek zeker lezen, want niet alleen bij de personages roept het boek existentiële vragen op, maar ook bij zijn lezers.
Mira Aluç (1993) studeerde beeldende kunst en filosofie. Ze publiceerde essays en korte verhalen in De Gids, Tirade, De Revisor en De Nederlandse Boekengids. In 2022 was ze finalist van de Joost Zwagerman Essayprijs. Eerder werd zij opgenomen in Rebel Rebel, een bloemlezing van nieuw talent – Tzum noemde haar verhaal een van de beste. Sprokkelaars is Aluç’ debuut.
Niets voor mij. Zat literair gezien wel goed in elkaar en las ook snel, maar ik miste het plot en werd een beetje naar van alle mensen zonder doel. Het boek werkte vanaf 50% ook toe naar een mega climax die uiteindelijk niet kwam.
Top boek voor tussendoor. Verhaal over klasse, eind 20 levenskeuzes, uberhaupt kiezen en weten wie je bent. Herkenbare thema’s! Een jongen volgend die een beetje buiten de norm dignen doet. Volgt zijn gekke oom maar komt erachter dat dit een bewuste keuze is. Like!!
Dit boek verraste me door hoe veel het wist te zeggen met zo weinig woorden. Ondanks de korte lengte bevat het verhaal interessante lagen: de afstand tussen generaties, de waarde die we aan spullen hechten, en het besef dat niet alles in het leven oplosbaar of logisch is. De relatie tussen Jong en Oom is confronterend en soms pijnlijk, maar juist daardoor geloofwaardig. En dan is er Henny: een stille, maar veelzeggende aanwezigheid die me echt raakte.
Wat ik mooi vond, is hoe het boek laat zien dat zoeken, twijfelen en afwijken van de gebaande paden allemaal onderdeel zijn van volwassen worden. Die thematiek resoneert, zonder dat het sentimenteel wordt.
Toch geef ik het geen hogere score, omdat het verhaal, juist door de compacte vorm, af en toe wat herhalend aanvoelt. Sommige beelden en gedachten komen meerdere keren terug, zonder echt nieuwe lagen toe te voegen. Daardoor had ik het gevoel dat het boek zichzelf op bepaalde momenten net iets te vaak herhaalt, wat de vaart uit het lezen haalde.
Al met al: een boek dat indruk maakt, maar dat nog sterker had kunnen zijn met iets meer variatie in toon en ritme. Wel een aanrader voor wie houdt van subtiele, verstilde verhalen met onderliggende betekenis.
"Sprokkelaars" liet me achter met mixed feelings. Het boek kabbelt wat voort, zonder veel grote of dramatische gebeurtenissen. Toch leest het vlot, wat het fijn maakt om in één keer door te lezen. Het verhaal lijkt geen duidelijke clou te hebben. Maar misschien is dat juist de kracht van het boek: de boodschap dat het leven vol kleine, betekenisvolle momenten zit, die niet altijd gepaard hoeven te gaan met spectaculaire wendingen.
Het hoofdpersonage is op zich interessant, maar voor mij bleef het net iets te vaag om echt te kunnen overtuigen. De emotionele diepgang die ik had verwacht, bleef een beetje uit.
Desondanks is "Sprokkelaars" een boek dat je aan het denken zet over de waarde van het alledaagse. Het boek wist me niet volledig te overtuigen, maar is wel een uitnodiging om anders naar de kleine momenten te kijken.
Met dank aan uitgeverij Atlas Contact voor het recensie exemplaar.
Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en essays. In januari 2025 verscheen haar debuutroman Sprokkelaars bij uitgeverij Atlas Contact. De roman volgt Jong, een jonge man die na zijn afstuderen, zonder duidelijk toekomstperspectief, werkt als kassamedewerker in de partijloods van zijn excentrieke oom. Wat aanvankelijk een tijdelijke oplossing lijkt, ontaardt al snel in een situatie van verlammende besluiteloosheid, waarin zijn toekomst steeds verder uit zicht raakt. Terwijl hij zijn dagen doorbrengt met eentonig werk, groeit zijn onzekerheid over wat hij echt wil en wie hij werkelijk is. De dodelijke stilte van de loods, afgewisseld met het gerinkel van de kassalade en de echo van zijn eigen gedachten, reflecteert zijn gebrek aan richting.
Wat dit boek goed maakt, is de manier waarop het thema’s verweeft zonder zijn toevlucht te hoeven nemen tot expliciete confrontaties of overdadige avonturen. In plaats daarvan komen sociale ongelijkheid, status en minachting subtiel maar veelzeggend aan de orde, met name in de dialogen tussen de oom en Jong. Een treffend voorbeeld is een scène waarin de oom zijn neef prijst voor het voltooien van zijn studie. Wat begint als een blijk van waardering, krijgt al snel een ondertoon die de sociale hiërarchie bevestigt: de erkenning is niet onvoorwaardelijk, maar bevat de impliciete boodschap dat iemand met zijn afkomst zijn plaats moet kennen. Tegelijkertijd verraadt ooms opmerking een gelaten acceptatie van diens eigen positie. Wanneer hij stelt dat zij zich nu in hetzelfde schuitje bevinden, suggereert hij dat sociale mobiliteit een illusie is — een beweging binnen een systeem dat ongelijkheid in stand houdt.
Een oude studievriend die Jong in de loods ziet, kan zijn verbazing nauwelijks verbergen. De korte aarzeling, de vluchtige blik die ongemakkelijk over hem heen glijdt, zegt meer dan woorden: Jong hoort hier niet — althans, niet volgens de verwachtingen die zijn opleiding had geschept. In dat moment wordt de waarheid van de oom schrijnend tastbaar. Wat een pad naar vooruitgang leek, blijkt slechts een omweg naar hetzelfde lot.
‘Mijn oom had gelijk. De loods trok de tijdelijke spullen van de wereld naar de eeuwige aarde en huisvestte het voorbije. In die geborgenheid categoriseerde hij vergankelijkheid. Mijn oom was een partijpelgrim, begreep dat spullen eerlijker zijn dan mensen. Ze demonstreren of je arm of rijk bent, verfijnd of barbaars, middelmatig of uitzonderlijk. Spullen liegen niet, verraden genadeloos waar je bij hoort. Tot welke tijd, bij welke plek en in welk hokje. Maar nooit of je goed bent of slecht.’
Aluçs taal is helder en onversierd, zonder diepgang te ontberen. Met haar sobere stijl richt ze zich vooral op de emoties en de ontwikkeling van haar personages, zodat hun ervaringen meer gewicht krijgen. Deze benadering stelt je in staat het eenvoudige verhaal goed te volgen, en je daarnaast te verbinden met de innerlijke wereld van de personages. De details in de dialogen komen op een natuurlijke manier voort uit hun gevoelens en reacties, waardoor ze nooit geforceerd of overbodig aanvoelen. Zonder ingewikkeld taalgebruik wordt de essentie van hun relaties en gedachten duidelijk.
In Sprokkelaars schetst Mira Aluç het portret van mensen die gevangen zitten in een grijze zone, waar het verlangen naar betekenis op stilstand stuit. Jongs zoektocht naar vooruitgang laat hem juist de beperking van zijn situatie zien. Aluçs sobere stijl legt de nadruk op de emoties en subtiele veranderingen in haar personages. Het verhaal is een ingetogen overdenking van hoe sociale structuren ons sturen en hoe we omgaan met de stilte die soms tussen ambities en realiteit hoorbaar wordt.
Wie moeilijk of niet kan voldoen aan de huidige maatschappelijke opvattingen over een geslaagd leven, blijft vaak onopgemerkt. In haar debuutroman ‘Sprokkelaars’ haalt Mira Aluç deze mensen uit de schaduw en zet ze in het licht. Warm en liefdevol geeft ze kleur aan een ongeziene gemeenschap en een gezicht aan zijn bewoners.
“Je moet niet zo op me neerkijken,’ zei hij rustig. ‘Dat doen anderen wel.” (148) In de reprimande van ‘Oom’ aan zijn neef ‘Jong’ brengt Aluç (1993) de thema’s van haar eigentijdse debuutroman bij elkaar: sociale ongelijkheid, maatschappelijke status en identiteit. Maar ook klinkt de trots erin door van wie zij ‘sprokkelaars’ noemt: “mensen die met al hun kracht en tekortkomingen hun bestaansrecht bijeen sprokkelden”.
Voor ik-verteller Jong lijkt als kersvers econoom een ‘geslaagd leven’ voor het grijpen te liggen. Al wil die beloftevolle toekomst kort na zijn afstuderen niet zo een-twee-drie van de grond komen. Jong is geen uitblinker, zonder concrete plannen of ambitie en vol vertwijfeling. Bij toeval belandt hij als winkelbediende in de partijloods van zijn moeders broer, ‘Oom’. Aluç opent met dit ongewone decor een wereld waar we makkelijk aan voorbij rijden: een klein bedrijventerrein met verkommerde panden en loodsen tussen braakliggende percelen als symbool van vervlogen toekomstplannen. Daar staat de partijloods. En ligt de wereld van Oom, Henny, Baris, Lunya, Turgay en Ahmet.
Jong kijkt in ‘Sprokkelaars’ terug op wat voor hem een ‘tussenbaantje’ in die gemeenschap zou worden. Tussen een proloog en epiloog in het heden vertelt hij over zijn ervaringen in de partijloods, tien jaar eerder. Die flashback is opgebouwd uit een chronologische aaneenschakeling van korte, samenhangende scenes. Aluç schreef tot nu toe korte verhalen en essays en die ervaring is in deze opzet met scenes goed merkbaar. Met levendige dialogen en sfeerschetsen schept ze snel en makkelijk een geloofwaardige en invoelbare wereld.
De herinneringen van Jong geven zo een zeldzame inkijk in het leven in en rond een partijloods. De bonte verzameling afgedankte artikelen en seizoensgebonden producten, die zijn oom daar opslaat en verkoopt, brengt een keur aan klanten naar de loods. Net als de spullen is Jong eigenlijk niet op zijn plek in de partijloods. Waar opgekochte opblaaszwembadjes in die wintermaanden wachten op een nieuwe zomer, vindt ook hij er onderdak en tijd om te ontdekken wie hij is en waar hij thuishoort. Aluç laat hem tien jaar later in liefdevolle, warme bewoordingen terugkijken. Hoe Oom samen met de anderen een eerlijke en hartelijke gemeenschap vormen, waar ze in thuis zijn en er onvoorwaardelijk voor elkaar zijn. Aluç breekt zo niet alleen een lans voor deze ‘sprokkelaars’ maar houdt lezers tegelijk een spiegel voor. Over de huidige maatschappelijke moraal van status en publiekelijke maskers, over verwachtingen en sociale druk.
Ergens is het jammer dat Aluç Jong laat ‘ontsnappen’ uit de gemeenschap die ze met veel genegenheid, warmte en humor neerzet. Tien jaar later heeft Jong alsnog het huis en de baan waarvoor hij ‘bestemd’ is. Zoals dat hoort. Het doet echter geen afbreuk aan de waarde van het verhaal en de inzichten die het geeft. ‘Sprokkelaars’ is een prettig geschreven, boeiend en onderhoudend debuut dat naar meer smaakt.
Note: De Club van Echte Lezers en uitgeverij Atlas Contact hebben mij een recensie-exemplaar van ‘Sprokkelaars’ beschikbaar gesteld.
Wat betekent het om richtingloos te zijn? In Sprokkelaars schetst Mira Aluç het verhaal van Jong, een pas afgestudeerde jongeman die zonder duidelijk toekomstperspectief bij zijn oom in een partijloods gaat werken. Besluiteloos laat hij de dagen over zich heenkomen, terwijl zijn omgeving – inclusief zijn ouders – vraagtekens zet bij zijn keuze. Maar betekenis vinden in het alledaagse, zonder doelbewuste zoektocht, vormt precies de kern van dit subtiele coming-of-age verhaal.
Gesprekken met zijn collega Baris, een oorlogsvluchteling, vormen de kern van Jongs ontwikkeling. Baris, die met een heel andere achtergrond en levenservaring in de loods werkt, fungeert als spiegel voor Jong. Hun gesprekken zijn eenvoudig en zonder opsmuk, maar hebben een diepere laag die de lezer aanspoort tot reflectie.
Mira Aluç hanteert een subtiele en observerende stijl. Ze beschrijft het dagelijkse reilen en zeilen in de partijloods met een bijna documentaire-achtige precisie. De loods is meer dan een fysieke plek; het is een microkosmos waarin verschillende werelden elkaar kruisen. De personages die er werken en rondhangen - zoals Hennie van de friettent en Ton van het benzinestation - geven het boek een bijna filmisch karakter. De scherpe observaties over hoe mensen zich tot elkaar verhouden, zonder expliciete oordelen, maken 'Sprokkelaars' tot een gelaagd verhaal.
Wat opvalt aan het boek is de kracht van het alledaagse. Er is geen spectaculaire verhaallijn of dramatische wending; alles kabbelt voort zoals het leven dat doet. Dit kan voor sommige lezers als traag of weinig richtinggevend aanvoelen, maar dat lijkt juist de opzet van Aluç te zijn. In de schijnbare stilstand zit de essentie van Jongs ontwikkeling: betekenis vinden in de kleine dingen, zonder expliciete zoektocht naar zingeving.
De titel van het boek is dan ook treffend gekozen. Niet alleen in letterlijke zin - de personages werken met restpartijen en verzamelen wat anderen achterlaten - maar ook in metaforische zin. Iedereen in het boek is op zijn eigen manier een sprokkelaar: iemand die betekenis zoekt in fragmenten van het bestaan. Aluç speelt met deze thematiek op een subtiele manier en laat de lezer zelf de onderliggende patronen ontdekken.
'Sprokkelaars' is een boek dat je aanzet tot nadenken over de manier waarop we naar ons eigen leven kijken. Het stelt vragen over ambitie, identiteit en de waarde die we hechten aan werk en status. De thematiek van sociale klasse en maatschappelijke verwachtingen is impliciet aanwezig, zonder dat het boek belerend wordt. Dit debuut toont aan dat Mira Aluç een auteur is om in de gaten te houden. Haar vermogen om het gewone bijzonder te maken en haar oog voor detail maken 'Sprokkelaars' tot een boek dat blijft hangen, lang nadat je de laatste bladzijde hebt omgeslagen.
Vanaf de eerste pagina zuigt het debuut van Mira Aluç je in het leven van een recent afgestuurde, ietwat verdwaald persoon die op zoek is naar de zin van het leven. Zijn oom biedt hem een baan aan in zijn partijloods en hij pakt deze aan, tegen de wensen van zijn familie in die neerkijken op het baantje. Het is niet makkelijke de eerste maanden in de loods, maar de loods blijkt toch een belangrijke speler in zijn persoonlijke ontwikkeling en levenservaring te zijn.
De titel is ijzersterk, Sprokkelaars, want dat zijn ze. Uit alle uithoeken van het land (of de regio) haalt Jong’s oom partijen willekeurige spullen op. Jong stickert ze en rekent ze af. Kleine chronologische gebeurtenissen die zich afspelen op een klein oppervlak vullen het boek. Ondanks dat je telkens in een riedeltje van gebeurtenissen beland, blijft het interessant. Dit komt door de personages. Henny de frituurpan, Baris, Oom, de klanten in de loods, Lunya. Ze hebben allemaal een onuitgesproken verhaal die Aluç middels lichaamstaal en kleine details toch haarscherp aan de lezer vertelt. Dit boek gaat over luisteren naar wat niet word gezegd, tussen de regels doorlezen en de prachtige metaforen over het dagelijks bestaan in je opnemen.
Ook omdat het boek voornamelijk uit kleine geroutineerde gebeurtenissen bestaat, is het een enorme shock als daar vanaf geweken wordt. Alles hoort in de loods elke dag hetzelfde te gaan, als dit niet zo is gaat het fout. Dingen die me normaal zouden ontgaan in mijn eigen leven, voelen groots en intens in Sprokkelaars. Je leeft met Jong mee. Ik had verwacht me op ten duur aan hem te irriteren, maar door zijn persoonlijke ontwikkeling bleef ik bijna het hele boek naast hem staan. Al had ik soms wel de drang om naar z’n kop te roepen: “Kies iets!”.
Ook word Jong nooit bij zijn echte naam genoemd. De locatie is ook onduidelijk. Hierdoor word het een plek en een persoon die wij allemaal kennen, en helemaal niet kennen te gelijk. Ik vond dit een erg mooie toevoeging aan het verhaal.
Dit boek is gelaagd. Een verhaal dat op eerste ogenblik lijkt over simpele mensen met een simpel bestaan, herbergt een enorme diepte die grote onderwerpen aanraakt als trauma, ongelijkheid en overleven. Met mooie taal en scherpe observaties zet Aluç een sterk verhaal.