Vanwege zijn nuchtere aard stoort het Leunis de Clerck dat hij visioenen heeft. Deze keer ziet hij voor zich dat hij een sloot moet graven achter zijn grote erf in de polder. Zijn dochter Vera zit in een huwelijkscrisis. Hoewel haar vader het altijd heeft afgekeurd, is zingen haar uitlaatklep. Vera ontmoet jazzpianist Ruud Minneboo, die opvallend nieuwsgierig is naar haar vader. Intussen steekt Leunis zijn spade in de grond.
In zijn eerste roman schrijft Jos Rouw (Terneuzen, 1988) over de band en afstand tussen drie levens in het Zeeuws-Vlaanderen van begin jaren negentig.
'Een debuut dat naar meer smaakt. Veel meer.' (Jury Zeeuwse Boekenprijs 2025)
Met Dulf levert Jos Rouw een mooi debuut af dat zowel sfeervol is, maar voor mij persoonlijk ook af en toe vervreemdend. Voor wie vertrouwd is met de streek waarin het verhaal speelt, biedt het boek een merkwaardige ervaring: herkenning en vervreemding gaan hand in hand. Bepaalde plaatsen en situaties riepen bij mij herinneringen op, maar hier en daar merkte ik: "hé, dat herinner ik me anders" of "o, was dat zo?". De roman wekte zo een soort onderbewuste zoektocht naar bevestiging op, waarbij ik mijn eigen herinneringen spiegelde aan het literaire decor. Dat dat afleidde was natuurlijk mijn probleem, ik kan en wil dat niet in de schoenen van de schrijver schuiven, en het doet niets af aan de kwaliteit van de roman.
Rouw situeert zijn verhaal in de vroege jaren negentig, binnen het beperkte kader van één familie: Leunis de Clerck, zijn dochter Vera, en de mysterieuze jazzpianist Ruud Minneboo. Wat opvalt, is hoe Rouw deze drie verhaallijnen met een bijzondere precisie weet te scheiden. Ze spelen zich af binnen dezelfde geografische en familiale ruimte, maar zijn verteld in drie duidelijk onderscheiden lagen die ieder op eigen wijze invulling geven aan thema's als verlies, verzet en verlangen. Leunis wordt achtervolgd door visioenen en begint als in een trance een sloot te graven achter zijn erf. Vera zoekt haar heil in de muziek, en vindt ondanks haar vaders afkeuring een nieuwe adem via de ontmoeting met Ruud, die op zijn beurt opvallend veel interesse toont in Leunis.
Wat Dulf vooral bijzonder maakt, is de taal. Rouws stijl is muzikaal en trefzeker. Hij schrijft met een scherp oog voor detail, maar zonder te overdrijven. Het spaarzame, maar toch regelmatig terugkerend gebruik van het Zeeuws-Vlaamse dialect is daarbij een schot in de roos: het geeft het verhaal een lokale kleur zonder de toegankelijkheid te verliezen. De toon van het boek blijft daardoor universeel, terwijl het toch stevig geworteld is in een specifieke streek.
De roman voelt als een streekroman van deze tijd. Geen nostalgisch terugblikken of folklore, maar een modern verhaal waarin hedendaagse thema's als mentale kwetsbaarheid, relationele afstand en de erfenis van familiegeschiedenissen op natuurlijke wijze verweven zijn met het landschap waaruit ze voortkomen. Dulf laat zien dat gebondenheid aan een streek geen beperking hoeft te zijn, maar juist een kracht kan vormen in het vertellen van een universeel verhaal.
Met zijn poëtische stijl, psychologische diepgang en subtiele gelaagdheid weet Jos Rouw te overtuigen. Dulf is een roman die beklijft en, vooral voor de Zeeuws Vlaming, uitnodigt tot terugbladeren. Voor wie houdt van literatuur waarin taal, plaats en personage samenvallen tot iets groters dan de som der delen, is dit boek zonder meer een aanrader.
Ze zeggen dat Gelderland je streken levert, maar dat kan Jos Rouw ook. Alleen dan geen Gelderse, maar Zeeuwse streken. Zeeuws-Vlaanderen. Net iets rechts van Terneuzen.
Kaarsrechte sloten met hoge bomen en hoge dijken. Rechtlijnige wegen, als tegenhanger van een kronkelend familiepad.
Als je weet waar je vandaan komt, dan hoef je daar niet meer terug. Maar waar kom je dan wel uit? Het antwoord was lange tijd de city-slogan van Tilburg: je bent er.
Meegenomen naar Zeeuws-Vlaanderen, alsof je er zelf rondloopt. Prachtig beschrijvend als een waar taalkunstenaar, neemt Jos Rouw je mee in een bijzonder verhaal waarin verschillende levens elkaar vinden. Heerlijk om bij weg te dromen.