Karel Holemans was een kunstschilder uit Averbode die droomde van Vlaamse onafhankelijkheid. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij als dubbelspion. Hij was een agent van de Duitse inlichtingendienst, was getrouwd met een socialistische verzetsstrijdster en in het geheim was hij tempelier. Hij ging bij de Duitse geheime dienst om de historische archieven van de Belgische tempeliers naar Portugal te kunnen smokkelen en uit handen van de Gestapo te houden. Na de oorlog werd hij in België ter dood veroordeeld. De rest van zijn leven bracht hij door in ballingschap in Spanje. In 1966 trouwde hij met de erfgename van een rijke familie van cavaproducenten en samen kregen ze een zoon, maar zijn schoonmoeder deed er alles aan om het huwelijk onwettig te laten verklaren. Karel Holemans had zijn hele leven lang geheimen, zelfs voor zijn familie. In Spionnen praten niet onthult zijn zoon Carlos het fascinerende levensverhaal van zijn vader.
Vijf sterren omdat dit intrigerende boek op een erg mooie en boeiende manier een deeltje van mijn familiegeschiedenis vertelt waar ik totaal het bestaan niet van afwist. Alles speelt zich af tegen de achtergrond van WOII en de Spaanse dicatuur, super interessant!! Ik ben ontroerd en sta versteld tegelijk.
Bonus: Mijn rusty Spaans ook nog eens kunnen bovenhalen
Muy impresionada con la historia de su padre. Carlos es un buen amigo y estoy muy impresionada con lo bien documentado y bien contado que está este libro. El libro perfecto para todos, fácil de leer y muy interesante.
Una historia muy bien contada sobre una vida fascinante que ayuda a entender un poco mas un tiempo reciente de Europa. Es una novela biografía muy entretenida y muy documentada, con algunos pasajes muy emotivos. Muy recomendable
Fascinante la biografía de Karel Holemans contada por su hijo, @carlosholemans, en «Los espías no hablan» (@arpaeditores), llena de asombrosas y emocionantes peripecias; absolutamente recomendable.
ME HA ENCANTADO. Carlos (Kareltje) investiga durante 10 años sobre su padre Karel. Pintor flamenco, espía por lo menos doble (nazi/resistencia) en la 2GM, caballero templario, bohemio nacionalista, casado en la España de Franco, pobre y rico, famoso y perseguido. La intrahistoria más bonita, a lo Unamuno. Una vida que es LA vida. El ejercicio de escritura de Holemans hijo emociona e impregna varios capítulos. Representa también de maravilla el desarraigo tanto en el padre como en el hijo (el escritor nació en Tarragona).
El relato de la rocambolesca vida del pintor/templario/espía belga Karel Holemans, fruto de la investigación de su hijo. Está muy bien escrito y demuestra la añoranza y el amor de un hijo hacia su padre.
Es interesante la narracion de hechos historicos, muy buena biografia familiar y construcción del árbol genealógico pero el personaje tiene cero relevancia en la historia. No salvó a nadie mas que a si mismo bajo un argumento de templario que yo creo qur ni él se creía; realmente nunca tuvo un trabajo digno o importante, se alimentó siempre a costa de otros con dinero fácil, lo que hoy llamamos, un vividor. Interesante ver la otra cara de la moneda, los que nunca sufrieron y supieron aprovechar el momento y vivir bien pero como historia es poco trascendental por ello la baja evaluación.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Hoeveel boeken zijn er in het Spaans geschreven over Vlaamse collaborateurs tijdens de Tweede Wereldoorlog? Ik durf zeggen: een miniem aantal.
Dit boek is een zoons biografie van zijn vader, inclusief een poging om te begrijpen hoe zijn Vlaamse vader in het Spanje van Franco is blijven vastzitten – en daar eventueel een tweede gezin gesticht heeft.
Een paar feiten om dit te omkaderen : Karel Holemans werd in 1910 geboren in Averbode en groeide op in een Flamingant milieu. Hij zag zichzelf eerder als kunstschilder dan als herberguitbater (zoals zijn ouders) en kende succes in de artistieke kringen van Brussel en Mechelen. Hij trouwt met zijn eerste vrouw, Rachel, en heeft een zoontje dat kort na de geboorte sterft (zie meer daarover later). Dan begint de aanloop tot de Tweede Wereldoorlog, en het is niet helemaal duidelijk hoe intiem betrokken Karel Holemans was met de pro-Nazi politieke stromingen. Hij wordt ook lid van de Orde der Tempelieren. In een poging tot het herstellen van zijn relatie met Rachel, volgt hij haar naar Spanje, waar zij z als vrijwillige verpleegster werkt tijdens de Spaanse burgeroorlog. Dat verblijf in het zomerse Zuiden moet hem wel bevallen zijn, want tijdens de Bezetting komt Karel naar voor met een plan om naar Spanje te reizen en daar te gaan spioneren voor de Nazi’s. Maar in feite heeft hij een verscholen agenda: hij wilt de lijst van de Belgische Tempeliers naar Portugal smokkelen en alzo voorkomen dat de Nazi’s hen arresteren. Met behulp van een vervalst paspoort lukt dat wel, en al snel vinden we Karel terug in Spanje, waar het uiteraard beter leven is dan in Vlaanderen op dat moment.
Dan wordt het ingewikkeld: de persoon die Karel zijn vervalst paspoort heeft verschaft, wordt opgepakt door de Nazi’s en sterft. Wie is daarvoor verantwoordelijk? Heeft iemand hem verklikt? Een zekere Louis Delgrange, politieke opportunist, in het loon van de Abwehr, ontmoet Rachel en al snel vormen zij een paar. Het zou voor Delgrange dus wel gemakkelijk zijn moest Karel nooit meer terugkomen naar België, zowel voor romantische als politieke redenen. De vader van de gestorven vervalser verklaart dat Karel Holemans zijn zoon verraden heeft, en eens de oorlog op zijn einde is gelopen, wordt Karel in België ter dood veroordeeld.
Dat zal nooit veranderen, en Karel zit dus de facto vast in Spanje, en daar zal hij blijven tot zijn dood in 1979. Eerst kan hij zich handhaven als kunstschilder, maar de tijden en de esthetische smaken veranderen, en het wordt alsmaar moelijker om zo aan de kost te komen. Op een bepaald ogenblik ontmoet hij de dochter van een lokale wijnteler. Teresa heeft het met haar hyper-katholieke en autocratische moeder volledig verbrod door – gulp -een buitenechtelijk kind te hebben met een Indische student. Eulalia maakt het koppel het leven zuur, en zelfs de geboorte van Carlos Holemans in 1963 kan de kloof niet overbruggen. Karel geeft de schilderkunst op en verdient zijn dagelijks brood (met moeite) door als vertaler-tolk te werken. In die rol is hij ook betrokken bij de executie-door-garotte van Heinz Chez in 1974 (dezelfde dag als de executie van separatist Manuel Puig).
De jonge Carlos groeit op met een oudere, afgetakelde, blauwogige vader die een raar Spaans spreekt en veel nostalgie heeft naar het Vlaanderen dat hij niet meer heeft gezien sinds de oorlog. En dit boek is zijn poging om in het verstopte verleden van zijn vader te duiken, om te begrijpen hoe het leven hem daar in dat dorp in Spanje gebracht heeft.
Het is dus belangrijk te aanvaarden dat dit boek geschreven is door een liefhebbende zoon die ook geen professionele geschiedkundige of archivist is. Het onderzoekswerk dat hij verricht heeft, vooral in de archieven van de wereldoorlog, is impressionant… maar ik stelde me toch een aantal vragen bij het lezen.
In de eerste plaats : de reis van Karel Holemans naar Portugal met de lijst van de Belgische Tempelieren wordt voorgesteld als een heldhaftige daad die het leven van 239 Tempelieren heeft gered. Echt waar? Zou het niet eenvoudiger geweest zijn om die lijst gewoon te vernietigen? Wat ging de Grootmeester van de Tempelieren in Portugal daarmee aanvangen? En laat ons toch niet vergeten dat deze reis gefinancierd werd door de Nazi’s.
In de tweede plaats: Karel Holemans heeft beweerd dat Rachel hun zoontje vermoord heeft omdat hij een hazelip had en ze voor hem een leven van spot en isolatie voorspelde. Welke bewijzen bestaan daarvoor? Zou ze hem dat echt zomaar gezegd hebben?
In de derde plaats: het was me niet duidelijk hoe dicht of hoe nauw Karel Holemans met de Nazi’s zou meegewerkt hebben. Het wordt helemaal complex als we horen dat enerzijds Rachel voor het Verzet werkte, maar dat ze anderzijds ook (via Delgrange) door de Nazis betaald werd om haar collega’s in het Verzet te bespioneren. Ik denk dat de relaties in die tijd zo complex waren dat we dat waarschijnlijk nooit zullen weten.
In de vierde plaats : er zijn nogal wat fouten in het boek. Het woord “Fernweh” wordt gespeld als “Fernwhe” (pagina 20). Op pagina 153 wordt de term “Groene kaart” gebruikt voor “verblijfsvergunning” in Engeland. Maar voor zover ik weet, is dat enkel de term voor een verblijfsvergunning in de USA. In voetnoot 20 wordt een cafe in Vlaanderen “Cafe des Voyagers” genoemd – dat moet waarschijnlijk “Cafe des Voyageurs” zijn.
Kortom : ik heb het boek met veel interesse gelezen, en met veel sympathie voor de schrijver, die duidelijk wat “closure” nodig had over zijn jeugd. Maar ik bleef toch achter met veel vragen en flink wat scepticisme.
Ontroerend en boeiend verhaal over de vader van de auteur. Zijn jeugdjaren in Averbode, zijn periode tijdens de bezetting in wereldoorlog 2, zijn vlucht naar Spanje. Hij was een vat vol geheimen. Terzelfdertijd krijgen we een beeld van België en Spanje tijdens de woelige jaren 30 en 40 en de naoorlogse periode in het Spanje van dictator Franco.