Verken de weg naar een toekomst waarin we verandering omarmen en streven naar een betere wereld
Gemiddeld één keer om de zeventig jaar verandert alles in de wereld. Dit decennium zitten we aan zo’n kantelpunt. Maar gelukkig wordt alles anders, dat is onafwendbaar én wenselijk.
Koen Schoors zet in dit boek zijn indrukwekkende toekomstvisie uiteen. Het is een visie van realisme – alleen pessimisten zullen het optimisme noemen. Onze economie en onze energiewinning zullen regionaler en duurzamer worden, we stappen af van globalisering en kortetermijnpolitiek. Onze industrie zal 100% circulair worden, waarbij al het afval als grondstof zal worden gebruikt. De wereldbevolking zal bijna overal flink dalen. Menselijke arbeid zal schaarser worden en daarom waardevoller. We krijgen allen meer vrije tijd. Bovendien zal artificiële intelligentie ons leven veel gemakkelijker en efficiënter maken. De grote uitdagingen (de klimaatopwarming, veroudering, oorlogen, migratie…) zullen we kunnen oplossen door een combinatie van technologie en een verandering van ons gedrag.
Koen Schoors is professor aan de Universiteit Gent. Hij richt zich in zijn onderzoek voornamelijk op het bank-en financiewezen, de bedrijfsfinanciering en buitenlandse directe investeringen. In zijn opleiding en carrière stond de Russische economie vaak centraal. Zo is hij momenteel directeur van CERISE (Centrum voor Russische Internationale Socio-politieke en Economische studies).
Op vlak van economische crisissen is Koen Schoors specialist. Hij geeft regelmatig lezingen over dit onderwerp en wordt ook vaak als commentator in de media gevraagd om actuele socio-economische gebeurtenissen toe te lichten.
Het doet pijn om 'slechts' 3 sterren te geven want de gunfactor is hoog en het belang van positieve groen/links/progressieve verhalen nog hoger.
Maar dit boek frusteerde me mateloos omdat de tweeledige premisse op geen enkele manier wordt waargemaakt: - eigenlijk wordt amper uitgelegd -laat staan bewezen- dat elke 70 jaar alles een enorme omwenteling kent. Dat wordt simpelweg als fait accompli gedumpt. - dat de toekomst beter wordt, is weliswaar adhv enkele perspectieven, doelen en scenario's geschetst, maar amper hoe in godsnaam de weg ernaartoe loopt. Meermaals riep ik naar mijn boek: allemaal mooi, MAAR HOE DAN!? Hoe ga je CEO's politieke leiders, aandeelhouders, burgers ervan overtuigen dat dit de juiste (enige) weg voorwaarts is? Hoe komen we van A (vol klimaatsceptici, technocraten, rechtspopulisme en ons TINA neoliberaal status quo) richting B (meer utopische toestanden met klimaatoplossingen, rechtvaardigheid, realistisch optimisme). Op het irritante af voelde dit boek aan als een monding zonder voorafgaand delta, een slagroomtaart zonder recept, een Ikea-kast zonder handleiding, een gemiste kans. Maar deze auteur bedoelt het heel goed, heeft voldoende know-how en verdient het om (zijn volgend boek) gelezen te worden.
Ik bleef wat op mijn honger zitten. Het boek behandelt 5 brede onderwerpen die allemaal te maken hebben met het kantelpunt waar we volgens Koen Schoors voor staan. Elk van deze topics wordt op laagdrempelige wijze uiteengezet, maar blijft tegelijkertijd wat te oppervlakkig naar mijn mening. Schoors is er wel in geslaagd om me goesting te doen krijgen voor elk van deze onderwerpen een dedicated boek te lezen.
Niet erg overtuigend, hoewel er zeker enkele rake voorstellen in staan. Maar die moeten compenseren voor tenenkrullende argumenten.
Sowieso is dit een populariserend boek en mag/moet er al eens korter door de bocht gegaan worden. Waar een analyse achter zit, moet er al eens platgeduwd worden en dat kan soms gefrons opleveren. Maar zo'n boeken, zeker van academici, zijn net erg belangrijk: Academici kunnen hun werk populariseren, hun bredere ideologie tonen, aftoetsen in welke mate hun specialistenwerk heeft bijgedragen aan een ietwat coherente en onderbouwde wereldvisie dat productief is voor het maatschappelijk debat, of op zijn minst een goeie discussie waard is. Academici mogen zichzelf dan al eens verliezen in hun projecten, een terugkeer naar de arena genaamd de politiek/samenleving is wat mij betreft altijd een green flag voor academici. Op dat vlak dus punten voor Schoors. Maar is het discussie waard?
Het begint goed wanneer Schoors beweert dat er magischerwijs om de 70 jaar een omslag plaatsvindt. Waarom 70, waarom omslag,... no clue whatsoever. Dit is het moment waarop er misschien geen plaats is voor verdere diepgang daarover. Maar dan vraag ik me af of het dan eigenlijk wel nodig is om zoiets te poneren. Daarbij komt nog eens dat Schoors beweert dat de vorige omslag in 1945 gebeurde, toen het Ottomaanse Rijk en Oostenrijk-Hongarije vielen. Uhm, ik denk dat je je van wereldoorlog vergist. Dit vereiste een simpele factcheck van ofwel Schoors, op zijn minst de uitgever. We zitten aan zin drie van het boek. Daarna wat woorden over de onbestemdheid van de geschiedenis. Er is enkel padafhankelijkheid, de enigste structurele determinatie die liberalen kunnen zien, blind als ze zijn voor de determinatie van kapitaal als sociale kracht. Er wordt beweerd dat zo'n visie op de openheid van de geschiedenis in contrast staat met "zuivere marxisten" die denken dat een "communistisch walhalla" voorbestemd is. We zitten op pagina drie van het boek. Ik begon me vragen te stellen over mijn vrije tijdsbesteding.
Maar het bleek deels gewoon een slechte start te zijn. Het eerste hoofdstuk over juiste prijzen is een klassieker van een argument bij sociaal liberalen: de prijzen negeren heel wat, en het is onze taak om alle kosten erin te duwen. Dat is niet enkel een probleem van het kapitalisme, ook prijszetting in een planeconomie kan eronder lijden (inderdaad, ook in de planeconomieën, behalve de Neurethiaanse net na WO I, werden ook 'prijzen' opgesteld). Daar ga ik mee akkoord, hoewel ik als marxist (en ik hoop ooit een lidkaart te krijgen tot de beruchte club van "zuivere" marxisten!) zou willen aanvullen: prijzen zijn uitkomsten van sociale systemen en komen dus verschillend tot stand. In een kapitalistisch systeem bepaalt de kapitalist de prijs obv winstmaximalisatie, in een planeconomie bepaalt de bureaucratie (of hopelijk: de democratie) de prijzen obv overleg. Andere systemen, andere uitkomsten! Dat gezegd zijnde, is het duidelijk dat Schoors veel potentieel ziet in het 'juister' maken van prijzen, door bijvoorbeeld uitstoot erin op te nemen. Maar ook over monetair beleid heeft hij enkele goeie voorstellen. Ik moet beschamend toegeven dat zo'n policy-through-markets (en hierdoor zal ik waarschijnlijk nog enkele jaren moeten wachten op een lidkaart bij de "zuiveren") politiek het meest haalbare en meest efficiënte vindt in de politieke context van vandaag en dus ten volle gesteund moet worden. Het neoliberalisme gaf ons staten die besturen via markten, laten we dat zeil gewoon naar ons toe trekken?
Daarna komt een hoofdstuk over de verschraling van de globale economie. Het is op zich een goeie analyse van belangrijke verschuivingen. Het zegt al veel dat de meest invloedrijke economen (oa ook Marc De Vos) daar nu veel over te zeggen hebben. Schoors beweert dat globalisering meer opbrengt dan verliest, maar dat er winnaars en verliezers zijn, en dat de verliezers zich nu wreken in rechts en links populisme (met steun aan de hoefijzertheorie, maar dat gedogen we). Hier heeft hij ook veel aandacht voor de financiële elite die de ongelijkheid opdrijft in de globale wereld. Er komen subtitels als "Kapitaal wint van arbeid" (gevolgd door de meest monsterlijke interpretatie van de "communistische" arbeidswaardetheorie. Alsof arbeidswaardetheorie geen theorie is over kapitalistische waardecreatie, maar een soort "alternatief" moest zijn op het kapitalisme... Echt duidelijk dat Schoors uit de generatie economen komt die heeft leren bashen op Marx zonder die ooit te lezen. Maar wees rustig Brecht, nobody gives a shit). Hij besluit dat de Washington-consensus ten dode is, maar dat globalisering nog steeds iets is om te verdedigen. Maar het komt er eigenlijk op neer om de baten van globalisering beter te verdelen door nationale herverdelingsmechanismen. Good point.
Het enige waar ik echt niet mee akkoord kan gaan, zijn de geopolitieke conclusies die hij uit de analyse van de verschraling trekt. Op enkele vlakken verschilt hij van Marc De Vos, omdat Schoors voornamelijk bij Europese "soft power" wil blijven, terwijl De Vos pleit voor een omschakeling naar militaire grootmacht. Wat hen wél verbindt, is dat het hen vanzelfsprekend lijkt dat Europa binnen een Westers blok moet blijven, in de praktijk dus NAVO. Dat staat buiten kijf. De politieke horizont van liberalen is daarmee duidelijk, zelf nu we rondgeduwd worden door Trump.
Schoors doet er zelf een moraliserend sausje over. Hij beweert dat er een bittere strijd aan de gang is tussen het democratische Westen en haar autocratische vijanden (China, Iran, Rusland,...). Ik kan erin komen dat het Westen domestiek democratischer is dan sommige opkomende niet-Westerse landen. Zelf in de VS, waar met Trump de democratische basis een serieuze schok krijgt, zit die nog steeds dichter bij het ideaal van een bourgeois democratie dan pakweg China. Maar of dat zo'n belangrijke consequenties heeft voor buitenlandse geopolitiek is iets anders. In het geval van Putin is de link duidelijk: een autocratisch leider die expansief militarisme inzet. Maar China is al iets helemaal anders: als zij handelt of investeert over haar grenzen, is het vaak omdat ze gewoon de beste deal kunnen fixen. Het is haar soft power dat uitbreidt. Ik durf te stellen dat iets anders beweren betekent dat je je pro-Westerse bias niet aan de kant kan zetten. Domestiek "autocratisch" zijn betekent niet per sé geopolitiek militarisme.
Omgekeerd betekent domestiek "democratisch" niet geopolitiek vredelievend. Het Westen doet ook aan geopolitiek militarisme. De VS spendeert het meest aan haar leger, die ze al het meest heeft gebruikt sinds 1945. Maar ook het Westerse, democratische Israël pleegt een genocide. Recent wordt dat inderdaad gedaan door extreem-rechts en een autocratisch figuur als Netanyahu (gelijkaardig aan Trump binnen de structuur van een democratie). Maar sinds de Nakba is de bezetting vooral uitgevoerd door de Israëlische sociaal-democratische partij. "Democratisch" Europa kijkt ernaar. Israël bewijst dus: op het geopolitieke toneel maakt een verschil tussen "democratie" en "autocratie" minder uit dan liberalen als Schoors zouden willen.
Ook "democratisch" Europa valt daaronder. Volgens Schoors moeten we met Europa onze banden met Afrika herstellen. In contrast met Rusland of China, die er enkel zijn om te capteren op Afrika als wingewest, kunnen wij er zijn met betere intenties. Ondanks ons "donker verleden", is er een "potentieel erg mooie toekomst". So, wait, je maakt net een argument dat Europa in de komende competitieve wereldmarkt ervoor moet zorgen dat ze stabiele partners heeft om volatiele metaalprijzen te voorkomen. Hoe is dat anders dan naar Afrika kijken als winstgewest? Is dat niet letterlijk het beleid dat de EU al decennia voert in Afrika, maar nu on crack door de concurrentie van China? Waarom steunt de EU nog steeds Kagame? Het spijt me verschrikkelijk, maar dit is sociaalliberaal neokolonialisme.
Verder in het boek schrijft Schoors over een breder patroon in de bevolkingsevolutie. Vergrijzing en ontgroening zijn globale fenomenen. In sé komt hij terug op een post-Malthusiaans argument: tendensen in de bevolking structureren maatschappijen. Zo gaat bijvoorbeeld de strijd tussen kapitaal en arbeid overhellen naar arbeid aangezien die schaarser wordt. Lonen gaan stijgen en we gaan meer picky kunnen worden. Ik moet hier goed opletten, want dit zijn zo van die hoofdstukken waar hij misschien wat kort door de bocht moet gaan om zijn punt te maken. Op zich kan ik er in komen dat bevolkingstendensen maatschappijen beïnvloeden. Maar de klassieke kritiek daarop is dat de reacties op zo'n verschuivingen gemedieerd worden door sociale structuren die veel belangrijker zijn. Je kan de kapitaal-arbeid relatie en haar strijd niet "naturaliseren", die wordt bepaald in de sociale strijd zelf. Dat wordt ironisch genoeg duidelijk gemaakt een paar pagina's verder: dan pleit hij opeens voor opschorten anciënniteit en brugpensioen. Vreemde besluiten om te trekken als je net zei dat werknemers meer macht gingen krijgen. Daarnaast trekt hij het post-Malthusiaanse verhaal soms te ver: hij verklaart er bijvoorbeeld ook oorlog mee. Oorlog kan er enkel zijn als er veel jonge mannen zijn. Aangezien het aantal jonge mannen gaat dalen, gaat oorlog ook dalen. Na die these komt hij meteen op de proppen met Rusland die eigenlijk een uitzondering is. Ik zou zeggen: als je these één van de grootste conflicten niet kan verklaren, dan schort er waarschijnlijk iets aan je these. Daarmee is niet gezegd dat de aanwezigheid van een surpluspopulatie een puzzelstuk kan zijn in een verklaring voor oorlog, maar dat is nog iets anders dan te veel te vertrouwen op je post-Malthusiaans instinct.
Tussen deze stukken door schrijft Schoors ook nog een hoofdstuk over de circulaire economie, en de uitdagingen en kansen van AI. Oh, en uiteraard nog iets over het basisinkomen. Dit vond ik ietwat minder interessante hoofdstukken, hoewel er heel wat interessants in staat voor mensen die sceptisch staan over de groene transitie. Maar over het algemeen dus niet echt een overtuigend werk, hoewel het een mooie samenvatting geeft van waar de sociaalliberalen vandaag staan. Zeker als het gaat over de verschraling van de globale economie dringt zich een vergelijking op met "harde" liberaal Marc De Vos, "zachte" liberaal Koen Schoors, en misschien marxist Peter Mertens.
Doorheen de verschillende hoofdstukken neemt Koen Schoors je mee op zijn visie op de toekomst. We staan op dit moment op een kantelpunt met grote uitdagingen, zoals de klimaattransitie, de energietransitie, groeiende ongelijkheid (intern), ... Het eerste kernprobleem is het creëren van juiste prijzen voor energie, woningen, grondstoffen, voedsel en geld. Externaliteiten, waarbij derden zoals het milieu en het klimaat schade berokkend wordt, worden niet vertaald in de prijzen. Zo zal hernieuwbare energie goed getijen wanneer de uitstoot van fossiele brandstoffen meegenomen wordt in de prijs. Andere noodzakelijke oplossingen op monetair beleid zijn groene kwantitatieve verruiming en helikoptergeld. Verder wordt beschreven dat de economie regionaler en duurzamer zal worden (door o.a. de druk van circulariteit en hernieuwbare energie). Hierbij zullen industrieel beleid en strategische autonomie terug bovenaan op de agenda staan (wat we vandaag de dag al overal zien). Circulariteit zal de basis van onze economie worden, waarbij afval de belangrijkste grondstoffenstroom zal worden. Door een dalende demografische tendens zal arbeid schaarser worden en de werknemer opnieuw meer macht krijgen, maar om de groeiende ongelijkheid (intern) tegen te gaan zijn voorstellen zoals een universeel basiskapitaal van cruciaal belang. Afsluiten doet het boek met de gevaren en opportuniteiten van het snelgroeiende AI. Met vooruitstrevende en gekende ideeën schetst Koen Schoors wat ons te wachten staat en welke keuzes gemaakt kunnen (of moeten) genomen worden.
De toekomstvisie van Koen Schoors geeft heel wat stof tot nadenken en nieuwe inzichten. Hopelijk sijpelen enkele van zijn ideeën door tot bij onze beleidsmakers. Het boek is een verademing omdat het hoofdzakelijk een positieve kijk is op hoe alles kan evolueren in een tijd waar er veel toekomstpessimisme is.
Not bad, but very few new insights and somewhat unlucky to have been published just before many of the optimistic messages were cast into a different light by the arrival of the Trump administration.
Sterk begin, met enkele boeiende inzichten. Maar dan verzandt het boek iets te veel in losse ideeen die naar mijn gevoel te weinig onderbouwd zijn. Jammer, want ik ben wel fan van de man in kwestie.
Het is natuurlijk een toekomstvisie en Schoors is natuurlijk een gerespecteerde professor, maar sommige stukken voelen wat gratuit aan, niet super onderbouwd.
Wie heeft dit boek nagelezen?? Op p44 al een complete herhaling en op p45 storende fout …dan zie je achteraan 5de druk …in 1 maand tijd…aan dat tempo zou je toch denken dat men de fouten van 1ste druk eruit haalt? Ondanks de boeiende inhoud krijg ik veel zin om het aan de kant te gooien ;-)
Mooi boek dat een blik in de toekomst werpt. Dat betekent dat er nogal wat hypotheses aan de grondslag liggen van het boek. Koen Schoors geeft in zijn intro duidelijk aan dat het niet gebaseerd is op feiten en statistieken. Het is een toekomstverwachting, niet vanuit een glazen bol, maar door een gerespecteerd econoom. Systeemdenken staat hierbij centraal. De wereld veranderen vraagt immers aanpassing van de grote systemen en denkkaders. Een mooi voorbeeld: bv. in een denkkader met centrale en op vraag georiënteerde energieproductie staat de flexibele aanpassing van de productie aan de vraag centraal en is er weinig ruimte voor hernieuwbare energie. Dat zou immers een grote reserve capaciteit vragen die je kan aanschakelen als het donker en windstil is. In het denkkader dat wijdverspreide hernieuwbare energie centraal stelt en meer goedkope energie produceert dan we normaal nodig hebben, hebben we vaak overschotten en negatieve prijzen. Dan worden energieopslag en flexibele aanpassing van de vraag aan het beschikbare aanbod de uitdagingen en wordt de aanpassing van de productie aan de vraag minder belangrijk. In die kader is er veel meer ruimte voor hernieuwbare energie en energieopslag en minder nood aan dure reserve capaciteit.Hoog tijd dus om milieukosten en externe effecten van fossiel energiegebruik te externaliseren.
Ik deel zijn positiviteit op verschillende vlakken. Neem bv. de stappen naar elektrificatie. We bouwen met elektrificatie een enorme voorraad aan zeldzame aardmetalen op die we voor een grote deel kunnen recycleren. In die zin zal Europa er veel beter voorstaan dan met de voortdurende afhankelijkheid van fossiele grondstoffen voorheen. Dat kan op termijn leiden tot een veel stabielere energieprijs.
Maar het boek is niet één en al goed nieuws. Technologie heeft het potentieel om veel maatschappelijke meerwaarde te genereren, maar kan evenzeer autocratieën versterken. Bv. door methodes die echt peilen naar wat de bevolking wil te ondergraven en steeds meer te vervangen door AI methodes die de autocratische overheid toelaten sentiment en opinie van de bevolking in de gewenste richting te sturen. Stel je voor dat een individueel patiëntendossier gekoppeld wordt aan een sociaal kredietsysteem, dan kan dat gebruikt worden om individueel gedrag bij te sturen. Met AI kunnen veel specifiekere middelen gebouwd worden dan de Body Mass Index. Stel je voor dat de BTW op suiker bepaald daardoor wordt door je risicoprofiel op diabetes. Als de toekomstige technologische dominantie vooral bepaald zal worden door de omvang van de trainingsdata, heeft China allicht de beste uitgangspositie. De marginale kost van autocratische technologie daalt en dus wordt autocratie en meer waarschijnlijke politieke uitkomst langs het hele traject van de nieuwe zijderoute. ALs je ziet wat er in de VS gebeurt, overstijgt dat risico mogelijk zelfs de zijderoute.
Polarisatie wordt gestuwd door sociale media. Veel mensen en zeker jongeren worden door sociale media opgesloten in de gigantische echo kamer van het eigen gelijk. Bevestiging is overal. Twijfel nergens. Mensen zijn uitzonderlijk vatbaar voor fake news en samenzweringstheorieën omdat we een evolutionair gedreven gave hebben voor het ontdekken van oorzaak-gevolg relaties. De wereld is te complex voor ons brein en dus sluit de wereldvisie waarin we verkiezen te geloven betreft aan bij onze causale hersencapaciteit dan de complexe werkelijkheid. De tegenstanders van de democratie gebruiken dat strategisch om ons te polariseren en dus te verzwakken.
Ook al is de ondertitel '...en beter', Koen Schoors is realist genoeg om niet in de valkuil te trappen van een naïeve vooruitgangsoptimist. Optimisme is a moral duty, maar we zullen bewuste keuzes moeten maken waarbij we de realiteit van de wereld onder ogen zien. En dat geldt niet alleen voor politici, maar voor iedereen...
It’s important to note that though the book is presented as an optimist and apolitical text, in reality this book is largely informed by a confused combination of progressive ideals and liberal/neoclassical economics.
By placing so much emphasis on price-setting, externalities and market solutions, the book in actuality is a repackaging of the most basic neoclassical ideas. These neoclassical tropes have largely been disproven by the neoclassicals who made them (Veblen, Solow, Jevons, Kuznets, Hayek, etc.) and its shortcomings were made painfully clear by their inability to foresee the 2008 recession (via omission of the financial sector in money and debt creation) while dynamic and systems-oriented economics successfully did (namely the work of Minsky).
The author does talk about some money and debt creation with its ideas of green QE and helicopter money, and the need to go from buying goods to services, but in general, it does not focus enough on the non-financial structures (like the commons) and non-neoclassical markets, which is disappointing in a world where Doughnut Economics was published years ago.
I am labeling this work as optimism because: • Any work that gives solutions to the climate without examining the history of climate inequality and injustice is flawed. We need to go beyond CO2 as the sole ecological crisis when freshwater depletion, soil depletion, deforestation and habitat loss are all just as important; and yet we don’t see any ’Net Zero’ or price-setting goals for these. This is because to solve these, our current extractivist economy must be interrogated, as much of the Global North’s standard of living is enabled by the South’s material resources. What cannot be left out is the history of colonization and the current neoliberal institutions, which impose structural reforms, monopolize essential technologies, and allow corporations to reap the profits of resources and not the local nation. (For more information, read Jason Hickel’s ‘Less is More’)
• Any work that gives solutions to labour stagnation without examining the history of labour inequality and bargaining power is flawed. It comes close by talking about globalization as having caused inequality and opening the door to fascism, but historians noted how in the 30s, capitalists and industrialists of Italy and Germany deliberately funded fascist movements to break down labour and bargaining power. In other words, the abstract idea of ‘globalization’ isn’t allowing the abstract idea of ‘fascism’ to enter - it’s the same people who pushed for globalization who are funding fascism to break labour power: this is painfully obvious now with Trump’s campaign and inauguration funded by Musk, Thiel, Cook, Zuckerberg, Bezos, and the rest of the billionaire elite. (For more information, read Michael Parenti’s ‘Blackshirts and Reds’)
The book undoubtedly makes valuable progressive arguments, like the importance of regional and local economies and self-subsistence and the important role of the state in lowering inequality. However, without examining deeper injustices caused by neoclassical-informed capitalism, one becomes susceptible to technology as solutions (circular economy and AI), instead of examining how technology has been wielded in the past to worsen climate or social problems (relations of production and bargaining power). After all, the story of humanity has been technological innovation, and yet we stand on the precipice of a global crisis, so why will it be different this time with ‘circular economy’ or AI as the innovation?
If you want a better understanding of modern economics, to go beyond the oversimplified neoclassical and static ideas, to root your understanding in the history of inequality, and to see modern problems and where we’re likely headed: it’s best to read Thomas Piketty, Steve Keen, Kate Raworth, or even Matthias Vermeiren (a colleague of the author).
Normaal lees ik niet graag economieboeken omdat ik geen basis van economie heb. Koen Schoors is economieprofessor aan de UGent. Met dit boek heeft hij een heel leesbaar werk afgeleverd en ik kon hem volgen, behalve in de pagina's over de ECB en het monetaire. Volgens de auteur zou de wereld om de zeventig à tachtig jaar grondig veranderen. Hij geeft enkele voorbeelden, maar volgens mij werkt hij dit niet goed uit. Wel gaat hij ervan uit dat we opnieuw aan het beginpunt van zo'n evolutie staan. Hij richt de blik op de toekomst en ziet die vooral rooskleurig. Koen Schoors is een optimistisch man. Hij ziet enkele beginpunten en geeft aan waar volgens hem de evolutie naartoe gaat. Zo bevat dit boek een pleidooi voor een circulaire economie. De 'afval' van het ene bedrijf wordt de grondstof voor een ander bedrijf. In de toekomst zou het minder gaan om het bezit van producten maar om de dienstverlening. Je moet een auto niet meer bezitten maar een beroep doen op deelauto's zodat de dienstverlening (verplaatsingen) intact blijft. Voor een groot stuk gaat hij mee in het groene verhaal, vooral waar het hernieuwbare energie betreft. Hij gelooft echt in de toekomst van wind- en zonne-energie. Hij schrijft ook over AI en toont zich in dit verband bewust van de mogelijke schaduwzijden, zoals gezichtsherkenning van individuen in een autoritaire staat. Hij noemt China als voorbeeld. Maar hij heeft het ook over de positieve aspecten van het gebruik van AI. Zoals gezegd is Koen Schoors een optimist en dat vertaalt zich in zijn rooskleurige kijk op de toekomstige evoluties in de economie. Het is verfrissend om tegenover het huidige doemdenken (vooral over het klimaat) nog eens een een optimistische visie op de toekomst te krijgen. Dat is zeker zijn verdienste. Maar daartegenover staat dat zijn visie ook een vorm van wensdenken kan zijn. De toekomst zal dat uitwijzen.
In Alles wordt anders biedt Koen Schoors een (wellicht té) optimistische en toekomstgerichte visie op de wereld. Hij stelt dat we op een kantelpunt staan waarbij economieën regionaler en meer circulair zullen worden, arbeid schaarser en daardoor waardevoller wordt, en technologieën zoals AI ons leven efficiënter en beter kunnen maken. De grootste sterkte van het boek – de heldere en toegankelijke schrijfstijl – herbergt tegelijk ook de voornaamste zwakte: sommige argumenten zijn (vermoedelijk bewust) wat oppervlakkig uitgewerkt om de toegankelijkheid voor een breed publiek te behouden. Daardoor voelen veel voorspellingen niet voldoende onderbouwd aan, worden risico’s of tegenargumenten onvoldoende belicht, en sluipen er soms tegenstrijdigheden in, wat de geloofwaardigheid ondermijnt. Een voorbeeld hiervan is het argument dat een dalende wereldbevolking tot schaarste op de arbeidsmarkt zal leiden, waardoor arbeid meer gewaardeerd zal worden en dit de scheeftrekking tussen arbeid en kapitaal deels zou corrigeren. Maar wat dan met automatisering en AI, die net kunnen leiden tot meer concentratie van middelen en toenemende ongelijkheid – iets wat elders in het boek trouwens ook erkend wordt? Desondanks zet het boek zeker aan tot nadenken, en zou ik het warm aanbevelen aan iedereen die met een (positieve) blik naar de toekomst wil kijken.
Het siert de auteur dat hij een positieve visie op de toekomst wil uitdragen, maar globaal is dit boek een eerder eclectisch essay waarin ideeën van variërende kwaliteit worden gelanceerd. Daar waar Schoors op zijn terrein is (economie, demografie, internationale handel, arbeidsmarkt) valt een en ander te leren, zelfs al is zijn vertrouwen in het regulerend vermogen van de wetten van vraag en aanbod wellicht iets te absoluut. Tegen recente trends in vindt hij vergrijzing en stabilisering van de bevolking juist positief, en hij pleit voor het concreet aanpakken van de ongelijkheid, onder andere door middel van een startkrediet voor schoolverlaters. Daar waar het techniek en wetenschap betreft zijn er helaas wat haken en ogen (methanol maken van CO₂? beton van zwavel? een megawatt wind of zon gelijkstellen aan een megawatt nucleair? cloudmobiliteit als basis voor duurzaam reizen? afval als grondstof? was het allemaal maar waar - of: wisten we maar hoe!). De twee hoofdstukken over AI laten interessante ballonnetjes op, maar heel specifiek wordt het meestal niet, aangezien het AI-label geplakt wordt op een hele korf aan informatietechnologische ontwikkelingen (patroonherkenning, machine learning, large language models, robotica, smart grids) die behoorlijke diverse doeleinden dienen.
Simpel gezegd is het uitgangspunt mooi (om de 70 jaar zijn er omwentelingen) maar als je dat dan amper staaft en vervolgens er enkele lukrake zaken uitpikt die gaan veranderen blijf je maar met een zwak relaas over. Daarnaast waren de meeste van die punten niet nieuwe of verfrissend en blijft het onduidelijk hoe dit dan effectief zal gebeuren. Ook is het een oversimplificatie van de potentiële toekomst. Wat wel niet wegneemt dat veel van de zaken die de auteur aanhaalt ook volgens mij wel effectief zullen gebeuren.
Het leest gelukkig wel vlot waardoor ik mensen die eens een teen in het water willen steken rond economisch/politiek toekomst denken en vooruitgangsleer wel kan aanraden het te lezen. (Al zullen vele het ook wel snel wegzetten als links gezwets, of dat klopt laat ik vooral in het midden).
Interessant boek dat de huidige omwenteling in de maatschappij bekijkt vanuit een positieve blik: kritische kijk op wat er nu gebeurt en toffe ideeën over waar het naartoe zou kunnen gaan. De toekomst zal uitwijzen of het ook daadwerkelijk zo zal gebeuren.
Sommige stellingen worden wat oppervlakkig onderbouwd, zoals bv. de eerste stelling dat alles om de 70 jaar verandert. Hij gaat maar een korte periode terug, lijkt me straf om dat te beweren op zo'n korte tijdsspanne.
Soms verliest hij me ook even in de economische uitleg over bepaalde systemen, aangezien mijn economische kennis niet zo groot is. Desalniettemin is het boek vrij helder en leesbaar en zeker voldoende toegankelijk.
Uitstekende en hoopgevende visie op de toekomst, bekeken vanuit de krachten die potentieel aanwezig zijn in de vernieuwingen die er gebeuren in onze maatschappij. Het boek biedt ferme tegenwind tegen het doemdenken, met goed onderbouwde en vlot leesbare hoofdstukken, die beklemtonen dat het met de wereld eigenlijk wel degelijk in de goede richting gaat en dat ook zal blijven doen als we het (menselijke en technologische) potentieel ook op een positieve manier gebruiken. Is het een beetje te optimistisch? Soms vrees ik te moeten denken van wel, maar dat zal men binnen 70 jaar beter weten.
Vele interessante inzichten. Voorzichtigheid is geboden met de interpretatie van de verschillende inzichten, begrippen en concepten vanwege de sneltreinvaart en het enthousiasme waarmee de inhoud als vanzelfsprekend wordt voorgesteld. desalniettemin is het een aanrader voor de kritische lezer.
Many interesting insights. Caution is advised with the interpretation of the various insights, terms and concepts because of the rapid pace and enthusiasm with which the content is presented as self-evident. Nevertheless, it is recommended for the critical reader.
Absolute must-read. Optimisme op de lange termijn, exact de houvast die we vandaag in de wereld nodig hebben. Professor Schoors laat zijn voorspelling van de toekomst als een puzzel in elkaar vallen. Kritieken over te weinig data en cijfers houden geen steek. Allereerst is het boek daar wel degelijk op gebaseerd, en anderzijds, zoals professor Schoors aanhaalde in doorheen boek: “Du choc des idées jaillit la lumière.”
Dit is een pleidooi vanuit backcasting: terugblikken vanaf een gewenste toekomst om dan de huidige trends te gebruiken om binnen 70 jaar te eindigen waar we willen. Toch is dit geen deterministisch boek: het is ook een oproep om de toekomst actief vorm te geven. Ik vermoed dat een mens niet altijd een homo economicus is en twijfel daarom of de demografische verschuivingen in West-Europa echt zullen leiden tot minder discriminatie en minder oorlog.
Leest vlot. Soms lijken zijn ideeën me eerder 'wishful thinking'. Het lijkt wel de partijideologie van Groen. Het geeft wel te denken op sommige vlakken.
Ik haal er 1 zin uit (p. 180, over A Theory of Justice, John Rawls): "Net probleem dat ik hier aankaart bestaat erin dat AI de potentie in zich draagt om de sluier van onwetendheid weg te nemen."
2,5⭐️ _ het was een eye-opener om te beseffen dat schrijffouten echt (bijna) niet kunnen. voor de rest blijf ik opzoek naar een toekomst die mij geruststeld, en was dit niet direct dé manier van vertellen. ik was voor het merendeel van het boek volledig mee, tot het te economisch werd. heel persoonlijk! maar soms ook echt goeie entertainnende passages :)
Science fiction in non-fiction vorm vertrekkende van actuele feiten. Een kritische en 'sense-making' analyse over waar de wereld naar toe zou kunnen evolueren. Verrassende inzichten en verbanden, bijvoorbeeld tussen demografie en oorlog. Een aanrader voor elke leergierige lezer.
While written fluently, the merit of the book is that it is published in Dutch and gives an insight to many who do not buy books in English. As to the content there is nothing that has not yet been published in other books in other languages over the last couple of years.