Compact essay dat een goede poging doet te onderzoeken waarom onze huidige democratie en haar instituties niet het antwoord lijken te vinden op langetermijnissues van onze tijd.
Vrij compact legt de auteur de natuurlijke band bloot tussen globaal kapitalisme en lokaal populisme. Het ene streeft naar globale deregulering en het andere naar lokale afgrenzing. Die combinatie leidt tot vrij verkeer van kapitaal, goederen en informatie, maar niet van (arme) mensen. Het gecombineerde ideaalbeeld is dat alles vooral moet stromen naar de plek waar het het meeste geld opbrengt, los van lokale gevolgen. Dat bedrijven regelmatig weinig lokale belasting betalen, milieu belasten of mensen uitbuiten hoort er dan bij. Anders zetten ze met lobbyisten en advocaten het politiek-juridisch systeem wel naar hun hand, of, nog erger, gaan ze ergens anders heen.
De gouden oplossing wordt (beargumenteerd) niet gegeven, al krijgen we wel suggesties: een gedeeld waardesysteem, ruimte om je met een ander bezig te houden of wellicht meer lokale regulering voor bedrijven terwijl de overheid de burger minder oplegt.
Ik ben er niet van overtuigd dat we er daarmee komen. Waar ik wel in geloof is dat het oh zo belangrijk is om hier als maatschappij over te lezen, denken en praten. Voor die duit in de discours-zak: 4 sterren.