Wat als je naar het leven kon reizen dat je door die ene verkeerde beslissing nooit hebt geleid?
De dag voor Simon naar Italië vliegt om de as van zijn ex Carla te verstrooien, ontvangt hij uit het niets een enorme som geld. Tijdens een nachtelijke chatsessie op de website van de bank breekt iemand in die beweert net als Simon vast te zitten op een alternatieve belevingsvakantie. Gestrand in een parallel leven. Het is het begin van een aangrijpende zoektocht. Simon wordt bijgestaan door zijn dochter Romy, de vrucht van zijn onstuimige liefde voor de veel oudere Carla, eind jaren tachtig. Romy werd geboren met een beperking, en de relatie met haar vader raakte al vroeg in haar jeugd ernstig verstoord. Na tien jaar stilte zoekt Romy weer toenadering: haar vader lijkt sinds een paar weken een andere man te zijn.
Ik heb het echt geprobeerd, zelfs tot op 2/3e van het verhaal. Extra aandachtig gelezen, want ik had in de recensies al gelezen dat het een ingewikkeld boek is. Een parallel universum, tijdreizen, vreemde dromen, daar wil ik allemaal best in mee gaan; dat kan zelfs heel interessant zijn. Maar aan DIT verhaal is echt geen touw vast te knopen.
Ik zie dat de meningen over dit boek nogal verdeeld zijn. Ik vond het erg mooi. Bijzonder originele premisse in vergelijking met andere “tijdreisverhalen” (zoals “Ik kom hier nog op terug” van Rob van Essen). De relatie tussen de hoofdpersoon en zijn dochter is mooi omdat die niet eenvoudig is. Het boek zit vol details die je makkelijk over het hoofd ziet als je te snel leest. Maar uiteindelijk grijpt het wel in elkaar.
Geef mij een boek van Terrin en ik ben blij. Ook weer van deze. Geef mij een boek van Terrin en ik ervaar milde vervreemding. Ook weer van deze. En dat is een goed teken, want hij doet het erom. Dit vervolg op ‘Al het blauw’ riep bij mij bijvoorbeeld de vraag op op welke manier het nu precies een vervolg is. Leuk! En ik dacht: snel ‘Al het blauw’ en deze eens achter elkaar aan lezen.
Ik hou niet van vaagheid. Niet van surrealisme, niet van mist die over een verhaal hangt, en al helemaal niet van postmodernistisch gedoe. Tijdmachines? Liever niet. Parallelle universa? Ook niet echt mijn ding (sorry, Rob).
En toch: het werk van Terrin vind ik geweldig. Wat zijn boeken precies anders maakt, vind ik lastig onder woorden te brengen. Maar één ding weet ik zeker: als ik eenmaal begin, kan ik niet meer stoppen met lezen.
Mijn fascinatie begon bij Yucca. Daarin leek Victor uit Blanco een tweede kans te krijgen, en er doken ineens meer personages uit eerder werk op, zoals Renee uit Post Mortem. Dat spel met zijn eigen personages zet Terrin voort in Nog lang geen winter. Simon uit Al het blauw krijgt opnieuw een rol, maar wat er werkelijk tussen hem en Carla speelt, blijft lange tijd ongrijpbaar.
Terrin speelt met een gedachte die iedereen wel kent: wat als…? Wat als je op een cruciaal moment een andere keuze had gemaakt? In dit boek werkt hij dat opnieuw overtuigend uit. Is Simon echt met de veel oudere Carla een gezin begonnen? Of is dat slechts één van de mogelijke levens die hij had kunnen leiden? Ondertussen lijkt de wereld om hen heen in brand te staan en ook dat voelt allesbehalve toevallig.
Vroeger keek ik met mijn broer films die eigenlijk net iets te eng waren. Daarna hadden we het altijd over de ‘open plekken’: wat we niet helemaal begrepen, wat we zelf moesten invullen. Precies dat gevoel roept Terrin bij mij op. Zijn boeken nodigen uit om erover te praten, om samen te zoeken naar wat je misschien gemist hebt.
Wat mij betreft......geef hem die Librisprijs :-).
Wat jammer! Ik begon zo goed met dit boek, maar raakte op tweederde totaal de draad kwijt. Ik zag het allemaal gewoon niét voor me, de beschrijvingen in dit boek kregen maar geen vorm/kleur/geur in mijn hoofd. Kennelijk niet zo’n match, ik en dit boek, maar verder nog altijd groot Terrin liefhebber!
"Soms denkt ze, het heeft met de sneeuw te maken, die fabelachtige verstilling in hun parktuin, die weken en weken aanhoudt. Dat het geen toeval kan zijn. Zijn zwijgen. Soms spookt hij door de gangen van het huis, verdwaald of naar iets op zoek. Als ze vraagt of ze kan helpen, schudt hij zijn hoofd. Soms neemt hij haar in zijn armen, bedroefd, soms loopt hij bij haar vandaan, alsof hij haar vraag, haar stem niet kan verduren. Soms denkt ze dat hij bang is om te praten. Dat praten iets zal loswoelen, een oud verdriet, dat in zijn lange slaap is opgeflakkerd, en dat met elk vergeefs woord zal uitdijen, misschien nooit meer zal gaan liggen."
Terrin lezen is de hand schudden van iemand die een vinger mist. Het lijkt herkenbaar en alledaags maar je voelt meteen diep in je botten dat iets niet klopt.
Deze uitgekiende roman sleurt ons mee het hoofd van Simon in, die erg veel tegelijk aan het verwerken is. Er is het uitstrooien van de assen van zijn ex, er is de dochter met de beperking en het schuldgevoel, er zijn de herinneringen aan de ruzies, de blikken, de stiltes. Er zijn berichten over een monoliet in de ruimte, er is plots dat enorme bedrag op de bankrekening en er is een vermoeden dat alles zomaar eens een schijnwerkelijkheid zou kunnen zijn.
Er schuift immers een tweede laag over het leven van Simon heen. Is hij op een zijspoor terechtgekomen waarin hij de gevolgen ziet van andere beslissingen in zijn leven? (Wat als je naar het leven kon reizen dat je door die ene verkeerde beslissing nooit hebt geleid?) Bevindt hij zich in een scifi-droom gecreëerd door Quantum Entertainments? Of is hij gewoon op zoek naar zichzelf? Springt hij daarom soms naar de tweede persoon om het over zichzelf te hebben?
Terrin verwoordt het knap met de woorden van de fotograaf: Wegglijden was verkeerd gekozen […] Er schoof een beeld over die werkelijkheid, als bij een dubbele belichting van een negatief. Tegelijk was het lang niet zo eenvoudig, zo duidelijk, de beelden leken in elkaar te vervloeien en veroorzaakten door de onmogelijkheid om ergens mijn blik op scherp te stellen een duizeligheid die me in de armleuningen van mijn stoel deed knijpen.
‘Nog lang geen winter’ is geen boek dat je gewoon dichtklapt en vergeet terwijl het leven van alledag verder maalt. Het nestelt zich ergens in je hoofd en het blijft daar sluimeren. Als een droom die je moeilijk van je kan afschudden. Philip K. Dick meets Murakami. Of gewoon steengoed magisch realisme. Terrin blinkt vooral uit in het schijnbaar ongemerkt ombuigen van de werkelijkheid. Kleine barstjes -glitches- die het systeem verstoren: de tong die over de restjes van de assen glijdt, de nachtelijke hardloopsessies, de man met de hoed…
En hoe zit dat met die dode astronaut?
En is Rinus Van de Velde ondertussen al terecht?
Terrin levert alweer een heerlijke plons af in een werkelijkheid die echter lijkt dan de onze.
Ik ben niet zeker wat ik ervan moet vinden. Hoewel het geen slecht boek is en het goed opbouwt, blijf je op het einde wel met (te) veel vragen achter. Terrin gooit veel balletjes in de lucht, die niet allemaal opgevangen worden. Sommige oplossingen worden gesuggereerd, maar meer niet. Het intrigeert wel om aandachtig het verhaal te volgen, want onbelangrijke gebeurtenissen blijken toch een grote rol te spelen.
Het doet me denken aan de surrealistische toestanden van Murakami, maar waar het me bij hem nog fascineert maar uiteindelijk niet bevalt, is het hier als natte sneeuw, weinig vorm en irritant, niets om het mooi te maken, zoals goede sneeuw het landschap verandert en je iets brengt. Nog lang geen winter en ook bepaald geen einde.
De boeken die ik tot nu toe van Peter Terrin las hebben allemaal iets zachts en voorzichtigs. Waar bijvoorbeeld het eveneens voor de Libris genomineerde De Jaknikker van Peter Buwalda schreeuwt: “LEES MIJ!” en waar Aan het Einde van de Oorlog van Bert Natter (ook genomineerd) schreeuwt: “KIJK EENS WAT IK VOOR BELANGRIJKS TE VERTELLEN HEB!”, daar zegt Nog Lang Geen Winter: “Als ik het u niet ontrief zou ik het behoorlijk prettig vinden als u mij eens open zou willen slaan.” En precies in die zachte behoedzaamheid zit de kracht van Nog Lang Geen Winter.
Simon is met zijn dochter Romy in Italië om de as van zijn ex-vrouw Carla uit te strooien. Hij denkt tijdens zijn reis regelmatig aan de smak geld die plots voor zijn vertrek op zijn bankrekening gestort is. Een mysterieuze man weet hem te vertellen dat Simon ooit eens de keuze heeft gemaakt om op belevingsvakantie te gaan en dat hij nu vastzit in een parallel leven. Er volgt een onderzoek naar zijn herinneringen en de verstoorde relatie met Romy, die de laatste weken meer toenadering zoekt en opmerkt dat hij de laatste tijd zo veranderd is. Ondertussen is het onrustig in de wereld door een overleden astronaut die op ruimtemissie naar een maan van Jupiter was.
Impressionistisch Nog Lang Geen Winter is een nogal bevreemdende, dromerige roman die leest als een impressionistisch schilderij. Telkens wanneer je inzoomt om naar betekenis te zoeken, vervormt het beeld en raak je de grip op het geschrevene kwijt. Uitzoomen dan maar, en dan valt vooral de afstand tussen Simon en alle andere personages op, waarbij de relatie met zijn dochter Romy het meest in het oog springt.
Het dystopische science-fictionsausje dat over het verhaal ligt geeft de wereld die Terrin beschrijft eveneens iets afstandelijks en merkwaardigs. Je kunt nooit helemaal je vinger leggen op de personages en de wereld waarin deze karakters bivakkeren, maar het intrigeert enorm. Nog Lang Geen Winter is niet te bevatten, maar zijn ongrijpbaarheid maakt dit tot een bijzonder fijne leeservaring.
Zoeken Terrin slaat niet met zijn vuist op tafel om zo een bepaald idee door de strot te duwen, nee, hij laat de lezer zoeken in een wereld die bekend en tegelijkertijd ontzettend vreemd aanvoelt. De uiteindelijke clou van het verhaal blijft dan ook in nevelen gehuld, maar de vraag of Simon in dit parallelle leven eigenlijk wel echt beter af is dan in zijn oorspronkelijke leven, dringt zich regelmatig aan de lezer op.
Je kunt een heleboel kanten op met de grote hoeveelheid details die Terrin prijsgeeft. Ik vond het persoonlijk heel leuk hoe Terrin de lezer telkens verrast door kleine details te noemen die je beeld van Simon helemaal veranderen. Door al die details – over het persoonlijke leven van Simon, maar ook over de wereld waarin dit verhaal zich afspeelt – lijkt het alsof je als lezer steeds dichter tot de essentie komt, maar in werkelijkheid wordt de boel steeds ondoordringbaarder.
De laatste pagina’s geven uiteindelijk toch de indruk dat alle mysterie en bevreemding van dit verhaal een oplossing kent. Aangezien ik enorm genoot van het dromerige, ongrijpbare karakter van Nog Lang Geen Winter vond ik het einde misschien niet helemaal bevredigend, maar man, wat een knappe roman heeft Terrin weer geschreven.
'Ik wilde het allemaal vergeten, dit krankzinnige idee. Ik wilde deze hele geschiedenis uit mijn hoofd bannen. Gesteld dat het kon, dat ik het geld op de rekening vergat, de man in het bruine pak met het hoedje, zou het dan ophouden? Zouden die ontregelende momenten uitblijven? Of was ik machteloos, en zou het, hoe langer de voorziene reistijd verstreken was, alleen maar erger worden? Meer slijtplekken, grotere gaten, tot het weefsel, zoals Romy vreeesde, op een dag zo verzwakt was dat het scheurde?'
Het is altijd een boeiend gedachte-experiment, wat voor leven(s) had je kunnen leiden als je een andere afslag had genomen? Ik had het interessant gevonden als de hoofdpersoon daardoor daadwerkelijk nieuwe inzichten had gekregen. Nu vraagt hij zich een hoop af, maar veel verder gaat het niet en het einde is dan haast een beetje flauw. Met en passant nog wat dystopische elementen die maar mondjesmaat werden uitgewerkt. Heb het idee dat hier meer in had gezeten.
Ik was onder de indruk van ‘al het blauw’, maar ‘nog lang geen winter’ heb ik niet uit kunnen lezen. Wat een draak van een verhaal, ik snap er niets van. Het begin was ok, maar nadat de hoofdpersoon de man met de gleufhoed had ontmoet, werd het verhaal moeilijk te volgen. Voor mij onbegrijpelijk dat dit boek op de short list staat van de Libris Literatuurprijs 2026.
Ik houd van boeken die je in het ongewisse laten. Waarbij je nadat je t uit hebt het gevoel hebt het niet helemaal te bevatten. Je moet nog nadenken en het even laten landen. Dat heeft dit boek. Het is een beetje bevreemdend, maar prachtig geschreven en het galmt nog wel een poosje na.
Ik snapte het eerst niet, dan wel ineens en uiteindelijk helemaal niet, Precies of ik een drietal hoofdstukken heb overgeslagen. (Of zelf aan amnesia lijd)
Begin vond ik aardig, maar na bladzijde of 100 liep het vast. Zijn boek 'Al het blauw' heb ik met meer plezier gelezen, maar dit beetje langdradig en te gekunsteld.
Niet helemaal geslaagd vervolg op AL HET BLAUW. Zelfde hoofdpersonen maar dan 40 jaar later, in een nabije dystopische toekomst. AL HET BLAUW IS een realistische coming of age-roman, en geeft een mooi beeld van de jaren 80. NOG LANG GEEN WINTER heeft magisch realistische aspecten, het voelt niet alsof het over dezelfde personen gaat. Mooie sfeertekening van een beklemmende wereld, maar ik raakte toch niet echt betrokken bij het verhaal.
Een even verrassend als bevreemdend boek. Simon ziet via zijn telefoon dat er een enorm bedrag gestort is op zijn bankrekening. Hij probeert erachter te komen wie dat heeft gedaan. Is het een fout, wordt hij opgelicht? Zo krijgt hij het bericht dat hij "op vakantie" is in dit leven, dat zich parallel heeft ontwikkeld naast zijn echte leven.
Ondertussen gaat Simon met zijn dochter Romy de as van Carla, haar moeder en zijn ex, verstrooien in Italië. Romy heeft een spastische arm als gevolg van zuurstofgebrek tijdens de bevalling. Mooi hoe ze naar elkaar toegroeien.
Blijft Simon in dit leven of gaat hij terug? En hoe moet dat dan met Romy?