Een episch verhaal over vriendschap, opoffering en moed tegen de achtergrond van een van de meest tumultueuze periodes in de Vlaamse geschiedenis. Een vriendschap die oorlog en verraad trotseert tijdens de bittere strijd om het lot van Vlaanderen. ‘Alles gaat goed,’ zei paus Bonifatius toen hij in 1302 het nieuws vernam van de nederlaag van de Fransen in Kortrijk. Zijn haat jegens Filips de Schone was zo groot dat hij liever door het leven wou gaan als ezel dan als Fransman. Groeninge was geen eindpunt maar het begin van een jarenlange militaire krachtmeting tussen het graafschap Vlaanderen en het machtige Frankrijk.
Tijdens deze oorlog raken de levens van een Brugse begijn en een noviet van de Sint-Salvatorabdij in Ename met elkaar verstrengeld. Hun vriendschap voert hen naar de slagvelden van Kortrijk, Vitry, Arke, Pevelenberg, Doornik, Terwaan. Ze moeten zich handhaven in een verscheurde wereld vol geweld, arglist, ellende en dood. Wanneer er eindelijk vrede komt, worden ze uitgestuurd voor een laatste maar ultragevaarlijke missie in het Louvre van aartsvijand Filips de Schone, door Dante Alighieri ‘de pest van Frankrijk’ genoemd.
Hun reizen brengen hen naar legendarische steden, kloosters, kastelen, godshuizen en abdijen. Bijgestaan door krijgslieden, geestelijken en leden van de grafelijke familie, ontrafelen ze eeuwenoude mythische verdwijningen en bizarre manuscripten en leveren hun bijdrage aan het vredesverdrag van Athis-sur-Orge dat de geschiedenis zou ingaan als ‘de ellendige vrede’.
Ik ben een Vlaamse Ardenner en woon in Ronse. Ik studeerde sociaal werk en biomedische wetenschappen en heb een carrière in HR en IT. Meisje aan de Overkant is mijn debuutroman. Als broekventje zat ik elk vrij moment met mijn neus in strips en boeken, weggedoken in een rustig hoekje waar ik niet gestoord werd. Meer dan eens moest mijn moeder op zoek naar mij. 'Ge hoort of ge ziet niet meer, als ge een boek in uw handen hebt,' zei ze dan. Van lezen kwam uiteindelijk ook schrijven.
1302 , de strijd tussen het graafschap Vlaanderen en Frankrijk is losgebarsten. In Kortrijk woedt een hevige strijd maar zo zullen er nog vele volgen. Het verhaal begint bij de guldensporenslag nabij Kortrijk waarbij de Vlaamse troepen van stedelingen en ambachtslieden het opnemen tegen de grote Franse legermachten. Tijdens deze roerige tijden krijgt de Benedictijner noviet Aernout in Ename de opdracht van abt Gerard om brood en rantsoenen te leveren in Kortrijk voor het leger. Geen eenvoudige opdracht want het gevaar loert overal. Op zijn pad komt hij de jongen Lucius tegen alsook de lekenbroeder Willem. Samen gaan ze verder naar Brugge naar het Begijnhof waar Aernout een speciale opdracht krijgt van grootjuffrouw Gertrudis. Het begin van een helse onderneming waarbij Aernout, Lucius en Willem met gevaar voor eigen leven, mee ten strijde trekken tegen de Franse legermachten.
Aernout vormt de spil in dit verhaal en dat is ook de sterkte van deze historische roman. De geschiedkundige gebeurtenissen beleven we doorheen de ogen van Aernout en zijn entourage. Zo zijn er Lucius, de kleine jongen die echter heel wat kwaliteiten verbergt, en de lekenbroeder Willem, groots en hardvochtig maar met een gouden inborst. Doodgewone Vlaamse mensen die hun opdrachten au sérieux nemen maar daarbij ook hun zachtaardige en menselijke kant durven tonen.
De vele personages die gedurende de veldslagen aan het hoofd stonden van de Vlaamse strijders en het Franse leger, zijn opgelijst achteraan het boek, net als het handjevol fictieve personages, die in deze historische roman meer op de voorgrond treden. Wel heel handig net als de kaarten die de locaties van de strijders mooi in beeld brengen. De schrijfstijl van de auteur was mij al bekend van zijn vorige boeken ‘Meisje aan de overkant’ en ‘De Parisienne’ en ook in deze historische roman heeft de auteur met vlotte pen de karakters tot leven gebracht. Realistische personen met elk hun eigen karakter, spitsvondigheden en ook negatieve kantjes. Mensen die stilaan in je hart kruipen waardoor de veldslagen en de missies waar ze rechtstreeks of onrechtstreeks bij betrokken raken, ook intenser binnen komt bij de lezer. Ook de omgeving en de abdijen en kloosters die de revue passeren, worden filmisch omschreven met hun pracht en praal.
Op het einde licht de auteur ook bepaalde gebeurtenissen toe, sommige die ook geschiedkundig als een groot vraagteken te boek staan en waar de auteur de meest logische conclusies heeft getrokken om het tot een sluitend einde te brengen.
De auteur heeft de geschiedenis in een vernieuwend jasje gestoken maar wel met respect voor de tradities en gebruiken in die tijd. Een meeslepend verhaal waarbij de geschiedkundige gebeurtenissen correct worden weergegeven maar niet als een geschiedenisles overkomen. De feiten en de fictie vloeien door elkaar en maken het tot een prachtige en meeslepende historische roman