What do you think?
Rate this book


208 pages, Hardcover
First published January 1, 1959
'En vijf van haar waren wijs, en vijf waren dwaas. Die dwaas waren, hare lampen nemende namen geen olie met zich, maar de wijzen namen olie in hare vaten met hare lampen.
Als nu de bruidegom toefde werden zij allen sluimerig en vielen in slaap. En te middernacht geschiedde er een geroep: Zie, de bruidegom komt, gaat uit, hem tegemoet.
Toen stonden al die maagden op, en bereidden hare lampen. En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geef ons van uwe olie, want onze lampen gaan uit. Doch de wijzen antwoordden zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij, maar gaat liever tot de verkopers en koopt voor uzelven.
Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren gingen met hem in tot de bruiloft en de deur werd gesloten. Daarna kwamen de andere maagden, zeggende: Heere, Heere doe ons open. En hij antwoordende zeide: Voorwaar zeg ik u, ik ken u niet.'
'Het zijn rotmeiden,' zei ik, 'die wijze maagden, waarom konden ze die stakkers niet wat olie lenen? Rotmeiden waren het. Laat mij maar een dwaze maagd zijn.'
'De anderen hebben het beter in de wereld,' vond meneer Mardell. Hij keek op. 'Vertel hiervan maar niets aan Lucie, ze zal boos op me zijn omdat ik u verdrietig heb gemaakt,' zei hij met een schuldig lachje, 'ik had niet zoveel moeten vragen over Aron.' Hoewel meneer Mardell meestal verstandiger leek te zijn dan andere volwassenen wist ik dat het geen zin had te trachten hem uit te leggen dat ik deze keer niet verdrietig was om Aron, maar om die vreselijke zinnen: de deur werd gesloten; ik ken u niet.'