Onbereikbaar voor de mensen op het oppervlak draait het sterrenschip Pinta voor eeuwig rondjes om de planeet Zanterre, een ex-gevangenisplaneet waar het technologisch niveau ernstig ingezakt is en zich op laat 19e-eeuws niveaubevindt. De laatste overlevende van de Pinta, luitenant Lev Teggert, zal zich moeten aanpassen op deze onbekende planeet om de ontsnapte muta Armanda op te sporen en onschadelijk te maken. Maar zij heeft haar eigen plannen... En wat zijn de intenties van de ondoorgrondelijke Kla, de inheemse alien soort, die zich zelden laat zien?
Jan. D. Westerman (1933) groeide op op een binnenschip en maakte de oorlog nog mee. Tot op de dag van vandaag geeft hij hier gastcolleges over op scholen. Na een carrière bij multinationals in de Rotterdamse haven, begon hij na zijn pensioen met het schrijven van futuristische avonturenromans in de stijl van zijn idool Jack Vance. Ook schreef hij twee jeugdboeken en een autobiografisch boekje over zijn tijd als stuurman op de sleepvaart. De zee en schepen spelen een grote rol in zijn verhalen waarin ook humor en romantiek niet ontbreken.
8,2 Het tweede deel van dit tweeluik van Jan D. Westerman stelde niet teleur. Opnieuw is het een verhaal dat uitgegeven had moeten worden in de tijd dat de verhalen van Jack Vance populair waren in ons taalgebied. Ik denk vooral aan een roman als 'Grote planeet' waarbij mensen van een technologisch ontwikkelde aarde rondreizen op een planeet waar andere beschavingen zijn ontstaan. Ik meende er zelfs een knipoog naar te ontwaren in de opmerking dat de bodem van Zanterre minder ijzer bevat dan die van de Aarde en er daarom bijvoorbeeld geen moderne schepen gebouwd kunnen worden. Voor de moderne lezer komt dit type verhaal wat ouderwets over, vooral omdat de hoofdpersoon een ouderwetse held is (een militair die nogal vaardig is) en er weinig gespeeld wordt met conventies. In dit deel geen grote 'infodumps' maar vanaf het begin avontuur, waarbij verschillende bijzondere gemeenschappen worden aangedaan. Opnieuw komt de kennis van de auteur over de scheepvaart goed van pas. De avonturen van de hoofdpersoon worden er een stuk geloofwaardiger door. De schrijfstijl is prima, vlot, verzorgd, maar alleen bevreemde de interpunctie mij nog steeds. Op heel veel plaatsen stond een komma, waar een punt had moeten staan. Daar leerde ik uiteindelijk overheen lezen, maar ik blijf het wel opmerkelijk vinden. Nog opmerkelijker is een structurele tekortkoming, namelijk dat de queeste die de hoofdpersoon onderneemt een stuk voor het einde van de roman al tot een wat anticlimactische conclusie komt. Er lijkt wel een staartje aan te zitten, maar in de eerste roman werd een groot punt gemaakt van het gevaar en de persoon waar het om draait had vanaf de eerste pagina geprobeerd op Zanterre te komen, dus ik verwachtte dat er meer aan de hand was. De afwikkeling van verschillende plotpunten daarna was niet verrassend, maar wel bevredigend. Dat komt vooral omdat de auteur ook diverse bijfiguren heel levendig heeft beschreven en ze sympathiek heeft weten te maken. Dat doet niet elke schrijver in ons taalgebied, maar hier hoopte ik werkelijk dat de hoofdpersoon mensen weer zou ontmoeten die hij kende uit het eerste boek, en de herenigingen stelden niet teleur. Dit sociale aspect van het boek maakte dat ik moest glimlachen. Het gaf het boek een comfortabel gevoel, een zekere warmte (net als de zoektocht van de hoofdpersoon naar drinkbare koffy). Ik ga zeker meer van Jan D. Westerman lezen, maar ik raad dit boek niet aan voor lezers die vooral de meer moderne internationale SF gewend zijn. Las je ook of vooral ouderwetse SF (Jack Vance c.s.) dan zul je hier waarschijnlijk wel van genieten.
Net zoals bij deel 1 van deze serie heb ik me weer kostelijk vermaakt. Het duurde even voordat ik in het verhaal zat, daarna las het boek als een trein. Een paar leuke verrassende wendingen in het verhaal maakte dit boek zeer de moeite waard.