De censuur was alomtegenwoordig, de politie streng, ook al in de tsaristische tijd. En toch ontstond in de Sovjet-Unie een circuit van clandestiene uitgaven in eigen beheer, de samizdat, dat zich verspreidde naar de satellietstaten in Oost-Europa en dat tot het ineenstorten van de USSR zou blijven bestaan. Vaak werden die publicaties naar het Westen gesmokkeld, waar sommige in eigen land verboden schrijvers grote faam verwierven. Emmanuel Waegemans, die ooit zelf manuscripten de Sovjet-Unie uit smokkelde, schetst hoe de samizdat ontstond, hoe de censuur tussen 1700 en 2000 te werk ging en hoe het circuit groeide en bloeide, ondanks zware repressie. De samizdat was een spiegel van zijn tijd. Al wat de overheid verboden had, kwam aan bod.
Het begon heel interessant met een mooi overzicht van hoe de censuur in Rusland begon en werkte vanaf Peter de Grote tot nu en hoe eigenlijk met het boek Dr. Zjivago van Boris Pasternak er een ondergrondse ontstond van werken die werden gekopieerd en verspreid onder de gewone mensen.
Maar de informatiedichtheid is enorm groot en op een gegeven moment wordt het wel een beetje teveel een opsomming.