In een wereld waarin alles meetbaar is en je altijd méér kunt doen, is het lastig stil te staan. Niemand ontkomt aan de kapitalistische ratrace. Filosoof Lieke Knijnenburg worstelt hier al sinds haar studie mee. De productiviteitsfetisj leert dat hard werken beter is dan ontspannen, dat onze waarde als mens afhangt van onze productiviteit en dat we altijd meer kunnen doen. Ver buiten de werksfeer (bijvoorbeeld in het domein van relaties) verdringt dit ideaal andere ideeën over het goede leven.
In dit boek ontleedt Knijnenburg op nietsontziende wijze haar drang om het leven te reduceren tot een takenlijstje en haar pogingen om aan zichzelf te ontsnappen; in de ander, de nacht, de roes. Het resultaat is een filosofische worsteling met overgave.
- schrapt ‘uitlezen van het boek ‘’Een schitterende leegte’’´van haar to do-list voor vandaag (ik ben met andere woorden nog nooit zo graag gewezen op mijn zinloze kronkels alsook het doelpubliek geweest van een boek)
Het is alsof alle dingen die me de laatste tijd bezig hebben gehouden, zijn samengevat in één boek. Lieke legt verbanden en zet kwesties in woorden waar ik zelf geen woorden aan kan geven. En ook nog een gegrond in een interessant filosofisch discours afgewisseld met grappige persoonlijke anekdotes. 10/10 would recommend, ik wil het eigenlijk gelijk opnieuw lezen.
Mooie observaties over de ratrace die de huidige tijd voor twintigers en dertigers soms is. Ik zie (mezelf en) mijn omgeving ook veel worstelen met keuzestress en de vraag wat het goede is. Als oplossing introduceert Knijnenburg het begrip 'zelfvergetelheid'. Een staat waarin je los kunt komen van een perfectionistisch ik. Knijnenburg zoekt deze zelfvergetelheid voornamelijk in de nachtcultuur, waar regels en wetten anders werken. Als zeer sporadisch deelnemer aan deze cultuur had ik gehoopt op meer oplossingen of handreikingen. Er zijn meer plekken of momenten waar ik naar de achtergrond verdwijn, zonder dat ik er -- met de nachtcultuur geassocieerde -- verdovende middelen voor nodig heb. Een fietstocht, hardlopen, lezen in de trein, activiteiten met vrienden of heel bewust nietsdoen zonder telefoon in de buurt.
Tot zover deze review; ik ga weer nietsdoend op de bank liggen!
Me aansluitend bij enkele eerdere recensies, moet ik zeggen dat, ondanks de constatering van de 21e eeuwse hoofdpijn behorend aan leven onder het kapitalisme als rode draad, het boek toch ietwat gebrekkig is aan structuur. Het begint met een uitgebreide analyse van alles wat er mis is met de moderne maatschappij, met nadruk op de onontkoombaarheid van het meedraaien in deze zelfde maatschappij, maar dendert hier naar mijn gevoel net iets te lang in door, met vele uitstapjes naar ideeën, filosofen en anekdotes die de rode draad ondersteunen. Hierdoor voelt het soms een beetje gehaast, bijna onoverzichtelijk en wekt het de indruk dat de schrijfster zoveel mogelijk citaten aan wil halen om het standpunt toch nog nét wat uit te breiden.
Vervolgens wordt het idee aangedragen om als tegengif onszelf te verliezen in de Berghain of een vergelijkbare omgeving, iets waar ik het zeker niet oneens mee ben, maar wat wel wat slapjes misschien overkwam aangezien op de cover wel staat “een poging tot verzet tegen onze obsessie met productiviteit” aan te dragen.
Ondanks deze enkele punten van kritiek moet ik zeggen dat ik het een lekker boek vond om te lezen, juist misschien ook wel door precies ditzelfde gebrek aan structuur en tegelijkertijd een veelvuldig gebruik van anekdotes uit het leven van de auteur. Hierdoor leest het soepel en kun je er ook lekker bij wegdromen. Voor mensen die al meer soortgelijke boeken gelezen hebben over bla bla bla moderne maatschappij is druk en bullshit enzo bla bla bla is dit boek misschien slechts een bevestiging van wat al gevonden werd, voor de leek kan ik me voorstellen dat dit boek juist veel deuren opent naar diepgaandere analyses omtrent de moderne maatschappij en haar ziektesymptomen en op een toegankelijke manier redelijk veel complexe materie voorschotelt.
Eén van de anekdotes die me bijgebleven is is als volgt, en gaat over de ervaring van de auteur op een illegale Duitse weiland-rave: “Er werd niet echt gedanst, eerder gehupst. Er werd niet echt gepraat, eerder gekletst… De flarden van gesprekken die ik opving deden me denken aan de zogenaamd bevlogen discussies op grimmige afterparty’s. Gesprekken waar mensen doorgesnoven het onrecht van de wereld bespreken in voorgekauwde clichés zonder echt samen iets te durven onderzoeken.” Met een referentie naar Nietzsche’s “laatste mens” doelt de auteur hier op de infiltratie van burgerlijke, braaf meedraaiende yogasnuivers op plekken die van oudsher dienen als daadwerkelijke bronnen van verzet, ditmaal de ravecultuur.
Dit gevoel van leeg, conformerend hedonisme op een plek waar je misschien wel gehoopt had met gelijkgestemden het systeem van binnenuit omver te kunnen werpen, is zeker geen nieuw fenomeen. Al eind jaren 60 wist het kapitalisme de ideeën van de hippies te vermarkten en te verkopen als product. Niet veel lijkt veranderd als men de Nederlands muziekindustrie onder de loep neemt. KKR (toepasselijke naam) domineert de festivalcultuur en commercialiseert al wat alternatief poogt te zijn, Universal Music Group bezit zo ongeveer elke artiest zijn/haar ziel, en het gevoel wat de auteur zo raak weet te beschrijven in de hierboven genoemde anekdote bekruipt ook mijzelf vaak genoeg in mijn nachtelijke escapades waar ik even probeer te ontsnappen aan de dagelijkse kapitalistische ratrace, ene Mark Fisher heeft aan dit specifieke gevoel zelfs een heel boek toegewijd (shoutout Capitalist Realism fr fr).
Concluderend biedt dit boek ruimschoots stof tot nadenken en verwoordt het op heldere en treffende wijze de mankementen van de moderne maatschappij, echter zou er meer nadruk gelegen mogen hebben op de aangedragen oplossing(en). De structuur is wat rommelig en zweverig, maar of dit een min- of pluspunt is laat ik in het midden. Ik zal nu een eind aan deze recensie breien, want de schitterende leegte (haha, snap je) die mijn vakantiedagen me schenken, verleidt me ertoe eindeloos door te draven. Fijne en gezegende kerst allen en op naar een onproductiever, menselijker nieuw jaar!
Ik wilde dit boek zo graag goed vinden, maar helaas. Ik heb het in 2 dagen uitgelezen, ondanks de vele referenties naar o.a. filosofen en poëten was het geen zware kost. Het begin van het boek vond ik herkenbaar, ik vond het moedig dat de schrijver analyses gaf en een uitweg heeft geprobeerd te bieden. Maar overtuigend vond ik het helaas niet. En herkenbaarheid alleen, zeker als dat maar voor de helft van het boek geldt, is onvoldoende. Maar het was met name de schrijfstijl die me tegenviel, het pakte me niet en ook aan het einde had ik niet het gevoel dat ik haar echt had leren kennen.
Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat haar boek zelf een snackje geworden is om als jonge, overhaaste lezer even verlicht te worden van de neoliberale druk om altijd te presteren. Niet te lang, en niet te zwaar om tot hoofdpijn of paradigmashifts aan te zetten - maar wel lekker herkenbaar en bemoedigend zodat je tegen jezelf kunt blijven zeggen ‘het ligt niet aan mij’ - terwijl je door het leven raast. Ik denk alleen niet dat de schrijver dat beoogd had.
Wilde deze lezen vanwege de prikkelende en zorgvuldig gekozen titel. Het boek telt 6 behapbare essays, waarvan die over de anti-werkbeweging en over nachtcultuur de beste zijn.
Lieke Knijnenburg verweeft persoonlijke ervaringen met gedachtegoed van sociologen/filosofen. Dat doet ze soepel, maar ze diept veel niet uit. Haar schrijven maakt wel benieuwd naar haar bronnen zoals werk van Sarah Jaffe ('jij houdt van je werk, maar houdt je werk van jou?'), Devon Price (luiheid is een leugen) en Rosa Hartmut. Zoek je meer verdieping, dan geeft dit boek aanknopingspunten. (Als je radicaler verzet wil ook: lees dan Marian Donner.)
Het sterkst is Lieke Knijnenburg als ze schrijft over nachtcultuur. Misschien omdat ze dansen, raven en de subversieve kracht daarvan het meest doorleeft? Hier lijkt de schrijver ook het meest stelling te nemen, bijvoorbeeld over de spanning tussen vrijheid en controle. Dit citaat gaat het over een club die voorstelt om 2 verschillende kleuren armbandjes uit te delen aan bezoekers die A) liever alleen op pad gaan en B) juist graag contact leggen. "In een poging veiligheid te garanderen klampen we ons vast aan een idee van maakbaarheid en controle. Maar in die controledwang smoren we ook het onverwachte in de kiem. Alsof we het niet meer aan kunnen verrast te worden, door onszelf of door anderen. Vrijheid hoeft niet te betekenen dat alles geoorloofd is, maar overschrijding is niet noodzakelijk reden voor regulering." Nou ja, daar heb ik dus een ezelsoor bij geplaatst.
Essays over loslaten en controleverlies omarmen, tegenover onze wereld van lijstjes en regeldrang. Mens, LEEF.
"Zelfverwoesting: Te drinken, te roken en te dansen als vorm van verzet tegen een ideologie die gezondheid en productiviteit een heilige status heeft toegekend. Met een kater op de bank kun je in ieder geval niet efficiënt je dag besteden. Ironisch, een vorm van zorg voor jezelf."
"Dat we niet gezond willen zijn als gezond betekent: gezond genoeg om te werken."
Preach! Ik kan de reflecties die Lieke in haar boek uitwerkt alleen maar beamen. Juist door de persoonlijke en kwetsbare schrijfstijl van haar pleidooi vond ik het heel herkenbaar. Waar veel filosofische of maatschappijkritische analyses vaak abstract en afstandelijk blijven, maakt Lieke haar inzichten juist tastbaar en voelbaar. Een heel toegankelijk werk zonder aan diepgang in te boeten. Erg knap!
Ik las dit boek in één ruk door, het vroeg om opengeslagen te worden. In verschillende essays keert de filosofe terug naar kritieken op kapitalisme, versnelling en productiviteit.
Het liet me een beetje beter voelen in mijn sloddervos toestanden. De salontafel kreunt onder de boeken, ik krijg mijn spullen niet geordend, en de zomerse verveling heeft me al weer sneller ingehaald dan ik had gehoopt. Ik lijd aan uitstelgedrag en elk jaar in de zomer begrijp ik niet hoe ik doorheen het academiejaar ook maar iets voor elkaar krijg. Ik worstel met schuldgevoel en perfectionisme. Zoals iedereen? Toch? Het is verlammend. En eerlijk? Ik weet niet of het werkelijk allemaal terug te voeren is op die kapitalistische logica van versnelling.
Ik voelde me begrepen door de schrijfster, ze jongleert met filosofen en hun concepten. Het boek voelde als een aangenaam gesprek met een vriendin. Eentje die zachtjes knikt en echoot wat je zonet zei. Toch worden gedachten niet super diep uitgewerkt, er worden geen argumenten gegeven, er is geen poging tot scherper begrijpen waar het nu eigenlijk in het essay over gaat. De schrijfster pent meer een intuïtie neer, wat het uiteraard sappig en herkenbaar maakt. Is dit geschreven voor het bredere publiek? Zo ja, offer je als filosofe dan niet te veel op om herkenbaar en begrijpbaar te zijn voor dat bredere publiek? De brug tussen de ivoren toren van de academicus/filosoof/schrijfster en de brede wereld kan gebouwd worden zonder afbreuk te doen aan diepgang en inhoud.
Mijn alterego fluistert mij dat zij dit evengoed had kunnen schrijven als ik de gesprekken die ik met mijn filosofievrienden heb wat systematisch structureer. Mijn uitstelgedrag lacht mij dan weer in zeventien talen uit omdat ik dat nog maar durf te denken. En ik? Ik lig aan de linkerkant van de zetel, half onderuitgezakt, in een belachelijk oncomfortabele positie, instemmend knikkend met elke kapitalistische kritiek, terwijl ik het kledinglabel van mijn laatst gekochte Bershka-topje als bladlezer gebruik.
Vooral ben ik opgelucht,dat ik nog eens een boek kan afvinken van mijn Goodreads. Hapklare filosofie die wegleest. Ik dommel weg in de illusie dat ik, door een verteerbaar boek uit te lezen, en de schrijfster door een verkoopbaar boek te schrijven, even ontsnappen aan het systeem dat tot productiviteit aanzet.
Onze obsessie met productiviteit, maakbaarheid en optimalisatie vervreemdt ons van onszelf en de ander. Hoe kunnen we ons verlossen van de productiviteitsfetsj ? Het antwoord volgens Knijnenburg is intiem verzet. Meer ruimte maken voor aandacht, kwetsbaarheid en hartstocht. Een inspirerende filosofie om op te focussen het komende jaar.
boeiend en treffend, zet aan het denken over de wortels van de productiviteitscultuur, naarmate het einde verslapte mijn aandacht wel wat, toen het ging over technouitgaan en festivals (doch kritisch) als bevrijdende vorm, jammer dat als je zo'n boek schrijft je toch niet ontkomt van (randstedelijke) cliches en individualisme.
Het was soms alsof mijn eigen vage ideeën en gevoelens over het heden beter onder woorden werden gebracht dan ik zelf ooit zou kunnen (eigenlijk alles wat je wilt van een boek?). Het tweede deel (ik noem het maar even het pleidooi) voelde ik wat minder, maar dat maakt niet uit.
Niet voor mij. Ik herken mij in de agendahedonist die de schrijfster in het begin van het boek schetst met zichzelf in het achterhoofd, maar vervolgens is het boek een filosofisch verhaal over hoe de generatie na mij (Gen-Z) productiviteit in het leven verwerkt. Van open relaties tot het nachtleven. Soms iets te ver gezocht, en vooral te zwaar op de hand. Ik hou het bij Oliver Burkeman, luchtig en met humor beschreven.
Een (h)eerlijk boek dat onze huidige manieren van zijn (van werk tot vriendschap en intimiteit) op losse schroeven zet. Dacht je dat je wist wie je ‘bent’? Think again! Zelfs (of: juist) je diepste verlangens en persoonlijkheden zijn doordrenkt van kapitalistische, seksistische en koloniale logica - en moesten met bruut geweld worden afgedwongen. Wanneer je die sociaal geproduceerde lagen in je-zelf begint te deconstrueren, wat blijft er dan nog van je over? Een schitterende leegte, waarin niet een vals gevoel van controle maar juist de overgave aan de spontaniteit van het leven en al haar ambiguïteit centraal staat. Een schitterende leegte die je ook zelf - en vooral samen - een nieuwe betekenis kunt geven. Gaat dat lezen!!!
Veelbelovende vraag (waarom zijn we zo geobsedeerd door onze productiviteit?) maar weinig overtuigend uitgewerkt. Knijnenburg waaiert langdurig uit naar de liefde, dansfeesten (we ontsnappen in de nacht op wilde feesten), maar ik krijg niet het gevoel dat die route ons gaat redden. Jammer, was wel benieuwd.
Lieke slaat nagels met koppen en mij met verstomming. Onderwerp van dit boek is onze obsessie met productiviteit en hoe die obsessie ons leven beheerst. We willen niet alleen op het werk productief zijn, het onderste uit de kan halen, maar ook in ons privéleven. Je leven min-maxen, yolo, alles eruit halen wat erin zit, 'niemand zegt ons hoe we moeten leven' daarvan zijn we overtuigd, terwijl we gehoorzaam de adviezen volgen van goeroes die alles weten over alle facetten van het leven. We leggen onszelf druk op om het ideale leven te leiden, waardoor we misschien onze menselijke eigenheid verliezen. Lieke geeft geen antwoorden, maar stelt vragen en laat je nadenken, discussiëren. Aanrader wat mij betreft!
Het stuk over de vereconomisering van onze vrije tijd en relaties vind ik zeer interessant. Op een bepaald punt had ik echter het gevoel dat de auteur het waardenkader van relaties volledig ophing aan kapitalisme, en de hele evolutietheorie voor het gemak even vergat. Het boek opent alleszins deuren in mijn hoofd die nog gesloten waren, dus opzet geslaagd.