Hoewel Freek de Jonge zonder meer de grootste komiek van zijn generatie is, heeft hij nooit uitsluitend de lach gezocht. Door zijn baanbrekende optredens met Neerlands Hoop in Bange Dagen geldt hij als een van de iconen van de jaren 60 en 70 – toen alle taboes en heilige huisjes gesloopt dienden te worden en de ultieme vrijheid het ideaal was – maar hij plaatste al vroeg vraagtekens bij deze culturele revolutie. Want wat doen we eigenlijk met onze vrijheid? Wat is de tol van het individualisme? Wat zijn de grenzen van de ratio en hoe leefbaar is een wereld zonder mythes?
Op zoek naar de spanning tussen vrijheid en gebondenheid en tussen verstand en gevoel heeft Freek de Jonge zich ontpopt als een intellectueel die met theatrale middelen het vanzelfsprekende ter discussie stelt en ingaat tegen het kuddedenken. In 'Freek' beschrijft en analyseert historicus Rob Hartmans de ideeën van Freek de Jonge en plaatst hij ze tegen de achtergrond van de ontwikkelingen die Nederland sinds de jaren vijftig heeft doorgemaakt.
Het hadden vier sterren kunnen zijn maar we moeten streng zijn. "...maar ademen door materiaalgebruik, vormgeving en detaillering toch een heel andere sfeer uit"(p. 20-21). Iets ademt een sfeer, niet ademt een sfeer "uit". "En bovendien had gebouw hem al enigszins teleurgesteld" (p.38). In die zin zou ik graag nog het woordje "het" hebben gelezen. "Bij veel jongemannen werd het haar langer en hadden zij hun colbertje ingeruild voor een T-shirt en spijkerpak"(p. 57). Dat zit grammaticaal niet helemaal lekker. "Zoektocht nar de betekenis van een woord" (p.208).