Er valt veel te zeggen over dit boek, ikzelf vond het kwetsbaar, gedurfd, voorzichtig, liefdevol maar bovenal heel eerlijk.
Het is een memoir, en dat komt op een of andere manier toch altijd harder binnen vind ik. Christien is jarenlang getrouwd met A. Een journalist, schrijver, hoofdredacteur geweest, met best veel aanzien. Drie jaar geleden, na een kort ziekbed overlijdt hij. Wanneer Christien na zijn overlijden het (rommelige) huis moet uitmesten, komt er bij haar meer en meer ruimte vrij om de echte relatie tussen hen te overdenken. A was een dominante man, maar voornamelijk zeer emotioneel onvolwassen, een jeugdtrauma met zich meedragend, en niet toegankelijk. Zoals ze ook zegt in het boek, kunnen dit soort mannen een heel gezin of een relatie innemen met hun problematiek. Alle leden gaan zich schikken en plooien, en op de duur voelt alles verstikkend aan.
Christien zelf is dikwijls gevlucht, ofwel naar de bovenverdieping, ofwel naar hun buitenhuisje. De deprimerende energie die rond A hangt, vult stilletjesaan het hele huis. De vrienden van Christien zien dit al jaren, maar zij zelf blijft vluchten. Pas nu, nu hij er niet meer is, durft ze deze gevoelens voorzichtig toelaten en erkennen. Dit vond ik zo mooi aan dit boek, het fragiele, het eigenlijk heel goed inzien en beseffen in wat voor relatie zij zat, maar het ook toegeven en stappen ondernemen was aartsmoeilijk, vooral ook omdat er veel liefde was voor haar man. Vraag is dus, hoe ver mag en kan je gaan? Waar en wanneer stel je je grenzen…
Echt een zeer mooi boek vond ik dit. Ga er nog dikwijls aan terugdenken.