Silhouetachtige, liminale scènes, eerder sfeerimpressies dan verhalen (ik ben gek op sfeerimpressies):
'Anders werkt bij een vakantiepark net buiten de stad. Iedere ochtend haalt hij een zeef door het zwembad en in de herfst blaast hij ook de bladeren van de parkeerplaats. Hij vangt ratten en vleermuizen, vervangt de lampen in de bungalows en zorgt dat er 's nachts niemand onbevoegd op het terrein oploopt. Omdat hij in de schuldsanering zit moet hij veel werken. Na werktijd wacht hij altijd even met naar huis gaan om nog door het lege attractiepark ernaast te lopen - dan stuurt hij me foto's van de verlichte achtbanen, de verlaten wachtrijen en lege laadkarretjes.'
'Telkens als ze de slaapkamer verlaat - om schoenen te pakken, of een elastiekje ofzo - sluit ze de deur achter zich en blijf ik alleen achter met mijn spiegelbeeld. Ik denk: dit is de persoon die mensen vanavond gaan zien. Niet met die woorden - ik bedoel, niet dat die opeenvolging van woorden zich daadwerkelijk in mijn hoofd tot een volzin vormt, maar als iemand me zou vragen het gevoel dat ik nu heb te beschrijven, dan zou het zoiets zijn: het idee dat ik met mijzelf naar buiten moet, alsof ik tegelijkertijd hond en baasje ben, onontkomelijk mijzelf, altijd, en dat mensen me zullen zien en dan mijn naam in hun hoofd zullen horen.'
'Als hij weer zit denk ik aan dat enorme lege huis achter ons. De marmeren vloeren, de tapijten en beelden, de schilderijen die nog maar door één persoon bekeken worden. Alles wat verlaten wordt gaat leven. De woonkamer, mijn oude slaapkamer - in mijn hoofd zijn het organismen die zwellen en dalen, ademen en zuchten, als iets onder water, iets waar je in kunt drijven.
Ik kijk naar zijn handen, halve globes. Vroeger kon ik er mijn hele hoofd in laten verdwijnen. Ik weet nog hoe geborgen ik me voelde in die eeltpaleizen, hoe fijn ik het vond geen onderdeel te hoeven zijn van wat zich daarbuiten afspeelde. Als je opgroeit verwacht je dat de wereld om je heen wel met je mee zal groeien. Maar zo werkt het niet - alles om je heen blijft dezelfde grootte, terwijl je zelf steeds groter wordt, langer, breder, en dan begin je het te voelen: het ongemak, de claustrofobie. Je bent als een reus in een vaas, groeiend in iets wat miljoenen jaren geleden al volgroeid is.'
'Misschien is eenzaamheid uiteindelijk wel nieuwsgierigheid. Misschien is het een schuimbekkend zoeken naar nieuwe ruimtes waarin je nogmaals bewezen krijgt dat je inderdaad alleen bent.'