Schaakbiografie van Jan Timman (1951), de beste Nederlandse beroepsschaker ooit (immers wereldkampioen Max Euwe was van beroep leraar, later hoogleraar, in wiskunde). Prima bronnenonderzoek, met name ook interviews met Timman zelf en met allerlei collega's en andere personen om Timman heen. Het speelt vanaf zijn jeugd als Timman geïnteresseerd raakt in schaken en al snel zijn oudere broer (die ook heel goed kon schaken) overvleugelde, via hoogtepunten naar de langzame teruggang met het ouder worden. Goed leesbaar geschreven, met af en toe een citaat uit een interview, niet alleen van Timman zelf. Er staan geen schaakpartijen of analyses in (daarvoor heeft Timman zelf hele goede boeken geschreven). Dat Timman gedurende de 'postromantische' periode actief was als schaker maakt het boek extra interessant (tegenwoordig is het zakelijker, maar schakers verdienen ook meer). Voor een ieder die geïnteresseerd is in de wereld om het schaken heen of wat zoal nodig is om beroepsschaker te zijn zeer aanbevolen.
? Door bij mijn bieb te zoeken op biografie zag ik dit (voor mij als passief geïnteresseerde schaker) leuke boek met de dromerige blik van Jan Timman, wiens schaakprestaties ik vele jaren gevolgd heb... 🤔 Het boek heeft me echt positief verrast. Ik had vaak weer zin in om wat eruit te lezen en zelfs een hoofdstuk over hoe Jan overkomt (arrogant, nonchalant, pedant, zelfverzekerd, zenuwachtig) is boeiend geschreven. MW 4/2/23
Een vlot geschreven boek dat ook leuk is voor mensen die weinig van schaak weten. De schrijver laat zowel Jan Timman aan het woord als de mensen om hem heen maar ook zijn belangrijkste tegenstanders. Met verve beschrijft John Kuipers de carrière van Jan Timman, met zijn vele toppen en dalen, de sfeer van de schaakwereld van de jaren ´80 en ´90 en de man Timman zelf. Op zijn goede dagen kon Timman van iedereen winnen met ijzersterk en prachtig schaak, ook van Karpov en Kasparov. Maar hij kon ook onbenullig verliezen van mindere goden. Op beslissende momenten ging het vaak net mis. Daarmee liet hij zijn grote schare volgens constant oscilleren tussen hoop en wanhoop. Ik herinner me dat nog goed.
Een typische passage:
"Omkijkend is voor Timman de verklaring voor die faalmomenten helder als kristal: hij kon eenvoudig de spanning niet aan, zijn zenuwen waren niet sterk genoeg. Wat kan een uiterlijk bedriegen, want hij heeft een leven lang zo'n rustige mij-kan-niets-gebeuren-uitstraling gehad. Buitenstander hadden dikwijls niets van zijn onrust in de gaten. Hem kon echter van alles gebeuren, bleek helaas te vaak. Fanatisme als middel om die opkomende angst te bedwingen, dat overweegt hij nooit".
Een mooi boek over hoe groot talent toch onvoldoende kan zijn om de absolute top te halen.
Leuke anekdotes vooral die uit Timman's jonge jaren. Maar toch wat te langdradig, te veel herhalingen. En de te brede bladspiegel leest heel ongemakkelijk.