Onverwacht stuurt zijn baas de weinig ambitieuze Egbert Klein op missie naar Mongolië. Hij moet de inwoners van het uitgestrekte land overtuigen van de ongekende duurzame mogelijkheden die de wind en de leegte bieden. In Ulaanbaatar verandert hij noodgedwongen in een avonturier met een rolkoffer.
Anke Scheeren (b. 1982) studied Biological Psychology at the University of Maastricht, published work on autism, and is currently pursuing a doctorate in Developmental Psychology at the Free University in Amsterdam. She has been active as a literary author since 2004, winning a number of small but significant encouragement prizes, such as the first round of the Write Now! writing competition in Limburg and the 2006 Hollands Maandblad writers’ grant. Her stories have appeared in literary magazines including Lava and Hollands Maandblad (text by Dutch foundation for literature).
Wat een geweldig boek! Verliefd op zoveel zinnen...Hardop gelachen om haar droog-komische beschrijvingen die mij doen denken aan de boeken van Merijn de Boer, maar dan met meer psychologische diepgang. Met een antiheld waar je steeds meer van gaat houden, en die Mongolië nooit op dezelfde manier zal verlaten als hoe hij er arriveert.
Eerlijk gezegd begrijp ik andere reacties niet zo goed waarin verzucht wordt waarom we geïnteresseerd zouden moeten zijn in "wéér een witte man op een neo-koloniale missie". Dit is nou niet bepaald een mansplaining, standaard 7-vinkjes-personage. En als je een witte man eens zou willen zien struikelen, ben je bij Egbert aan het juiste adres.
Ik denk dat menigeen Egbert kent als die ene, introverte, (sociaal) onhandige collega die niemand als 'gezellig' of 'lachen' ervaart. Dit boek biedt juist een uniek inkijkje in het leven van zo'n persoon. En dat doet Scheerer op een heel grappige, doch tedere manier.
Ik kon het boek niet meer wegleggen, een zeldzaamheid voor iemand die normaliter 6 keer mentaal afdwaalt binnen een alinea. En nu wil ik álles lezen van Anke Scheeren!
3,5 wel. Ze kan namelijk heel goed schrijven. Er zaten rake observaties in en leuke humor. Ik vond alleen het verhaal uiteindelijk toch teleurstellend. Een beetje te licht en niksig. Wat me verder wel stoorde was de eruditie van de gesprekken die de hoofdpersoon voert in het Engels met Mongolen. Voor beide partijen niet de eigen taal, en dan toch zulke moeilijke woorden gebruiken. En bv. kennis veronde stellen van het Nederlandse schoolsysteem bij een eenvoudige Mongoolse vrouw. Nee, dat vond ik niet kunnen hoor.
Fijn, grappig, duidelijk en subtiel met af en toe ineens momenten van drama, actie, en betekenis. Heel soms zijn wat mij betreft wat ‘diepere filosofische uitspraken’ die het thema er wat te dik opleggen, zoals het citaat dat op de binnenflap staat: “-Wat vind je zo mooi aan leegte? -Dat er niks is. -Maar dan ben jij er ook niet meer. -Ja”. Maar als je daar voorbij kan lezen is het een mooi verhaal dat juist erg sterk en complex is in de simpelheid en subtiliteit. Mongolië vormt een prachtig decor.
Een in eerste instantie sullige hoofdpersoon, met een raar project en een vreselijke baas. De vertelling probeert hem niet als een likeable persoon neer te zetten en toch ga je uiteindelijk wel met hem meeleven of voor hem invoelen.
Ook een mooi rouwtekstje uit gehaald: 'Als je aan mensen zou vragen wat ze hadden geleerd van het verlies van een dierbare (wat op zichzelf een vreemde, opportunistische gedachte was, alsof zelfs uit de meest onaangename situatie nog een voordeeltje gehaald moest worden), dan was het wellicht de onverschilligheid waarmee het leven doorging na het verlies, althans, het leven van al die andere mensen.'
Eerlijk gezegd vond ik het over het geheel genomen een nogal clichématig verhaal, gekunsteld, niet overtuigend, het werden geen echte mensen. Maar in de tweede helft van het boek staan een paar prachtige scenes. De ontmoeting met het paard op de hoogvlakte bijvoorbeeld is intens en ontroerend. En het bezoek aan het zwembad om de kleine jongen te leren drijven. Daarom toch drie sterren.
Het verhaal voelt gaandeweg een beetje geforceerd, maar wat is dit ongelooflijk mooi geschreven. De kracht zit hem in hoe de schrijver de gevoelens van milde verbazing van de hoofdpersoon weet te verwoorden. Elk hoofdstuk heeft wel een paar zinnen die je zou willen bewaren.
Graag gelezen, ik ben niet verwonderd dat de auteur psychologe is. Een welkom boek wanneer je nood hebt aan vertraging en rust vinden bij, met en in jezelf.
Het was met weinig overtuiging dat ik dit boek kocht. De schamele synopsis en de eerste bladzijde trokken me uiteindelijk over de streep, en eenmaal in het boek begonnen, heb ik er geen seconde spijt van gehad.
Blauw (ik kort de titel gemakshalve af) is een slow read, maar zeker geen traag boek (ipv slow gebruik ik beter zorgvuldig). Er zit wel een big reveal in, al komt die niet helemaal onverwacht voor de geroutineerde lezer. Het verhaal is daar ook niet echt op gebouwd, op die onthulling, eerder onderbouwd. Want technisch zit het boek overigens uitstekend in elkaar. De big reveal en andere elementen uit het verhaal worden vooraf gegaan door een boel verwijzingen die pas later in het boek echt betekenis krijgen.
De eenzaamheid van Egbert wordt bijna tastbaar gemaakt door de sobere, trefzekere vertelling van Scheeren. Het contrast tussen de verruimende leegte van de steppe en de verengende leegte van het leven is een prachtig leidmotiv doorheen dit boek.
Niet alleen de onopvallende Egbert —"als hij al een talent had, dan was het wel het vermogen om compleet op te gaan in de achtergrond"— ondergaat een cultuurschok. Zelf had ik ook geen flauw idee over Ulaanbaatar of zelfs maar Mongolië behalve het concept van de weidse steppe en de aardverschroeiende Dzjengis Kahn en het Xanadu van Kubla Kahn. Egbert wordt gered door zijn naïviteit en de flexibiliteit die hij, ongetwijfeld tot zijn eigen verbazing, aan de dag legt.
Ik begrijp niet waarom dit boek nog geen aandacht in de Vlaamse pers heeft gekregen, ik hoop dat daar alsnog verandering in komt.
Dit is zo’n boek dat je niet hardop leest, maar stil laat binnenkomen. Anke Scheeren schrijft met een lichtheid die bedrieglijk is: haar zinnen lijken eenvoudig, maar raken iets diepers — alsof je ineens beseft dat je niet oppervlakkig bent verdwaald, maar al die tijd op zoek was naar precies deze stilte.
Het verhaal volgt Egbert, een bleke bureauman die zonder veel uitleg naar Mongolië wordt gestuurd voor een windmolenproject. Wat klinkt als de opzet van een absurde komedie, ontvouwt zich als een zachte, tragikomische reis naar binnen. Geen grote avonturen, geen heldendaden. Eerder een existentiële schuifelpas: Egbert die observeert, verdwaalt, afhaakt, zichzelf nét niet begrijpt — en daarmee meer zegt dan personages in veel dikkere romans.
Wat me raakte, is hoe empathisch en ongeforceerd dit boek is. De beschrijvingen van Ulaanbaatar zijn vuil, rommelig, menselijk — precies zoals Egberts binnenwereld. Er is humor, maar nooit op het bekje van een grap; eerder als een flikkering van mildheid. En er zijn zinnen die me even stilzetten, zoals: “Hij was dichtbij geweest, bij het minuscule geluk.” Zo klein, zo raak.
Niet alles werkt perfect. Het tempo is traag, de spanningsboog flinterdun. Sommige lezers zullen afhaken, zeker als je op zoek bent naar een duidelijke plot. Maar ik bleef — en werd beloond met een soort weemoedige helderheid die ik zelden in romans vind.
Voor wie houdt van trage boeken met veel ruimte voor stilte, detail en subtiele absurditeit: dit is er eentje om te koesteren. Geen schreeuw, maar een fluistering die blijft hangen.
Egbert werkt bij een windmolen-bedrijf en wordt door zijn baas naar Mongolië gestuurd voor een reclamecampagne. Maar Egbert is niet het type voor zo'n opdracht; zijn baas wil echter dat hij eens buiten de lijntjes gaat kleuren. Zelf voelde Egbert zich steeds door zijn zus gedomineerd.
"Ik ben een kameleon, zwoer hij. Ik ben de nacht. Ik ben een spriet in het natte gras. Ik ben een witte man. Ik ben nauwelijks een man. Ik ben die jongen op de achterste rij van alle klassenfoto's. Ik ben hard geworden kauwgom onder een schoolbank. Een vergeten statiegeldbonnetje. Een zilvervisje in de douchebak. Een dode pixel rechtsonder het scherm. Een badeend in de oceaan. Ik ben iemand zonder uitstraling. Ik ben de broer van Inge. Ik ben niemand, volstrekt niemand."
In Mongolië maakt Egbert kennis met Batu, zijn wat eigenzinnige gids. Er groeit begrip en vriendschap tussen de twee mannen en Egbert vindt tijdens zijn verblijf in Mongolië toch een "andere ik" terug.
"Nu moest er voor hem ook een leven zijn voor Mongolië en na Mongolië."
Het einde van de roman is een beetje raar wel, vind ik. Mooi geschreven verhaal, soms ook best grappig, met toch een tikkeltje tragiek ook.
Ik doe mijn best maar ik krijg dit niet uitgelezen. Goodreads vertelt mij dat ik al een maand geleden in dit dunne boekje van amper 222 blz. ben gedoken. Het bijzonderste is dat ik het niet eens echt slecht vind, maar na één hoofdstuk kan het mij niet meer boeien en ik merk dat ik de laatste tijd nog liever aan het strijken sla dan een boek op te pakken. Dus misschien ligt het aan mij of aan het moment maar na 12 hoofdstukken geef ik er de brui aan. Ik vraag mij af of ik de titel reeds kan duiden: Blauw of de kleur van blijdschap. Ik vermoed dat het over de lucht in Mongolië gaat. Hoofdpersonage Egbert is een Nederlandse ingenieur die windmolens aan de Mongolen gaat verkopen - de vlaktes zijn er oneindig groen en de bevolkingsdichtheid laag. Egbert is wat je een kneusje kan noemen - ofschoon hij op een mooie missie is weet hij weinig vreugde uit zijn daden of omgeving te halen. Ik zit halverwege het boek en hoop dat zijn leven gauw mag kantelen maar ik wil er geen bevoorrechte getuige meer van zijn.
Aan het begin van het boek dacht ik, oh nee, niet weer een boek over een blanke man die als volledige loser wordt afgeschilderd en alle schuld van wat er fout is in de wereld op zijn bord krijgt. Gaandeweg zie je hem veranderen en meer in het reine komen met zichzelf. Maar heel eerlijk, niet meer dan het zoveelste boek over een personage dat uit zijn standaard leventje ontsnapt ergens aan de andere kant van de wereld. Leuk geschreven dat wel, maar toch niet het geweldige boek wat ik verwacht had op basis van de recensies (hilarisch schreef iemand? Echt, dan toch niet mijn soort van hilariteit).
3,5 sterren. Vlot geschreven en humoristisch verhaal, met een donkere ondertoon.
Kunnen ze dit boek niet verfilmen i.p.v. al die verliefd op Ibiza/Toscane/Curaçao middelmatige Nederlandse films? Lijkt me een perfect verhaal voor een Nederlandse filmhuis film! (en bij dezen zou ik dan ook graag kaartjes willen voor de première)
Prima boek, Egbert doet zijn naam eer aan als saaie, onbeduidende manspersoon. Zijn belevingswereld, manier van naar de wereld kijken wordt op een treffende wijze omschrijving. De zoektocht naar bijzonderheid in Mongolië - dat wordt dus een zweethut. In een dag uitgelezen, dus ondanks dat ik momenteel teveel vrije tijd heb, vooral ook een heel makkelijk boek.
Precies genoeg details, precies te weinig details voor eigen interpretatie/fantasie. Voor als je houdt van lezen over landschappen en een sulletje als hoofdpersoon.