Als er op een middag aan zijn huisbel wordt getrokken, wordt het rijkeluizenleven van Joël Troch, ‘filosoof van het neerslachtig chique nietsdoen’, hevig opgeschud. Aan de deur van het familiehuis waar hij met zijn moeder en minnaar zijn jaren slijt, staat een zestienjarig zwart meisje. Joël is haar vader, beweert ze. Terwijl zijn minnaar in katzwijm valt en zijn moeder in alle staten is en de schande koste wat kost probeert buiten de deur te houden, zoekt Joël zijn heil in zijn imposante parfumverzameling. Het reukwater voert hem naar zijn tienerjaren, waar hij hoopt de waarheid over zijn vermeende vaderschap op te vissen.
In onvervalst Roobjaans volgen we Joël op zijn dwaalspoor naar de verloren tijd en zien we hoe het net zich stilletjes maar onverbiddelijk om deze verdorven charmeur sluit.
1e zin “Terwijl Joël Troch tegen het einde van de twintigste eeuw tussen dageraad en valavond op een paasdag in die voor onze geschiedenis zo gedenkwaardige periode met enige vingertoppen zijn oksels op de aanwezigheid van zweet onderzocht en zijn handen droog bleven, op die genoemde hoogdag van laat ons zeggen het jaar 1992, werd er ruw geschat precies om dertien uur drieëntwintig aan de schelketting van zijn huisbel gesnokt.” — Die eerste zin was er reeds een van beduidende lengte. Ook de tweede zin, én de derde, én de vierde, hadden elk hun eigen paragraaf gekregen. Het biedt de lezer reeds een voorafspiegeling van de rest van de roman.
Ik heb ooit eens de prof Engelse literatuur twee bladzijden uit een meer dan 700 bladzijden omvattende Victoriaanse roman weten voorlezen, om het gebeuren nadien samen te vatten als “dank u voor de uitnodiging, maar ik ben die dag verhinderd.” In dit amper 190 bladzijden tellende boek zijn de omwegen net iets bescheidener, maar de synopsis niet veel langer.
De taal van Vissertjes is zwaar beladen oudbollig, maar Roobjee past het wel perfect en aangehouden toe. Wie al steigerde bij de eerste zin, begint beter niet aan dit boek. Wie houdt van de zwier en zwaai van een barokke opera, vindt hier zijn goesting.
Het is een bizar, hilarisch boek, een deurenkomedie, een opera. Ik heb uiteindelijk toch hoofdpijn gekregen van het bombastische taalgebruik, dat nochtans integraal deel uitmaakt van de enscenering. Het is licht en vermakelijk (vaak op het randje) maar niet vanzelfsprekend om door te geraken.
Bij het openslaan van het boek beland je in een uiterst bijzonder verhaal. Althans, de door Pjeroo Roobjee gekozen woorden zijn uiterst creatief, maar totaal niet alledaags. Waardeer je een bijzonder maar soms onbegrijpelijk woordenspel? Dan is dit boek een aanrader.
Pjeroo Roobjee (1945), pseudoniem van Dirk de Vilder, is een Vlaams kunstenaar. Hij is werkzaam als schilder, tekenaar, graficus, acteur, causeur, dichter, romancier, theatermaker, entertainer en zanger. En natuurlijk: hij schrijft ook boeken. Zijn werk is meermaals bekroond. De meest recente is de Luc Bucquoye-prijs van de Vrije Universiteit Brussel.
Op de cover van Vissertjes, zijn meest recente roman, staat een naakte vrouw afgebeeld die balans zoekt in het water. Er zwemmen vissen terwijl er aan de betonnen kade verschillende wezens staan, waar je enkel de benen van ziet. De cover spreekt en maakt nieuwsgierig, maar blijkt niks met het verhaal te maken te hebben.
Het verhaal gaat over Joël Troch. Een rijkeluiskind dat samenwoont met zijn mannelijke minnaar en zijn moeder. Direct aan het begin van het boek klopt er een zwart meisje aan. Joël is haar vader, beweert ze. Dit onaangename bezoek leidt tot onrust binnen het gezin. Joël misdraagt zich al doordat hij een mannelijke minnaar heeft, en nu al helemaal als blijkt dat hij een buitenechtelijk zwart kind de wereld in heeft geholpen, zo luidt de gedachte.
Het verhaal verloopt langzaam. Dat heeft alles te maken met de bizarre schrijfstijl van Roobjee. Bij het lezen van het boek vraag je jezelf meermaals af of de woorden die hij gebruikt wel echt bestaan, of dat ze verzonnen zijn. Maar, als je de woorden opzoekt, blijken ze allemaal te bestaan. Een potje scrabble met Roobjee ben je gedoemd te verliezen gezien zijn uitermate grote woordenschat. Als je de eerste zin van het boek doorkomt en er van kan genieten, dan is het een aanrader om verder te lezen.
De eerste zin: ‘Terwijl Joël Troch tegen het einde van de twintigste eeuw tussen dageraad en valavond op een paasdag in die voor onze geschiedenis zo denkwaardige periode met enige vingertoppen zijn oksels op de aanwezigheid van zweet onderzocht en zijn handen droog bleven, op die genoemde hoogdag van laat ons zeggen het jaar 1992, werd er ruw geschat precies om dertien uur drieëntwintig aan de schelketting van zijn huisbel gesnokt’.
Met recht is Roobjee een woordenkunstenaar te noemen. Maar door het gebrek aan gewenning bij de lezer kan het verhaal heel moeizaam overkomen. Roobjee kiest ervoor om sommige zaken heel uitgebreid te omschrijven zoals de tijd: ‘dozijnen schreden verder en een oneven getal minuten later’. Deze uitgebreide omschrijvingen zijn alleen zo specifiek dat je als lezer verdwaald raakt in het verhaal. Vaak zijn er conversaties gaande, maar vaak is het onduidelijk tussen wie de gesprekken plaatsvinden. Ook is onduidelijk in welke setting. Roobjee speelt met flashbacks van Joël Troch die bij het ruiken van verschillende parfums terugdenkt aan zijn verleden. Heeft hij inderdaad een kind verwekt bij een zwarte vrouw? Hij kan het zich in ieder geval niet meer herinneren.
Het verhaal heeft eigenlijk geen spanning. Al lopen tegen het einde de gemoederen hoog op binnen de familie en eindigt het verhaal met een dramatische apotheose. Het blijft onduidelijk wat er gebeurt tot het laatste geschreven woord. Een quote van Troch, waarin hij filosofeert op het schrijven van een boek, vat het gevoel dat ontstaat bij het lezen van het boek uitstekend samen: ‘Misschien schrijf ik dit allemaal wel eens neer. Dan wordt dat een vertellement vol zelfbespiegelingen maar zonder verstaanbaar verhaal, zodat niemand mijn doningen snappen kan’.
Voor de lezer die een woordenkunstenaar waardeert, is dit boek zeker aan te raden. Maar voor iemand die ‘s avonds een boek wil openslaan met een goed verhaal kan het beter links laten liggen. Vissertjes krijgt van mij 2,5 van de 5 sterren.
Met dank aan Uitgeverij Querido voor dit recensie-exemplaar in ruil voor een eerlijke recensie.