Jump to ratings and reviews
Rate this book

Het Lam Gods en de Rechtvaardige Rechters: De Verbluffende Waarheid

Rate this book
In de nacht van 10 en 11 april 1934 sluipen dieven de Sint-Baafskathedraal binnen
en lichten twee panelen van het Lam Godsretabel uit hun frame. Het paneel met de afbeelding van Johannes De Doper werd terugbezorgd, het paneel van de Rechtvaardige Rechters is meer dan negentig jaar later nog steeds niet terecht. Het is een van de meest iconische kunstdiefstallen ter wereld. Wie pleegde de diefstal en waarom? Niet Arsène Goedertier zoals altijd wordt aangenomen. Het onzalige plan rijpte in de geesten van mensen die door slechte beleggingen hun geld en dat van de kleine katholieke spaarders in rook zagen opgaan. Het losgeld moest dienen om de verliezen te dekken. Het pakte anders uit: de Staat kwam niet met geld over de brug, de handlanger Goedertier stierf aan een beroerte en het dossier werd afgesloten.

Het Lam Gods en de Rechtvaardige Rechters brengt een verbijsterend verhaal. Het is het resultaat van jarenlang onderzoek van Kurt Impens en anderen. Een spannend relaas over diefstal en de verweving tussen Kerk en Staat in België.

240 pages, Paperback

Published February 10, 2025

20 people want to read

About the author

Kurt Impens

2 books1 follower

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
3 (13%)
4 stars
3 (13%)
3 stars
12 (54%)
2 stars
3 (13%)
1 star
1 (4%)
Displaying 1 - 4 of 4 reviews
265 reviews8 followers
October 8, 2025
Meest hardnekkige kunstmysterie 'opgelost'!

In ‘Het Lam Gods en de Rechtvaardige Rechters – De verbluffende waarheid’, duikt auteur Kurt Impens in het meest hardnekkige kunstmysterie uit de Belgische geschiedenis: de verdwijning van het paneel De Rechtvaardige Rechters, sinds 1934 spoorloos verdwenen uit de Sint-Baafskathedraal in Gent. Kurt Impens belooft niet minder dan de waarheid achter het raadsel te onthullen. Of dat lukt, is zeker voer voor discussie, maar door dit boek blaast hij vast en zeker het debat en de zoektocht naar het verdwenen paneel nieuw leven in.

Centraal in Impens’ boek staat de herwaardering van een weinig bekende maar intrigerende theorie die begin jaren 2000 werd ontwikkeld door historicus Paul De Ridder. Die stelt dat de roof geen individuele daad was van Arsène Goedertier, zoals vaak werd aangenomen, maar een bewuste zet van invloedrijke figuren binnen het Gentse bisdom. Het motief: een financiële redding.
In de nasleep van de beurscrash van 1929 had het bisdom aanzienlijke verliezen geleden met het spaargeld van gelovigen. Kurt Impens toont op basis van archiefmateriaal uit onder andere KADOC en het Vaticaan aan dat interne stemmen de verkoop van kerkelijk vastgoed overwogen, maar dat die optie als te schadelijk voor de reputatie van de instelling werd beschouwd. In plaats daarvan zou dan maar een clandestiene operatie zijn opgezet: de diefstal van een deel van Het Lam Gods, met het oog op losgeld om de verliezen te dekken.

Volgens de auteur was Goedertier slechts een kleine schakel in dit spel. Zijn beroemde sterfbedverklaring – waarin hij suggereerde dat hij wist waar het paneel verborgen was – wordt door de auteur geklasseerd als een zwak scenario vol gaten. Het is meer waarschijnlijker dat Goedertier werd ingezet als bliksemafleider, terwijl de werkelijke verantwoordelijken hoog in de kerkelijke hiërarchie zaten.

Toch is het belangrijk te benadrukken dat de auteur geen definitieve doorbraak kan bieden. Er wordt geen paneel gevonden, er worden geen harde bewijzen gepresenteerd van wie precies de diefstal uitvoerde. Wel stelt hij met overtuiging dat het schilderij tot ver in de jaren ’50 bewaard werd in privé-eigendom binnen kringen die hij de “Sint-Antoniuskring” noemt: een netwerk van invloedrijke katholieke families rond Gent. Een spoor leidt uiteindelijk naar Oosterzele, een dorp ten zuiden van de stad, waar in 2024 een huiszoeking plaatsvond bij een erfgename van een van de betrokken families. Hoewel de huiszoeking niets opleverde, is het volgens de auteur een cruciale schakel. Hij suggereert dat het paneel daar ooit verborgen werd, maar intussen elders ondergebracht is, mogelijk in het buitenland.

Het boek is opgebouwd rond grondig archiefonderzoek en bevat documenten, brieven en getuigenissen die jarenlang in vergetelheid lagen. Dit alles koppelt de auteur aan een scherpe analyse van het maatschappelijke en politieke klimaat in de jaren ’30.
De toon is toegankelijk, zonder in sensatiezucht te vervallen. Hij gidst de lezer door complexe structuren en historische details. Hij schuwt daarbij geen kritiek: eerdere onderzoekers namen Goedertier te serieus en hadden meer oog moeten hebben voor wat er zich achter de schermen in de kerk afspeelde. Dat hij zulke vermoedens durft te publiceren zonder definitieve vondst, getuigt van heel veel lef, maar maakt zijn hypothese niet minder intrigerend.

In zijn boek toont Kurt Impens aan hoe kunst, macht, religie en reputatievervalsing met elkaar verweven zijn. Hij geeft een goed inzicht in hoe instellingen met geheimen omgaan, hoe archieven werden gesloten en hoe het bisdom decennialang aarzelde om voluit te zoeken naar het verloren paneel, waarschijnlijk uit vrees voor heel wat gezichtsverlies. Die insteek maakt het boek ook maatschappelijk relevant: het is niet alleen een verhaal over een verdwenen schilderij, maar ook over hoe instellingen omgaan met fouten, falen en verantwoordelijkheid.

Toch blijven ook dit boek en deze theorie, hoe overtuigend gepresenteerd ook, maar een reconstructie. De auteur levert immers geen enkel fysiek bewijs van de verblijfplaats van het paneel en zeker geen expliciete bekentenissen. Wat hij mijns inziens wel doet, is een nieuw verhaal opbouwen met oude en vergeten bouwstenen. Hij is zich daar ook van bewust, want in de epiloog benadrukt hij dat de zoektocht niet stopt bij zijn boek, maar dat hij hoopt onderzoekers en justitie te prikkelen om opnieuw te gaan graven, letterlijk en figuurlijk.

Wie op een echte ‘onthulling’ hoopt, zal misschien wel teleurgesteld zijn. Het boek levert geen spectaculaire vondst op, geen foto van het paneel op een zolder of in een kluis. Ook alternatieve theorieën – bijvoorbeeld dat het werk door buitenlandse kunstrovers werd meegenomen – krijgen naar mijn gevoel relatief weinig aandacht. Kurt Impens kiest resoluut voor zijn piste en dat maakt het verhaal krachtig, maar misschien ook iets minder evenwichtig.

Toch kan er weinig twijfel over bestaan: ‘Het Lam Gods en de Rechtvaardige Rechters. De verbluffende waarheid’ is een opmerkelijke bijdrage aan dit mysterie. De auteur combineert speurderswerk met een vlotte pen en heeft een boek afgeleverd dat leest als een historische thriller, gestoeld op feiten.

Zijn werk geeft het debat zeker nieuwe zuurstof en toont hoe geschiedenis soms verborgen blijft achter stilte, schaamte en structuren van macht. Of hij de waarheid vond, laat hij zelf in het midden, maar hij komt mijns inziens dichterbij dan velen voor hem.

Dit boek is een aanrader voor iedereen geïnteresseerd in kunst, geschiedenis, mysterie en voor elke Gentenaar, die begaan is met ‘Het Lam Gods’ in het bijzonder.

Ik waardeer dit boek met vijf sterren.

Meer leuke en interessante recensies zijn te lezen op www.indeboekenkast.com
258 reviews8 followers
March 27, 2025
Het Lam Gods en de Rechtvaardige Rechters. De Verbluffende Waarheid. Kurt Impens

Het boek valt uiteen in twee helften. De eerste helft over de aanleiding, uitvoering van de diefstal, de afpersing en de dood van Goedertier maakt op mij een gedegen indruk, de tweede, vanaf WO II, veel minder. Impens pakt in het begin stevig door, en betrekt bij zijn versie een heleboel gegevens en getuigenissen, die samen een veel meer soliede casus maken dan het vage, aan alle kanten rammelende verhaaltje over Goedertier als enige dief. Impens streeft ook naar overzichtelijkheid. In elk hoofdstuk zijn er aan het einde enkele korte zinnen die het hoofdstuk samenvatten. Hierbij zijn er vaak wat herhalingen, en die kunnen wat schools overkomen, maar ikzelf stel ze op prijs. De indeling van het boek is in deze eerste helft erg didactisch. Wel dient opgemerkt dat enige voorkennis van feiten en personages nuttig is.

SPOILERS!!

In essentie gaat het volgens Impens over de financieel-economisch-politieke achtergrond van de jaren 1930, met name dus de economische crisis als gevolg van de Wall Street crash van 1929. In het België van de vroege jaren ’30 waren er economische malaise, werkloosheid, faillissementen, deflatie. Heel wat banken zaten in nauwe schoentjes, met als belangrijkste in dit verband de Socialistische Bank van de Arbeid en de katholieke Bank van de Boerenbond.
Een kanunnik van Sint-Baafs, Kamiel Van Ongeval, was begin jaren ’30 fondsenverzamelaar voor de katholieke bank in het Gentse. Hij ging dus bij wijze van spreken van deur tot deur om rijke en ook armere mensen aan te sporen tot beleggingen in zijn bank. Deze werden dan doorgesluisd naar Arthur De Meester, de secretaris van de Gentse bisschop Coppieters, die de concrete beleggingen liet doen door wisselagent Henri Cooreman, wiens kantoor in Gent dicht bij Sint-Baafs lag. Fondsenwerving en beleggingen lukten aanvankelijk vrij goed, tot dus de economische crisis zorgde voor scherp dalende welvaart en de mensen hun geld begonnen terug te vragen. Al spoedig bleek de katholieke bank niet in staat haar spaarders uit te betalen. Als bijkomende ramp kwam hierbij aan het licht dat de katholieke bank ook nog eens belegd had in de socialistische Bank van de Arbeid, in de (foutieve) veronderstelling dat de overheid deze toch nooit failliet zou laten gaan. Benevens een nakend faillissement van haar bank was er dus ook de schande dat de Kerk geïnvesteerd had in het socialisme. Om het uitkomen van deze catastrofe te vermijden moesten de kerkdienaren dringend op zoek naar geld. Aankloppen bij het bisdom en de overheid leverde niets op, zodat volgens Impens het idee ontstond van de roof van de Rechtvaardige Rechters, om aldus het bisdom en/of de overheid te kunnen afpersen. Te noteren valt dat de Belgische staat juridisch eigenaar was van het altaarstuk, niet het bisdom Gent. Het bedrag van 1 miljoen losgeld lijkt laag in verhouding tot de tekorten van een nationaal opererende bank (die een tekort had van honderden miljoenen BeF), maar in de Gentse situatie ging het er enkel om de lokale spaarders terug te kunnen betalen en het hele stinkende potje van Van Ongeval en De Meester gedekt te houden. Van Ongeval en De Meester waren volgens Impens de initiatiefnemers van de roof, misschien ook de uitvoerders, maar dan met de hulp van handlangers Oscar Lievens en Achiel De Swaef. Deze werden gerecruteerd door Arsène Goedertier, een goede bekende binnen het bisdom en de katholieke partij. Goedertier zou dan al of niet bij de diefstal aanwezig zijn geweest, maar vooral nadien de afpersingsbrieven naar het bisdom voor zijn rekening hebben genomen. Klein, wat dubieus detail: volgens Impens betekent de afkorting D.U.A Door U Aangesteld. Lijkt me raar, aangezien al de afpersingsbrieven in het Frans waren, en in het algemeen de communicatie met de hogere instanties volledig in het Frans verliep.

Indirecte aanwijzingen en getuigenissen die deze visie ondersteunen, door Impens bijeengesprokkeld uit 80 jaar onderzoek uit diverse bronnen:
- Arthur De Meester stond bekend als een dronkaard, zodat zijn inschatting van het risico van sommige beleggingen misschien niet altijd even nuchter was.
- De Vos was de enige die bij de laatste woorden van Goedertier aanwezig was. Hij kan daar dus naderhand bijvoegen of van weglaten wat hij wil.
- De Vos ging het huis van Goedertier doorzoeken, eerst alleen (of met Julienne Minne, de vrouw van Goedertier), nadien met Van Ginderachter. Ook hier kon men met bewijsstukken goochelen zoveel men wilde.
- De politieke carrière van De Vos schoot na 1934 als een komeet omhoog.
- In de afpersingsbrieven van DUA staat herhaaldelijk dat DUA niet meer bij het paneel kan, maar wel weet waar het is.
- De Duitse Oberleutnant en Kulturforscher Henry Koehn onderzocht de zaak zeer grondig, en was overtuigd dat de Kerk zelf betrokken was, en dat Goedertier niet de dief was.
- Frans Van Cauwelaert neemt ontslag uit de regering 1 dag na het overlijden van Goedertier, “om de eer van zijn familie te redden”.
- Kamiel Van Ongeval vergoedde volgens zijn achternicht zelf de gedupeerde spaarders waarvan hij geld had opgehaald, uit zijn eigen zak.
- Julienne Minne zegt dat haar man Goedertier enkel de eer van een katholieke familie wilde beschermen.
- Het voortdurend opduiken van de naam Van Cauwelaert (vader Frans en zoon Emiel).
- De connectie tussen de parochie Sint-Laurentius in Antwerpen (pastoor Meulepas) en Frans Van Cauwelaert.
- in 1935 verschijnt in de Standaard een kort artikel van Jan Boon, waarin gemeld wordt dat het paneel terecht is, en dat “man en paard” zouden genoemd worden indien de betrokkenen het niet teruggaven. Jan Boon werd dan bij de aartsbisschop in Mechelen geroepen en nadien hielden hij en de Standaard de lippen stijf op mekaar.
- Het onbeschrijfelijke geknoei van het Belgische gerecht in het onderzoek: doofpotoperatie van bovenuit (de Kerk en Katholieke Partij) opgelegd?

Helaas, na deze eerste soliede episode gaat het steil bergaf. Impens raakt dan verstrikt in een kluwen van Duitse connecties tijdens WO II. Het onderzoek van Henry Koehn is nog wel goed gedocumenteerd (door Karel Mortier), maar Impens sleept er nog van alles bij. Volgens hem zou von Falkenhausen, de militaire opperbevelhebber van België van 1940 – 1944 eerder anti-nazi geweest zijn! Ook de bomaanslag op Hitler komt ter sprake. En op het einde van de oorlog zou het paneel in handen van de Duitsers geweest zijn, en als pasmunt gebruikt zijn om een aantal hooggeplaatste Duitsers en collaborateurs uit België te smokkelen. Raar.
In de jaren ’60 van de 20ste tot in de 21ste eeuw zou er een heel aantal opeenvolgende pogingen tot restitutie geweest zijn, die stuk voor stuk op het laatste moment weer afgeblazen werden. Het wordt nu eerlijk gezegd een rommeltje. Diverse al of niet bona fide onderzoekers diepen tientallen jaren na de feiten al of niet betrouwbare getuigen op, waaronder “een getuige met als bron de neef van een pastoor die goed bevriend was met hulpbisschop De Kesel”. Tsja, dat is wel heel via-via… En ook niet echt heet van de naald, want De Kesel werd pas tot hulpbisschop benoemd in 1960.
Over de diefstal en onmiddellijke nasleep hangt Impens een interessant en redelijk consistent verhaal op, maar in zijn analyse van de latere jaren en decennia kan hij mij niet echt overtuigen.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Profile Image for Wim Provoost.
23 reviews3 followers
May 2, 2025
Een aaneenschakeling van aannames, veronderstellingen die feiten worden en een sausje van complottheorieën…
87 reviews
April 5, 2025
Interessante wending in het mysterie rondom de rechtvaardige rechters.
Displaying 1 - 4 of 4 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.