In 1867 schildert Claude Monet vanaf het balkon van het Louvre drie iconische stadsgezichten van Parijs en geeft zo het startschot voor het impressionisme. Naast een gedetailleerde bespreking van deze drie bijzondere werken komen in dit boek ook talrijke andere impressionistische schilderijen en tekeningen aan bod.
Experts van toonaangevende musea uit de hele wereld laten zien hoe ook Paul Cézanne, Gustave Caillebotte, Mary Cassatt en vele anderen een schitterend Parijs in volle transformatie verbeelden. Hun kunstwerken nemen ons mee naar de geboorte van de Franse hoofdstad als moderne metropool. Zij voeren ons langs gloednieuwe theaters, pas aangelegde parken en brede, door baron Haussmann ontworpen boulevards, waar de burgerij over straat flaneert. Mode en consumptie domineren het leven van de bourgeoisie en de gracieuze Parisienne is toonaangevend voor het imago van de bruisende wereldstad. Maar achter de façade van licht, schoonheid en romantiek hangen onvrede, politieke onrust en revolutie in de lucht. Originele foto’s, affiches, brieven en spotprenten brengen die bewogen tijdgeest in deze publicatie weer tot leven.
Uitgegeven ter gelegenheid van de tentoonstelling Nieuw Parijs – Van Monet tot Morisot in Kunstmuseum Den Haag van 15 februari tot en met 9 juni 2025.
Het boek “Nieuw Parijs; van Monet tot Morisot” vormt de catalogus van de gelijknamige tentoonstelling in het Kunstmuseum Den Haag (van 15 februari tot en met 9 juni 2025). Getoond wordt een diversiteit aan beeldmateriaal –schilderijen, spot- en andere prenten, foto’s, plattegronden, handschriften, boeken enz.– dat allemaal betrekking heeft op de geschiedenis en de cultuur van de Franse hoofdstad in tweede helft van de negentiende eeuw. Een en ander wordt, in de tentoonstelling zowel als het boek, op ingenieuze wijze met elkaar in verband gebracht door middel van relevante uitleg en begeleidende tekst (die overigens niet helemaal vrij is enige herhaling). In dit tijdsgewricht gebeurt er nogal wat op politiek en bestuurlijk vlak. Zo voert Frankrijk in de jaren 1870-1871 oorlog met Pruisen, wordt Parijs vervolgens geteisterd door de zogeheten Commune, en doen zich allerhande ontwikkelingen voor in industrie en techniek. Het straatbeeld begint modieus geklede Parisiennes te vertonen en weerspiegelt de opkomst van reclame, en Hausmann mag in opdracht van Napoleon III de stad moderniseren, wat wil zeggen een kaalslag uitvoeren in de oude krottenwijken en in plaats daarvan grote pleinen, fraaie parken en brede boulevards doen verschijnen, met bijbehorende luxueuze woon-, opera- en andere gebouwen. In het verlengde van het onderhavige elan wordt in 1867 een Wereldtentoonstelling georganiseerd. Tegen de achtergrond van dit alles nu wordt het pièce de résistance van “Nieuw Parijs” geplaatst, de opkomst van het impressionisme in de schilderkunst. Als bezoeker van de tentoonstelling, maar ook als lezer van het boek, krijgt men werken gepresenteerd van Monet en Manet, van Renoir en Degas, van Cézanne en Caillebotte, van Pissarro en Bazille, van Cassatt en Morisot. Hun schilderijen en andersoortige beeldende kunst, in een enkel geval een beeldje, worden voor zover mogelijk getoond naast foto’s, die op min of meer dezelfde locaties zijn genomen. Curieus en heel illustratief in dit verband zijn de albuminedrukken welke Charles Marville heeft gemaakt van straten die weldra gesloopt zouden gaan worden, alsook van onder meer de vespasiennes (urinoirs) en reclamezuilen die mede het straatbeeld gaan bepalen. Luchtopnamen waren er in die tijd ook al, van de hand van Félix Nadar, die behalve als ballonvaarder en als fotograaf eveneens furore maakte als uitvinder, karikaturist en schrijver. Nadar portretteerde vele grootheden uit de wereld van kunst en cultuur, onder anderen componisten en auteurs. Wat deze laatste beroepsgroep aangaat, logischerwijs over het algemeen ontbrekend in “Nieuw Parijs”, valt te denken aan Alexandre Dumas, Charles Baudelaire, Georges Sand en Victor Hugo. En niet te vergeten natuurlijk Edmond en Jules de Goncourt, het epicentrum van het hoofdstedelijke roddelcircuit. Het nieuwe Parijs van de tentoonstelling ‘van Monet tot Morisot’ was immers ook de stad waar –ik schrijf dit op Goodreads, tenslotte!– de fine fleur van de negentiende-eeuwse Franstalige literatuur verkeerde, naast schrijvers als de genoemden bijvoorbeeld ook Émile Zola, Gustave Flaubert en Guy de Maupassant. Geweldig is het om nu, wat mij betreft beter dan ooit eerder, het decor te zien van minstens een deel van hun leven en werk – eerst in Den Haag, en later daarvan nagenietend dankzij het onder redactie van tentoonstellingscurator Frouke van Dijke verschenen boek. Voor beiderlei inspanning verdient zij lof, mede vanwege alle relevante en duidelijke uitleg.