De resten van een mens gaat over twee vrouwen die het boek bijna ongemerkt binnenkomen: Emma Paulides en haar dochter Sandra van Raalten, het 21-jarige slachtoffer van de beestachtige Zaanse paskamermoord. Het boek beschrijft het onleefbaar geworden leven van de moeder, in haar pakhuis vol verdriet, maar ook de sprankelende Sandra, die in de woorden van Emma weer tot leven komt.
Hilversum en Het Gooi worden onder de loep gelegd, met hoofdrollen voor de legendarische nieuwslezer Ben Hummer en zijn vijfde vrouw, de oversekste Carmen, die de show stelen. Door dit alles heen weeft Detlev van Heest een sterk ironisch zelfportret. In werktijd jaagt hij in boa-uniform op automobilisten in Hilversum. Onderwijl ligt hij zo overhoop met zijn chefs dat hij de laan uit wordt gestuurd. Ook in privétijd weet hij een puinhoop van zijn bestaan te maken, met opgezegde vriendschappen, verbrokenfamiliebanden en mislukte liefdes.
De resten van een mens is een boek vol bloedige ernst en snijdende humor, over wat er op de valreep van het leven overblijft.
Detlev van Heest is een Nederlands schrijver. Hij studeerde geschiedenis en werkte aanvankelijk als correspondent in Japan voor dagblad Trouw. Tegenwoordig werkt hij als parkeerwachter in Hilversum. In 2010 verschenen zijn eerste twee romans, die gebaseerd zijn op dagboekaantekeningen die hij maakte ten tijde van zijn verblijf in respectievelijk Japan en Nieuw-Zeeland.
Eerst vreesde ik dat Detlev van Heest een Voskuil-epigoon zou zijn. Van Heest verkeert / verkeerde wel in dezelfde kringen en voegt daarom belangrijke informatie toe aan het werk van JJ. Voskuil en Frida Vogels. De “soap voor intellectuelen” , zoals Het Bureau wel eens genoemd werd, krijgt met dit boek een vervolg. De Voskuil-volgelingen worden dus niet alleen verwend met de dagboeken van Han Voskuil (inmiddels zijn 5 delen verschenen, uitgegeven door van Heest) maar ook met de boeken van Detlev van Heest zelf. En wat kan die man schrijven! Vooral de dialogen zijn meesterlijk en zeer hilarisch. De humor is veel uitbundiger dan bij Voskuil en van Heest heeft een heel eigen stijl ontwikkeld. Ik ben benieuwd of dit bij zijn vorige boeken ook het geval is. Overeenkomsten met Voskuil zijn er ook, ze werken allebei op plaatsen waar ze eigenlijk niet thuis horen . Alleen is hun reactie volkomen verschillend. Van Heest past zich eenvoudig aan de situatie aan en maakt gemakkelijk contact met mensen. Beiden leggen op hun manier de absurditeiten binnen hun werkomgeving bloot en dat op een zeer boeiende wijze. Voskuil op het bureau, Van Heest als intellectueel in de wereld van de parkeerwachters. Daarnaast is het een boek dat veel medeleven oproept door de mooie beschrijving van de vriendschap van Van Heest met Emma Paulides en het einde is ronduit ontroerend. Hierna dus “Parkeren in Hilversum “ lezen en vervolgens uitkijken naar deel 6 van de dagboeken van Voskuil. P.S. Tijdens het lezen van PiH kom ik erachter dat Detlev van Heest zichzelf geen intellectueel vindt. Dat weten we dan ook weer.
Zeer geestig geschreven autobiografische roman met absurde situaties op straat, waar schrijver Detlev van Heest parkeerwachter is, maar met zo mogelijk nog absurdere situaties op kantoor bij zijn (laaggeschoolde) collega's en leidinggevenden.
Detlev is gemakkelijk in de omgang en zorgzaam voor enkele oudere dames, maar is niet in staat tot een (liefdes)relatie met echte diepgang. Hij observeert mensen zonder oordeel. Van Detlev zelf echter krijgen we geen duidelijk beeld, behalve dat hij weinig empathisch is. Emotie is bij hem hooguit boosheid over het onrecht in zijn werksituatie.
Het is een dikke roman en het geleuter met eenieder kabbelt maar voort. Het is niet spannend, maar het leest gewoon heel lekker weg.
Hieronder een typische passage. Als je dit niet grappig vindt, dan beter niet aan beginnen!
Ik bekeurde een dure auto. De bestuurder kwam uit een slagerij. Een Oosteuropeaan. Hij complimenteerde me met mijn efficiëntie. 'Als alle ambtenaren zo snel en efficiënt werken als u, Nederland wordt paradijs. U doet uw werk goed. Als parkeercontrole is sport bij Olympiade, u wint.' De man stapte in zijn auto en opende zijn portierraam.
Op het trottoir stond een man toe te kijken. Hij had blonde lokken tot zijn schouders, een trainingsjasje en een gouden halsketting. Hij lepelde een bakje ijs leeg. 'Je mot je schamen. Ik snap niet dat jij geen ander werk zoekt, fokking nazi. Jij sluipt om de auto's en drukt er een bon op, fokking nazi. Weet je wat ze met jou motten doen? In mekaar slaan. En daarna kom ik en spuug je in je gezicht. Fokking nazi. En dan rij ik met mijn achterwiel over je kop.'
De man in de auto probeerde het te volgen. 'Wat wil hij?' 'Hij wil me doodmaken.'
'Die? Die heeft alleen grote mond. Hij doet niks. Ik kan dat, hij niet.'
Ik moest lachen en stak mijn hand door het portierraam. We schudden handen.
Boek 5 dat ik van Detlev van Heest las. Nauw aansluitend bij zijn ander recent boek "Parkeren in Hilversum", waarvan sommige passages hier ook herkenbaar zijn. De auteur zijn wedervaren als parkeerwachter in Hilversum is pertinent aanwezig en niet in het minst het onbegrijpelijk mismanagement als het over verhoudingen gaat tussen leidinggevenden en werknemers gaat. Detlev mag dan wel niet de meest voor-de-handliggende werknemer zijn, de wijze waarop Jane, Antoinetta, Paul met hun personeel omgaan is vaak wraakroepend. De relaties tussen Detlev en zijn andere collega's zijn in tegenstelling daarmee haast hartverwarmend, de bijzonderheden van die collega's ten spijt. Verder spelen Lousje (weduwe Han Voskuil) en vooral Emma Paulides - wiens dochter op haar 21 ste als winkelbediende werd vermoord - de hoofdrol in de 837 vol details beschreven bladzijden. En ook de katten van Lousje, Emma en Detlev zijn pertinent aanwezig. Wie niet van van Heest eigen schrijfstijl (en deze van Voskuil, Frida Vogels en Minke Douwesz - niet toevallig alle drie ook door Van Oorschot uitgegeven) houdt zou dit een worsteling zijn, ik ben en blijf een fan.
Detlev van Heest is een van mijn favoriete schrijvers. Dit boek is een vervolg op Parkeren in Hilversum. Zijn ervaringen als parkeerwachter, maar ook zijn vriendschap met Han en Lousje Voskuil en de contacten met zijn familie in Duitsland zijn een genot om te lezen. Ook zijn liefde voor de dieren is een belangrijk onderwerp in dit geweldige boek. Inmiddels vier boeken van hem gelezen.
Detlev is schrijver en parkeerwacht. Hij schrijft over zijn vriendschap met de vrouw van Han Voskuil, zijn relatie tot andere artiesten als Charlotte Mutsaers en haar man Jan Fontein, over de familieverhoudingen en veel over zijn nieuwe vriendschap met Emma, de moeder van Sandra, bekend van de paskamermoord. Zij heeft een zwaar leven sinds haar dochter vermoord is in Zaandam.
Daarnaast schrijft hij zeer vermakelijk over zijn ontmoetingen op straat met (veelal) onvriendelijk, asociaal volk dat zijn prenten niet waardeert. En het boek leert hoe het is om samen te werken met laagopgeleide medemensen in een onuitdagende omgeving. Hoe sommige mensen denken, leven en tot beslissingen komen (bijvoorbeeld om op de PVV te stemmen). En wat er gebeurt als een laagopgeleide medemens in een enigszins leidinggevende positie geraakt. Detlev werkt graag als controleur. Enerzijds omdat hij auto’s en verantwoordelijkheid haat. Anderzijds, vermoedelijk, omdat hij er inspiratie in vindt.
gefascineerd gelezen. eerste 200 pagina's dacht ik 'wat een geneuzel', waar ik vervolgens niet los van kon komen. denk qua stijl aan Het Bureau en aan de faxboeken van Nicolien Mizee, nauwkeurige observaties van het kleine leven, geschreven door een misantroop met een oog voor het absurde. ook niet vrij van rancune, althans z'n verleden als correspondent schemert er doorheen.
De vergelijking met Het bureau dringt zich op. Ook hier is een dagboek bewerkt tot een roman. Dan heeft dit boek mijn voorkeur vanwege de grotere mensenkennis en de steviger zelfkritiek. Detlev van Heest is geen gemakkelijke man, zeker niet voor zijn leidinggevenden, maar hij is wel recht door zee en oprecht begaan met collega's en vrienden. Dat kan ik van Maarten Koning niet zeggen. Die acteert dat vooral. Koning zegt een hekel aan zijn werk te hebben en het liefst eenvoudige klusjes te doen, maar intussen blijft hij gewoon veertig jaar lang een betweterige chef met bijbehorend salaris. Van Heest kiest bewust voor de eenvoud en handelt daar ook naar. Nu mag je schrijver en protagonist niet gelijk stellen, maar in dit geval lijkt het me legitiem. Ben benieuwd naar zijn belevenisen als parkeerwachter in Noordwijk. Laat Van Heest daar maar gauw aan beginnen als hij klaar is met het bezorgen van de dagboeken van Voskuil. Liefst zo snel mogelijk, want met het lezen daarvan ben gestopt uit verveling.
Geweldig! Met veel genoegen heb ik na ‘Parkeren in Hilversum’ dit boek gelezen. Ik ben totaal verkocht: de dialogen, de stijl, het compromisloze en tegelijkertijd ook - soms - het accepterende naar de mensen om de schrijver heen. Met sardonisch genoegen wordt hypocrisie en machtswellust blootgelegd. Ik wil nog veel meer lezen van Detlev van Heest.
844 pagina’s dik vervolg op het ook niet dunne (544 pagina’s) Parkeren in Hilversum. Het voelde soms eindeloos. Van sympathieke karaktertrekken kan Van Heest niet beschuldigd worden. Hij is een onaangepast ei met een vrij particulier gevoel voor humor. Toch lees je door, niet in de laatste plaats vanwege allerlei verwikkelingen op het werk van deze schrijvende parkeercontroleur. Het contact met de aandoenlijke Emma vormt de intrigerende rode draad in dit dikke boek. Ik verdenk Van Heest er een beetje van dat hij haar (en een aantal andere beklagenswaardige figuren) hoofdzakelijk opzoekt om over ze te kunnen schrijven. Dat is natuurlijk niet zo fraai (van mij of van Detlev).
In “De resten van een mens” vertelt Detlev van Heest hoe zijn leven is verlopen, na hetgeen hij lezers daaromtrent uit de doeken heeft gedaan in “Parkeren in Hilversum”. Dit eerdere werk, dat verscheen in januari 2024, werd door Maarten ’t Hart al getypeerd als een soort dagboek, en voor “De resten van een mens” geldt zulks eens te meer. Ook voor het onderhavige (dag)boek nu doen veel van de, positieve zowel als minder positieve, punten opgeld waarvan ik gewag maakte in mijn Goodreads-recensie van zijn voorganger. Ik noemde toen onder meer het hoge ‘reüniegehalte’ (vele bekenden uit eerdere boeken en uit literaire kring die hun opwachting maken), het jammerlijke gebrek aan een personenregister, de inconsequentie in het gebruik van echte namen dan wel pseudoniemen, de vaagheid over de jaren waarin een en ander zich afspeelt, de soms gortdroge humor waarmee het verhaal is doorspekt, enz. De toekomstige lezer van het vervolg van Van Heests levensverhaal zij overigens gewaarschuwd: het aan dit boek te ontlenen genoegen wordt aanmerkelijk vergroot door kennis van zaken met betrekking tot het vroegere werk van de auteur, ontbreekt die dan zal men zich veelvuldig afvragen wie dat nu weer is die men in het boek tegenkomt of wie wie ook alweer was (en, zoals gezegd, ook ditmaal ontbreekt een register waarin dat zou kunnen worden opgezocht). In één opzicht is mijn recensie van Van Heests vorige boek, gelukkig!, niet van toepassing. Waar de schrijver naar mijn idee “Parkeren in Hilversum” bijna letterlijk bij de beesten af om zeep hielp door een paar sprekende, denkende, lezende, brieven en briefkaarten schrijvende katten ten tonele te voeren, die van hemzelf en die van het echtpaar Han en Lousje Voskuil, onthoudt hij zich daarvan in “De resten van een mens”. Weliswaar zijn ook nu de huisdieren in kwestie nadrukkelijk aanwezig –behalve Lousje en Detlev zelf toont ook Emma Paulides, een vrouw op leeftijd met wie parkeerwacht Van Heest een geregeld contact ontwikkelt en die in het boek zo’n belangrijke plaats inneemt dat haar beeltenis op de omslag prijkt, zich bezeten van katten–, maar de gekkigheid blijft beperkt tot een enkele kaart die Lousje bij een bezoek aan Detlev namens haar huisdier meeneemt voor het zijne. Al met al geen reden voor een of meer min- of strafpunten bij mijn waardering in een aantal sterren. “De resten van een mens” kent een drietal telkens terugkerende thema’s: Van Heests werkzaamheden als parkeerwacht in Hilversum, familiebezoek in Duitsland en zijn al dan niet vriendschappelijke contacten met enkele vrouwen. Behalve om Lousje Voskuil gaat het hierbij om bovengenoemde Emma Paulides, wier dochter in 1984 slachtoffer werd van het misdrijf dat bekend werd als de Zaanse paskamermoord, en om Carmen Hummer, de ex- of a.s. ex-partner van ene Ben Hummer – een pseudoniem waarachter voormalig nieuwslezer Fred Emmer schuilgaat (hetgeen niet al te moeilijk te achterhalen is, zo min als de ware identiteit, Pieter Broertjes, van de Hilversumse burgemeester Neefjes). Deze, en andere, vrouwen leuteren wat af tegen de dagboekschrijver, wat wordt weergegeven in niet zelden vermakelijke dialogen. Daarbij is sprake van nogal wat herhaling, en ook in ruimer verband is het in “De resten van een mens” af en toe veel van hetzelfde wat Van Heest heeft opgetekend. Te denken valt hierbij evenzeer aan hetgeen hij als parkeerwacht te stellen heeft met de vele automobilisten die een bon van hem dreigen te krijgen of al hebben gekregen, als aan zijn dagelijkse contacten met directe collega’s en met zijn compleet disfunctionerende leidinggevenden (van wie er een heel treffend wordt opgevoerd met een royaal gebruik van, ‘zeg maar’, stopwoorden). Mij verveelde zulk een herhaling evenwel allerminst, wat mag worden opgevat als een serieuze verdienste van Van Heests vertelkunst. Hij perfectioneert zijn Voskuiliaanse aanpak en optiek nog wat verder, ook voor wat betreft sommige inhoudelijke kwesties. Zo wordt Lousje naarmate het boek vordert meer en meer getypeerd op een wijze die doet denken aan Voskuils beschrijvingen van het wel en wee van zijn dementerende schoonmoeder. En tevens treft men in “De resten van een mens” diverse passages aan waaruit Lousjes licht ontvlambare en verongelijkte karakter naar voren komt, bijvoorbeeld naar aanleiding van onderlinge afspraken die niet volledig overeenkomstig haar wens zijn verlopen, in welke passages vrij duidelijk de echo klinkt van de stem van haar overleden echtgenoot. In zulke dingen manifesteert Van Heest zich ten voeten uit als de epigoon die hij van meet af aan heet te zijn. Dat is hij niet, althans niet letterlijk ten voeten uit, op een ander punt waarin hij zijn grote voorbeeld navolgt: de kleding van wijlen Han Voskuil. Detlev loopt namelijk rond in een jas en een boxershort die door Han zijn gedragen. Erfstukken? Een beetje gênant komt dat langzamerhand toch wel over, zelfs bij deze lezer.
ik weet eigenlijk niet waarom dit boek me zo opslokte. Het bestaat grotendeels uit conversaties die de protagonist, Detlev, heeft met mensen. Hij werkt als parkeerwacht in Hilversum en wordt daar regelmatig bedreigd. Hij schrijft deze gesprekken letterlijk op en zo krijg je een, niet heel positief, beeld van de hedendaagse mens. Het gevaar komt echter niet van de bekeurden, maar van zijn buitengewoon stompzinnige leidinggevenden, die hem er uiteindelijk uitwerken. Daarnaast heeft hij contact met zijn wonderlijke collega's, Ben Hummer (Fred Emmer) en zijn vrouw, de zeurende weduwe Voskuil, de moeder van het slachtoffer van de Zaanse paskamermoord, Ernst Bakker en zo nog wat mensen. Hij leutert maar met iedereen, het gaat maar door. Waarom dan toch die 4 sterren? Ten eerste is de weergave van die gesprekken vaak heel geestig. Vaak onbedoeld door degene die spreekt. Daarnaast denk je dat je een soort dagboek leest, dat schept een band. Na een tijdje merk je echter dat je bijna geen beeld krijgt van Detlev zelf, hij reageert alleen maar. Ook blijken er dingen overgeslagen te worden waardoor je benieuwd bent wat er precies mist. Ook gebruikt de schrijver meestal de echte namen van bekende personen waardoor je denkt dat alles 'echt' is, maar het gebruik van het pseudoniem van Fred Emmer, doet je je afvragen, wat waar is en wat verzonnen. Het blijft raadselachtig waarom ik zo geboeid was. Het doet me een beetje denken aan het geleuter van Nicolien Mizee in haar faxen aan Ger. Daar kom ik ook geen genoeg van krijgen. Voskuil vond ik echter erg vervelend.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Leuk boek! Bijzondere voortkabbelende stijl, waarin dan terloops bijzondere dingen gebeuren. Detlev, afgestudeerd historicus, is parkeercontroleur, BOA, in Hilversum. Streng, wordt geregeld bedreigd. Hij heeft veel autoriteitsproblemen met zijn leidinggevenden. En intussen bezoekt hij wat aftakelend bejaarden: Ben Hummer (Fred Emmer), Lous Voskuil, weduwe van de schrijver van Het Bureau en Emma Paulides, moeder van de de vermoorde Sandra van Raalte, de paskamermoord. Er komen iets teveel poezen voor in dit boek.
Ruim 800 pagina's aan parkeerboetes, menselijk verval en conflicten op de werklvloer. Detlev van Heest is erin geslaagd om een respectvol portret van Emma Paulides neer te zetten, en invoelbaar te maken wat het met iemand doet als het hele land met de dood van je dochter aan de haal gaat. Door de grote obsessie met moordmysteries in Netflixseries en podcasts ligt exploitatie op de loer, maar ik heb geen enkel moment getwijfeld aan de oprechte interesse die Detlev van Heest heeft in de mensen die hij portretteert.
Eerlijk, elke keer heb ik dit boek weggelegd, weer opgepakt, weer weggelegd, maar uiteindelijk heb ik dit boek niet uitgelezen. En dat gebeurt me zelden, zeker niet bij een boek van Detlev van Heest. Maar helaas kon dit boek me niet voldoende boeien, ergens halverwege ben ik ermee gestopt. Zijn vorige boeken heb ik ik achterelkaar uitgelezen, deze jammer genoeg niet. Eén ster vind ik echt afschuwelijk, dus vandaar toch twee sterren. Sorry Detlev!
Heerlijke leeservaring als je openstaat voor alles tussen de hogere, maar versleten literaire kringen, het vak en de taal van de parkeercontroleurs en een moeizaam levende Duitse familietak. Het zou verdrietig zijn als het niet zo komisch was opgeschreven.
The writing style wasn't really my cup of tea. The writer cuts to a lot of different characters in different timeperiods. The story was quite hard to follow because I didn't read the previous books from the writer (I wasn't aware that it was part of a bookseries).