Kai moet naar tante Fee. De hele vakantie. Maar tante Fee is heel raar. Veel raarder dan je denkt. Ze loopt helemaal krom. Ze woont in een huisje midden in een donker bos. En er staat een griezelige bezem in haar schuur.
‘Sprookjes bestaan niet,’ zegt mam.
‘En kabouters ook niet,’ zegt pap.
Maar dan vindt tante Fee een kabouter onder een struik. Hij heet Peer…
Kai wil maar één ding: naar huis. Nu!
Een fantasierijk, grappig én spannend verhaal voor beginnende lezers.
Wederom een erg mooi én leuk boek uit de Tijgerlezen serie. In Peer vertrekt het jongetje Kai gedurende de hele zomervakantie naar tante Fee. Hij kent haar niet goed en bovenal is ze erg raar. Volgens zijn ouders bestaan sprookjes en kabouters niet. Kai weet nog niet zo goed wat hij daarover moet denken. Zéker niet als hij samen met Tante Fee een wandeling maakt en in het bos een heel klein, rood kaboutermutsje vindt. Een grappig en spannend verhaal voor beginnende lezers, met fantastische tekeningen van Karst-Janneke Rogaar. Uitgegeven bij Querido, vanaf 6+ jaar.
Ik heb een paar keer hardop gelachen om dit boek. En ja, het is voor beginnende/minder gevorderde lezers. Maar dus zo grappig! Lekker veel originele illustraties, grote en fijne letters en dus ook nog een goed verhaal.
Mohana Van den Kroonenberg is beeldhouwer en schrijver. Ze is eveneens hoofdredacteur van Jong Literair Nederland. De laatste jaren richt ze zich vooral op literatuur voor kinderen. Karst-Janneke Rogaar is een Nederlands illustrator van kinderboeken. Ze won in 2019 een Zilveren Penseel voor haar tekeningen in het boek ‘Alles is vriendschap’ van Stine Jensen.
Kai moet tijdens de vakantie zes weken logeren bij tante Fee maar deze tante is zo raar waardoor hij hier helemaal geen zin in heeft.
De afbeeldingen kregen vorm in een mix van donkere en drukke tonen. De onrustige en mysterieuze uitstraling sluiten goed aan bij het verhaal, ook al komt het voor mij te druk over.
De tekst is perfect voor jonge lezertjes om zelf te lezen. Het verhaal is goed te volgen en sluit ongetwijfeld aan op hun leefwereld waarin ze op de springplank zitten tussen geloven wat vroeger werd verteld door volwassenen en de ontdekking dat niet alles daarvan klopte, of net andersom. Een ontdekkingstocht naar zelf leren denken. Als volwassen lezer vind ik het een gewoon goed boek, zonder meer.
Erg leuk boek uit de Tijgerlezen-serie. Afgelopen week de schrijfster Mohana van den Kroonenberg en de illustrator Karst-Janneke Rogaar ontmoet. Zij vertelden over hoe het boek tot stand is gekomen, hoe het schrijf- en illustratieproces zijn verlopen en ook dat er een tweede deel aankomt! Ik ben benieuwd naar het volgende verhaal van Kai, Peer en tante Fee.
Misschien wel een van m'n favoriete van de Tijgerlezen-serie die ik tot nu toe gelezen heb. Kai moet logeren bij zijn tante, iemand die erg veel doet denken aan een heks, waar hij geen zin in heeft omdat hij haar raar vindt. Maar naarmate hij daar meer tijd spendeert, blijkt ze minder raar te zijn dan hij dacht. Zijn ouders beweren ook dat kabouters niet bestaan, maar zodra Kai Peer ontmoet begint hij daaraan te twijfelen. Misschien zijn zijn ouders wel raarder dan zijn tante en het bos waarin ze woont. Het hele boek bevat mooie illustraties zoals die op de cover, wat enorm bijdraagt aan de sfeer van het verhaal. Een mooi en grappig boek over vriendschap en het vraagstuk wat nu echt raar is.
Tijgerlezen komt weer met een leuk boek voor beginnende lezers. De illustraties kunnen wellicht niet zo aanspreken, maar als je een stukje voorleest (gewoon de eerste bladzijde) zijn er zeker kinderen die daarop 'aanslaan'. Kai moet de hele zomer bij zijn rare tante Fee logeren. Zijn vader waarschuwt hem vooraf. Alleen rare mensen geloven in kabouters. Zijn wij raar Kai? Nee. Geloven wij dus in kabouters? Nee. Hoe grappig is het dan als even later een kabouter serieus zegt 'ik geloof niet in neefjes'.
Echt een ontzettend leuk deel in de serie van Tijgerlezen. Over Kai die van zijn ouders de hele zomer moet logeren bij tante Fee, die volgens z’n ouders raar is want ze gelooft in kabouters en dat doen normale mensen niet. Natuurlijk komt Kai een kabouter tegen, genaamd Peer, die vervolgens zegt niet te geloven in neefjes. Maar wel een echte vriend wordt. Geweldig!
Wederom een leuke nieuwe Tijgerlezer. Vlot geschreven met humor en een sterk plot. De illustraties zijn lekker anders waardoor het boek meteen opvalt, in combinatie met de gekke titel weet ik zeker dat jonge lezers hiervan zullen smullen.
En zeg nou zelf, iedereen weet toch gewoon dat kabouters bestaan?
Fijn geschreven Tijgerlezer. Vlot verhaal, humor en tempo in het verhaal. Groep 3-4-5. Over een jongen die bii zijn tante gaat logeren. Een vreemde tante want ze denkt dat kabouters echt bestaan.. of zou het dan toch kloppen..
Een vlot geschreven verhaal. Grote letters en heel veel illustraties maken het een aantrekkelijk boek voor kinderen. Het sprookjesgedeelte maakt het voor mij wel leuker. De schrijfster speelt daar leuk mee.
Grappig boek over Kai die bij tante Fee gaat logeren. Al snel wordt hij vrienden met Peer, een kabouter. Maar Kai’s ouders geloven niet in kabouters. En ook niet in sprookjes. Alleen rare mensen geloven daarin, volgens Kai’s ouders….
De kaft sprak mij niet zo aan, maar tijdens het lezen begon ik de illustraties te waarderen. Een fijn tijgerleesboek, leuk verhaal vanaf 8 jaar. A boek
Tja, helaas werkte deze niet voor mij. Ik voelde alsof er informatie miste, op punten voelde scenes niet compleet of vreemd, en de karakters waren apart.
Een prettig boek voor eerste lezers. Beetje atypisch, je zou een sprookje kunnen verwachten, maar dat is het niet. Tekeningen illustreren de gevoelens of de sfeer erg goed.
Een klein verhaaltje over Kai die bij zijn vreemde tante Fee moet gaan logeren, waar hij helemaal geen zin in heeft. Tot ze een kabouter (Peer) vinden, en Kais vakantie helemaal verandert.
Een op zich wel lief boek over vooroordelen en vriendschap, met mooie maar donkere tekeningen, maar niet echt verrassend.
Samen met Ramses (6 jaar) las ik Peer. Een leuk, grappig boek over vriendschap en avontuur. Bestaan kabouters wel of niet? En geloven wij in sprookjes?